Opgelegde solidariteit leidt tot nog meer ongelijkheid

Museumplein in Amsterdam – Foto: CC/Stanislav Traykov

Raad voor Cultuur gaat voorbij aan echte problemen in de museumsector

O P I N I E

De Nederlandse musea moeten vanaf 2017 meer en verplicht samenwerken, luidt het vorige week uitgebrachte advies van de Raad voor Cultuur. Op nationaal, regionaal en lokaal niveau gaat de minister van OCW kernmusea aanwijzen die partnermusea gaan ondersteunen. Doel van deze beoogde herziening van het museale stelsel is onder andere grotere mobiliteit en toegankelijkheid van collecties, ruimere openingstijden, meer gezamenlijke tentoonstellingen, en dus meer bezoekers. De onderliggende gedachte is dat grote musea best bereid zijn kleintjes te helpen, en dat de kleintjes dat fijn vinden. En dat is een misverstand.

Ontgrenzen en Verbinden, het advies van de Raad voor Cultuur

Het advies van de Raad voor Cultuur geldt voor de 442 geregistreerde musea in ons land, terwijl ons land meer dan twaalfhonderd musea telt. Dat betekent dat tweederde van de Nederlandse musea zich niets van dit advies hoeft aan te trekken, maar blijkbaar ook geen doelwit wordt van de ‘zorgplicht’ van de aangewezen kernmusea. Het is de vraag of ze dat heel erg moeten vinden.

Ik vermoed namelijk dat met dit advies van de Raad voor Cultuur de kloof tussen de, pakweg, vijftig grootste musea en de rest steeds groter zal worden. Neem de twintig meest bezochte geregistreerde musea. Daarvan staan er acht in Amsterdam. Dat zijn instellingen als het Stedelijk Museum, Rijksmuseum, Van Gogh Museum en Anne Frank Huis, die honderdduizenden bezoekers trekken. Het Anne Frank Huis meer dan een miljoen, en het Van Gogh Museum zelfs anderhalf miljoen, een aantal dat het vernieuwde Rijksmuseum wellicht nog gaat overtreffen. Waarom zouden dit soort musea tijd, geld en menskracht stoppen in samenwerking met andere musea? Ze hebben immers zelf de collecties, de middelen, de kennis en expertise, de internationale contacten en de bezoekersaantallen om hun status waar te kunnen blijven maken. Ook als het gaat om digitale ontsluiting en toegankelijkheid van collecties zullen de grote jongens niet genegen zijn hun kennis en ervaring te delen. Wat zouden andere, kleinere, musea dan kunnen toevoegen? Omgekeerd, wat hebben kleinere instellingen van hun grote broers te verwachten? Hooguit de kruimels uit de collecties.

- advertentie -

Door niet de echte problemen van middelgrote en kleine musea te adresseren, kiest de Raad voor een stelselwijziging als oplossing.

De ruim zevenhonderd musea die niet onder de door de Raad voor Cultuur gepropageerde zorgplicht van de kernmusea vallen, blijft daarentegen een gedwongen samenwerking bespaard. Zij kunnen in alle vrijheid eigen samenwerkingsverbanden opzetten en creatieve oplossingen voor collectievraagstukken bedenken en uitvoeren.

Helaas zien we daar wel een grote kloof tussen wens en werkelijkheid, maar die geldt voor alle middelgrote en kleine musea, geregistreerd of niet. Die kloof bestaat uit beperkte personele capaciteit, gebrek aan kennis en deskundigheid, de voortdurende bezuinigingen en tegelijkertijd de druk om met nieuwe tentoonstellingen zichtbaar te zijn voor het grote publiek. Die problemen snijdt het advies van de Raad voor Cultuur niet aan, maar de kernmusea zullen die ook niet (kunnen) oplossen voor de aan hen toegewezen pleegkinderen.

Dan is er nog een andere belangrijke reden waarom een herziening van het museale bestel op de voorgestelde manier niet gaat lukken. De Raad voor Cultuur beschouwt de sterk hiërarchische structuur van het huidige bestel als een belemmering voor verandering, maar vergeet dat dit ook voor een groot deel van de individuele instellingen geldt. Daar bepalen visionaire, dictatoriale of eigenzinnige directeuren het museale beleid, dat door met de collecties vergroeide conservatoren naar tentoonstellingen vertaald wordt. Educatie-, marketing- en communicatiemedewerkers zorgen ervoor dat het publiek er weet van krijgt. En vele duizenden vrijwilligers garanderen vervolgens dat musea überhaupt in staat zijn om bezoekers te ontvangen. De zo bepleite dynamiek en flexibiliteit is in een dergelijke hiërarchie ver te zoeken. En dan hebben we het over musea die nog over een behoorlijke staf bezitten. De meesten hebben maar een beperkt aantal mensen in vaste dienst die vaak meerdere taken hebben. “Teveel musea zijn alleen met zichzelf bezig”, zegt Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur. Hij heeft natuurlijk helemaal gelijk, maar neem ze het maar eens kwalijk.

De grotere musea zullen verplichte samenwerking strategisch inzetten om nog belangrijker en dominanter te worden en nog meer bezoekers te trekken. Dat zal dan ten koste gaan van de rest van de museale sector.

En waartoe dient een nieuw museaal stelsel? Meer samenwerking zal leiden tot meer aanzien, meer kwaliteit en professionaliteit, meer maatschappelijke relevantie, en dus tot meer bezoekers en hogere inkomsten, is de gedachtegang. Meer bezoekers trekken? Dan zullen er ook genoeg verliezers zijn. Want het museumbezoek mag dan weliswaar toenemen, er zit een grens aan het aantal bezoeken. De grotere musea zullen verplichte samenwerking strategisch inzetten om nog belangrijker en dominanter te worden en nog meer bezoekers te trekken. Dat zal dan ten koste gaan van de rest van de museale sector.

Ik denk dat het advies van de Raad voor Cultuur de museale sector geen stap verder helpt. Door niet de echte problemen van middelgrote en kleine musea te adresseren, kiest de Raad voor een stelselwijziging als oplossing. Dat zal geregistreerde musea in de praktijk veel frustratie en vergadertijd opleveren, maar hen weinig brengen. Als het advies van de Raad wordt overgenomen zet ik om die reden mijn geld op de niet-geregistreerde instellingen, die straks hun spaarzame tijd en capaciteit nog wèl kunnen besteden aan innovatie, onorthodoxe samenwerkingsverbanden en het presenteren van eigen, bijzondere collecties.

~ Geert-Jan Mellink

Geert-Jan Mellink is conceptontwikkelaar, medeoprichter van het Affichemuseum in Hoorn en oprichter van de Stichting 100 Jaar Nederland en de Eerste Wereldoorlog.

Gerelateerde boeken:

Goums (Marokkaanse soldaten) - Foto: Verzetsmuseum 'Goums' Vanaf de…
bankgiroloterij-goedgeldgala
Goed Geld Gala 2012De BankGiro Loterij heeft ruim 64…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Historiek

About Historiek

view all posts

Historiek verbindt actualiteit met geschiedenis en richt zich op een breed publiek. Van geïnteresseerde leek tot professional. Ons motto: "Omdat we ook van gisteren zijn". Meeschrijven? Tips? Mail ons: info@historiek.net



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: