De poppenhuizen van de Haagse Lita de Ranitz

Het grote poppenhuis, gemaakt in 1910 – foto door Tom Haartsen, Ouderkerk aan de Amstel (Collectie Haags Historisch Museum)

Het grote poppenhuis, gemaakt in 1910 – foto door Tom Haartsen, Ouderkerk aan de Amstel (Collectie Haags Historisch Museum)

De Haagse Lita de Ranitz (1876-1960) verzamelde haar leven lang poppen en poppenhuisspullen. Samen met vriendinnen trok ze geregeld door Europa, op zoek naar nieuwe spulletjes. Dat leverde een unieke collectie op. Lita deed meer dan verzamelen alleen: ze richtte zelf ook poppenhuizen en poppenkamers in. Het meest bekende huis maakte ze in 1910, toen ze 34 jaar was. Een groot deel van haar bijzondere levenswerk is te zien op de zolder van het Haags Historisch Museum.

Lita de Ranitz – foto door Adolphe Zimmermans, Den Haag, ca. 1896 (Collectie Besier-Thomassen à Theussink van der Hoop, Den Haag)

Lita de Ranitz – foto door Adolphe Zimmermans, Den Haag, ca. 1896 (Collectie Besier-Thomassen à Theussink van der Hoop, Den Haag)

Lita en haar familie


In de rubriek ‘Oh, oh Den Haag’ staat het Haags Historisch Museum iedere maand stil bij een bepaald facet uit de geschiedenis van Den Haag. In deze aflevering staan de poppenhuizen van de Haagse Lita de Ranitz centraal. Een overzicht van alle geplaatste artikelen is hier te vinden

Lita de Ranitz werd in 1876 geboren in de Haagse Archipelbuurt. Haar vader werkte als secretaris voor Koning Willem III en later voor Koningin-moeder Emma. Hij had een goede band met beiden. Het schijnt dat Lita en haar zus Anna zelfs nog samen met Prinses Wilhelmina hebben gespeeld. De zusjes De Ranitz groeiden op in een deftig, welgesteld Haags gezin. Lita trouwde op haar 43ste met kunstschilder Willem Tholen. Samen gingen ze in Scheveningen wonen. Toen Willem overleed en de Tweede Wereldoorlog uitbrak, verhuisde Lita naar Amsterdam. Daar trok ze in bij haar ongehuwde zuster.

Lita schreef voor verschillende tijdschriften en publiceerde enkele romans, maar was vooral een fervent verzamelaar van poppen en poppenhuizen. Daarnaast was zij, net als haar zus Anna, goed in handwerken. Anna exposeerde haar borduurwerken zelfs in een galerie. Zij maakte ook verschillende kleedjes en gordijnen voor het grote poppenhuis van Lita. Creativiteit zat de zusjes in het bloed: hun vader was een zeer verdienstelijk kunstschilder. Een paar van zijn werken zijn zelfs opgenomen in de collectie van het Koninklijk Huis. In de poppenhuizen van Lita hangen ook kunstwerkjes van de hand van haar vader.

Poppenhuizen

Lita’s miniatuur woonkamers zijn veelal luxueus ingericht, wat misschien een verkeerd beeld oplevert van de leefomstandigheden in de negentiende eeuw. Dergelijke woonkamers waren toen alleen weggelegd voor welgestelde mensen die genoeg geld hadden voor fraaie kroonluchters, prachtig meubilair, mooie schilderijen en een warme haard in elke kamer. Binnen arbeiderskringen zag het er heel anders uit; daar was geen geld voor decoraties of mooie meubels en een aparte woonkamer kenden ze niet. Vaak was de woonkeuken met kachel het enige vertrek in huis.

Lita de Ranitz en haar echtgenoot Willem Bastiaan Tholen – tekening door Eduard Houbolt, 1922 (Collectie Gemeentemuseum, Den Haag)

Lita de Ranitz en haar echtgenoot Willem Bastiaan Tholen – tekening door Eduard Houbolt, 1922 (Collectie Gemeentemuseum, Den Haag)

De collectie van Lita bevat naast woonkamers ook een aantal keukens die passen bij de meer gegoede families uit die tijd. De keukens hebben namelijk allemaal een eigen waterpomp en stookplaats. Dat had de arbeidersklasse niet in huis. Meestal gebruikten zij een gemeenschappelijke waterpomp die op een binnenplaats stond en soms werd er ook gekookt op die binnenplaats.

Lita verzamelde ook winkels. In de negentiende eeuw was er meestal geen zelfbediening in winkels, zoals in de miniatuurzaakjes is terug te zien. Lita kocht onder meer een paar winkeltjes kant-en-klaar. Deze werden in de negentiende eeuw in serie gemaakt en verkocht als speelgoed. Haar verzameling kent echter ook verschillende kamers die nooit speelgoed zijn geweest, maar speciaal voor haar zijn gebouwd, zoals het grote poppenhuis.

Manufactuurwinkel, gemaakt tussen 1875 en 1900 – foto door J & M Zweerts, Den Haag (Collectie Haags Historisch Museum) Deze manufactuurwinkel bestaat uit een open eikenhouten kast met een luifel. Hierin paste vrijwel alle koopwaar: diverse stoffen, doosjes, mandjes en standaarden voor hoedjes. In de kast hangt ook een spiegel met een ellestok, waarmee de stof werd opgemeten. Op de toonbank staan twee vitrinekastjes met glazen deksels. Hierin liggen toneelkijkers, naai-etuis, scharen, handspiegels en parfumflesjes. Ook aan de kleinste details werd gedacht: het winkelmeisje draagt een zilveren schaartje aan haar ketting. Hiermee kon ze de benodigde stof afknippen.

Manufactuurwinkel, gemaakt tussen 1875 en 1900 – foto door J & M Zweerts, Den Haag (Collectie Haags Historisch Museum) Deze manufactuurwinkel bestaat uit een open eikenhouten kast met een luifel. Hierin paste vrijwel alle koopwaar: diverse stoffen, doosjes, mandjes en standaarden voor hoedjes. In de kast hangt ook een spiegel met een ellestok, waarmee de stof werd opgemeten. Op de toonbank staan twee vitrinekastjes met glazen deksels. Hierin liggen toneelkijkers, naai-etuis, scharen, handspiegels en parfumflesjes. Ook aan de kleinste details werd gedacht: het winkelmeisje draagt een zilveren schaartje aan haar ketting. Hiermee kon ze de benodigde stof afknippen.

Het grote poppenhuis

Koningin-moeder Emma en Prinses Wilhelmina en (links van de treeplank) jhr. S.M.S. de Ranitz, de vader van Lita, bij de Koninklijke Stallen in Den Haag – foto door H.W. Wollrabe, Den Haag, 1893 (Collectie Koninklijk Huisarchief, Den Haag)

Koningin-moeder Emma en Prinses Wilhelmina en (links van de treeplank) jhr. S.M.S. de Ranitz, de vader van Lita, bij de Koninklijke Stallen in Den Haag – foto door H.W. Wollrabe, Den Haag, 1893 (Collectie Koninklijk Huisarchief, Den Haag)

In 1908 zond de toen 32-jarige Lita het poppenhuis uit haar kinderjaren in voor de tentoonstelling ‘Opvoeding van het kind’. De belangstelling voor dit poppenhuis was groot en van alle kanten werden nieuwe miniaturen geschonken ter decoratie van het huis, dat hierdoor spoedig te klein werd. Herman Ros, leraar aan de Ambachtsschool adviseerde Lita om een heel nieuw poppenhuis te bouwen. Ros maakte hiervoor in overleg met Lita een ontwerp. Het nieuwe poppenhuis werd een eigentijds huis, vergelijkbaar met villa’s die in die tijd in Den Haag en elders werden gebouwd. In september 1910 was het huis klaar en werd de Nederlandse vlag op de nok van het dak gehesen.

Lita heeft veel moeite gedaan om het huis zo echt mogelijk te maken. Zo heeft ze er diverse moderne uitvindingen uit die tijd in verwerkt. Het poppenhuis toont bijvoorbeeld stromend water, heeft elektrisch licht, een telefoon en zelfs een stofzuiger. De stofzuiger was toen net uitgevonden. Die was bedoeld voor de dienstmeiden, aangezien de rijke huiseigenaren zelf niet schoonmaakten, kookten of boodschappen deden. Met alle schilderijen, luxe stoffen, exotische meubels, porseleinen en zilveren voorwerpen geeft het grote poppenhuis van Lita een beeld van hoe rijke mensen rond de vorige eeuwwisseling woonden.

Het grote poppenhuis is momenteel helaas niet in het museum te bezichtigen omdat het wordt gerestaureerd. Blijf op de hoogte via de nieuwsbrief of bezoek www.haagshistorischmuseum.nl

~ Rosa Bilkes – Haags Historisch Museum

Dit artikel is gebaseerd op het boek De Poppenhuizen van jonkvrouwe Lita de Ranitz (Den Haag, 1992) van Robert van Lit.
Biedermeier woonkamer met wieg, gemaakt rond 1835 – foto door J & M Zweerts, Den Haag (Collectie Haags Historisch Museum) - Lita heeft deze woonkamer zelf ingericht in de Biedermeierstijl. Deze stijl was erg populair onder de gegoede burgerij in de periode 1815-1850. De meubels, gordijnen, wandbespanningen en kleding zijn redelijk sober van vorm en kleur. Dit in tegenstelling tot de Empirestijl, die eerder huiskamers vulde met verguldsel en andere kostbare materialen. In de hoek heeft Lita een wieg geplaatst. Hierin ligt een baby, gekleed in een katoenen hemdje. Op de commode staat het bordspel triktrak en op de klep van de schrijftafel staat een ivoren inktstel. Aan de muren hangen 19de-eeuwse kunstwerkjes en in de rechterhoek hangen twee zogenaamde schellenkoorden. Daarmee kon de dame of heer des huizes de dienstmeid roepen. De koorden lopen namelijk door tot in de keuken. Daar hing aan het einde van het koord een belletje.

Biedermeier woonkamer met wieg, gemaakt rond 1835 – foto door J & M Zweerts, Den Haag (Collectie Haags Historisch Museum) – Lita heeft deze woonkamer zelf ingericht in de Biedermeierstijl. Deze stijl was erg populair onder de gegoede burgerij in de periode 1815-1850. De meubels, gordijnen, wandbespanningen en kleding zijn redelijk sober van vorm en kleur. Dit in tegenstelling tot de Empirestijl, die eerder huiskamers vulde met verguldsel en andere kostbare materialen. In de hoek heeft Lita een wieg geplaatst. Hierin ligt een baby, gekleed in een katoenen hemdje. Op de commode staat het bordspel triktrak en op de klep van de schrijftafel staat een ivoren inktstel. Aan de muren hangen 19de-eeuwse kunstwerkjes en in de rechterhoek hangen twee zogenaamde schellenkoorden. Daarmee kon de dame of heer des huizes de dienstmeid roepen. De koorden lopen namelijk door tot in de keuken. Daar hing aan het einde van het koord een belletje.

Verder lezen:

Gerelateerde uitgaven: