Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Fransen vanuit Senegal de Belgen een loer gedraaid. In Dakar, de hoofdstad van het land, kwam in juni 1940 een kleine vloot aan die enkele dagen eerder overhaast vanuit de havensteden Brest en Lorient was vertrokken. Ze bestond uit zes oorlogsschepen die beladen waren met elfhonderd ton goud.
Een deel daarvan behoorde toe aan Frankrijk, het andere deel aan België. Frankrijk had destijds nog een groot koloniaal rijk, zowel in Azië als Afrika. De Franse regering had als bergplaats voor het goud echter de voorkeur voor Afrika, omdat Azië te ver weg lag en de politieke situatie er te onbetrouwbaar werd geacht.
Belgisch goud
Kort voordat de Duitsers België binnen marcheerden had haar regering een deel van de goudreserve, zo’n tweehonderd ton, aan grote buur Frankrijk toevertrouwd. Toen dat land in juni 1940 echter ook verrassend snel door de Wehrmacht onder de voet werd gelopen, besloot men in Parijs ijlings om het samen met de eigen reserve over zee in veiligheid te brengen. In de chaos en verwarring van die donkere dagen verzuimde men echter om de Belgen daarvan op de hoogte te brengen.
De Fransen kozen Dakar uit als eindbestemming, omdat het hun op drie na belangrijkste steunpunt was binnen het koloniale rijk en al sinds 1857 over verdedigingswerken beschikte. Bovendien was er naast een handelshaven in 1914 ook nog een oorlogshaven aangelegd. Kortom, men was ervan overtuigd dat het goud hier niet snel in vijandelijke handen zou kunnen vallen.

Slag om Dakar
De lading bleef echter maar kort in Dakar, voordat ze met vrachtwagens landinwaarts naar de geheime militaire basis van Thiès werd gebracht. Deze stad ligt zeventig kilometer van Dakar verwijderd en was de legerplaats van het tiende koloniale infanterieregiment, dat zorg kon dragen voor de bewaking van het goud. De verplaatsing hield verband met een op handen zijnde invasie van de Vrije Fransen onder generaal Charles de Gaulle (1890-1970), gesteund door de Britten. Dit ontaarde op 23 september 1940 in de Slag om Dakar die tussen oorlogsschepen en kustversterkingen werd uitgevochten.
De troepen van Vichy-Frankrijk slaagden erin om de landing te verhinderen, hetgeen niet alleen een militaire nederlaag voor de geallieerden was, maar ook een persoonlijke voor De Gaulle, aangezien die erop gerekend had dat de Vichy-troepen naar hem over zouden lopen. Dat gedurende drie dagen Franse militairen elkaar op leven en dood bevochten was één van de grootste dieptepunten die het land in de Tweede Wereldoorlog beleefde. Ondanks de ‘overwinning’ begon het opperbevel in Senegal toch te twijfelen aan de veiligheid van het goud in Thiès en gaf daarom de orders tot een nieuwe verplaatsing, dit keer zeshonderd kilometer verder landinwaarts naar Kayès in Mali. Langzaamaan begonnen de Belgen zich zorgen te maken: waar was hun goud gebleven?

Overdracht van het Belgische goud
Tegelijkertijd begonnen de Duitse bezettingsautoriteiten in Frankrijk hun aanspraak op de nationale goudreserve steeds luider kracht bij te zetten. Toen ze vaststelden dat een groot deel verdwenen was, eisten ze van het Vichy-regime daarvoor een verklaring. Om de eigen voorraad te behouden gaf maarschalk Philippe Pétain (1856-1951) opdracht om alleen het Belgische deel aan de bezetter over te dragen, zonder de noorderburen daarvan uiteraard op de hoogte te stellen.
De Duitsers zetten vervolgens een operatie op om het goud naar Europa te halen. Transport overzee was te riskant en daarom kozen ze voor een omweg die betekende dat het goud vele weken onderweg was. Het werd met vrachtwagens door de woestijn van Kayès naar Algiers gebracht, vanuit daar met vliegtuigen naar Marseille en tenslotte met een zwaarbewaakte trein naar een geheime bergplaats in Thüringen. Het plan was om het daar om te smelten, zodat de herkomst niet meer kon worden achterhaald en daarmee verkoop aan Zwitserse bankiers mogelijk werd.
Schadevergoeding

Een jaar later rukten de Amerikaanse troepen op in Duitsland en deden in een voormalige zoutmijn in het stadje Merkers een verrassende ontdekking. In een gebarricadeerde gang troffen ze een omvangrijke krijgsbuit aan die naast kunstschatten en andere waardevolle zaken ook een deel van de Belgische goudreserve omvatte. Omdat de Belgen ondertussen volledig gecompenseerd waren, belandde deze honderddertig ton aan goudstaven in de Franse staatsbankkluizen.


Ligt er nog goud op de bodem van de Nieuwe Waterweg?
De Duitse herstelbetalingen: “De Mof zal betalen!”
Nederlands goud vast in Zwitserland sinds WOII
Mansa Moussa in Caïro: de pelgrimsreis die een legende schiep
Sado, eiland in de Japanse Zee met een gouden verleden