Een Vlaamse Waffen-SS’er op de vlucht

In 1942, in volle oorlog, besluit de negentienjarige Vlaming Louis Willems*, zich als vrijwilliger aan te melden bij de Waffen-SS. In zijn na de oorlog neergepende memoires vertelt hij over zijn motieven en over de vlucht die hij na de oorlog ondernam. Terugkeren naar het bevrijde België was voor collaborateurs die aan repressie en vervolging wilden ontsnappen, immers geen optie.

Het is 1942. Louis is 19 jaar, wanneer hij op een ochtend afscheid neemt van zijn ouders en zegt dat hij naar de vroegmis gaat. In werkelijkheid spoort hij naar Antwerpen waar hij zich aanmeldt bij de Werbungsstelle van de Waffen-SS. Het zou tot 1950 duren voor hij weer voet op Belgische bodem zou zetten. Na de oorlog schrijft Louis zijn oorlogservaringen op in zijn memoires. Angstvallig bewaard door zijn nabestaanden, kon ik met hun toestemming deze egodocumenten inkijken en zo een stuk geschiedenis van de vergetelheid redden.

“Op deze derde mei 1945, werd ik door de Amerikanen krijgsgevangenen genomen. In werkelijkheid wou dat zeggen: wij gaven ons over aan de Zevende Amerikaanse Pantserdivisie. Dat was ten westen van Schwerin, tussen Lützow en Gadebusch.”

Zo begint Louis zijn neergeschreven relaas. Het einde van de Tweede Wereldoorlog was voor veel mensen een moment van opluchting. Voor hem betekende het echter de start van een jarenlange omzwerving vol onzekerheid. Tijdens deze tocht, die meer dan duizend kilometer zou omvatten, was zijn voornaamste zorg om in het ontwrichte naoorlogse Duitsland uit de handen te blijven van de geallieerden. Een snelle terugkeer naar België was immers niet mogelijk. Deze bijdrage vertelt het vaak onwaarschijnlijke vluchtverhaal van een Vlaamse collaborateur, wiens memoires een unieke inkijk geven op de verwarrende nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Door zijn ogen herbeleven we enkele van de meest turbulente pagina’s van de recente geschiedenis.

The Great Escape

Na tien dagen in Amerikaans krijgsgevangenschap hebben Louis en twee van zijn kompanen er genoeg van. Tijdens hun korte periode in het kamp komt het trio te weten dat er een verzamelkamp voor buitenlanders was opgericht in de buurt van de Lüneburger Heide, en ze besluiten daar naartoe te trekken. Slinks als ze zijn vinden ze al snel de mazen in het net van de lakse Amerikaanse bewaking en kiezen het hazenpad. Louis is er zich volledig van bewust dat de oorlog er voor hem op zit, maar toont geen enkele wroeging.

- advertentie -

“Op deze avond besloten wij te vluchten. De wachtaflossing was altijd om middernacht! Na een half uur lag alles in de grootste kalmte! Tegen die tijd waren onze bewakers bijna ingedut. Alles wat we mee konden nemen, had ieder voor zich zelf samengebundeld in een rugzak of in een Zeltplane. Onze burgerkleding stak daar ook in. Wij wilden doorzetten naar een Ausländer-verzameloord in de nabijheid van Gadebusch. De afstand moest zo een zeven à acht kilometer bedragen. Links van ons lag op een honderdtal meter afstand een verhoogd gelegen spoorweg. Zo konden wij in het donker van de nacht, gemakkelijk de goede richting behouden. Om 0.30 op 13 mei na tien lange dagen Kriegsgefangenschaft trokken wij er vanonder! Innerlijk onze Amerikanen bedankend om hun goodwill en in het bijzonder om hun grote naïviteit. Wie van ons voelde zich schuldig tegenover een Staat die volledig gecapituleerd had? Die voor ons niet meer bestond. Wij hadden de plicht aangevoeld ons vrijwillig te melden in die grote kamp om Europa. Uit eer en overtuiging! Nu de oorlog voorbij was, stonden wij plots in een nieuw gevecht. Een gevecht voor ons zelfbehoud. Het zou niet gemakkelijk zijn, er zich door te slaan. Ons zelf te handhaven tegen de nieuwe machthebbers. De Engelsen of Amerikanen, die ons met plezier aan België zouden uitleveren. Wij moesten ons zelf bevestigen. Bewijzen, niet dat wij sterker waren – dat was onmogelijk – maar dat wij ergens meer Köpfchen (verstand) hadden!”

De Waffen SS als elite?

Detail van een wervingsposter voor de Waffen-SS die in Vlaanderen werd verspreid

Papieren

De drie worstelen zich door versperringen van prikkeldraad en zwemmen een rivier over. Ze ontdoen zich van hun SS-uniform en slagen er in, in burgerkledij, het kamp te bereiken. Onze protagonist wordt er als oorlogsvluchteling ondergebracht en beschrijft de Engelsen, die er de plak zwaaien, als fair en sympathiek. Ze krijgen er een copieuze maaltijd voorgeschoteld.

Na enkele dagen komt Louis te weten dat in het gemeentehuis van het nabijgelegen Soltau voorlopige identiteitsbewijzen worden afgeleverd aan oorlogsvluchtelingen. Een buitenkans! Zonder veel problemen krijgt hij toelating van de Engelse commandant om het kamp tijdelijk te verlaten. Al wandelend en liftend trekt Willems naar Soltau. Voor Louis staat het buiten kijf dat hij zich moet voordoen als een Belgische vluchteling, en zijn achtergrond bij de SS moet verbergen. Hij laat meteen een armband maken in de Belgische driekleur, maar belangrijker nog wil hij zo snel mogelijk een identiteitsbewijs te pakken krijgen, zodat hij zich tenminste in het openbaar kan vertonen. In Soltau aangekomen krijgt Louis zonder al te veel poespas een voorlopig Personal Ausweis, inclusief schuilnaam, geboorteplaats en adres. Op de terugweg kruist Louis een autocolonne van het Belgische Rode Kruis. Als hij een man opmerkt in een aalmoezeniers-uniform, ziet hij zijn kans schoon om even te peilen naar de toestand in België. Hij laat zijn pose als Belgisch vluchteling vallen, doet zich voor als een Duits oudgediende van de Wehrmacht en spreekt de geestelijke in feilloos Duits aan. De man schetst Louis een beeld van de keiharde naoorlogse straatrepressie in België. Deze cruciale info doet Willems besluiten niet meteen naar België terug te keren en het zo lang mogelijk in Duitsland uit te zingen.

“Ten slotte bleek die aalmoezenier een pater kapucijn te zijn uit Brugge! Ik kon hem wijsmaken, dat ik in de jaren veertig en eenenveertig als soldaat bij de Deutsche Wehrmacht, in Ostende und Zeebrugge – an der Nordsee – was geweest. Schönes Land, Belgien. Und Brügge! Dort war ich auch gewesen. Sehr schöne Stadt Brügge. De pater vond dat ‘sehr interessant’. Ik lachte. Deed alsof ik mij alles sehr gut herinnerde. Alsof het eerst gisteren was gebeurd. Schöne Mädchen hat es dort gegeben in Flandern. ‘Zo! Werkelijk?’, vroeg de pater. Die zijn daar nu allemaal hun schoon haar afgeschoren. Alle die zich met Duitse soldaten hebben ingelaten. Het duurde maar enkele minuten en ik wist hoe het er in Vlaanderen na de bezetting door het Canadees leger uitzag. Die pater had niet het minste vermoeden hoe nuttig hij voor mij was geweest. Mijn besluit stond nu zeker vast. Niet onmiddellijk terug naar België!”

Weerzien met oorlogsbruid

Louis ontmoet in Soltau ook een andere Belg, Johan, die naast een Duits Ausweis ook een identiteitsdocument uitgegeven door de Amerikanen bij zich had. Hij memoriseert de tekst die hier op staat, typt een identiek document voor zichzelf en vervalst fluks de handtekening van de Amerikaanse officier op het authentieke document. Gewapend met twee ‘officiële’ identiteitsdocumenten besluit Louis na ongeveer een maand bij Johan en zijn vrouw door te reizen naar het Beierse stadje Weiden. Hier had hij tijdens de oorlog een Braut, een oorlogsvriendin, Anni leren kennen. Op een fiets die hij van vrienden in Soltau heeft geleend, begint Louis zijn tocht richting het zuiden. In een door oorlog verwoest Duitsland, over grotendeels onverharde wegen, dwars door het heuvelachtige Beieren. Aanvankelijk kan hij zich vrij verplaatsen. Na de eerste dag heeft hij naar eigen zeggen al 150 kilometer afgelegd en kan hij op een hofstede de nacht doorbrengen. Naarmate zijn reis vordert, komt hij steeds meer Amerikaanse legervoertuigen tegen en het komt dan ook onvermijdelijk tot een confrontatie met een Amerikaanse G.I. Louis laat zich niet uit het lood slaan en paait de soldaat met het feit dat hij familie had die in de VS woonde. Verder dist hij een fabeltje op dat zijn vrouw in de nadagen van de oorlog België was ontvlucht en op zoek was gegaan naar hem. Hij maakt de soldaat wijs dat zij zich ziek en zwanger verderop in Beieren bevond.

Saillant detail is dat Louis na deze ontmoeting het bloedgroepteken dat ingekerfd stond in zijn linker onderarm, met een scheermesje uit zijn vel snijdt. Dit hulpmiddel voor eventuele bloedtransfusies was immers een gekend gebruik van de Waffen-SS. Deze fysieke herinnering aan zijn collaboratie was Louis liever kwijt dan rijk. Na een calvarietocht van ongeveer 530 kilometer komt Louis aan bij zijn Anni. Het weerzien is echter een grote schok. Zijn vriendin heeft een hoofdwonde, heeft een opgezwollen gezicht en heeft te kampen met een shock en depressie. Bij hun doortocht richting Tsjechische grens waren de Amerikaanse troepen nog op enkele haarden van Duitse weerstand gestuit, met zware schermutselingen en enkele doden tot gevolg. Enkele Amerikaanse soldaten konden dit moeilijk verkroppen en één van hen had geprobeerd Anni aan te randen en haar zware slagen en verwondingen toegebracht. Ze was volgens Louis gebroken en volledig in zichzelf gekeerd. Louis beseft ook dat veel inwoners van Anni’s dorp hem tijdens de oorlog hadden gezien in uniform en wisten dat hij officier was bij de Waffen-SS. Eén anonieme melding bij de Amerikanen was genoeg om hem te verlinken. Zijn grootste vrees is zich weer te moeten aanmelden bij de plaatselijke overheid en aangehouden te worden door de ‘Ammis’. Bovendien wist hij dat vele van zijn nazi-collega’s bij hun arrestatie door de Amerikanen alsnog aan de Russen waren uitgeleverd en naar Siberië waren getransporteerd. Een doemscenario dat ons hoofdpersonage absoluut wil vermijden.

“Nu was het ogenblik van de waarheid aangebroken. Ik: onmiddellijk mijn voorbereid verske aan het opdreunen. Dat ik een Belgian Civilian was. No German! En ik wees op mijn driekleur-armband. Dat ik op weg was naar huis. To Home. Belgium! Dat ik echter eerst mijn vrouw wilde gaan halen. My Wife. Dat zij ziek en ook zwanger was. Seak and pragned (sic). En dat ik heel veel familie had in the States. Die familie die woonden alle in Illinois. In Lake Forest. Stel u voor. Nu is die Amerikaan daar ook uit deze streek! Hij is van ginder achter. Ik kan zomaar van Lake Forest vertellen, alsof ik er altijd gewoond heb. Ondertussen schoof ik hem mijn Amerikaanse reispas tussen zijn pollekens. Van louter herinneringen op te halen aan zijn Illinois, bekeek hij niet eens mijn Pass. Of toch maar half en half. Gaf mij dat voddeke papier terug en zei: ‘Okay boy’. Ik had toen nog het lef om hem een paar sigaretten te vragen! Hij greep in zijn borstzakje van zijn uniformjas: Overhandigde mij een bijna vol pakje Camel.”

Nieuw leven voor oud-SS’er

Uw plaats is nog vrij... in de Waffen SS (Geheugen van Nederland)

Uw plaats is nog vrij… in de Waffen SS (Geheugen van Nederland)

Louis wil naar eigen zeggen Anni en haar familie niet tot last zijn, maar is dus in de eerste plaats bang weer in krijgsgevangenschap terecht te komen. Een directe terugkeer naar België is ook geen optie aangezien dit volgens hem zijn onmiddellijke aanhouding zou betekenen. Zijn enige optie is weer het hazenpad te kiezen en te vluchten naar ergens waar men hem nog nooit in uniform had gezien. Als een deus ex machina schiet hem de naam Müller te binnen. De familie wiens zoon tijdens de oorlog ingekwartierd zat bij de ouders van Louis. Meteen staat de volgende etappe van zijn vlucht uitgestippeld.

Op 22 augustus 1945 is Louis een kleine vier maanden op de vlucht en heeft hij per fiets iets meer dan 1000 kilometer afgelegd. Uitgeput komt hij aan op het erf van de familie Müller in Niederbayern. De oudste zoon van de familie was na de oorlog niet teruggekomen en was waarschijnlijk in Amerikaanse handen gevallen. De benjamin van het gezin, Lorenz, die bij Louis thuis had verbleven, was kort na de geallieerde invasie ingezet aan het front in Italië en was daar gesneuveld. Aangezien ook vader Müller al voor de oorlog was gestorven stonden moeder en dochter Müller er alleen voor. Aanvankelijk is Louis niet meer dan een erg welkome werkkracht, maar al snel wordt hij er gekoesterd als een echte zoon. Voor het eerst in jaren heeft de oud-Waffen-SS’er het gevoel weer ergens thuis te zijn en kan hij de oorlog, weliswaar gedeeltelijk, achter zich laten…

Louis leert niet veel later in Steinberg zijn toekomstige echtgenote Michaëla kennen. Het koppel settelt zich en hun zoon wordt geboren in 1948. In 1950, Louis is al ruim acht jaar in Duitsland, krijgt Louis slecht nieuws van het thuisfront: zijn moeder ligt op sterven. Geschokt door dit feit besluit Louis met zijn gezin terug te keren naar België. Zijn vader zou het gezinnetje Willems uiteindelijk in juli van dat jaar komen ophalen in Beieren en slaagt er in hen over de Belgische grens te smokkelen. De periode in Duitsland zit er vanaf dan ook op voor Louis.

Vigor Clius~ Vigor Clius – Pieterjan Vinck

* Om privacyredenen zijn alle namen in dit artikel vervangen door pseudoniemen

Meinoud Rost van Tonningen
Onthullend en informatief. Dat is de biografie Rost van Tonningen. Fout tot…
Haven van Bremen: katoen uit de VS, 1949 (Bundesarchiv)
De geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland (BRD), die in 1949 op de…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Yuri Visser

About Yuri Visser

view all posts

Yuri Visser (1979) is de oprichter van Historiek. Vanuit Ermelo - waar hij samen met zijn partner en dochter van 4 woont - voert hij redactie over het platform (en de aanverwante projecten). Email: yurivisser@gmail.com | Twitter: yvisser



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: