Schrijnende verhalen van verboden kinderen

In 2006 publiceerde historica Monika Diederichs het boek Wie geschoren wordt moet stil zitten over Nederlandse vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatie aanknoopten met een Duister en zwanger raakten. Veel van deze vrouwen – vaak ‘moffenmeiden’ of ‘moffenhoeren’ genoemd – kregen het na de oorlog zwaar te verduren. Omringd door een joelende menigte werden ze vaak kaalgeknipt. Ook na deze publieke vernedering volgden echter moeilijke jaren.

Franse foto waarop te zien is hoe een ‘moffenmeid’ kaalgeschoren wordt

Nationalsozialistische Volkswohlfahrt

In het nieuwe boek van Monika Diederichs komen de kinderen van deze vrouwen aan het woord. Het boek is ook aan hen opgedragen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er in Nederland tussen de 13.000 en 15.000 kinderen van Duitse militairen geboren. De levens van veel van deze kinderen bleef lang in het teken staan van de oorlog. Velen van hen hebben hun vader nooit gekend.

“Het leven van deze kinderen stond en staat ook nu nog in het teken van een oorlog die ze nauwelijks hebben meegemaakt. Hun jeugd kenmerkte zich door pesterijen en afwijzing. Dat zij ‘verboden’ kinderen waren waar niemand op zat te wachten, ontdekten ze vaak pas vele jaren later.”

In Kinderen van Duitse militairen in Nederland vertellen zesentwintig kinderen van Duitse militairen en acht moeders hun levensverhaal. Het zijn stuk voor stuk aangrijpende verhalen.

- advertentie -

Het boek begint met een hoofdstuk over de Duitse bezetting en relaties die Nederlandse vrouwen aanknoopten met Duitse militairen. Soms waren dat korte liefdes, niet meer dan affaires, maar er waren ook vrouwen die een langdurige relatie met een militair aanknoopten en zelfs trouwden. Diederichs schat dat er gedurende de oorlog tussen de 120.000 en 150.000 vrouwen omgang hadden met Duitsers. Wie zwanger raakte kon, mits aan een paar voorwaarden was voldaan, rekenen op de steun van de Nationalsozialistische Volkswohlfahrt (NSV).

Al tijdens de oorlog werd in Londen nagedacht over hoe er na de oorlog omgegaan moest worden met Nederlanders die geheuld hadden met de vijand. Ook vrouwen die omgang hadden gehad met Duitsers werden gezien als landverraders. Diederichs:

“Bij vrouwen die met vijandelijke militairen omgingen, kon slechts sprake zijn van onzedelijke en egoïstische motieven en niet van liefde. Een relatie met de vijand betekende landverraad en seksuele collaboratie.”

Tijdens de oorlog werden er daarom al lijsten opgesteld met de namen van vrouwen van wie de onvaderlandslievendheid later met een kaal hoofd moest worden bestraft.

“Laat Hitler maar voor hem zorgen!”

Hoewel er met veel kinderen die uit deze relaties geboren werden vaak helemaal niet over de Tweede Wereldoorlog werd gepraat, speelde die oorlog toch een grote rol in hun leven. Op verschillende manieren. Sommige kinderen die tijdens of na de oorlog in een kindertehuis werden geplaatst zagen hun moeder bijvoorbeeld nauwelijks. Voogdijraden twijfelden, waarschijnlijk vanwege het oorlogsverleden, vaak aan de geschiktheid van moeder om voogdes te worden en als een moeder de verpleegkosten tijdelijk niet kon betalen mocht ze haar kind niet zien.

Anders dan in Noorwegen werd de geheimhouding van de afkomst van kinderen van Duitse militairen in Nederland niet bij wet geregeld. Dit betekende echter niet dat er geen sprake was van versluiering van de afkomst van de kinderen. Dit gebeurde zeer geregeld. Een treffend voorbeeld is de opstelling van de rooms-katholieke vereniging voor de opvang van ongehuwde moeders en hun kinderen, St. Hubertus in Amsterdam.

“Deze vereniging nam na de oorlog een duidelijk standpunt in over de opname van kinderen van Duitse militairen. Een meisje, dat een zoontje van drie jaar had van een Duitse militair, kreeg te horen dat opname van haar kind in het kindertehuis alleen mogelijk was als zij zijn afkomst geheim hield en hem de voornaam Coen in plaats van Kurt zou geven.”

Een ander, veel ouder, kind werd van een priesteropleiding geweerd nadat duidelijk was geworden dat hij een kind van een Duitser was.

Ook in de beschrijvingen van de burgerlijke stand na de oorlog vond Diederichs veel voorbeelden van naamsveranderingen en versluieringen van de afkomst van kinderen van Duitse militairen. Ze werden gezien als ‘verboden kinderen’.

De kinderen hadden niet alleen te maken met een afwijzende overheid of samenleving. Ook in verschillende families werden ze behandeld als een soort besmette kinderen. Marcel, een van de geïnterviewde kinderen, vertelt bijvoorbeeld hoe hij zijn moeder op een dag vroeg waarom ze hem had afgestaan. Zij antwoordde dat ze niet voor hem had kunnen zorgen, omdat haar vader haar het huis uit had gezet. “Laat Hitler maar voor hem zorgen!”, had hij gezegd.

Een ander kind herinnert zich hoe de ouders van haar stiefvader onderscheid maakten tussen haar en hun ‘echte kleinkind’.

“Als we een zondagscentje gingen halen voor onze spaarpot, dan kreeg mijn zusje een kwartje en ik een dubbeltje. Mijn moeder wilde daar niet over praten, maar vulde mijn spaarpot wel aan.”

Het grootste deel van Kinderen van Duitse militairen in Nederland bestaat uit interviews met kinderen van Duitse militairen. Op een vlotte en aangrijpende manier laat Diederichs de kinderen steeds in enkele pagina’s hun verhaal doen. Het zijn waardevolle getuigenissen. Schrijnende verhalen waar je geregeld de tranen bij in de ogen springen.

Hoewel de geïnterviewde kinderen ieder een geheel eigen achtergrond en geschiedenis hebben is er zeker een constante te vinden. Het zijn stuk voor stuk verhalen van mensen die opgroeiden met een geheim dat ze vaak zelf niet kenden. En de worsteling met hun verleden duurt in veel gevallen tot op de dag van vandaag voort.

Hij kon het ook allemaal niet verwerken

Maar er zitten ook verhalen bij die mooi en warm eindigen. Zoals het verhaal van Carla. Na de oorlog werd zij in een pleeggezin geplaatst. Rond haar puberteit ontmoette ze haar biologische moeder maar dat contact verliep, door tussenkomst van haar pleegmoeder, vrij moeizaam. Jaren later, ze is dan de veertig inmiddels gepasseerd, besluit ze op zoek te gaan naar haar Duitse vader. Via het Rode Kruis wordt haar vader opgespoord. De twee spreken op een neutrale plaats met elkaar af en doen hun verhaal. Het klikt en het afscheid namen valt de twee hierna zwaar:

“We reden samen op de snelweg en op een gegeven moment ging hij rechtsaf en ik ging verder en dat voelde zo raar! Toen ben ik hem weer achterna gegaan. Ik vond hem terug in zijn auto, waar hij zat te huilen als een klein kind! Hij kon het ook allemaal niet verwerken.”

Diederichs sluit haar boek af met een hoofdstuk waarin de situatie in Nederland wordt vergeleken met die in Denemarken en Noorwegen. Dit onder meer aan de hand van een enquete die is gehouden onder kinderen van Duitse militairen. Hoewel het aantal geënquêteerden in Nederland vrij klein was (110), komen er uit de vergelijking toch een aantal interessante zaken naar voren.

Kinderen van Duitse militairen in Nederland – Monika Diederichs

In Noorwegen leefde lange tijd de overtuiging dat veel kinderen van Duitse militairen geestelijk gestoord waren. De vooraanstaande psychiater Ørnulf Ødegaard had geconcludeerd dat vijftig tot zestig procent van de kinderen gestoord was enkel omdat hij tijdens de oorlog vijfendertig vrouwen had behandeld die omgang hadden met een Duitser. Vanwege de anti-Duitse stemming in het land en de ideeën van de psychiater werden veel kinderen geplaatst in tehuizen waar vrijwel niet naar hen werd omgekeken en kregen ze vaak het stempel imbeciel.

Uit de enquête blijk dat Nederlandse en Noorse kinderen na de oorlog een stuk meer werden gepest dan Deense kinderen. In vergelijking met de andere landen was de angst dat de omgeving er achter zou komen dat vader een Duitse militair was in Nederland het grootst. Hier kende 36 procent die angst (tegen 27% in Noorwegen en 8% in Denemarken).

Diederichs geeft in de inleiding aan met haar boek een eerste aanzet te willen geven tot nader onderzoek en stelt dat nader onderzoek nodig is om uitspraken te doen over de gehele groep kinderen van Duitse militairen in Nederland. De in het boek opgetekende verhalen spreken voor zich: dat onderzoek moet er komen.

~ Yuri Visser

Boek: Kinderen van Duitse militairen in Nederland – Monika Diederichs

Bestel dit boek bij:

Westerbork Naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van Herinneringscentrum…
AuschwitzDe Duitse justitie heeft vijftig bejaarden opgespoord die tijdens…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Yuri Visser

About Yuri Visser

view all posts

Yuri Visser (1979) is de oprichter van Historiek. Vanuit Ermelo - waar hij samen met zijn partner en dochter van 4 woont - voert hij redactie over het platform (en de aanverwante projecten). Email: yurivisser@gmail.com | Twitter: yvisser



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: