De tentoonstelling ‘Early Gaze’ in het Fotomuseum te Antwerpen belicht de pioniersjaren tijdens de negentiende eeuw in België van een medium dat de wereld veranderde: de fotografie.
Hoewel Joseph Nicéphore Niépce al in 1826 de eerste permanente foto uit de geschiedenis maakte, veranderde de wereld in 1839 pas echt voorgoed door de officiële uitvinding van de fotografie.Voor het eerst was het mogelijk om de werkelijkheid vast te leggen met behulp van licht. Terwijl Frankrijk en Engeland deze revolutionaire techniek introduceerden, volgde het nog jonge België op de voet.
In Frankrijk en Engeland ontstonden bijna tegelijk twee verschillende technieken. De Fransman Louis-Jacques-Mandé Daguerre ontwikkelde de daguerreotypie: een uniek beeld op een metalen plaat. In Engeland bedacht William Henry Fox Talbot de calotypie: een negatief-positiefprocedé op papier.
Enorme evolutie
De tentoonstelling in Antwerpen beslaat twee verdiepingen van het museum.Op de eerste verdieping krijgt de bezoeker een algemeen overzicht. Dat begint met de twee oudste bewaard gebleven foto’s uit België: twee stadsgezichten van Gent uit 1839. Ze zijn pas in 2011 herontdekt. De tentoonstelling combineert bekend beeldmateriaal met tot nu toe nooit getoonde beelden.

Deze twee oudste afdrukken zijn van matige kwaliteit. Ze markeren het begin van een duidelijke evolutie: de verbetering van de afdrukkwaliteit door de jaren heen. Aan het begin van de expo zijn enkele van de eerste camera’s te zien. Verderop volgen latere generaties, die een duidelijke technische evolutie laten zien.
De expositie loopt chronologisch tot circa 1895. Toen begon met de opkomst van de vlotter hanteerbare kodaks namelijk een nieuwe fase in de fotografie. Rond dezelfde tijd begon Lieven Gevaert met de productie van filmrolletjes, waarmee de basis werd gelegd voor het latere Agfa-Gevaert.
Democratisering
In de pioniersjaren (1839-1842) was fotografie duur, technisch complex en soms gevaarlijk door het gebruik van chemische stoffen. Vanaf 1842 ontstond een nieuw beroep: de portretfotograaf. Rond 1850 maakten nieuwe technieken, zoals de afdruk op natte glasplaten bedekt met een laag collodium (een stroperige vloeistof) en de carte de visite (foto van klein formaat), het medium betaalbaarder en populairder.

Het aantal fotostudio’s steeg snel. Ook vrouwen waren actief, al bleven ze vaak onzichtbaar of werkten ze onder hun initialen. De expo toont een ruime collectie carts de visites en ook het werk van die vrouwelijke fotografen.
De combinatie van nieuwe technieken en lagere kosten betekende het begin van de democratisering van de branche. In de eerste decennia bleef fotografie echter nog vooral het domein van de gegoede klasse. Later kwamen ook andere groepen in beeld. Zo toont een foto een groep arbeiders van een fabriek. De tentoonstelling roept ook de vraag op wat buiten beeld blijft. Dat wordt gesuggereerd met een aantal door een gordijntje afgedekte beelden.
Nationale identiteit en kolonialisme
Daarna gaat het naar de tweede verdieping. Hier worden een aantal thema’s verder uitgewerkt. Het eerste draait rond het belang van de fotografie voor de prille Belgische natie. In het jonge België speelde fotografie een sleutelrol in de weergave van de sociale verhoudingen en het vormen van een nationale identiteit. Foto’s van landschappen, monumenten en historische figuren ondersteunden het idee van België als natiestaat met een eigen geschiedenis en erfgoed.

In 1860 kreeg Edmond Fierlants van het Antwerpse stadsbestuur de opdracht om stadsgezichten en monumenten te fotograferen. Fierlants’ reeks van 165 foto’s, vaak op groot formaat, tonen middeleeuwse gebouwen, barokke kerken en bedreigde stadswijken. Meer dan anderhalve eeuw later hebben deze foto’s nu een belangrijke documentaire waarde.
Industriële fotografie bracht de infrastructuur in beeld, zoals spoorlijnen en fabrieken. Ook is de stuwdam van de Gileppe te zien, alsmede de zich ontwikkelende Belgische industrie. Verder hebben nogal wat Britten België rond 1860 fotografisch in beeld gebracht.
Kolonialisme is een tweede thema. Sinds 1885 was Leopold II immers het staatshoofd van de Kongo Vrijstaat. Op diverse koloniale tentoonstellingen werden geïmporteerde Kongolezen en hun levenswijze op een mensonterende manier aan het publiek getoond.

Wetenschapsfotografie
Een laatste belangrijk thema is de rol van de fotografie als hulpmiddel voor de wetenschap. Ze gold als objectief bewijs en werd gebruikt voor observatie, classificatie en documentatie. In de geneeskunde werd fotografie bijvoorbeeld ingezet om ziektebeelden, chirurgische ingrepen en anatomische afwijkingen vast te leggen. In Antwerpen worden verschillende röntgenfoto’s getoond, evenals een foto van de Iguanodon van Bernissart en de eerste geneeskundige handboeken die met foto’s zijn geïllustreerd.

De zogeheten fotomicrografie opende een nieuwe wereld: bacteriën, cellen en weefselstructuren konden nu visueel worden bestudeerd. Ze markeerde het begin van de moderne microbiologie. In de astronomie verving de fotografie het oog van de waarnemer en rond 1870 werden de eerste foto’s van de maan gemaakt. Binnen de juridische wereld werd de fotografie vanaf 1860 verder ingezet voor identificatie en later ook voor het vastleggen van crime scenes. In de expositie zijn onder meer enkele moordzaken te zien, evenals portretten van bewoners van de landloperkolonie van Merksplas.
De expositie biedt een rijk overzicht van de vroege fotografie, al blijft de technische ontwikkeling van de procedés zelf grotendeels buiten beeld.
Tina Modotti, de mooie revolutionaire fotografe
De grootste camera ter wereld (1900)
Polaroid-camera luidde tijdperk van de instant-fotografie in