De vrouw achter de man: Mary Stuart II (deel I)

Mary Stuart op vijftienjarige leeftijd, 1677 (Nicolaes Maes)

Bij het eerste afscheid van Willem, eind oktober 1688, meende Mary dat zij haar man nooit meer zou terugzien. Mary keek haar echtgenoot diep in zijn donkere, fonkelende ogen. Het hartenleed dat zij toen onderscheidde, verwoestte haar vertrouwen in de hele onderneming. Ze huilde niet. Haar tranen hadden overvloedig gevloeid in de salon op het Binnenhof, vlak nadat Willem zijn curieuze verzoek aan Mary voor het eerst had uitgesproken. Ook dit maal nam Willem haar hand in de zijne en kuste die zacht.

De meesten van de omstanders staarden naar de grond. Willem kende de angsten van zijn vrouw en behoedzaam fluisterde hij dat wat hij haar in Den Haag had gesmeekt. Dat voor het geval het God believen zou dat zij elkaar niet weer zouden zien, Mary moest hertrouwen op voorwaarde dat hij geen papist was. Het is een opmerkelijke uitspraak omdat Willem in het dagelijks leven



Mary als koningin (Sir Peter Lely)

deze kieskeurigheid niet aan de dag legde. Verre van dat.

Op zijn vrouw en schoonzus prinses Anne na, was Willems halve schoonfamilie katholiek. We weten dat Willem er, geheel in de traditie van Oranje, een tolerante levensbeschouwing op nahield. Zijn internationale leger telde talloze soldaten en officieren van katholieke signatuur, evenals zijn entourage. Het leek hem weinig uit te maken.

In het verhaal dat ik over de glorieuze revolutie vertel, is tot nu toe geen plaats voor prinses Mary Stuart II en haar huwelijk met de Stadhouder Koning geweest. Maar tijdens het schrijven ben ik er achter gekomen dat het verhaal haar niet per se hoeft uit te sluiten. De twee werden immers sámen gekroond tot koning en koningin van Engeland, Wales, Schotland en Ierland in 1689; de eerste tweekoppige monarchie in Europa, de moderne wereld. Oranje – Stuart Inc. bevestigde het definitieve einde van de Nederlandse heerschappij op zee en maakte van Engeland, Wales en Schotland een Verenigd Koninkrijk dat haar invloed in de verste uithoeken van de Nieuwe Wereld liet gelden. Met andere woorden, Mary Stuart laat zich niet schrappen, net zo min als het vormelijke huwelijk dat zij in 1677 sloot met haar neef Willem van Oranje. Hun verbintenis was een voldongen feit, bekokstoofd door haar oom, koning Karel II, en meer nog door Willem zelf, die louter geopolitieke belangen had.

Historische bronnen zijn over de linie genomen positief over dit huwelijk. En hoewel de vooruitzichten weinig rooskleurig waren, ontwikkelde zich in de loop van de tijd een unieke band tussen neef en nicht. Ook Mary zelf schreef innig en warm over Willem hoewel we de indruk krijgen dat zij vele momenten van eenzaamheid kende. Willem was zelden thuis.

Aanvankelijk pasten de twee niet bij elkaar. Natuurlijk was er het leeftijdsverschil van twaalf jaar; Mary was een puber en Willem een man gehard door oorlog. Willem was niet moeders mooiste en Mary was daarentegen graag gezien. Terwijl haar neef op de slagvelden in de voorste linies vocht voor Europa in zijn Alliantie tegen Frankrijk, speelde zij verstoppertje in de tuinen van Richmond.

Willem leed aan astma en hoestte vaak, liep voorovergebogen waarbij zijn bochel per jaar in omvang toenam. Mary stak ruim een hoofd boven hem uit en bewoog als een gazelle.

Terug naar 30 oktober 1688. De publieke belangstelling voor de indrukwekkende aftocht was enorm. Veel verder dan tien mijl buiten Goeree kwam de armada niet. Een vliegende storm, met stortregens en onweer, dreef de zeemacht uit elkaar. Hij dwong de kapiteins huiswaarts te keren ‘en de schepen quamen dicht voor Hellevoetsluys ten ancker.’ (1)

De meeste soldaten wilden aan land en al snel waren alle herbergen, huizen en schuren overbevolkt. Het weer bleef slecht en de inwoners van de omliggende dorpen begonnen misbruik te maken van de situatie door woekerprijzen te vragen. Dit liep zo uit de hand, dat de Staten een lijst lieten drukken met maximumprijzen per overnachting; 18 stuivers, met schone lakens. (2)

William en Mary

In de literatuur wordt meestal licht gesproken over de mislukte poging om naar Engeland te varen en vooral van geringe verliezen: geen enkele dode en alleen de ‘Provincie van Utrecht’ viel uit. Maar dit was betrekkelijk. In de ‘Staet van onkosten’ werd gesproken van een verlies van 1064 paarden. De dieren waren een vreselijke verdrinkingsdood gestorven en Willem was daar zeer melancholiek over.

Groen van zeeziekte verliet Willem het vlaggenschip de ‘Den Briel’ en nam zijn intrek in herberg ‘De Stadt van Dordt’. Hier stelde hij zich op de hoogte van de verliezen en krabbelde in aller ijl twee korte brieven aan Mary in Den Haag.

Kroning van William en Mary

In Den Haag lag Mary doodziek op bed. Ze ontwikkelde een hoge koorts tijdens het noodweer dat over Zeeland en Holland raasde. Haar angsten over het wel en wee van haar man deden haar woelen in de doorweekte lakens.

Mijn onrust gedurende de storm toen ik geen enkel bericht van de Prins kon ontvangen was onbeschrijflijk. Al wat ik zeggen kan is, dat ik heb ondervonden hoe hard en hoe verschrikkelijk het is zozeer lief te hebben als de geliefde niet aanwezig is (3)

Dokter Charles Drelincourt tapte Mary acht ons bloed af, maar zolang de storm de vensters deed rammelen en huilde door de spleten en kieren ven het gebouw, moest de arts constateren dat ook dit niet het gewenste resultaat bracht. Drelincourt was de wanhoop nabij.

De redding kwam van een gezant. Aan het gezicht van de man te zien, was het een goed bericht. De vluchtig genoteerde zinnen van Willem genazen de prinses. Willem vroeg of Mary zo snel zij kon naar Den Briel te komen. Dezelfde dag bezocht zij een dienst en had moeite zich te concentreren.

Dit (het toekomstig weerzien met Willem in Den Briel) veroorzaakte te veel vreugde want het vervulde mijn gedachten zo sterk, dat ik niet de nodige aandacht had voor de preek die ik die dag aanhoorde.

Constantijn Huygens

In Londen werd het fiasco van de prins van Oranje met veel leedvermaak opgemerkt. De koning maakte zijn bekende grapje: ‘The wind has declared itself popish!’ Willem zelf zette zich over deze tegenslag heen. Zoals van hem te verwachten viel, gaf hij ook dit maal niet op. Hij slaagde er zelfs in zijn entourage op te vrolijken.

Pas op 6 november ging de storm liggen. Constantijn Huygens, de secretaris van Willem, hees zijn oude lichaam naar de bovenste etage van het huis van de Gecommitteerde Raden en klom op het dak om Den Haag te kunnen zien. Huygens leed nu al aan heimwee!

Slechts twee uur bleef Willem in Den Briel. De tijd drong en maakte hem ongedurig. De weg van Hellevoetsluis naar Den Briel was zo erbarmelijk geweest, dat hij bij de terugreis rekening moest houden met oponthoud. Mary was ontroerd, gebroken zelfs.

Dit tweede afscheid was voor mij nog verschrikkelijker dan het eerste en toen hij mij verliet was het alsof iemand mij het hart had uitgerukt. (4)

Vertrek van de prins – Simon Fokke, 1712 (Rijksmuseum)

Onbeweeglijk bleef zij achter in de kamer; alleen met haar verdriet en haar gebeden. Pas na anderhalf uur stond zij op. Buiten hoorde zij van een kerkdienst en ging er heen.

De volgende ochtend werd een dienst voor het succes van de expeditie gehouden. Nadien beklom Mary de 315 treden van de toren van de kerk om de vloot te zien uitvaren, maar ze zag enkel masten. Hierna keerde zij terug naar Den Haag waar haar leven een bijna kloosterlijk patroon aannam met zelfgekozen afzondering en driemaal daagse godsdienstoefeningen.

Tot 10 november bleef de vloot nog voor anker. Pas toen de wind noordoostelijk draaide, brak het moment aan van vertrek. Na het middaguur ging Willem een tweede keer aan boord van de ‘Den Briel’. Dit maal blies een Protestantse wind de vloot van de prins en zijn bondgenoten met groot gemak door de Straat van Dover. De Fransen hielden zich gedeisd.

Het zou drie maanden duren voordat Mary haar Willem terugzag. Met Mary ben ik trouwens niet klaar. Ik zal dieper ingaan op haar jeugd en haar eerste ontmoeting met de kleine prins van Oranje, het huwelijk en haar invloed op Willem.

Dit is het vijfde artikel in een serie blogs van Yolande van der Deijl rond de Glorieuze Revolutie. Het is onderdeel van de website: the Orange Way. Een overzicht van de al geplaatste blogs is hier te vinden.

1 – Jacqueline Doorn, De vrouw van de stadhouder-koning, Mary Stuart II, 1662 – 1694, p. 151
2 – Drs Arjen van der Kuijl, De Glorieuze overtocht, p. 56
3 – Jacqueline Doorn, De vrouw van de stadhouder-koning, Mary Stuart II, 1662 – 1694, p. 151
4 – Ibid. p. 152

Auteurs

Gerelateerde uitgaven: BETA

Gerelateerde berichten

Top