Bescherming scheepswrakken en kansen voor biobouwers

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) gaan samen verkennen hoe zij de bescherming van scheepswrakken in de Waddenzee kunnen combineren met natuurontwikkeling.

In de gehele Waddenzee liggen vanuit het verleden naar schatting zo’n 1700 wrakken. Een aantal hiervan is van cultuurhistorisch belang. Het is voor het behoud van deze wrakken belangrijk dat ze niet door stroming, paalworm en erosie vernietigd worden.

De komende jaren zullen naar schatting zo’n 20 tot 25 wrakken bloot komen te liggen, waardoor ze beschadigd kunnen raken. Om dit te voorkomen worden de wrakken nu door de RCE met fijnmazige netten afgedekt waardoor deze weer bedekt worden met zand.

Maar deze kunstmatige, beschermende zandbanken worden door verandering van stroming aangetast. Daardoor wordt er nu gewerkt met plastic slierten om extra zand rondom het wrak in te vangen om zo de vergane schepen en hun huidige afdekking te beschermen. “We noemen dit kunstmatig zeegras”, zegt Martijn Manders van de RCE. “Daarom zou het ook zo mooi zijn om dit te koppelen aan natuur. Met écht zeegras bijvoorbeeld in plaats van plastic.” aldus Titian Oterdoom van het PRW.

- advertentie -

Maar er zijn ook andere natuurvriendelijke alternatieven mogelijk. Denk aan de remmende werking van schelpdierbanken, of gewoon het gebruik van natuurlijke materialen. Het doel is om van de wrakken kunstmatige riffen te maken die de biodiversiteit in de Waddenzee bevorderen en die zo helpen bij het gezonder maken van de Waddenzee. Dit past heel goed bij het karakter van dit unieke Werelderfgoed. Natuurbescherming en bescherming van cultuurhistorie gaan zo hand-in-hand.

Meer archeologie
Boek: Schatten en scheepswrakken

Palmyra
Palmyra is zoiets als Isfahan of Samarkand: een karavaanstad van legendarische schoonheid.…
Hormuzd Rassam (1826-1910) - Ontdekker van het Gilgamesj-epos
Regelmatig duiken er nog Assyrische kleitabletten op waarop in spijkerschrift nieuwe fragmenten…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net