| Article Index |
|---|
| Ambiorix |
| Page 2 |
| All Pages |
Pagina 1 van 2

Ambiorix, Koning der Eburonen
Gallia Belgica
De Eburonen wonen in het noordelijke deel van Gallië, door Caesar Gallia Belgica genoemd. Belgica is het gebied tussen de Seine, de Ardennen, de Rijn en de Noordzee. De bewoners, de Belgae of Belgen, worden door Caesar omschreven in Commentarii de bello Gallico:
Gallië is verdeeld in drie delen, waarvan er één bewoond wordt door de Belgen, een ander door de Aquitaniërs, een derde door hen die zichzelf in hun taal Kelten noemen, maar die wij Galliërs noemen. Ze verschillen onderling van taal, instituties en wetten. De Galliërs zijn van de Aquitaniërs gescheiden door de Garonne, van de Belgae door de Marne en de Seine. Van hen allen zijn de Belgae de dappersten, omdat ze het verst van de cultuur en bevolking van de provincie verwijderd zijn, omdat er weinig handelaars hen bezoeken (waardoor hun geest verwijfd zou raken) en omdat ze zich het dichtst bevinden bij de Germanen, die over de Rijn wonen en met wie ze oorlog voeren

Gallia Belgica (kaart door Jona Lendering)
Tijdens de verovering van Gallië valt Caesar in 57 v. Chr. ook Belgica binnen. Het gebied wordt bewoond door verschillende stammen die onderling voortdurend oorlog voeren. In de slag bij Flandis verslaat de Romeinse generaal de Nerviërs. Verder in het oosten onderwerpt hij de Eburonen, die worden geregeerd door de twee koningen Ambiorix en Catuvolcus, en hij neemt de vestingstad Atuatuci in. De precieze locatie van deze stad is niet bekend, maar over het algemeen wordt aangenomen dat het gaat om het huidige Tongeren.
Schaarste
De overwonnen stammen zijn verplicht een deel van de oogst af te staan aan de Romeinen. De bezetting drukt zwaar op de bevolking. In 54 is de oogst slecht, voedsel schaars en de Eburonen weigeren dan ook langer hun graan af te staan. Ze besluiten in opstand te komen. Het eerste doelwit is het vers gerekruteerde 14e legioen Germina dat in Atuatuci zijn winterkwartier heeft.

Julius Caesar
Hinderlaag
Cotta vertrouwd het niet en wil in het kamp de eventuele aanval afwachten. Na lang overleg besluiten ze toch het winterkwartier te verlaten. Er liggen twee andere Romeinse kampementen in de buurt. De ene is bereikbaar over heuvelachtig terrein, de ander door een vallei. Er wordt gekozen voor de laatste. Cotta krijgt gelijk: in de vallei worden de Romeinen aangevallen door Ambiorix’ Eburonen. Het 14e legioen Germina, 5 cohorten en 200 man cavalerie worden volledig uitgeroeid.





