Hendrik Colijn, leider tegen wil en dank

Hendrik Colijn, 7 august 1925

Hendrik Colijn, 7 august 1925

Antirevolutionair staatsman – begon zijn overheidsloopbaan als legerofficier in de binnenlanden van het toenmalig Nederlands Indië. Na terugkeer in Nederland was Hendrik Colijn korte tijd lid van de Tweede Kamer en zeer succesvol als minister van Oorlog. Voerde tussen 1923 en 1926 als minister van Financiën een zeer streng bezuinigingsbeleid.

Tijdens de crisis van de jaren dertig was Colijn minister-president. Hij voerde toen een zeer streng beleid van ‘aanpassing’, waarbij salarissen en uitkeringen sterk werden verlaagd. Reageerde soms impulsief, zoals in mei 1940 toen hij een langdurige Duitse bezetting leek te aanvaarden.


Op Historiek publiceren we wekelijks een artikel van Herman Hiemstra over een ‘vergeten volksvertegenwoordiger’. In deze aflevering: Hendrik Colijn. Klik hier voor een overzicht van eerder geplaatste artikelen.

Entree in de landelijke politiek

We gaan terug naar 1 april 1922. Na een internationale carrière bij de toenmalige Koninklijke Petroleum Maatschappij – het huidige Shell – besloot Colijn zich geheel te wijden aan de landspolitiek. In het bijzonder aan de ontwikkeling van de Antirevolutionaire partij. Tevens accepteerde hij per dezelfde datum de functie van politiek hoofdredacteur van het Antirevolutionaire dagblad De Standaard. Op de momenten dat hij geen ministeriële verantwoordelijkheid droeg, publiceerde hij een groot aantal – niet gesigneerde – artikelen.

Het eerste kabinet Colijn

Hoewel de ARP tijdens de verkiezingen van juli 1925 maar liefst drie zetels verloor, zag het eerste kabinet Colijn op 4 augustus van dat jaar het levenslicht. Het werd echter alweer demissionair op 14 november van datzelfde jaar. De coalitie bleek niet bestand tegen de heftige meningsverschillen tussen rooms-katholieken en christelijk-historischen over het voortbestaan van het Nederlandse gezantschap bij Het Vaticaan.

Omdat het nieuwe kabinet De Geer pas na een zeer lange formatie tot stand kwam, regeerde Colijn tot 8 maart 1926 in demissionaire vorm door. Na de installatie van het eerste kabinet De Geer werd Colijn lid van de Eerste Kamer. Hij zou dit tot 1929 blijven.

Internationale Economische Wereldconferentie

Tijdens zijn verblijf in de Nederlandse senaat maakte Colijn een bijzonder ‘uitstapje’. Op verzoek van minister-president De Geer persoonlijk nam hij het voorzitterschap op zich van de Nederlandse delegatie bij de Internationale Economische Wereldconferentie in Geneve. Tot 1932 bleef hij op wisselende momenten in dit gremium actief. Hier leerde hij alle politieke wereldleiders van dat moment kennen. Stuk voor stuk waren zij positief over de samenwerking met Colijn.

Terug naar de Tweede Kamer

Bij de verkiezingen van 1929 keerde Colijn terug op het pluche van de Tweede Kamer. Ook nam hij het presidium van de fractie over van scheidend voorzitter Heemskerk. Een overgang die overigens niet zonder de nodige conflicten zijn beslag kreeg. Heemskerk voelde zich ernstig geschoffeerd door de (gedwongen) wisseling van de wacht. Dat Colijn in brede kring grote erkenning genoot, bleek wel uit zijn benoeming tot minister van Staat, eveneens in 1929.

Colijn II tijdens een ministerraad - Foto: CC / Spaarnestad

Colijn II tijdens een ministerraad – Foto: CC / Spaarnestad

Veel kabinetten onder zijn leiding

Tijdens de jaren van de wereldwijde economische crisis waren het vrijwel uitsluitend kabinetten onder leiding van Colijn die Nederland bestuurden. Om de immense economische problemen zo goed mogelijk te lijf te gaan, lukte het hem in 1933 een oud ideaal te verwezenlijken: de formatie van een kabinet op brede parlementaire basis, onder rechtse leiding.

Op 26 mei 1933 werd een zogeheten ‘crisiskabinet’ beëdigd met daarin vertegenwoordigers van: de Roomsch-Katholieke Staatspartij, ARP, Christelijk-Historische Unie, Liberale Staatspartij en Vrijzinnig-Democratische Bond. Hoewel er meerdere zeer serieuze pogingen werden gedaan om tot strenge bezuinigingen en tot werkloosheidsbestrijding te komen, zijn de doelen van Colijn c.s. maar nauwelijks gerealiseerd.

Na het terugtreden van zijn laatste regeringsploeg, verrichte hij vanaf 1940 diverse werkzaamheden voor de Volkenbond. Zo was hij onder andere voorzitter van de Centrale Volkenbondcommissie en lid van de financiële controlecommissie van de Volkenbond.

De Duitse bezetting

Gedenkteken in Ilmenau - Foto: CC

Gedenkteken in Ilmenau – Foto: CC

Hoewel Colijn de mening was toegedaan dat de kans voor Nederland om buiten de oorlog te blijven in 1940 beduidend groter was dan in 1914, werd hij verrast door de snelle capitulatie van het Nederlandse leger op 10 mei 1940.

Tussentijdse gesprekken tussen Colijn en Seyss-Inquart maakten voor de laatste duidelijk dat Colijn ‘als betonter Calvinist für nationalsozialistische Gedankengänge irgendwelcher Art nicht zu haben’ was. Omdat hij door de bezetter toch als gevaarlijk werd gekwalificeerd, werd hij op 30 juni 1941 gevangen genomen.

Na een geïsoleerd verblijf van enkele weken in Valkenburg, werd hij naar Berlijn vervoerd. Daar werden hem vele tientallen verhoren afgenomen. Vanaf 26 maart 1942 werd hem een gedwongen verblijf in Ilmenau (Thüringen) opgelegd. In strikt isolement – slechts zijn echtgenote mocht hem vergezellen – bracht hij er zijn laatste levensjaren door. Op 18 september 1944 maakte een hartverlamming een einde aan zijn leven.

~ Herman Hiemstra

Gerelateerde boeken:

Gerelateerde uitgaven: