Propaganda van de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog

In de Eerste Wereldoorlog werd propaganda onderdeel van het regeringsbeleid, in de tweede was het zo belangrijk geworden dat Duitsland er een apart ministerie voor had.

Samen tegen de Ander

Een beetje een vies woord is het nu: propaganda. Het staat synoniem voor bedrog, leugens en manipulatie. Dit is een grote afgang voor een ooit officieel oorlogsmiddel van Europese grootmachten. Het werd in de Eerste en Tweede Wereldoorlog gebruikt om de eigen bevolking enthousiast te maken voor de strijd, de vijand te demoniseren en vooral om de eigen politieke boodschap over te brengen.

- advertentie -

Propaganda komt aan zijn slechte naam doordat het misleidend en manipulatief is. Met propaganda worden er prioriteiten gesteld, verbanden gelegd en wordt vooraf besloten welke informatie wel en welke niet voor het publiek interessant is om kennis van te nemen. Informatie die in strijd is met de ideologie of de situatie onnodig ingewikkeld maakt, wordt achtergehouden. Propaganda is daarmee iets anders dan reclame. Reclame heeft een duidelijk commerciële boodschap en moet altijd als zodanig aangeduid worden. Terwijl het venijnige van propaganda is dat het niet altijd als propaganda te onderscheiden is.

Eerste Wereldoorlog

Paul von Hindenburg
Paul von Hindenburg
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd propaganda voor het eerst regeringsbeleid. Op grote schaal werd door middel van prenten, pamfletten en de nieuwspers geprobeerd om de bevolking enthousiast te maken voor de (militaire) strijd, het moreel van de eigen soldaten op te schroeven en de vijandige soldaten hun wil om te vechten te ontnemen.

Dit was een oorlog met een ongeëvenaarde omvang waarbij aan beide kanten miljoenen levens verloren gingen. Aan het begin van de oorlog waren het vooral de geallieerden, Engeland en de Verenigde staten die op grote schaal gebruikmaakten van propaganda.

De Duitse legerleiding zag in eerste instantie niets in deze vorm van oorlogvoering. Veldmaarschalk Von Hindenburg was van mening dat propaganda een manier was om de geesten te vergiftigen. Een eerlijke soldaat vocht volgens hem alleen met het wapen. Pas toen de positie van de Centralen (Duistland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk) steeds slechter werd, raakte de Duitse leider ervan overtuigd dat propaganda een zeer bruikbaar, en in hun positie zelfs onmisbaar, politiek middel was. In augustus 1918 werden de eerste Duitse pamfletten verspreid, twee maanden voor het einde van de oorlog.

Adolf Hitler

Dat het na vier jaar vechten voorbij was, kwam in Duitsland hard aan. De soldaten hadden zich vol overgave voor hun land gegeven en nu bleek alles tevergeefs. Veel Duitsers zaten met de vragen: Hoe kon dit gebeuren en wie is hier verantwoordelijk voor? De behoefte aan antwoorden was groot. Een van de veteranen die opzoek was naar antwoorden was Adolf Hitler, een jonge ordonnans die vier jaar vol overgave aan het westelijke front voor zijn geliefde Duitsland gevochten had. Het leger was de eerste plaats geweest waarin Hitler het gevoel had dat hij zich helemaal voor een doel kon inzetten en een grote groep kameraden had waarmee hij zich kon vereenzelvigen. Deze toewijding deed de nederlaag hard aankomen. De nederlaag hadden ze niet aan zichzelf te danken, zo beredeneerde Hitler en vele andere Duitsers, maar de overwinning was hen ontnomen door vijandige krachten van binnenuit en van buitenaf. Van binnenuit zou het Duitse leger ‘met het mes in de rug gestoken’ zijn door de Joden en van buitenaf zou de buitenlandse propaganda de Duitsers de wil ontnomen hebben om nog verder te vechten.

De basis voor het propagandabeleid van het nationaal-socialisme was met dit collectieve trauma gelegd. Hitler was er van overtuigd geraakt dat de mogelijkheden van propaganda nooit onderschat mochten worden. Het was, volgens hem, propaganda geweest die Duitsland de eerste overwinning had gekost en propaganda zou hét politieke middel bij uitstek moeten worden om de overwinning in de komende strijd veilig te stellen.

Ministerie voor propaganda

"Sieg oder Bolschewismus" - © Deutsches Historisches Museum, Berlin
“Sieg oder Bolschewismus” – © Deutsches Historisches Museum, Berlin
Dit immense geloof in de mogelijkheden van propaganda kreeg vorm in het Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda, eenvoudig afgekort tot ProMi. Het ministerie werd geleid door propagandaminister Joseph Goebbels. Hij was er verantwoordelijk voor dat alle media in dienst kwamen te staan van het regime. Elk onderdeel van de samenleving, van het leven, moest doordrongen worden van de nationaal-socialistische boodschap. Met massabijeenkomsten, radio-uitzendingen, kranten, aanplakbiljetten, pamfletten en speciale cursussen op scholen en bij nationaal-socialistische organisaties werd de Duitse bevolking doordrongen van de ‘juiste’ manier van denken en doen.

Het propagandabeleid van de nationaal-socialisten hield stevig vast aan een aantal basisideeën. Een daarvan was dat de boodschap vooral duidelijk moest zijn. Effectieve propaganda betekende voor de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) dat de boodschap tot een paar speerpunten teruggebracht moest kunnen worden. De bedoeling was dat de Duitse bevolking zoveel met de propagandaboodschap geconfronteerd moest worden, dat die de boodschap zich eigen ging maken. Om dit te bewerkstelligen werd er veel aandacht besteed aan stijl. Dit hield in dat bij posters enkel kleuren werden gebruikt die direct de aandacht trokken. De slogans moesten kort en bondig zijn. De boodschap moest in een oogopslag begrepen kunnen worden: wit en vredig stond voor de ideale Duitse familie, terwijl donker en bedreigend stond voor de Joden.

Presentatie

"De Jood is onze vijand, onze vijand wordt gesteund door de jood" (Geheugen van Nederland)
“De Jood is onze vijand, onze vijand wordt gesteund door de jood” (Geheugen van Nederland)
Al in 1920 had Hitler deze manier van presenteren doorgevoerd toen hij de krant Der Völkischer Beobachter kocht. Hierin stonden geen ellenlange academische artikelen of discussies maar korte populistische stukken over het kwaad van het Jodendom en het gevaar van het communisme. En steeds met dezelfde boodschap: Er mocht nooit een glimp van twijfel doorschemeren of toegegeven worden aan de mogelijke juistheid van beweringen van de tegenpartij. De propagandaboodschap moest rechtlijnig en eenduidig zijn.

Het idee van eenvoud en helderheid was direct verbonden met de minachting die de nazi’s hadden voor de bevolking. De ontvankelijkheid van de massa werd gezien als beperkt en hun intelligentie als erg klein, terwijl het vermogen om te vergeten als enorm werd ervaren. Het intellectuele niveau van de boodschap hoefde, volgens de nationaal-socialistische doctrine, daarom ook niet hoger te zijn dan dat van de domste personen onder de bevolking. Als gevolg daarvan werd de vuistregel aangehouden dat hoe groter de groep was die men wilde bereiken hoe lager het intellectuele niveau hoefde te zijn. Het publiek was volgens de nazi’s verder zo overwegend vrouwelijk in hun houding dat emoties en gevoelens veel meer invloed hadden op hun gedachten en handelen dan een feitelijke beredenering.

Emotie

Posters die Duitsers moet laten geloven dat ze het onder Adolf Hitler heel goed krijgen (USHMM)
Posters die Duitsers moet laten geloven dat ze het onder Adolf Hitler heel goed krijgen (USHMM)
Propaganda moest zich daarom volgens de NSDAP richten op emotie. Het betoog werd dusdanig opgebouwd dat mensen verleid werden mee te gaan met de emoties die gepresenteerd werden. De eigen groep werd gepresenteerd als een vredig gezin waar warme en veilige gevoelens bij horen. Met daar tegenover het donkere en bedreigende beeld van de Ander die er enkel op uit is de wereld te vernietigen. Het idee was dat de propaganda mensen enkel een gevoel van hoop of agressie hoefde te geven. Hoop dat de partij het land vrijheid, eenheid en stabiliteit zou brengen. Woede over het gevaar dat de Joden, communisten en liberalen volgens de NSDAP voor het Duitse volk vormde. De gevoelens van agressie werden vervolgens aangewakkerd met de boodschap dat alleen als mensen zich verzetten tegen de Ander de toekomst van de eigen groep veilig was.

Geen concrete beloftes

Belangrijk bij deze strategie was dat er nooit concrete beloftes gedaan werden, waarop de partij later zou kunnen worden aangesproken. Deze methode maakte het gemakkelijker om waar hen dat uitkwam op de actualiteit in te springen en de ‘feiten’ dusdanig te interpreteren dat ze de eigen doctrine ondersteunde zonder zich druk te maken of dat wel overeenkwam met eerder gedane beweringen. Zo beloofde de NSDAP de werkeloosheid terug te dringen maar noemde ze nooit concrete cijfers over hoeveel mensen er in hoeveel jaar weer aan de slag moesten zijn. Door nooit echt concreet te worden was de NSDAP tot op zekere hoogte ongrijpbaar voor kritiek. Dit gecombineerd met de haatdragende interpretatie van actuele ‘feiten’ maakte het onmogelijk om de boodschap te weerleggen zonder een uitvoerige uiteenzetting. Om deze reden werd er veel gebruik gemaakt van retorische vragen, waarbij het idee was dat mensen niets anders konden dan het eens zijn met de gepresenteerde redenatie:

“Ik vraag u, Duitse broeder, u bent toch ook tegen ziektemakers en bacteriën, tegen de tuberculose die aan uw longen vreet? Wanneer u uzelf wilt beschermen, dan moet u hard zijn en het beste doen voor ons volk, de Jood is onze parasiet!”
– Robert Ley: Reichsorganisationsleiter der NSDAP

Propaganda is emotie, propaganda moet aansluiten bij al bestaande ideeën. In dit voorbeeld het oude idee dat Joden christelijke kinderen offeren. Afbeelding op de voorpagina van het nazi-blad Der Stuermer, 1939 (USHMM)
Propaganda is emotie, propaganda moet aansluiten bij al bestaande ideeën. In dit voorbeeld het oude idee dat Joden christelijke kinderen offeren. Afbeelding op de voorpagina van het nazi-blad Der Stuermer, 1939 (USHMM)

Propaganda is emotie, propaganda moet aansluiten bij al bestaande ideeën. In dit voorbeeld het oude idee dat Joden christelijke kinderen offeren. Afbeelding op de voorpagina van het nazi-blad Der Stuermer, 1939 (USHMM)Een andere beproefde methode om de geloofwaardigheid van de boodschap te vergroten was het toevoegen van ‘wetenschappelijke’ cijfers. Hierbij kon het bijvoorbeeld gaan over de verschillen in criminaliteitscijfers of geesteszieken binnen de Arische en Joodse gemeenschap. De percentages en verhoudingstabellen die de NSDAP in hun propaganda gebruikte schiepen de illusie dat hun beweringen echt onderzocht waren en de politieke doctrine daadwerkelijk insprong op de ‘problemen’ in de samenleving.

Om te zorgen dat alle propaganda op dezelfde manier gevoerd werd, hield de nationale propagandaleiding de touwtjes stevig in handen. Vanuit het hoofdkantoor in München ging een constante stroom aan richtlijnen, nieuwe slogans en campagne materiaal naar de lokale partijafdelingen.

Richtlijnen

De plaatselijke nazi-organisaties kregen gedetailleerde instructies over hoe de campagnes gevoerd moesten worden. Op speciale bijeenkomsten werd uitgelegd hoe een goede partijposter eruit hoorde te zien, welk taalgebruik voor welk publiek gebruikt moest worden en zelfs hoe de kans vergroot kon worden dat het vlugschrift ook daadwerkelijk gelezen werd. Een tip die de lokale medewerkers meekregen was dat de pamfletten uitgedeeld moesten worden aan mensen die een metrostation in gaan in plaats van uitlopen. Andere zaken waar op gelet moest worden, was bijvoorbeeld het kleurgebruik en wanneer het beter was een kiosk vol te hangen met dezelfde pamfletten of wanneer er gevarieerd moest worden. De Sicherheitsdienst (SD) bracht regelmatig verslag uit aan de NSDAP- leiding over de openbare sfeer en de reactie van het publiek op politieke besluiten en de propagandacampagnes. Dit om er zeker van te zijn dat de propaganda aansluiting vond bij het beoogde publiek.

Hitler über Deutschland (USHMM)
Hitler über Deutschland (USHMM)

Op basis hiervan werd dan besloten of de campagne aangepast moest worden. In sommige steden werd bijvoorbeeld minder aandacht besteed aan de antisemitische boodschap en werd er meer nadruk gelegd op het socialistische aspect van de NSDAP. In meer conservatieve gebieden werden de traditionele waarden van het nationalisme en de christelijke familiewaarden benadrukt. In weer andere contexten werd de nadruk gelegd op de nationaal-socialisten als personificatie van de moderniteit en vooruitgang. Een bekend voorbeeld is de verkiezingscampagne waarbij Hitler in een vliegtuig van de ene naar de andere plaats vloog om 46 toespraken door het hele land te geven onder het motto Hitler über Deutschland.

Deze verschillende facetten van de NSDAP kwam ook terug in hun vlag. De rode achtergrond voor het socialisme, de witte cirkel als representatie van het nationalisme en het hakenkruis als symbool van het ultrarechtse facet van de partij. Door verschillende delen van de Duitse samenleving aan te spreken sloot de NSDAP aan bij de politieke verscheidenheid die altijd onderdeel is geweest van de Duitse samenleving. Hitler gebruikte een vage maar krachtige retoriek om duidelijk te maken dat hij er naar streefde om de verschillende politieke en sociale groepen te verenigen. De NSDAP profileerde zichzelf als een beweging die boven alle sociale grenzen en conflicten uitsteeg. De nationaal-socialisten beloofden van Duitsland weer een wereldmacht van formaat te maken. De wereldoorlog die volgde bewees hun ongelijk.

~ Kim Koops

Gedachteniskapel in Helmond (STIWOT)
Twintig jaar geleden werd in het Hortensiapark in Helmond de St. Jozefkapel…
Henry Kissinger
Dat de Joodse Duitser Heinz Kissinger (1923) het Derde Rijk overleefde is…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier