| Index |
|---|
| Teller-amendement (1898) |
| Tekst van het Teller-amendement |
| Alle pagina's |
Pagina 1 van 2

Henry Moore Teller
Een groot deel van de Amerikanen is april 1898 van mening dat Amerika zich moet gaan bemoeien met de strijd in Cuba. Opstandelingen strijden daar voor onafhankelijkheid en de Spaanse kolonisator regeert daar met harde hand op. De Spanjaarden hebben concentratiekampen gemaakt voor de plattelandsbevolking die massaal uit haar oorspronkelijke leefgebied is verdreven.
Aanvankelijk is het Witte Huis niet van plan om te interveniëren, maar als in de haven van Havana een Amerikaans slagschip explodeert en een brief van de Spaanse ambassadeur uitlekt waarin schamper gesproken wordt over de daadkracht van president William McKinley, besluit men tot actie over te gaan.
Senator Henry Teller wil dat de schijn van Amerikaans eigenbelang vermeden wordt en stelt daarom voor een amendement toe te voegen aan de oorlogsverklaringen aan Spanje. In het amendement dat werd aangenomen werd gesteld dat het Amerikaanse ingrijpen niet mocht uitdraaien op de annexatie van Cuba.
Vrede van Parijs

Ondertekening van de Vrede van Parijs (1998)
De Amerikanen verleende Cuba in 1902, overeenkomstig het Teller-amendement, volledige onafhankelijkheid. Tot 1934 bleef het land wel een Amerikaans protectoraat. Tijdens de vredesonderhandelingen was overigens ook afgesproken dat Amerika het recht kreeg om in het zuidelijk deel van de Baai van Guantánamo, een inham van de Caribische Zee in Cuba, een marinebasis in te richten. Die basis bestaat nog steeds: Guantanamo Bay.
Teller-amendement (1898)







