Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980)

De laatste sjah van Iran. In 1941 volgde Mohammed Reza Pahlavi zijn vader op als heerser van Iran. Dat bleef hij tot in 1979 toen na de Iraanse of Islamitische revolutie Ayatollah Khomeini aan de macht kwam.

Pahlavi wordt in 1919 geboren als zoon van Reza Pahlavi (1878-1944). Die komt in 1921 na een staatsgreep aan de macht in Perzië, dat hij omdoopt tot Iran (land van de Ariërs). Hij voert een dictatoriaal bewind, waarbij hij veel inspiratie haalt uit de pre-islamitische tijd. Net als zijn Turkse buurman Atatürk streeft Reze Pahlavi naar een seculiere staat. Als hij tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van Nazi-Duitsland kiest wordt hij door de Russen en Britten afgezet en naar Zuid-Afrika verbannen.

Mohammed Reza Pahlavi volgt de lagere school in Zwitserland. In 1935 gaat hij terug naar Iran om zijn opleiding te vervolgen aan de militaire academie. In 1941, na de afzetting van zijn vader wordt hij als 22-jarige de nieuwe leider van Iran.

- advertentie -



Op dat moment zit Iran in een sociale en politieke dip. Het land heeft te kampen met economische problemen en er is voedseltekort. Pahlavi probeert het beleid van zijn vader zoveel mogelijk voort te zetten.

Westerse hulp

Pahlavi besteedt aanvankelijk veel zaken uit aan het leger en aan zijn ministers. In 1953 wil premier Mossadeq de olie nationaliseren, dat tot op dat moment in handen is van de Engelsen. De sjah ontslaat hem daarom op aandringen van de Amerikanen en Britten. Dit leidt tot grote onrusten en demonstraties onder het volk, waardoor de sjah zelfs het land uitvlucht. De Amerikaanse veiligheidsdienst CIA probeert het tij te keren door pro-sjah demonstranten te financieren en dat heeft effect. De sfeer slaat om, Mossadeq wordt in de gevangenis gegooid en de sjah keert terug. Hij staat ondertussen onder grote invloed van het westen.

Pahlavi trouwt drie keer. Zijn tweede huwelijk strandt omdat zijn vrouw geen kinderen kan krijgen. Zijn laatste huwelijk is in 1959 met Farah Diba, de dochter van een leger kapitein, die zich sterk inzet voor de emancipatie van de Iraanse vrouwen. Met haar krijgt hij zijn eerste zoon, Reza Cyrus Pahlavi, die zich de laatste jaren inzet voor de mensenrechten in Iran.

Onvrede

Mede door de gebeurtenissen in 1953 zoekt de sjah steeds meer steun van het westen. Dat leidt in 1963 tot de ‘witte revolutie’. Die revolutie voorziet in landhervormingen, vrouwenemancipatie en algemeen kiesrecht. Deze hervormingen worden weinig enthousiast ontvangen door de geestelijken van Iran, die veel grond bezitten. Bovendien verbiedt de sjah religieuze scholen en worden veel Iraanse geestelijken gemarteld, gedood en verbannen. Als Pahlavi zichzelf in 1967 tot ‘Koning der koningen’ doopt (een titel die zijn vader zichzelf eerder had gegeven), krijgt hij behalve de geestelijken ook de studenten tegen zich, die wachten op democratische hervormingen.

Door Pahlavi’s beleid word de sociale ongelijkheid tussen de heersende elite en de anderen steeds groter. Deze onvrede leidt ertoe dat met name de verbannen Islamitische geestelijke Ayatollah Khomeini steeds meer steun krijgt van de Iraanse bevolking. Dat leidt in 1978 en 1979 tot verschillende opstanden. In 1979 vlucht de sjah het land uit, wetende dat hij aan kanker lijdt. Hij en zijn familie krijgen uiteindelijk asiel in Egypte, waar Pahlavi in 1980 overlijdt.

Na de vlucht van de sjah wordt in 1979 per referendum door de bevolking gekozen voor een Islamitische republiek en is de Iraanse of Islamitische revolutie een feit. Ayatollah Khomeini wordt de nieuwe Iraanse leider.

De terugkeer van KhomeiniIn Iran is vandaag herdacht dat…
Abdol-Hossein Sardari - Foto: Raoul Wallenberg FoundationCirca 2.000 Iraanse…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net