Barend Biesheuvel, herenboer in de politiek

Barend Biesheuvel - Foto: CC/Rijksoverheid

Barend Biesheuvel – Foto: CC/Rijksoverheid

ARP-voorman, minister van Landbouw en premier. Kwam via de Christelijke Boeren- en Tuindersbond in de Tweede Kamer. Werd in 1963 minister van Landbouw en vice-premier. Pleitbezorger van christendemocratische samenwerking. Behaalde in 1972 met zijn partij een prima verkiezingsresultaat, maar verdween korte tijd later met stille trom uit de landspolitiek. Vermoedelijk omdat zijn partij indertijd aanstuurde op een coalitie met de Partij van de Arbeid. Charismatisch en populair in eigen kring. Harde werker, pragmatisch, maar soms ook erg humeurig.

Barend Biesheuvel is afkomstig uit een calvinistisch geslacht van herenboeren. Zijn vader had op boerderij ‘Westhof’ in Haarlemmerliede een landbouwbedrijf van maar liefst 50 hectare. Daar kwam Barend als jongste van vier broers ter wereld.


Op Historiek publiceren we wekelijks een artikel van Herman Hiemstra over een ‘vergeten volksvertegenwoordiger’. In deze aflevering: Barend Biesheuvel. Klik hier voor een overzicht van eerder geplaatste artikelen.

Belangstelling voor politiek kreeg de jonge Barend van huis uit mee. Zijn vader was voor de Anti-Revolutionaire Partij wethouder in Haarlemmerliede en stond tevens aan de wieg van de Christelijke Boeren- en Tuindersbond (CBTB). Zijn grote idool was Hendrik Colijn.

Entree in de Tweede Kamer

In 1956 maakte de toen 36-jarige Biesheuvel voor het eerst zijn opwachting in het parlement. De ARP-fractie verleende hem de portefeuilles agrarische zaken en Europese aangelegenheden. Hij werd toen ook lid van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa en de West-Europese Unie. Een uitnodiging om in 1957 staatssecretaris van Verkeer & Waterstaat te worden sloeg hij af. In datzelfde jaar werd hij wel voorzitter van de CBTB. In 1959 kwam daar het bestuurslidmaatschap van de Centrale Coöperatieve Raiffeissenbank en de Heidemij bij. In 1961 werd hij lid van het Europees Parlement en voorzitter van de International Federation of Agricultural Producers.

In deze functies – die hij ogenschijnlijk met groot gemak combineerde – ontwikkelde Biesheuvel een grote en gezagsvolle deskundigheid op landbouwgebied. In ARP-kringen werd hij beschouwd als een groot politiek talent (letterlijk en figuurlijk). Biesheuvel was de man voor de toekomst. Op 24 juli 1963 werd hij in het kabinet-Marijnen benoemd tot minister van Landbouw & Visserij. Ook werd hij vice-premier.

In 1965 bezweek het kabinet-Marijnen over de omroepkwestie. Met het wisselen van één coalitiepartner (de VVD vertrok, de PvdA trad aan) was – zonder verkiezingen – de weg vrij voor het kabinet-Cals. Het trad zonder verkiezingen aan. Biesheuvel toonde geen enkele aarzeling zijn werk als minister en vice-premier voort te zetten.

De nacht van Schmelzer

Het kabinet-Cals ging ten onder tijdens de zogeheten ‘nacht van Schmelzer’ – in meer dan één opzicht een bijzondere kabinetscrisis. Niet alleen luidde dit debat een nieuwe periode van sterke polarisatie in de Nederlandse politiek in. Het was ook de eerste maal dat tv-kijkend Nederland rechtstreeks getuige kon zijn van de debatten. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis werd een en ander rechtstreeks in de huiskamers gebracht.

Het directe gevolg van deze ‘nacht van Schmelzer’ was de vorming van een overgangskabinet onder leiding van Jelle Zijlstra. Dat kabinet schreef voor 1967 vervroegde verkiezingen uit. Bij die verkiezingen verloren zowel KVP als PvdA, terwijl Boerenpartij en VVD wonnen. Daarnaast markeerde deze verkiezingen de stormachtige entree van nieuwkomer D66 in de landelijke politiek.

Premier Biesheuvel wordt ontvangen door koningin Juliana op Huis ten Bosch in Den Haag in verband met de kabinetscrisis, juli 1972 - Foto: CC / Bert Verhoeff / Anefo

Premier Biesheuvel wordt ontvangen door koningin Juliana op Huis ten Bosch in Den Haag in verband met de kabinetscrisis, juli 1972 – Foto: CC / Bert Verhoeff / Anefo

De laatste jaren in de actieve politiek

In die verkiezingen van 1967 zag de ARP – onder leiding van Biesheuvel – kans om enkele zetels winst te boeken, terwijl de KVP ferme klappen kreeg. Toch leidde een en ander niet tot een tweede kabinet-Biesheuvel. Al zijn inspanningen om tot een nieuw kabinet te komen, mislukten. Het heeft er alle schijn van dat de KVP toen bewust wraak nam op Biesheuvel. Hij was het immers die, na de val van het kabinet-Cals, het Schmelzer onmogelijk maakte om snel te slagen met de vorming van een nieuw kabinet.

In de loop van 1967 kwam een nieuw liberaal-confessioneel kabinet-De Jong tot stand. Bij de volgende verkiezingen – in 1971 – lukte het Bisheuvel wel om een nieuwe regering te vormen, met zichzelf als minister-president. Die formatie verliep niet zonder slag of stoot; alle beoogde coalitiepartners verloren. Er kwam uiteindelijk toch nog toestemming door de deelname van een politieke nieuwkomer: DS’70 – een rechtse afsplitsing van de Partij van de Arbeid, onder leiding van Willem Drees jr.

Nauwelijks een jaar na zijn aantreden, was Biesheuvel alweer demissionair. Het was opnieuw tijd voor verkiezingen. Bij de formatie die volgde nam de PvdA het voortouw. Men koerste op slechts één doel: de vorming van een links kabinet, met (gedoog)steun van progressieve christendemocraten. Na heel lang onderhandelen (circa 9 maanden) kwam die steun er door een truc van PvdA-informateur Jaap Boersma.

Hij zag kans twee prominente ARP-politici (De Gaay Fortman en Boersma) te strikken voor deelname aan het eerste kabinet-Den Uyl. Biesheuvel was woedend. Hij beschouwde het als verraad. Toen het kabinet-Den Uyl op 11 mei 1973 aantrad, trok Biesheuvel zich op 53-jarige leeftijd zwaar ontgoocheld terug uit de landelijke politiek.

Sterker nog, de hele gang van zaken had een zodanig slechte smaak bij hem achtergelaten, dat hij alle ‘passende’ banen in de politiek weigerde. In het bedrijfsleven nam hij een aantal adviseurschappen en commissariaten aan. Toen hij enkele jaren later de diepe teleurstelling over zijn afscheid van de politiek had verwerkt, kon ook de overheid weer een beroep op hem doen.

Eind jaren zeventig maakte hij deel uit van een door de Europese Raad in het leven geroepen Comité van Wijzen, dat moest adviseren over het functioneren van de EEG. Nog aan het einde van de jaren negentig leidde hij een adviescommissie over de Nederlandse relatie met Aruba. Bij de presentatie van het eindrapport in 2000 zei de toen 79-jarige Biesheuvel: ‘U dacht natuurlijk: leeft-ie nog? U ziet het, hij leeft nog’ (Kranenburg).

Zijn gezondheid ging echter gaandeweg achteruit. Na een langdurig ziekbed overleed hij uiteindelijk in 2001, op 81-jarige leeftijd.

~ Herman Hiemstra

Gerelateerde boeken:

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Verder lezen:

  • Rijksmusea krijgen meer zeggenschap over gebouwen
  • Theo van Wijngaarden: schilder en vervalser
  • PvdA: Jorge Zorreguieta niet welkom bij inhuldiging
  • - advertentie -

    Gerelateerde uitgaven: