‘Kastelen en Buitenplaatsen’ thema Dag van het Kasteel 2015

Het is alweer bijna Tweede Pinksterdag (25 mei); de dag waarop traditiegetrouw de Dag van het Kasteel plaatsvindt. Het thema van dit jaar is ‘Kastelen en Buitenplaatsen’. Met dit thema wil de Nederlandse Kastelen Stichting de historische relaties tussen deze twee soorten monumenten extra onder de aandacht brengen.

Bij kastelen denkt men al snel aan hoge torens, dikke muren en een slotgracht en bij buitenplaatsen aan statige maar gerieflijke woningen, die aanzien en weelde uitstralen. Maar is het onderscheid tussen beide wel zo strikt? Zijn kastelen en buitenplaatsen niet meer met elkaar verweven dan in eerste instantie zichtbaar is? Janneke van Dijk, werkzaam voor de NKS Kenniscentrum voor Kasteel en Buitenplaats houdt twee deelnemers aan de Dag van het Kasteel onder de loep.


Kasteel Heeswijk
Kasteel Heeswijk

Kasteel Heeswijk

Op Tweede Pinsterdag zijn zo’n zeventig kastelen, buitenplaatsen, kasteelruïnes en tuinen te bezoeken. Eén ervan is kasteel Heeswijk. Speciaal voor de Dag van het Kasteel heeft dit kasteel een programma samengesteld over Albertine van den Bogaerde van Terbrugge-barones van Heeckeren van Kell. Deze beminnelijke dame, die in de regio bekend stond als de lieve barones, was de laatste adellijke bewoner van het kasteel, dat zijn oorsprong heeft in de Middeleeuwen.

Kasteel Heeswijk Gaspar Bouttats, Jacques van Croes - 1610
Kasteel Heeswijk. Gaspar Bouttats, Jacques van Croes – 1610
Al in de elfde eeuw was er sprake van een versterkte vesting op de plaats waar nu kasteel Heeswijk staat. Het betrof waarschijnlijk een mottekasteel, een toren gebouwd op een kunstmatige heuvel. Rond 1370 woedde er een oorlog in de streek tussen de hertog van Brabant en de hertog van Gulik van Heeswijk. De toren, die aan het einde van de oorlog midden in de gevechtslinie kwam te liggen, doorstond de bestormingen en werd aangekocht door Willem van der Aa, schepen van Den Bosch. Omstreeks 1400 kwam het kasteel in het bezit van Ridder Hendrik van der Lecke. Het was waarschijnlijk in deze periode – kort na de oorlog – dat de motte werd afgevlakt en de kasteeltoren, die was opgetrokken uit tufsteen, ijzeroer en hout, plaats moest maken voor een uit baksteen opgetrokken burcht met een sterk militair karakter. De oudste delen van het huidige kasteel, waarvan in de kelderverdieping nog muurwerk aanwezig is, dateren uit deze periode.

- advertentie -

Status

Door het toenemende gebruik van zwaar geschut konden kastelen vijandelijke aanvallen niet langer naar behoren doorstaan. Vanaf de late vijftiende eeuw begonnen kastelen in te boeten aan verdedigbaarheid, tot dan toe hun belangrijkste kwaliteit. Hoewel ze niet langer militair van groot belang waren, bleven kastelen beeldbepalend binnen de maatschappij; het werden afspiegelingen van status. De adel hield vast aan het kasteel om de stand van de eigenaar te communiceren en het stadspatriciaat bestaande uit kooplieden gebruikte het kasteel om zichzelf in de adellijke traditie te plaatsen. De eerste buitenplaatsen die werden gebouwd door deze welvarende stedelingen waren dan ook gemodelleerd naar middeleeuws voorbeeld.

Ook bij kasteel Heeswijk verschoof de nadruk in deze periode van de defensieve kwaliteiten van het gebouw naar de representatieve woonfunctie. In de zestiende eeuw speelde het kasteel echter nog een belangrijke rol bij de verdediging van het hertogdom Brabant. Pas in de vroege zeventiende eeuw, tijdens het beleg van ‘s-Hertogenbosch, was de militaire functie van kasteel Heeswijk niet langer toereikend. Eind zeventiende eeuw was Heeswijk ontdaan van zijn verdedigingswerken en hadden er verschillende verbouwingen plaatsgevonden waardoor het kasteel een weldadige adellijke residentie was geworden met laatgotische elementen.


Havixhorst
Havixhorst

Veranderende mode: de Havixhorst

In de loop van zeventiende eeuw veranderde de opvattingen over de bouwstijl van buitenhuizen. Zowel de adel als welvarende kooplieden begonnen steeds luxueuzere buitenplaatsen aan te leggen. Huisde men in een middeleeuws kasteel, dan werd dit in de loop van de zeventiende en de achttiende eeuw in de regel verschillende malen gerestaureerd en verbouwd. In de zeventiende eeuw werd het kasteelachtige uiterlijk van bestaande kastelen meestal geconserveerd. Halverwege de achttiende eeuw werd het neoclassicisme de gangbare bouwstijl, een stroming die de de bouwwijze van de oude Grieken en Romeinen navolgde. Vanaf deze tijd begon men de woningen die tot nu toe hun middeleeuwse uiterlijk behouden hadden om te bouwen tot klassiek ogende buitenhuizen.

Een voorbeeld van een huis dat tot in de zeventiende eeuw haar middeleeuws karakter behield is de Havixhorst. Dit moderne buitenhuis waarin nu een hotel gevestigd is, is voortgekomen uit een havezate, een middeleeuwse versterkte adellijke woning. Waarschijnlijk is de Havixhorst in de veertiende eeuw gesticht. De naam van het huis, dat zoveel betekent als ‘bezit op een verhoging in het landschap’, verwijst naar het nabij gelegen buurtschap Havehorst. In de vijftiende eeuw had Johan van den Clooster, de belangrijkste van de Drentse edelen, het huis in eigendom. In deze tijd bestond het huis uit een rechthoekig gebouw van twee verdiepingen gelegen binnen een gracht. Het geslacht van den Clooster breidde de Havixhorst in de volgende eeuwen uit, zoals op een tekening van Cornelis Pronk uit 1732 goed te zien.

Havixhorst door Cornelis Pronk 1732 - goed zichtbaar zijn de verschillende bouwdelen
Havixhorst door Cornelis Pronk 1732 – goed zichtbaar zijn de verschillende bouwdelen

Van middeleeuwse edelmanswoning tot zeventiende-eeuws huis

In de zeventiende eeuw raakte het geslacht Van den Cloosters echter in opspraak door twee vechtpartijen met dodelijke afloop. De rechtzaken die hierover gevoerd werden, brachten de erven van Van den Clooster in de problemen. Stukje bij beetje werden de landerijen van de Havixhorst verkocht. Aan het begin van de zeventiende eeuw kwam de Havixhorst in handen van het geslacht Van Munster, door het huwelijk van Agnes van den Clooster met Harmen van Muster. De tweede zoon van het echtpaar, Reindt van Muster deed het overgebleven deel van het goed helemaal van de hand. Hij ruilde De Havixhorst in 1658 met Johan de Vos van Steenwijk voor het erf Ibinge in Echten. De nieuwe bezitter, wiens erven bijna driehonderd jaar eigenaar zouden blijven van het goed, was niet vaak te vinden op de Havixhorst waardoor het huis in verval raakte. In de vroege achttiende eeuw verkeerde de havezate die grotendeels verwoest was door een brand, in ruïneuze toestand. Eigenaar Jan Arent Godert de Vos van Steenwijk die in 1743 Geertruid Agnes van Isselmuden tot Rellecate gehuwd was, liet het haveloze gebouw tien jaar na zijn huwelijk afbreken en herbouwen tot een vierkant huis van drie verdiepingen in Lodewijk XV-stijl, een bouwstijl die teruggreep op barokdecoraties zoals krul- en schelpmotieven. Vooral de ingangspartij werd uitvoerig versierd in deze stijl. Boven op de voorgevel prijkten de wapens van de geslachten De Vos van Steenwijk en Van Isselmuden. Naast het huis werden ook de tuinen onder handen genomen. In 1939 overleed de laatste telg van het geslacht De Vos van Steenwijk. Na de Tweede Wereldoorlog deed de Havixhorst enige tijd dienst als meisjesinternaat en daarna als bejaardentehuis, waarna het in 1981 werd aangekocht door de Stichting Het Drentse Landschap die in 1982 een grootscheepse restauratie initieerde. Dankzij deze restauratie kunt u tijdens deze Dag van het Kasteel het landhuis bezoeken zoals Jan Arent Godert het halverwege de achttiende eeuw de liet bouwen.

Neogotisch bouwen

Hoewel buitenhuizen vanaf de achttiende eeuw vooral werden opgericht en gerestaureerd in de Hollands classicistische en neoclassicistische stijl, kwam er in de negentiende eeuw nog een bouwstijl op voor buitenhuizen waarbij men zich liet inspireren door een eerdere periode, de neogotiek. De neogotiek is een stijl die teruggrijpt op de gotiek, de belangrijkste bouwstijl van de late middeleeuwen, waarvan de belangrijkste kenmerken gewelven, spitsbogen en het veelvuldig gebruik van ornamenten zijn. De neogotische bouwstijl werd vooral veel toegepast bij de bouw van kerken in de late achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw, maar in de negentiende eeuw werden ook verschillende buitenhuizen verbouwd tot neogotische ‘kasteeltjes’.

Folly in de vorm van waterval in park Sonsbeek te Arnhem
Folly in de vorm van waterval in park Sonsbeek te Arnhem

De eerste aanzet voor het (ver)bouwen van buitenhuizen in de neogotische stijl werd eind achttiende eeuw gegeven met de bouw van gotische georiënteerde follies -engels voor een ‘dwaasheden’- op buitenplaatsen. In de achttiende eeuw werden deze bouwwerkjes, waarvan een kenmerk is dat ze geen duidelijke gebruiksfunctie hebben, ter decoratie in de landschapstuinen van buitenplaatsen geplaatst. Deze follies konden eruit zien als ruïnes, torens, kapelletjes, kluizenaarshutten en waterpartijen. Ze waren bedoeld om de tuin te verfraaien en er tijdens een wandeling van te genieten. Hoewel verschillende van deze tuinjuweeltjes de tand des tijds niet hebben doorstaan, zijn er tegenwoordig nog op veel plaatsen follies te ondekken. Zoals in het Sonsbeekpark in Arnhem. De waterval en de grot in het park zijn heuse follies, daterend uit de vroege negentiende eeuw. Kijk dus goed om u heen als u tijdens de Dag van het Kasteel rondloopt door een kasteeltuin of in een landschapspark.

In de negentiende eeuw werd de neogotiek ontdekt als restauratie- en bouwstijl voor kastelen en buitenhuizen. In eerste instantie beschouwde men de neogotiek niet als een stijl die zich afzette tegen het neoclassicisme, maar trachtte men de neogotische stijlkenmerken in te passen binnen de kaders van het traditionele bouwen. Zo experimenteerde de vermaarde Nederlandse architect Jan David Zocher jr., die vooral bekendstond om zijn neoclassicistische ontwerpen, in de jaren dertig van de negentiende eeuw al met neogotische gevelontwerpen. De ontwerpen van Zochers hand zijn nooit gerealiseerd, maar zo’n tien jaar later zien we dat de neogotiek zich toch heeft ontwikkeld als zelfstandige bouwstijl voor buitenhuizen.

Rentree van het kasteel

Waarom ging men over tot neogotisch bouwen? Na de Verlichting en de hieruit voortvloeiende Franse Revolutie verlangde men terug naar een tijd waarin christelijke waarden hoog in het vaandel stonden. In de middeleeuwse maatschappij, de hoogtijdagen van het katholieke geloof, vond men de waarden terug die men in de eigen tijd verloren gegaan achtte. Zo ontwikkelde zich in de negentiende eeuw een geromantiseerde beeld van de middeleeuwen. De tirannieke en egoïstische heersers van de vroege achttiende eeuw werden afgezet tegen de hoffelijke ridder die onbevreesd de vijand te lijf ging. In het verlengde hiervan kreeg het kasteel, de ultieme belichaming van het ridderschap en de middeleeuwse standenmaatschappij, een belangrijke plek in deze fascinatie.

Havixhorst in 1915
Havixhorst in 1915
Daarnaast hadden de nieuwe rijken de oude landadel in de negentiende eeuw veelal voorbij gestreefd in welvaart. Hun financiële middelen stelde deze groep in staat de prachtigste buitenplaatsen aan te leggen. Het ontbrak hen echter aan de historische continuïteit die de gevestigde adelstand wel bezat. Net zoals het stadspatriciaat in de vijftiende eeuw begon men terug te grijpen op hét symbool van de middeleeuwse adelstand, het kasteel. Verschillende bestaande buitenhuizen en kastelen kregen in deze periode een ‘middeleeuws’ uiterlijk aangemeten. Ook verrezen er in de tweede helft van de negentiende eeuw nieuwe ‘kasteelachtige’ buitenhuizen die uiting gaven aan de negentiende eeuwse kijk op middeleeuwse kastelen en aan de gangbare opvattingen over de neogotische bouwstijl.

Kasteel Heeswijk: de middeleeuwen en de negentiende eeuw verenigd

Zo verging het ook kasteel Heeswijk. Nadat het kasteel zijn militaire functie verloren had, werd het omgebouwd tot een luxe buiten. Ondanks verscheidene restauraties behield Heeswijk wel zijn robuuste uiterlijk, maar veel van de bouwdelen die het huidige romantische aanzien van kasteel Heeswijk bepalen zijn pas halverwege de negentiende eeuw aangebracht.

Kasteel Heeswijk
Kasteel Heeswijk

André baron Van den Bogaerde van Terbrugge, in 1830 benoemd tot Gouverneur van de koning in Brabant, kocht het goed rond 1834 waarna hij het kasteel flink onder handen nam. De baron liet Heeswijk niet alleen grondig restaureren, onder zijn auspiciën werden een nieuwe vleugel, een neogotisch zuilengallerij en een hoge losstaande neogotische toren gebouwd die de ijzertoren werd gedoopt. In etappes werden het exterieur en het interieur van het gebouw verfraaid totdat de grandeur van de middeleeuwen herrees op het kasteel. In de buitenmuur van de hoofdburcht, die deels uit de zestiende eeuw en deels uit de zeventiende/achttiende eeuw dateert, werden versieringen ingemetseld. Veel van deze ingemetselde fragmenten zijn tijdens de restauratie aan het eind van de twintigste eeuw weer verwijderd, maar zijn neogotisch karakter bleef kasteel Heeswijk behouden.

Bezoek Kasteel Heeswijk, buitenplaats de Havixhorst en vele andere kastelen, ruïnes, buitenhuizen en
tuinen tijdens de NKS-Dag van het Kasteel 2015 op 25 mei aanstaande.

~ NKS, kenniscentrum voor kasteel en buitenplaats

DVD: De grootste kastelen van Europa

Zie www.kastelen.nl voor alle deelnemers en hun programma’s. Zie ook @DagvhKasteel en www.facebook.com/dagvanhetkasteel

Literatuur:
– Becx, E. Kastelengids van Noord-Brabant (Utrecht, 1999)
– Janssen, H.L., B. Olde Meierink, J.M.M. Kylstra-Wielinga. 1000 jaar kastelen in Nederland (Utrecht, 1996)
– De Jonge, K. Up die manier van Brabant. Brabant en de adelsarchitectuur van de Lage Landen (1450-1530). Bijdragen tot de geschiedenis p. 409-423 (86, 3-4, 2003)
– Kesteren, R. van. Het verlangen naar de Middeleeuwen: De verbeelding van een historische passie (Amsterdam, 2004)
– Krabbe, C.P. ‘De negentiende eeuw’. In Bosma, K., A. Mekking, K. Ottenheym, A. Van der Woud. Bouwen in Nederland: 600-2000 p. 426-535 (Zwolle, 2007)
– Kransberg, D., H. Mils. Kastelengids van Nederland: middeleeuwen (Haarlem, 1979)
– Kuiper, Y., R. Van der Laarse. ‘Inleiding’, in: R. van der Laarse en Y. Kuiper. Beelden van de Buitenplaats. Elitevorming en notabelencultuur in Nederland in de negentiende eeuw (Hilversum, 2005)
– Oirschot, A. van. Middeleeuwse kastelen van Noord-Brabant: hun bewoners en bewogen geschiedenis (Rijswijk)
– Oxenaar, A. P.J.H. Cuypers en het gotisch rationalisme: architectonisch denken, ontwerpen en uitgevoerde gebouwen 1845-1878 (Amsterdam, 2009)
– Raedts, P. De ontdekking van de middeleeuwen: Geschiedenis van een illusie (Amsterdam, 2014)
– Schijf, H., J. Dronkers, J. R. van den Broeke-George. ‘De overdracht van eliteposities binnen adellijke en patricische families in de twintigste eeuw’, in: M. Fennema en H. Schijf. Nederlandse elites in de twintigste eeuw: continuïteit en verandering (Amsterdam, 2004)
– Stuip, R.E.V., C. Vellekoop. De Middeleeuwen in de negentiende eeuw (Utrecht, 1996)
Gent in 1534
Sinds jaar en dag lonken steden naar een rechtstreekse verbinding met de…
Opdirken - © Henk Boudewijns
Dagelijks worden er zegswijzen en uitdrukkingen gebruikt waarvan de oorspronkelijke betekenis onbekend…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier