Vijf eeuwen doopsgezinden in Nederland

Wederdopers rennen naakt door Amsterdam, februari 1535 – Gravure uit Hortenius; ‘Van den oproer der weder-dooperen’ (1624)
Bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam (UvA) is vanaf eind februari 2011 een tentoonstelling te zien over de geschiedenis van de doopsgezinde gemeenschap in Nederlands.

De doopsgezinde geloofsgemeenschap heeft, ondanks het feit dat het om een relatief kleine groep ging, grote invloed gehad op de Nederlandse samenleving. In de tentoonstelling bij de Bijzondere Collecties van de UvA wordt stilgestaan bij de geschiedenis van de doopsgezinde geloofsgemeenschap in Nederland. Dit aan de hand van verschillende topstukken uit de collectie die de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam in bruikleen heeft gegeven aan de UvA.

De tentoonstelling brengt de doopsgezinde geschiedenis in beeld met unieke boeken, handschriften, brieven, prenten en schilderijen. De eigen collectie wordt aangevuld met belangrijke bruiklenen.

- advertentie -



Getoond worden onder meer schilderijen van Govert Flinck, Jan Lievens, Cornelis Springer, Jan Mankes en Edgar Fernhout te zien.

Verder toont Bijzondere Collecties de enige bewaard gebleven brief van Menno Simons (1496-1561), de Nederlandse doopsgezinde leidsman die onder meer bekend werd met zijn Fundamentboek (1539). Ook te zien in de tentoonstelling zijn etsen van Rembrandt, een nooit verstuurde brief van Multatuli en een huwelijksgedicht in het handschrift van Aagje Deken.

Mennonieten

De doopsgezinden werden, naar hun leider Menno Simons, ook wel mennonieten genoemd. De kinderdoop wijzen ze af. Ze laten zich op volwassen leeftijd dopen en kennen geen centraal kerkelijk gezag. Kenmerkend voor hun geloofsovertuiging is ook de zelfstandig denkende geest, die zich niet laat insnoeren door dogma’s of groepsdwang.

De doopsgezinden werden aanvankelijk zwaar vervolgd. Gaandeweg wisten ze ze echter grote invloed uit te oefenen op de Nederlandse samenleving. Zo maakten Joost van den Vondel, Pieter Langendijk en Aagje Deken furore als schrijver. Jan van der Heyden vond de brandslang uit en Cornelis Lely sloot de Zuiderzee af. De doopsgezinde Pieter Teyler van der Hulst stond aan de basis van Teylers Museum in Haarlem en zonder Christiaan Pieter van Eeghen had Amsterdam geen Rijksmuseum en Vondelpark gehad.

In de tentoonstelling wordt de geschiedenis van de doopsgezinden in Nederland verteld aan de hand van de persoonlijke verhalen van ruim veertig doopsgezinden uit vijf eeuwen. Samen schetsen zij de geschiedenis van hun geloofsgroep. Tegelijk belichten ze vijf eeuwen Nederlandse cultuurgeschiedenis.

Anna Zernike

De tentoonstelling is niet zomaar voor volgend jaar georganiseerd. Het jaar 2011 is een bijzonder jaar voor de doopsgezinde gemeenschap. Het is dan 475 jaar geleden dat Menno Simons als leider van de doopsgezinden opstond en ook wordt in 2011 herdacht dat hij 450 jaar geleden stierf. Verder bestaat het Doopsgezind Seminarium in 2011 precies 275 jaar en de Algemene Doopsgezinde Sociëteit 200 jaar. Tot slot is het volgend jaar precies honderd jaar geleden dat de doopsgezinde Anna Zernike (1887-1972) als eerste vrouw in Nederland tot predikant benoemd werd.

Gedoopt. Vijf eeuwen doopsgezinden in Nederland loopt van 23 februari tot en met 15 mei 2011. Zie ook de Bijzondere Collecties-website: www.bijzonderecollecties.uva.nl

Een van de in de tentoonstelling opgenomen schilderijenIn Museum…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier