Europese Joden voor de Tweede Wereldoorlog

Aan de vooravond – Bernard Wasserstein

Over de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn boekenkasten volgeschreven. Maar hoe ging het eigenlijk met de Joden in de periode voordat die catastrofale oorlog uitbrak? Historicus Bernard Wasserstein deed hier onderzoek naar. Volgens maand verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam zijn boek Aan de vooravond. Europese Joden voor de Tweede Wereldoorlog. Op Historiek publiceren we de inleiding van dat boek:

Aan de vooravond

Er waarde in de jaren dertig een spook door Europa: het spook van de Jood. Het werd zowel gevreesd als veracht als de moordenaar van Christus, een gehoornde duivel, een revolutionaire radicaal en een kapitalistische uitbuiter, een onverbeterlijke aanhanger van een achterhaald geloof en een slinkse vertegenwoordiger van het modernisme. De Jood werd alom beschouwd als een vreemde verschijning. Hij werd steeds meer uitgesloten van het maatschappelijk leven en geschuwd in de sociale omgang. Zo werd de Jood omgetoverd van een medeburger tot een boeman, een onmens dat op zijn best onaangenaam was, en uiteindelijk bijna overal tot een opgejaagd beest. Al voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gold dat niet alleen voor de delen van Europa die al onder het bewind van de nazi’s stonden, maar voor het grootste deel van het continent.

In de jaren twintig leken de Europese Joden deel uit te maken van een levendige, dynamische en florerende gemeenschap. Voor het eerst in de geschiedenis werden ze als volwaardige burgers erkend in de landen waar ze woonden. In een groot deel van het continent, vooral in West-Europa en de Sovjet-Unie, klom een ambitieuze, meritocratische middenklasse snel op de maatschappelijke ladder. Joden vormden de hoogst opgeleide etnische groep van Europa. Ze blonken uit in de wetenschap, schitterden in het theater en de literatuur en gaven de toon aan in het muziekleven. Maar dit boek biedt geen herhaling van zetten over wat vaak als de ‘bijdragen’ van de Joden aan de Europese cultuur en samenleving uit die tijd wordt betiteld. Dat verhaal is bekend.

“In de zomer van 1939 zaten er buiten het Derde Rijk meer Joden in kampen dan in het Derde Rijk zelf.”

In de korte tijdsspanne van twee decennia tastte een dramatische verandering de maatschappelijke positie van de Joden aan. Al in 1939, voordat de nazi’s besloten tot volkerenmoord over te gaan, was het Europese Jodendom de ondergang nabij. In grote delen van het continent waren de Joden hun burgerrechten ontnomen en stonden ze op het punt te worden uitgestoten. In demografisch opzicht dreigden ze in een neerwaartse spiraal te belanden die volgens sommige tijdgenoten wel moest uitlopen op ‘raciale zelfmoord’. Het overgrote deel van de Joden in Midden- en Oost-Europa was vervallen tot afschrikwekkende armoede – en dreigde nog verder te verpauperen. Als een volk van winkeliers waren de Joden overtollig geworden, en dat gold evenzeer in de Sovjet-Unie, waar de vrije markt was afgeschaft , als in uitgesproken nationalistische landen, waar werd geklaagd dat Joden die markt domineerden. De Sovjet-Unie bood Joden tenminste nog de mogelijkheid van homo economicus in stalinistische modelarbeider te veranderen; Duitsland, Polen en Roemenië beschouwden de Joden als ontaard en eisten dat ze vertrokken.

Een groot deel van de verklaring lag bij het antisemitisme. De oorsprong van de antipathie tegen de Joden is uit-en-ter-na bestudeerd. Het is niet mogelijk de Joden in deze periode ter sprake te brengen zonder te verwijzen naar deze diepgewortelde vijandschap in de Europese beschaving. Maar dat is niet het belangrijkste thema van dit boek. Dat zijn de Joden zelf, niet hun vervolgers.

Het antisemitisme biedt op zichzelf ook geen bevredigende verklaring voor de hachelijke situatie van de Joden. De Joden waren in hoge mate het slachtoffer van hun eigen succes. Of het nu in de Sovjet-Unie was, in Polen, Duitsland of in Frankrijk: overal verklaarden Joden zich trouw aan het land waarvan zij de ingezetenen waren. Maar hoe meer ze zich op hun pas verworven gelijkheid voor de wet lieten voorstaan en hoe meer ze de nationale cultuur in hun land omarmden, des te meer afschuw en uitsluiting leken ze over zichzelf af te roepen. Velen probeerden vervolgens nog meer afstand te nemen van hun achtergrond, in de hoop zo alsnog stilzwijgend door hun medeburgers te worden geaccepteerd. Wanneer ze met onverholen haatgevoelens werden geconfronteerd kozen ze het pad richting collectieve vergetelheid, dat de enige uitweg bleek om als individu te overleven.

Als gevolg daarvan raakte de Joodse cultuur in het slop. Het aantal actieve gelovigen nam af en vooral de orthodoxe Joden zagen de leegloop met lede ogen aan. Seculiere alternatieven die het geloof als de kern van de Joodse identiteit mogelijk konden vervangen, moesten steeds meer wijken voor de schijnbaar onstuitbare krachten van aanpassing aan de niet-Joodse wereld. De culturele lijm die Joden lange tijd bijeen had gehouden begon zijn bindende kracht te verliezen. De neergang van Joodse talen als het Jiddisj en het Judeo-Spaans was in dat opzicht een teken aan de wand.

“De Europese Joden van de jaren dertig speelden wel degelijk een actieve rol in hun eigen geschiedenis, hoewel ze te vaak anders zijn neergezet.”

De Joden ervoeren aan den lijve dat assimilatie en acculturatie in een werelddeel dat in de jaren dertig in de greep was van een economische depressie en van racistisch ressentiment hen niet verder hielpen op weg naar acceptatie, maar juist alleen maar meer haatgevoelens opriepen. Dit boek gaat dan ook over een volk dat zich voor een onmogelijk dilemma geplaatst zag.

Hoe zag de Europese Jood er in de jaren dertig uit? Of liever – nu het idee van een enkel nationaal, etnisch of religieus type, zoals destijds gebruikelijk, onhoudbaar is geworden – hoe zagen de Europese Joden er in de jaren dertig uit? Waren ze een groep losse individuen, of deelden ze, of sommigen van hen, bepaalde idealen, toekomstverwachtingen, uitgangspunten, herinneringen, verwachtingen, angsten? Kort gezegd, kunnen we collectieve Joodse mentaliteiten ontwaren? Welke waarden deelden ze? Waren ze deel van een en dezelfde cultuur, of vormden ze eerder een geheel van subculturen? Kunnen we bepaalde Joodse milieus schetsen, in geografische of sociale zin, of als plaatsen in de verbeelding? Bestond er zoiets als Joodse literatuur, muziek of beeldende kunst? Hoe hecht waren de Joodse gemeenschappen? In welke mate slaagden Joden erin sociaal kapitaal op te bouwen, netwerken in de vorm van instituties als politieke partijen, belangenorganisaties, liefdadigheidsinstellingen, ziekenhuizen, scholen, kranten en dergelijke? Was de Jood iemand die lijdzaam de invloeden van een vijandige omgeving moest ondergaan, of kon het individu – alleen of samen met anderen – proberen ten minste enige invloed uit te oefenen op de dreigende grillen van het lot?

Mijn antwoord op die laatste vraag luidt in ieder geval bevestigend, al stonden de gevolgen tragisch genoeg vaak niet in verhouding tot de geleverde inspanningen. De Europese Joden van de jaren dertig speelden wel degelijk een actieve rol in hun eigen geschiedenis, hoewel ze te vaak anders zijn neergezet. Ze verzetten zich met alle beschikbare middelen tegen wat velen destijds al beschouwden als een bedreiging van hun voortbestaan.

Jodenbuurt in Amsterdam – Eduard Alexander Hilverdink, 1889

Ze zagen zich geconfronteerd met een gemeenschappelijke dreiging, terwijl ze allesbehalve een monolithische groep vormden. Op economisch vlak varieerden ze van een kleine elite van rijke plutocraten tot hele horden verpauperde marktkramers, straatventers en bedelaars. Een forse minderheid, vooral in Midden- en Oost-Europa, was strikt orthodox; anderen, vooral in West-Europa en de Sovjet-Unie, waren vergaand geseculariseerd; het merendeel respecteerde de traditie, maar bepaalde zelf de mate waarin het geloof in het dagelijks leven een rol speelde. In politiek opzicht waren de Joden sterk verdeeld, maar geen van de ideologieën die ze aanhingen, of het nu het liberalisme was, het socialisme of het zionisme, bood een oplossing voor hun hachelijke toestand. En ook de utopische plannen voor de kolonisatie van allerlei exotische plekken op aarde boden geen uitweg uit hun benarde positie.

In de jaren vóór 1939 zagen steeds meer Joden zich gedwongen van de ene naar de andere plek te vluchten. Ze werden in de rol van ontworteld volk gedrukt, van mensen die nergens thuishoorden en bijna nergens meer enig recht konden doen gelden. Steeds vaker belandden ze in concentratie- of interneringskampen – niet alleen in Duitsland, maar overal in Europa, zelfs in democratieën als Frankrijk en Nederland. Zo zaten er in de zomer van 1939 buiten het Derde Rijk meer Joden in kampen dan in het Derde Rijk zelf.

Dit wil nog niet zeggen dat massamoord op dat moment onvermijdelijk geworden was. Ik heb geprobeerd, voor zover mogelijk, te waken voor wijsheid achteraf en voor ogen te houden dat de aard en omvang van het naderende onheil niet te voorzien waren door de mensen over wie ik schrijf – al waren er, zoals zal blijken, verbazend veel voortekenen van de ellende die volgen zou.

Al komt het woord Europa voor in de ondertitel van dit boek en al is het in sommige opzichten een voorloper van mijn historische verhandeling over het naoorlogse Europese Jodendom Het einde van een diaspora uit 1996, de nadruk ligt hier op die delen van het continent die tussen 1939 en 1945 door de nazi’s of hun medestanders bezet waren. Landen als Groot-Brittannië of Turkije laat ik dus buiten beschouwing.

Net als in Het einde van een diaspora definieer ik de Jood alomvattend als iemand die zichzelf als Joods beschouwt of door anderen als zodanig wordt gezien. Juist met betrekking tot deze periode, waarin raciale, religieuze en seculiere opvattingen van de Joodse identiteit op ideologisch en op persoonlijk vlak met elkaar botsten, is zo’n brede conceptuele benadering onontbeerlijk om te kunnen begrijpen wat zowel Joden als niet-Joden in die tijd beschouwden als het ‘Joodse vraagstuk’. Juist een grensgeval als de ‘niet-Joodse Jood’ biedt een helder inzicht in de ambities, prestaties en worsteling van de Europese Joden.

Mijn verhaal eindigt bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, in september 1939. Maar de lezer zal heel waarschijnlijk achterblijven met de zeer menselijke vraag hoe het veel van de mensen die hier ter sprake komen sindsdien is vergaan. Vandaar dat de epiloog kort verhaalt wat er – voor zover bekend – van hen geworden is.

Er bestaat enorm veel literatuur over de genocide op de Joden onder het nazibewind. We weten tot in bijna elk detail hoe de nazi’s stap voor stap de vernietiging van de Joden in alle door hen bezette delen van Europa in gang zetten. Er is echter veel minder aandacht besteed aan de werelden die werden vernietigd: de leefwerelden van individuen en gezinnen en de publieke werelden van gemeenschappen en instituten. En wat er wel over is geschreven, is maar al te vaak vertekend door vooringenomenheid of sentimentaliteit.

Daarom wil ik in dit boek proberen het volle Joodse leven in Europa in de jaren voor 1939 op te roepen, een tijd waarin de Joden, zoals bekend, aan de rand van de afgrond stonden. Centraal staan hun hoop en geloof, angst en ambitie, hun familiebanden, binnen- en buitenlandse verhoudingen, hun creatieve uitingen, vrijetijdsbesteding, nukken en grillen, kleding, eetgewoonten en, voor zover zich die laten vaststellen, de dingen die het leven voor hen betekenisvol en draaglijk maakten. Mijn belangrijkste streven was de in de vergetelheid geraakte mannen, vrouwen en kinderen hun plek in de geschiedenis terug te geven, om hen die kort daarna tot stof zouden vergaan nieuw leven in te blazen.

~ Bernard Wasserstein

Aan de vooravond. Europese Joden voor de Tweede Wereldoorlog – Bernard Wasserstein

TracesOfWar.comOp tal van plekken in Europa herinneren musea, begraafplaatsen,…
RouwkransIn het Brabantse dorp Geffen (gemeente Maasdonk) wordt zaterdag…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Historiek

About Historiek

view all posts

Historiek verbindt actualiteit met geschiedenis en richt zich op een breed publiek. Van geïnteresseerde leek tot professional. Ons motto: "Omdat we ook van gisteren zijn". Meeschrijven? Tips? Mail ons: info@historiek.net



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: