De Birma-spoorlijn – Spoorlijn van de dood

De aanleg van de Birma-Siamspoorlijn is één van de meest pijnlijke gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog. Vele krijgsgevangenen werden met geweld door de Japanners als dwangarbeiders ingezet. Velen vonden een gruwelijke dood. Bijzonder is het verhaal van een voormalig krijgsgevangene, die, ondanks alle verschrikkingen, geen haat meer in zich draagt.

Birma-spoorlijn
Birma-spoorlijn
Het was januari 1943 toen een Japans schip uit Java aankwam in Singapore. In het ruim bevonden zich 1200 krijgsgevangenen, opeengepakt als haringen in een ton. Onder hen bevond zich Felix Bakker, een zeventienjarige rekruut van het Nederlandse Korps Mariniers. Pas één jaar was hij in dienst en nu al was hij krijgsgevangene onder de Japanners. “We wisten niet waar het schip ons naartoe zou brengen of wat er verder met ons zou gebeuren”, verklaart de nu 84-jarige Bakker. Vervolgens werd Bakker per trein vanuit Singapore naar Thailand getransporteerd.

Strategische zet

Het plan van de Japanse krijgsmachten was simpel. Er diende een spoorweg door de krijgsgevangenen gebouwd te worden dat een verbinding moest leggen tussen Non Pladuk in Thailand (voorheen Siam) en Thanbuyuzayat in Birma (nu Myanmar). Het doel van de spoorlijn was vooral strategisch. Het moest de aanvoer van Japanse troepen en materialen naar het Birmese front vergemakkelijken.

Alle krijgsgevangenen werden in groepen onder de vele kampen verdeeld die naast de rivieren Khwae Yai en Khwae Noi waren geplaatst. Elke groep moest aan een verschillend traject van de spoorlijn werken. Als een traject klaar was, ging een groep naar een volgend werkkamp om aan een volgende traject te werken. In de periode dat Bakker nog op Java gevangen zat, hadden Britse, Australische en Amerikaanse dwangarbeiders al vanaf september 1942 drie tot vier maanden voorwerk verricht aan verschillende trajecten van de spoorlijn.

- advertentie -

Werken voor de keizer

Samen met nog 650 andere krijgsgevangenen moest Bakker naar het eerste werkkamp lopen. In het kamp stonden slechts vier tenten voor de bewakers. Een vijfde tent was ingericht als ziekenboeg. De gevangenen moesten onder de open lucht slapen. “Volgens de Japanse commandant moesten we ons vereerd voelen omdat we uitverkoren waren om voor de Japanse keizer Hirohito te gaan werken”€, aldus Bakker.

“Vanuit het kamp moesten we zes kilometer naar het tracé waaraan we werkten. Het werk bestond uit het verzetten van grond met pikhouwelen, schoppen en rieten mandjes.”

De Japanners hadden een quotum ingevoerd. Elke dwangarbeider moest per dag één kubieke meter grond verzetten.

Het kamp werd getroffen door malaria en dysenterie, maar dat maakte de Japanners niets uit. “De Japanners bepaalden zelf wel wie er ziek was en wie niet”€, vertelt Bakker. “De aanwezige arts, ook een Nederlandse krijgsgevangene, protesteerde als de Japanners besloten dat een ziek iemand toch moest gaan werken. Zijn verzet werd al gauw gebroken toen ze hem met knuppels bewusteloos sloegen. De Japanners maakten zo duidelijk wie er de baas was.”€

De zieken die toch moesten werken, werden door hun medegevangenen beschermd. “We zeiden tegen hen dat ze maar gauw in de struiken moesten duiken, zodat wij het werk voor ze konden doen—, aldus Bakker. “Als iemand dan toch werd ontdekt, dan werd hij geslagen. Of hij moest met een grote steen in zijn handen met zijn gezicht naar de zon staan.”

Door de dysenterie kregen de gevangenen last van hevige uitdroging. “Voor het eerst in mijn leven voelde ik echt dorst!”, verklaart Bakker.

“Anders dan het kamp lag het tracé ver van het water af. We kregen weinig pauzes en pas dan mochten we wat water drinken, als we dat tenminste konden krijgen. Intussen waren je lippen helemaal gezwollen van de dorst. Ik kreeg visioenen van kranen waar het water overvloedig uitstroomde.”

Van kamp naar kamp

Gereedschap dat de krijgsgevangenen gebruikten bij de aanleg van de Birma-Siamspoorlijn
Gereedschap dat de krijgsgevangenen gebruikten bij de aanleg van de Birma-Siamspoorlijn
De bouw van het tracé duurde ongeveer anderhalve maand. Er waren inmiddels zeventien doden te betreuren en veel zieken. Nu moest de groep doorlopen naar het volgende werkkamp. Het tweede werkkamp bleek een stuk ruiger dan het vorige. “We zaten in hoger gebied met bergen en rotsen”€, aldus Bakker. “Langs grote rotspartijen werd een brug gebouwd. Onze taak bestond uit het wegkappen van een rotswand van ongeveer twintig meter breed en zeventien meter hoog. Op dat traject diende dan de spoorlijn te komen, die op zijn beurt naar de brug moest leiden.”€ De constructie van de brug was in handen van de Engelse en Australische krijgsgevangenen.

Na zes weken lang dag en nacht in drie ploegen aan de doorgang gewerkt te hebben, was de doorgang klaar. De groep van Bakker moest zich weer verplaatsen, ditmaal naar een kamp midden in het donkerste gedeelte van het oerwoud. Het regenseizoen was inmiddels aangebroken en dat maakte de leefomstandigheden erger. “Dit was voor mij het ergste kamp”€, aldus Bakker. “Door de vele regen lagen we niet droog. We hadden geen kleding en geen schoeisel meer. Door de pijn aan onze ontstoken voetzolen kropen we wel eens letterlijk terug naar het kamp.”€ Voedsel was schaars, want het kamp lag te ver van de rails af.

Begraafplaats voor overleden dwangarbeiders in Kanchanaburi, Thailand
Begraafplaats voor overleden dwangarbeiders in Kanchanaburi, Thailand
Het werk was bovendien gevaarlijker dan ooit. “We werden gedwongen om een aardewand af te graven. Maar door de regen ontstond er een aardverschuiving en mijn groep stond er recht onder”, aldus Bakker. “Bij mij kwam de aarde gelukkig tot net boven mijn knieën. Maar degenen die er het dichtst bij hadden gestaan waren verstikt.”€ Met man en macht probeerden de overgebleven gevangenen de bedolven mannen uit te graven. “We hebben zeven doden uitgegraven. Hun lichamen waren helemaal verstijfd van de modder en we moesten hun armen en benen breken om hen in hun graf te laten passen”€, aldus Bakker.

Speedo-tijd

In de zomer van 1943 werd de zogeheten ‘Speedo-tijd’ door de Japanners ingevoerd. De dwangarbeiders moesten zich dubbel inspannen om het spoor af te krijgen. De Japanners jaagden hen op door ‘Speedo! Speedo!’ te roepen. Dat betekende dat ze moesten opschieten. De Japanners hadden inmiddels arbeiders uit Azië verworven. Dit waren geen krijgsgevangenen, maar Chinezen, Tamils en Indonesiërs die onder valse voorwendselen door de Japanners waren geronseld. De Japanners lieten hen vanaf Singapore overkomen naar de spoorkampen.

Bakker kwam terecht in ‘kamp 248’. Dit kamp was vernoemd naar het aantal kilometers dat het spoor, gerekend vanaf Ban Pong in Thailand, inmiddels lang was. Met de komst van de Aziatische arbeiders, in Bakker’s kamp waren dat voornamelijk Tamils en Chinezen, brak de hel in het kamp los. “Ze waren al doodziek en bevuilden de plek waar ze lagen`, aldus Bakker. “Er brak cholera uit en toen was er geen houden meer aan. Ze stierven langs de spoorweg. Artsen en medicijnen waren amper beschikbaar. De lijken dreven nu in de rivier. Sommigen hingen zich zelfs op.”

Op 7 oktober 1943 kwamen de railtrajecten van Thailand en Birma bij elkaar en was de Birma-Siamspoorlijn een feit. De spoorlijn was 415 kilometer lang geworden. “De laatste spijkers werden één dag na mijn achttiende verjaardag in de rails geslagen”, verklaart Bakker. De krijgsgevangenen moesten nu vooral onderhoud aan het spoor verrichten en barakken bouwen. Bakker zelf werd in Chungkai heringedeeld om een hospitaal te bouwen.

Bombardementen

De rivier Khwae Noi
De rivier Khwae Noi
Na drie maanden was het hospitaal gereed en werd Bakker in september 1944 via Chungkai wederom naar een ander kamp overgebracht. Bakker was inmiddels 19 jaar oud en al ruim tweeënhalf jaar krijgsgevangene. De geallieerden waren inmiddels bezig met heftige bombardementen van de spoorweg en de brug over de rivier Khwae Yai. Deze rivier vloeide samen met de rivier Khwae Noi om samen de Meklong rivier te vormen. De brug maakte onderdeel uit van de spoorlijn. De geallieerden wisten niet dat er krijgsgevangenen in de kampen langs de rivier en de spoorweg aanwezig waren.

Bakker werd in kamp Rintin geplaatst. “Ik moest bomen in stukken hakken om brandstof te leveren aan de locomotieven. En schuilplaatsen bouwen voor de locomotieven, zodat ze verborgen bleven voor de bommenwerpers.”€ Nadien moest Bakker naar kamp Thmakam toe, dat kamp lag nabij de bewuste brug. Maar liefst zeventien mensen lieten het leven omdat er bommen in het kamp vielen. Nu had Bakker de taak om blindvangers te ruimen. Dit zijn bommen die wel geland zijn, maar niet zijn afgegaan. “Met je blote handen of met een koevoet moest je die bommen voorzichtig verplaatsen”, aldus Bakker. “Ik heb enorm geriskeerd, maar de verdoving van mijn gevoelens won het van mijn angst.”

In mei 1945 bevond Bakker zich in zijn laatste kamp. Dit kamp lag aan de westkust van de Golf van Thailand. “We moesten houten jonken lossen die voorraden voor het Japanse leger bevatten”€, aldus Bakker. “Die voorraden moesten per schip worden geleverd want door de bombardementen was de aanvoer via Bangkok vast komen te zitten. We verstopten de goederen in schuilloopgraven in de jungle.”€ Later, in augustus 1945, werden Bakker en zijn medegevangenen door de geallieerden bevrijd.

De nasleep

Nam Tok Sai Yok Noi, het huidige eindpunt van de spoorlijn
Nam Tok Sai Yok Noi, het huidige eindpunt van de spoorlijn
Naar schatting zijn er ongeveer 80,000 tot 100,000 krijgsgevangenen om het leven gekomen tijdens de constructie van Birma-Siamspoorlijn. Onder hen bevonden zich zeker 3000 Nederlandse militairen. De spoorlijn werd naderhand de ‘dodenspoorlijn’ genoemd vanwege het grote aantal slachtoffers. Vele omgekomen krijgsgevangenen zijn later herbegraven op verschillende herdenkingsplaatsen.

Ondanks al het leed dat de spoorlijn heeft opgeroepen, is een deel ervan tegenwoordig nog steeds in gebruik. De Thaise regering kocht in 1947 de spoorlijn op en tien jaar later werd één traject in Thailand geopend. Dit traject loopt van Non Pladuk naar Nam Tok. De overige delen van de spoorlijn zijn overwoekerd geraakt door de jungle. Dat de Birma-Siamspoorlijn nog steeds in gebruik is, vindt Bakker een goede zaak. “Uit iets kwaads kan ook iets goeds voortkomen. De plaatselijke bevolking profiteert nu van die spoorlijn bij wijze van transport en de lijn trekt ook toeristen aan. Dat is alleen maar goed voor de Thaise economie.”

Op 29 augustus zullen de slachtoffers van de Birma-Siamspoorlijn op het Landgoed Bronbeek in Arnhem voor de 42ste keer herdacht worden. In het kader van de herdenkingen wil Bakker nog het volgende kwijt: “Het was een harde levensschool. Het was een tijd van veel ellende, pijn en verdriet. Maar het doet er niet meer toe wie goed of fout zat. Ik haat de Japanners niet meer.”

~ Inge Stakenborg

Monumenten Birma Siamspoorlijn

Hieronder een overzicht van gedenktekens en begraafplaatsen opgericht voor krijgsgevangenen en dwangarbeiders die werkten aan de Birma Siamspoorlijn

  • Vele krijgsgevangenen die tijdens de aanleg van de Birma-Siamspoorlijn het leven lieten, zijn herbegraven op drie erevelden in Thailand. Een daarvan bevindt zich in Chungkai, de andere twee bevinden zich in Kanchanaburi. In Thanbyuzanat in Birma is het vierde ereveld.
  • Het Thailand Burma-Railway Centre is een museum in Kanchanaburi. Dat ligt ongeveer 128 kilometer ten westen van Bangkok, Thailand. Daar kan men verschillende foto’s en voorwerpen uit de tijd van de aanleg van spoorlijn bezichtigen.
  • Het Jeath War Museum is de tweede van de twee Thaise oorlogsmusea. Jeath is een afkorting en staat voor de nationaliteiten die aan de spoorweg hebben meegewerkt: Japanners, Engelsen, Australiërs, Thailanders en Hollanders.
  • Bij de brug over de rivier Khwae Yai is een plaquette geplaatst. Men kan er tevens een oude locomotief bezichtigen.
  • Een stuk van de spoorlijn wordt nog bewaard bij het National Memorial Arboretum in Engeland. In Nederland bestaat het monument Birma-Siam Spoorweg ter ere van de gevallen soldaten. Het monument is gelegen op het landgoed Bronbeek in Arnhem. Meer informatie over de komende herdenking kun je vinden op de site van de Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg (www.chbss.nl).
De Algemeene, Surabaya, H.P. Berlage (1900-1902)
De Algemeene, Surabaya, H.P. Berlage (1900-1902) In de bibliotheek…
De Roemeense burgemeester Radu Mazare ligt onder vuur omdat hij onlangs in…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net