Oorlogsmoeheid: Brits-Franse problemen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog

Tijdens besprekingen met de Britse regering over mogelijke wapenstilstandsonderhandelingen eind 1918, adviseerde de Britse opperbevelhebber generaal Haig zijn regering de wapenstilstandseisen voor Duitsland niet te zwaar te maken en slechts de volledige terugtrekking van de Duitse troepen uit de bezette gebieden te eisen. Voorts zouden de Duitsers België al haar rollend materieel moeten teruggeven alsmede alle krijgsgevangenen moeten vrijlaten.

Na deze mededeling viel er een doodse stilte.

Andrew Bonar Law

Andrew Bonar Law

Minister Bonar Law vroeg of hij hieruit moest concluderen dat de situatie voor de geallieerden dus eigenlijk vrij hopeloos was en of er dan geen redenen waren aan te nemen dat de Duitsers zwaardere eisen zouden accepteren. Haig antwoordde:

“De vijand denkt misschien dat we sterker zijn dan we in werkelijkheid zijn” (1)

De minister-president, Lloyd George, vroeg daarop wat het effect op de Britse soldaat zou zijn als besloten werd de strijd toch voort te zetten, waarop Haig antwoordde: “very bad”.

- advertentie -

Hij kon het weten want niet alleen de Duitse soldaat was aan het eind van z’n krachten gekomen. Ook de Britten en Fransen waren volstrekt uitgeput en oorlogsmoe zoals tijdens het uitbreken van de muiterijen in Calais, Glascow en Belfast en in januari 1919, toen duizenden Britse soldaten met hun officieren weigerden naar het front terug te keren na genoten kerstverlof in Engeland, nog eens pijnlijk duidelijk werd.
Bekend is de uitlating van veldmaarschalk Wilson bij die gelegenheid toen hij opmerkte dat als de regering niet snel van politiek zou veranderen, de generaals hun grip op de strijdkrachten zouden verliezen en er al snel geen leger meer zou zijn om te commanderen.(2)

Er zijn historici die aanvoeren dat de Britten misschien inderdaad enkele dagen oponthoud zouden hebben ondervonden als ze na 11 november de strijd hadden willen voortzetten, maar dat ze dan toch met gemak veertig of meer divisies bijeen hadden kunnen brengen en daarmede de nog resterende Duitse troepen zeker over de grens en over de Rijn zouden hebben gejaagd.

De historici die dit beweren onderschatten de enorme problemen welke verbonden zijn aan het transport van grote massa’s manschappen en materieel in een omgeving waar alle communicatielijnen, bruggen, tunnels en spoorwegen totaal waren vernietigd. Zelfs als ze de Antwerpen-Maaslinie zouden hebben doorbroken, dan nog zou het oversteken van de Rijn een uiterst moeilijk probleem zijn geweest zoals ook in de Tweede Wereldoorlog, toen men toch over veel modernere middelen kon beschikken, wel is gebleken. Genoemde historici maakten dan ook een denkfout door aan te nemen dat de geallieerden inderdaad onmiddellijk de strijd hadden kunnen voortzetten, hooguit met enkele dagen vertraging. Dat zou echter militair-technisch absoluut onmogelijk zijn geweest. Ze zouden zeker tot na de winter hebben moeten wachten alvorens het weer een actief voortzetten van de strijd zou hebben toegelaten.

Maar het zou anders lopen. Onder druk van de uitgebroken revolutie moest het Duitse leger de strijd staken. Op 11 november 1918 tekende Duitsland de wapenstilstandovereenkomst hetgeen tot gevolg had dat de geallieerden hun legers snel gingen demobiliseren. Toen het uiteindelijk zover was dat er een vredesverdrag ter ondertekening aan Duitsland kon worden voorgelegd, was de sterkte van de geallieerde troepen reeds enorm teruggebracht. Dit maakte een eventueel hervatten van de strijd op dat moment voor hen zeker problematisch ook al waren de Duitse strijdkrachten toen al in verregaande staat van ontbinding en zeker niet meer bij machte om welke vijand dan ook nog tegen te houden. Een onderzoek ter zake door het Duitse opperbevel maakte dit heel duidelijk.

Vlak vóór de wapenstilstand en ook nog vlak daarna was er echter nog steeds sprake van een, weliswaar verzwakt, maar organiek toch nog steeds intact zijnde Duitse strijdmacht, een strijdmacht die, als het er op aankwam om het eigen land te verdedigen, nog zeer geducht tegenstand had kunnen bieden en dit feit wordt al te gemakkelijk over het hoofd gezien. Men mag het verschil tussen de situatie vóór en de situatie ná de wapenstilstand niet met elkaar verwarren. Opmerkelijk in dit verband is dan ook dat op 16 juni 1919, vlak vóór de definitieve ondertekening van het vredesverdrag van Versailles, maarschalk Foch tijdens een bijeenkomst met de geallieerde leiders desgevraagd verklaarde dat als de Duitsers zouden weigeren om het verdrag te ondertekenen, hij over onvoldoende strijdkrachten beschikte om de ondertekening met een invasie af te dwingen. Hij stelde dat hij ten tijde van de wapenstilstand nog ruim 198 divisies tot zijn beschikking had terwijl dat er nu nog maar 39 waren en dat de Franse inlichtingendienst had vastgesteld dat de Duitsers nog 550.000 man voor de verdediging op de been zouden kunnen brengen.

Duitse soldaten op het dak van een trein, 1918

Duitse soldaten op het dak van een trein, 1918

Hij adviseerde dan ook om, als de Duitse regering weigerde, met een aantal deelstaten afzonderlijk vredesverdragen te tekenen en pas dan Pruisen te bezetten.(3) Pas onder zware druk van de Franse minister-president Clemenceau en de overige geallieerde leiders gaf hij toe dat een invasie wellicht toch haalbaar zou zijn. Wat er ook van Foch’s verklaring juist was, tekenend voor de situatie en onzekerheid bij de geallieerden was het wel.

Lloyd George heeft later in zijn memoires, scherpe kritiek uitgeoefend op zijn bevelhebbers en hen grove onderschatting van de werkelijke situatie aan Duitse zijde verweten en een volstrekt verkeerde inschatting van de werkelijke- en veel gunstiger- militaire situatie bij de geallieerden. Daarin had hij natuurlijk volkomen gelijk maar een en ander was wel gebaseerd op hindsight. Hij kon dat na de oorlog natuurlijk gemakkelijk zeggen maar hij sprak niet de waarheid toen hij daarbij opmerkte zich van hun adviezen niets te hebben aangetrokken. In dezelfde memoires schreef hij namelijk dat:

““Het advies van de militaire leiders gaf niet veel hoop op een spoedig einde van de oorlog. We waren op dat moment niet op de hoogte van de interne situatie in Duitsland en bij het Duitse leger. We onderschatten het effect van onze overwinningen in de Balkan en in Turkije en onze adviseurs hechtten daar weinig waarde aan terwijl het Duitse opperbevel, naar later is gebleken, dat juist wel deed, maar daarvan waren wij niet op de hoogte. Het werd ons duidelijk dat het waarschijnlijk onmogelijk zou zijn een wapenstilstand te sluiten met de eisen die voor ons bevredigend zouden zijn en zelfs bestond het gevaar dat aan het eind van de onderhandelingen de vijand zich in een nog betere positie zou bevinden en de strijd tegen ons nog lange tijd zou kunnen voortzetten.” (4)

David Lloyd George

David Lloyd George

Lloyd George bevestigde overigens na de oorlog, dat “those victorious last hundred days” in werkelijkheid heel wat minder victorious verliepen toen hij schreef:

“The Germans, when retreating, fought for every kilometre they had ultimately to concede. It was not a chase and hardly a persuit. Starved, decimated, despairing, the German soldiers fought on, making us pay an heavy price for every mile we wrestled from them. Throughout the whole war, the Germans had shown themselves doughty fighters but there was nothing finer in their record then the pluck with which they continued to withstand us in the hour of their defeat. They fought to the end with desperate valour. The heroic fight put up by some of the German units to the very last, probably accounts for the fact that, almost to the end, our military leaders had no real understanding of the actual situation on the German side.” (5)

De Britse minister-president gaf hier onomwonden toe dat er, tot op het allerlaatste moment, geen sprake was van een klip en klare duidelijke geallieerde overwinning, geen sprake ook van het triomfantelijk voortjagen van een verslagen en vluchtend Duits leger en dat elke stap voorwaarts, duur en met bloed moest worden betaald en hij zag daar de verklaring in voor de pessimistische zienswijze van het opperbevel over de geallieerde kansen om de oorlog snel te kunnen beëindigen en van hun advies Duitsland niet te zware wapenstilstand en vredeseisen te stellen. In feite bevestigde Lloyd George hiermede dat Ludendorffs gedachte dat een verder voortzetten van de strijd goede kansen zou bieden om betere voorwaarden te kunnen bedingen, zeker niet zo irreëel was als verschillende historici wel hebben beweerd en tegelijkertijd onderschreef Lloyd George met zijn opmerking de verklaringen van generaal Von Kühl die deze aflegde tijdens zijn verhoor door de na de oorlog ingestelde Parlementaire Commissie ter zake.

Klik hieronder op ‘volgende’ voor het vervolg van dit artikel

Kajko i Kokosz, de Poolse Asterix en Obelix
Kajko i Kokosz, de Poolse Asterix en ObelixOost…
Jezus loopt over het water - Paul Bril, 16e eeuw
Dit stuk – het vierde deel in een reeks – gaat niet…

Pages: 1 2 3

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Yuri Visser

About Yuri Visser

view all posts

Yuri Visser (1979) is de oprichter van Historiek. Vanuit Ermelo - waar hij samen met zijn partner en dochter van 4 woont - voert hij redactie over het platform (en de aanverwante projecten). Email: yurivisser@gmail.com | Twitter: yvisser



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: