De opkomst van de fotografie in België in de negentiende eeuw

4 minuten leestijd
foto gent 1839
François Braga & Joseph Pelizzaro, Gent, gezicht op Predikherenlei en -brug, 1839, Daguerreotypie, Collectie STAM - Stadsmuseum Gent 00816

De tentoonstelling ‘Early Gaze’ in het Fotomuseum te Antwerpen belicht de pioniersjaren tijdens de negentiende eeuw in België van een medium dat de wereld veranderde: de fotografie.

Hoewel Joseph Nicéphore Niépce al in 1826 de eerste permanente foto uit de geschiedenis maakte, veranderde de wereld in 1839 pas echt voorgoed door de officiële uitvinding van de fotografie.Voor het eerst was het mogelijk om de werkelijkheid vast te leggen met behulp van licht. Terwijl Frankrijk en Engeland deze revolutionaire techniek introduceerden, volgde het nog jonge België op de voet.

In Frankrijk en Engeland ontstonden bijna tegelijk twee verschillende technieken. De Fransman Louis-Jacques-Mandé Daguerre ontwikkelde de daguerreotypie: een uniek beeld op een metalen plaat. In Engeland bedacht William Henry Fox Talbot de calotypie: een negatief-positiefprocedé op papier.

Enorme evolutie

De tentoonstelling in Antwerpen beslaat twee verdiepingen van het museum.Op de eerste verdieping krijgt de bezoeker een algemeen overzicht. Dat begint met de twee oudste bewaard gebleven foto’s uit België: twee stadsgezichten van Gent uit 1839. Ze zijn pas in 2011 herontdekt. De tentoonstelling combineert bekend beeldmateriaal met tot nu toe nooit getoonde beelden.

groenplaats antwerpen 1848
Joseph-Ernest Buschmann, Groenplaats, Antwerpen, 1848-50, Zoutdruk, Collectie FOMU P/1977/34/16

Deze twee oudste afdrukken zijn van matige kwaliteit. Ze markeren het begin van een duidelijke evolutie: de verbetering van de afdrukkwaliteit door de jaren heen. Aan het begin van de expo zijn enkele van de eerste camera’s te zien. Verderop volgen latere generaties, die een duidelijke technische evolutie laten zien.

De expositie loopt chronologisch tot circa 1895. Toen begon met de opkomst van de vlotter hanteerbare kodaks namelijk een nieuwe fase in de fotografie. Rond dezelfde tijd begon Lieven Gevaert met de productie van filmrolletjes, waarmee de basis werd gelegd voor het latere Agfa-Gevaert.

Democratisering

In de pioniersjaren (1839-1842) was fotografie duur, technisch complex en soms gevaarlijk door het gebruik van chemische stoffen. Vanaf 1842 ontstond een nieuw beroep: de portretfotograaf. Rond 1850 maakten nieuwe technieken, zoals de afdruk op natte glasplaten bedekt met een laag collodium (een stroperige vloeistof) en de carte de visite (foto van klein formaat), het medium betaalbaarder en populairder.

madeleine bovier
Léon Bovier, Portret van Madeleine Bovier als kleuter, ca. 1900, Daglichtcollodiumzilverdruk, Collectie FOMU 2024/33/32
Het familiealbum kwam in opkomst. Fotografie ontwikkelde zich tot een volwaardige kunstvorm. De picturalisten zochten met behulp van de fotografie naar een persoonlijke interpretatie van de werkelijkheid. Elke foto werd zo een uniek kunstwerk. De opkomst van de erotische fotografie was een andere exponent van de zich verbeterende techniek.

Het aantal fotostudio’s steeg snel. Ook vrouwen waren actief, al bleven ze vaak onzichtbaar of werkten ze onder hun initialen. De expo toont een ruime collectie carts de visites en ook het werk van die vrouwelijke fotografen.

De combinatie van nieuwe technieken en lagere kosten betekende het begin van de democratisering van de branche. In de eerste decennia bleef fotografie echter nog vooral het domein van de gegoede klasse. Later kwamen ook andere groepen in beeld. Zo toont een foto een groep arbeiders van een fabriek. De tentoonstelling roept ook de vraag op wat buiten beeld blijft. Dat wordt gesuggereerd met een aantal door een gordijntje afgedekte beelden.

Nationale identiteit en kolonialisme

Daarna gaat het naar de tweede verdieping. Hier worden een aantal thema’s verder uitgewerkt. Het eerste draait rond het belang van de fotografie voor de prille Belgische natie. In het jonge België speelde fotografie een sleutelrol in de weergave van de sociale verhoudingen en het vormen van een nationale identiteit. Foto’s van landschappen, monumenten en historische figuren ondersteunden het idee van België als natiestaat met een eigen geschiedenis en erfgoed.

Portret van Leopold I uit 1856 - Gemaakt door Louis Ghémar en Robert Severin
Portret van Leopold I uit 1856 – Gemaakt door Louis Ghémar en Robert Severin
Koning Leopold I zag al vroeg het potentieel van de fotografie om de natie in beeld te brengen, net als andere overheden en instellingen. De koning wordt ook zelf gefotografeerd. Van zijn overlijden en begrafenis werd trouwens een indrukwekkend fotoalbum samengesteld.

In 1860 kreeg Edmond Fierlants van het Antwerpse stadsbestuur de opdracht om stadsgezichten en monumenten te fotograferen. Fierlants’ reeks van 165 foto’s, vaak op groot formaat, tonen middeleeuwse gebouwen, barokke kerken en bedreigde stadswijken. Meer dan anderhalve eeuw later hebben deze foto’s nu een belangrijke documentaire waarde.

Industriële fotografie bracht de infrastructuur in beeld, zoals spoorlijnen en fabrieken. Ook is de stuwdam van de Gileppe te zien, alsmede de zich ontwikkelende Belgische industrie. Verder hebben nogal wat Britten België rond 1860 fotografisch in beeld gebracht.

Kolonialisme is een tweede thema. Sinds 1885 was Leopold II immers het staatshoofd van de Kongo Vrijstaat. Op diverse koloniale tentoonstellingen werden geïmporteerde Kongolezen en hun levenswijze op een mensonterende manier aan het publiek getoond.

Bernissart
Alexandre (Albert Edouard Drains), Iguanodon de Bernissart, opgegraven in 1878, 1883, Albuminedruk, Collectie FOMU P/1984/209

Wetenschapsfotografie

Een laatste belangrijk thema is de rol van de fotografie als hulpmiddel voor de wetenschap. Ze gold als objectief bewijs en werd gebruikt voor observatie, classificatie en documentatie. In de geneeskunde werd fotografie bijvoorbeeld ingezet om ziektebeelden, chirurgische ingrepen en anatomische afwijkingen vast te leggen. In Antwerpen worden verschillende röntgenfoto’s getoond, evenals een foto van de Iguanodon van Bernissart en de eerste geneeskundige handboeken die met foto’s zijn geïllustreerd.

rontgenfoto 1896
Henri Van Heurck, Röntgenfoto van borst vervomd door korset, 1896-97, Daglichtgelatinezilverdruk, Collectie GUM – Gents Universiteitsmuseum GWET_VHX_125

De zogeheten fotomicrografie opende een nieuwe wereld: bacteriën, cellen en weefselstructuren konden nu visueel worden bestudeerd. Ze markeerde het begin van de moderne microbiologie. In de astronomie verving de fotografie het oog van de waarnemer en rond 1870 werden de eerste foto’s van de maan gemaakt. Binnen de juridische wereld werd de fotografie vanaf 1860 verder ingezet voor identificatie en later ook voor het vastleggen van crime scenes. In de expositie zijn onder meer enkele moordzaken te zien, evenals portretten van bewoners van de landloperkolonie van Merksplas.

De expositie biedt een rijk overzicht van de vroege fotografie, al blijft de technische ontwikkeling van de procedés zelf grotendeels buiten beeld.

‘Eearly Gaze’ loopt nog tot 1 maart 2026 in het Fotomuseum in Antwerpen. Alle praktische info: www.fotomuseum.be
×