De monstrans van Lodewijk XI van Frankrijk

…in de Sint-Martinuskerk in Halle

In 1423 werd de latere Lodewijk XI van Frankrijk geboren als zoon van Karel VII. Steeds heeft hij tegen zijn vader geïntrigeerd. In 1440 nam hij deel aan de Praguerie, een opstand van edelen tegen zijn vader. In 1446 werd hij weggepromoveerd naar de Dauphiné omdat zijn vader hem niet vertrouwde. In 1450 zou hij een rol gespeeld hebben bij de dood van Agnes Sorel, de maítresse van zijn vader, met wie hij zich niet verstond. In 1451 trouwde hij met Charlotte van Savoye.

Monstans van Lodewijk XI
In 1457 vluchtte hij omdat hij zijn vader niet vertrouwde en voor zijn leven vreesde, naar de Nederlanden. Daar was hij de gast van Filips de Goede, hertog van Bourgondië, een ver familielid en erfvijand van zijn vader. Vanaf dan tot 1461 toen hij koning werd, resideerde hij in het niet-meer bestaande kasteel van Genval. Hij was niet moeders mooiste. Het volstaat om het schilderij van “Louis XI Roy de France” in profiel van een anonieme meester uit het begin van de zeventiende eeuw, dat zich in het Historisches Museum te Bern bevindt, te bekijken.

Lodewijk was een maecenas die edelsmeedwerken aan vooral kerken met mariale verering schonk. Zonder zin voor overdrijving heeft Sophie Cassagnes-Brouquet in Louis XI ou le mécénat bien tempéré (Presse Universitaires de Rennes, Rennes, 2007) woorden als bigoterie of kwezelarij en mariolâtrie of mariaverafgoding, een neologisme uitgaande van Marie en idolâtrie, gebruikt. Lodewijks bezoeken aan de Sint-Martinuskerk te Halle waar nog steeds een beeld van een zwarte madonna met kind aanbeden wordt, kunnen zijn bijzondere verering voor de Moeder Gods slechts ‘ten goede’ gekomen zijn.

In 1459 werd een zoon geboren. Omdat hij op 27 juli of het feest van Anna, de moeder van Maria, geboren werd, werd hij genoemd naar haar man Joachim. Lodewijk heeft Frankrijk en de wereld vanuit de kerk van Halle van de geboorte op de hoogte gebracht. Joachim stierf tijdens het jaar van zijn geboorte.

- advertentie -

Lodewijk XI van Frankrijk
Hij werd begraven in een nis in de Mariakapel van reeds vermelde kerk, waar het beeld van de zwarte madonna tot rond het begin van de twintigste eeuw aanbeden werd. Het Latijnse opschrift boven de gisant in zwart marmer, dat het heeft over Joachimus Galliae delphinus, laat geen twijfel over de identiteit van de begravene bestaan: Joachim, zoon van Lodewijk XI én dauphin van Frankrijk.

Monstrans

Buiten het graf van Joachim herinnert nog iets in de kerk aan Lodewijks verblijf in de Nederlanden. In de crypte onder het hoogkoor bewaart men twee monstransen: een van Lodewijk XI en een ander van Hendrik VIII van Engeland. Volgens een legende zou zelfs Karel V een monstrans aan de kerk geschonken hebben als dank voor een overwinning op de Moren.

Lodewijk heeft zijn monstrans in het begin van zijn verblijf in de Nederlanden aan het kasteel van Genval geschonken. De schenking in 1457 of net erna en het ontbreken van een verwijzing naar Joachim erop in de vorm van een tekst en/of een afbeelding van de overledene wijst erop dat de monstrans niet naar aanleiding van het overlijden aan de kerk geschonken is. Hoe en waarom ze in de Halse kerk terecht kwam, is niet geweten. Ze is van zilver en verguld zilver en is 53 centimeter hoog.

De afgebeelde symboliek is erg duidelijk, zowel op werelds als op religieus gebied. Op de subtiele en gecompliceerde zeshoekige sokkel bevindt zich het wapenschild van Lodewijk. De drie lelies van het Franse koninkrijk vallen op.

Joachim, de tweede zoon van Lodewijk XI, ligt begraven in de kerk in Halle – Foto: CC

Centraal op de sokkel staat een opengewerkte ronde schijf. Twee figuren die met gevouwen handen bidden, zitten geknield aan de uithoeken ervan: links Lodewijk en rechts zijn echtgenote Charlotte van Savoye. De cirkel geeft een schematische voorstelling van de wereld. Een omgekeerde T valt op. Aan de bovenste helft van de globe en aan het horizontale deel van de T hangen banderoles. Op die tekstballonnen-avant-la-lettre kan men de namen van de in de vijftiende eeuw gekende werelddelen aflezen: Afrika, Azië en Europa. De oriëntatie is ongewoon, op het oosten gericht zodat Azië zich onderaan bevindt, terwijl Europa en Afrika erboven, respectievelijk rechts en links, liggen.

De werelddelen zijn van elkaar gescheiden door de twee balken van de T. Ze beelden de wateren die de werelddelen nog steeds van elkaar scheiden, uit. Die wateren zijn de Don, de Nijl en de Middellandse Zee.

Op de platte wereldschijf prijkt een kruis. Door de omgekeerde T lijkt het alsof het kruis verlengd wordt en als het ware vanuit het centrum van de wereld in de richting van de hemel of het paradijs reikt. De combinatie van god die in de hemel heerst, en zoon die een aards leven geleid heeft en een mensenkind was, wordt erdoor geaccentueerd.

Centraal in het kruis, op de plaats waar de horizontale en verticale balken elkaar kruisen, bevindt zich een cirkel. Hij is afgedekt met glas waarachter een hostie bewaard werd. De hostie die niets anders dan (het lichaam van) Christus is, lijkt op een leven-gevende zon waaruit vier keer drie lichtjes-golvende stralen die in punten eindigen, vertrekken. Elke straal staat voor een apostel. Dit is geen toeval: de apostelen waren immers aanwezig bij het laatste avondmaal, de voorbode van de eucharistie, toen Christus brood en wijn of zijn lichaam en zijn bloed voor de mens gegeven heeft. Die symbolische offergave is enkele dagen later door een echt offer van leven gevolgd. De stralen wijzen erop dat zij het geloof van Christus in alle richtingen en naar alle volkeren uitgedragen hebben.

De uithoeken van het kruis hebben de vorm van lelies die verwijzen naar de zuiverheid van Christus. Aan de voorzijde zijn de symbolen van de evangelisten of de tetramorf weergegeven: Johannes als adelaar, Lucas als stier, Marcus als leeuw en Mattheüs als engel of mens. Aan de achterzijde zijn Ambrosius, Augustinus, Gregorius de Grote en Hiëronymus of de vier westerse kerkvaders afgebeeld.

Het kruis staat symbool voor de kruisiging van Christus. Dit blijkt overduidelijk uit de aanwezigheid van twee staande figuren met gevouwen handen van de rand van de wereldschijf, die bij de dood van Christus aanwezig waren: Maria en Johannes.

De gebruikte iconografie is niet vreemd in de Gotische en Renaissancistische religieuze kunst. Ik beperk me tot de Sint-Martinuskerk. De kerkvaders zijn weergegeven op de Gotische doopvont uit 1446 en op Gotische kraagstenen en op het Renaissancistische retabel uit 1533 in de Trazegnieskapel. De twaalf apostelen van rond 1410 bevinden zich boven het hoogkoor ter hoogte van de laagste verdieping van het dubbele triforium: van daar wonen ze zoals eeuwen geleden de eucharistie bij. Het triomfkruis uit het midden van de vijftiende eeuw dat schip en laagkoor scheiden, toont de symbolen van de evangelisten en de vier kruisvaders en lijkt wel een soort voorloper van Lodewijks monstrans.

Prentkaart uit het begin van de twintigste eeuw van de monstrans van Lodewijk XI
Het triomfkruis die nu opgehangen is, steunde ooit op een horizontale balk. Links en rechts van het kruis stonden toen beelden van Maria en Johannes op een horizontale balk van dat kruis. Lang werd gedacht dat de monstrans in een Brussels atelier gemaakt is. In 1996 heeft men het werk na een studie van keurmerken kunnen toeschrijven aan goudsmid Pierre Rasoir uit Valenciennes in het noordwesten van Frankrijk, toen deel van het uitgestrekte Bourgondische rijk.

Het belang van de Halse monstrans kan niet ontkend worden. Ze is samen met een reliekschijn in de vorm van een arm, van Karel de Grote dat zich in Aken bevindt de enige kerkelijke gift van Lodewijk die bewaard is. In 24 januari 2003 vaardigde Vlaamse Gemeenschap een decreet uit om roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang onder te brengen op een “Topstukkenlijst”, te raadplegen op www.topstukken.be. Op 23 januari 2012 werd de monstrans van Lodewijk XI wegens haar uitzonderlijke hoge kwaliteit en haar bijzonder vormgeving, aan de lijst toegevoegd.

Van een valk in verguld zilver door Lodewijk als ex-voto gegeven uit dank voor een verloren gewaande jachtvalk die net als de monstrans een fortuin gekost moet hebben, is geen spoor meer te bekennen. De reden van verdwijning en de plaats waar het zich zou bevinden, zijn spijtig genoeg niet geweten.

Rik Wouters
Toeristische gids voor Vlaanderen, Barcelona
en gidsingen op aanvraag én maat
e-mail: rik.wouters@pandora.be

Pontificale van de Mariakerk - UUBij Museum Catharijneconvent in…
Artistieke impressie van een atoomkernDe Radboud Universiteit in Nijmegen…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier