Was keizer Wilhelm II een criminele oorlogshitser?

Recent werd een studie afgerond naar de houdbaarheid van de in het Verdrag van Versailles door de geallieerden opgenomen aanklachten tegen de Duitse Keizer Wilhelm II. Zij daagden hem voor een tribunaal in een proces dat echter nooit heeft plaatsgevonden.

Krantenbericht uit 1919 over het uitleveringsverzoek (The Evening News, 4 juli 1919)

Krantenbericht uit 1919 over het uitleveringsverzoek (The Evening News, 4 juli 1919)


Deze unieke en nog nimmer eerder uitgevoerde studie bevat de aanklachten en het requisitoir, de verdediging en het pleidooi alsmede de vonnissen uitgesproken door een Hof bestaande uit Nederlandse onafhankelijke rechters compleet met al het noodzakelijke bewijsmateriaal en originele documenten en is geheel gebaseerd op het destijds geldende internationale recht.

De studie is tot stand gekomen onder auspiciën van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog. Projectleider was J.H.J. Andriessen. Verwacht wordt dat de studie in 2015 in boekvorm het licht ziet.

De schuld van de oorlog

In 1918 waren de geallieerden belust op wraak. Nadat Duitsland door de muiterij te Kiel en de daarop volgende revolutie de wapenen had moeten neerleggen werd in 1919 het verdrag van Versailles gesloten dat Duitsland onder dwang had moeten tekenen.

- advertentie -

In dat verdrag waren twee artikelen opgenomen. In het ene, artikel 231, kreeg Duitsland de schuld van de oorlog toegespeeld en in artikel 227 werd de keizer als hoofdschuldige voor een tribunaal gedaagd. Nederland weigerde de keizer echter uit te leveren zodat het tribunaal niet kon doorgaan. Het gevolg daarvan was dat tot op de dag van vandaag de schuld of onschuld van keizer Wilhelm nimmer juridisch is vastgesteld.

Het was daarom dat in 2006 een groepje historici en juristen van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog werd gevormd om na te gaan of er niet tot een soort simulatie van zo’n proces gekomen kon worden en of de keizer al dan niet schuldig zou zijn geweest aan de tegen hem ingebrachte aanklachten en zo ja, hoe dan een eventueel vonnis zou hebben geluid.

Uiteraard werd gewerkt overeenkomstig de regels van het internationale recht zoals dat van kracht was tot rond 1919. Ook kwamen uitsluitend bronnen en documenten in aanmerking welke eveneens bekend waren tot vóór die datum.

De volgende stap was het samenstellen van de aanklachten en een requisitoir en het opstellen van een pleidooi waarmee de verdediging van de keizer ter hand werd genomen.

In het requisitoir werden alle aanklachten met uitgebreide bewijsstukken bijeen gebracht. Het pleidooi werd eveneens voorzien van een groot aantal bewijsstukken en originele documenten. Ook dit pleidooi diende uiteraard zowel juridisch als historisch aan de zwaarste eisen te voldoen.

Ondertekening van het Verdrag van Versailles (William Orpen - Imperial War Museum Collections)

Ondertekening van het Verdrag van Versailles (William Orpen – Imperial War Museum Collections)

Het gehele project vergde uiteraard veel studie en nam acht jaar in beslag. Toen zowel het requisitoir als het pleidooi met alle bijbehorende stukken gereed waren werd in november 2012 contact gezocht met een drietal onafhankelijke Nederlandse rechters. Door Nederlandse, dus onafhankelijk rechters, in te schakelen zou een objectief en onafhankelijk proces gegarandeerd kunnen worden, dit in tegenstelling tot de oorspronkelijke bedoeling van de geallieerden, die een tribunaal wilden samen stellen waarin uitsluitend rechters zouden fungeren afkomstig uit de landen van Duitsland’s voormalige vijanden.

Deze Nederlandse rechters, werden verzocht een Hof te vormen en om volgens het toenmalige internationale recht aan de hand van voornoemde stukken (requisitoir en pleidooi) tot een vonnis te komen. De hoofdvraag daarbij was of de schuld van de keizer, zo daar al spraken van was, ook in strafrechtelijke zin kon worden vastgesteld.

Tijdens de acht jaar durende studie met betrekking tot dit proces is het heel duidelijk geworden dat het schrijven van geschiedenis over de Eerste wereldoorlog dé facto eigenlijk niet mogelijk is als men niet bereid is alles ook in een juridische context te plaatsen. Men kan een staat of persoon nu wel van bepaalde feiten beschuldigen maar is dat juridisch dan ook vast te stellen?

Duitsland werd beschuldigd de oorlog te zijn begonnen maar was dat juridisch ook een strafbaar feit?

Als we het belangrijk vinden de feiten in een juridische context te plaatsen dan moet tegelijkertijd natuurlijk de vraag gesteld worden of een bepaalde beschuldiging historisch gezien wel juist is? Kortom, een beweerd feit dient zowel aan juridische- maar ook aan historische eisen te voldoen.

In dit verband is het ook erg belangrijk dat een historicus voldoende kennis heeft van bijvoorbeeld het volkerenrecht en omgekeerd, dat een jurist dan ook voldoende historische kennis moet hebben. Voor de precieze duiding van bijvoorbeeld artikel 227 van het verdrag van Versailles waarin gesteld wordt dat Wilhelm II schuldig was aan het verkrachten van de internationale moraal en de heiligheid van verdragen” is gedegen kennis van de internationale politieke verhoudingen en vooral van de politieke verhoudingen in de betrokken landen echt een noodzaak. Vaak is die kennis echter niet- of niet in voldoende mate aanwezig en ook in dit project heeft dat tot veel discussie geleid.

De gedachte aan een proces vond z’n oorsprong in november 1918 toen de Britse attorney-general, Lord Birkenhead een bezoek bracht aan Parijs om met de Franse regering van gedachten te wisselen over mogelijke maatregelen tegen Duitsland en de Duitse keizer. Na zijn terugkomst diende hij een rapport in voor zijn regering waarin hij onder andere het volgende stelde:

“Naar mijn mening is de Keizer de ‘Aarts crimineel’ van de wereld en zoals men in het normale leven een crimineel voor het gerecht brengt, zie ik niet in waarom we hem, omdat hij Keizer is en nu in ballingschap leeft in Nederland, zouden moeten ontzien en hem niet voor het gerecht zouden brengen om hem de straf te laten ondergaan welke hij verdient”.

Birkenhead stelde voor een tribunaal te vormen om de Keizer daardoor te laten berechten. Hij adviseerde echter om niet over te gaan tot het vormen van een internationale rechtbank waaraan ook Duitse rechters dan onderdeel zouden zijn. Dit zou volgens hem niet gewenst zijn omdat:

…zo’n neutrale verdediger wel eens minder neutraal zou blijken te zijn als nodig is. Als we dan een gerechtshof samenstellen, dan adviseer ik de leden van zo’n gerechtshof uitsluitend samen te stellen uit rechters afkomstig uit de geallieerde landen.

En hij vervolgde met de opmerkelijke vraag:

Welke aanklachten zouden tegen de keizer moeten worden ingediend? De eerste aanklacht die bij velen naar voren gebracht zal worden gaat naar alle waarschijnlijkheid over zijn verantwoordelijkheid voor het beginnen van de oorlog. Helaas moet ik dan echter vaststellen dat de behandeling van zo’n aanklacht een oneindige discussie teweeg zal brengen. Het valt niet moeilijk om in te zien dat een Duitse verdediger de discussie onmiddellijk zal uitbreiden met het onderwerp van de door hen beweerde “omsingeling” en naar het vraagstuk van de belangrijkheid van de bouw van de Russische strategische militaire spoorweglijnen. Ik ben dan ook van mening dat het zeer onverstandig zou zijn om een dergelijke aanklacht tegen de ex-keizer in te dienen.”

Geen aanklacht voor het beginnen van de oorlog was dus zijn advies hetgeen zeer opmerkelijk was. Zijn advies werd in een later stadium, dan ook niet opgevolgd zoals uit art.231 in het vredesverdrag gebleken is. De Keizer zou uiteindelijk worden opgeroepen om voor een tribunaal te verschijnen om te worden berecht wegens de volgende feiten:

De vijf hoofdaanklachten:

1) Wilhelm II werd verantwoordelijk gesteld voor het beginnen van een aanvalsoorlog.
2) Voor de inval van de Duitse troepen in het neutrale België, waarbij door Duitsland mede-ondertekende internationale verdragen werden geschonden.
3) Voor de oorlogsmisdaden die door het Duitse leger in België zijn gepleegd.
4) Voor de schending van internationale wetten en gebruiken van de oorlog (International Law and Customs of the war).
5) Voor het uitroepen van de onbeperkte onderzeebootoorlog in strijd met het internationale recht waardoor duizenden onschuldige zeelieden de dood werden ingejaagd.

Op de verdediging rustte een zware taak. Welke argumenten zouden bij een eventuele verdediging van de ex-keizer gebruikt kunnen worden? Heel in het kort zal, per aanklacht, getracht worden dat hier aan te geven:

Aanklacht 1 uit het requisitoir) Wilhelm II zou verantwoordelijk zijn geweest voor het beginnen van een aanvalsoorlog.

De verdediging voerde aan dat het de Britse Attorney-General Lord Birkenhead zelf was die zijn regering adviseerde: “it would not be wise to add so general a charge!”

Daarenboven merkte de verdediger op dat Duitsland de oorlog in ging als gevolg van het feit dat Rusland in augustus 1914 de Algemene Mobilisatie had uitgeroepen. Dat betekende dat ook Frankrijk zou gaan mobiliseren zoals overeengekomen was in het Frans-Russische militaire verdrag van 1893 waardoor Duitsland zich geplaatst zag voor een oorlog op twee fronten, een oorlog waarvan ze verwachten kon die te zullen verliezen tenzij ze onmiddellijk zou ingrijpen. Volgens het bekende “Von Schlieffenplan” diende ze nu zelf te gaan mobiliseren, via België- Frankrijk aan te vallen, dat land binnen 6 weken te verslaan om zich dan tegen de Russen te keren die, zo nam men aan, 6 weken nodig zouden hebben om de mobilisatie gereed te hebben alvorens ze zelf zou kunnen aanvallen.

Duitsland zou zich dus beroepen op noodweer hetgeen in die tijd maar ook nu nog (onder bepaalde voorwaarden) een volgens internationaal recht geldige reden was om tot oorlog over te gaan.

Antwerpen, 1914 - Willy Stöwer

Antwerpen, 1914 – Willy Stöwer

Aanlacht 2) Wilhelm II zou verantwoordelijk zijn geweest voor de inval van de Duitse troepen in België, waarbij internationale verdragen werden geschonden.

De verdediging voerde aan dat: de beweerde aansprakelijkheid van de ex-keizer voor zover dat een strafbaar feit volgens internationaal recht zou opleveren, niet aanwezig was en betoogde dat het internationale recht ook niet voorzag in een strafrechtelijke aanklacht in zo’n geval.

Bij de beantwoording van deze aanklacht ging het uiteraard vooral ook om de vraag of de schending van de neutraliteit van België waarvoor ook Duitsland zich volgens de geallieerden garant zou hebben gesteld, volgens internationaal recht, een strafbaar feit opleverde. Het antwoord daarop leverde, volgens de verdediger, een duidelijk ‘neen’ op want het internationale recht zou niet voorzien in een strafrechtelijke aanklacht. Art. 331 zou nu juist geen basis voor strafrechtelijke aansprakelijkheid zijn geweest doch alleen voor een civielrechtelijke. Het zou ook door de geallieerden, alleen voor de civielrechtelijke aansprakelijkheid bedoeld zijn. Volgens de verdediger kon Duitsland nooit als zodanig strafrechtelijk aansprakelijk zijn!
Het was n.b. de ‘commission on the responsibility of the authors of the war and on enforcement of penalties’ zelf die het bovenstaande erkende en verklaarde dat:

“The Commission is of the opinion that no criminal charge can be made against the responsible authorities or individuals (and notably the ex-Kaiser) on the special head of these breaches of neutrality”.

Een vaststelling waar de verdediging zich uiteraard volledig achter schaarde.

Theobald von Bethmann Hollweg

Theobald von Bethmann Hollweg

Desondanks kon de vraag gesteld worden of het schenden van de neutraliteit van België sec, een strafbaar feit opleverde. Direct na de inval verklaarde de Duitse Rijkskanselier Bethmann Hollweg onder meer dat

“wir sind in Notwerh und Notwehr kennt kein Gebot”

…daarbij zinspelend op het begrip “military necessity”.

Het antwoord of er sprake zou zijn van een strafbaar feit zou daarom mede af hangen van de vraag of Duitsland zich zou kunnen beroepen op een rechtvaardigingsgrond, of er inderdaad sprake zou zijn geweest van bijvoorbeeld “noodweer” of ‘military necessity’ en de verdediging wilde dan ook aantonen dat ‘military necessity’, inderdaad, gezien de Russische algemene mobilisatie, aanwezig was.

De verdediging verwierp de aanklacht dan ook op zowel juridische grond als vanuit historisch oogpunt.

Uit juridisch oogpunt omdat het voeren van oorlog in casu de inval in België, in het internationale recht geen strafbaar feit zou hebben opgeleverd evenmin als de schending van de neutraliteit van België en Luxemburg een strafbaar feit opleverde juist ook omdat Duitsland de inval in België uit bittere noodzaak (military necessity) uitvoerde.

Aanklacht 3: Wilhelm II zou verantwoordelijk zijn geweest voor strafbare feiten (oorlogsmisdaden) die door het Duitse leger in België zijn gepleegd.

De verdediging gaf als haar mening dat het hier om “command responsibility” ging en dat volgens de Duitse grondwet de keizer alleen verantwoordelijk zou zijn geweest voor misdaden door zijn ondergeschikten gepleegd waartoe hij uitdrukkelijk zelf het bevel zou geven. De verdediging trachtte dan ook aan te tonen dat dit nimmer het geval is geweest en voorts dat evenmin was aangetoond dat de keizer op de hoogte of volledig op de hoogte is geweest van genoemde oorlogsmisdaden.

Aanklacht 4: Wilhelm II zou verantwoordelijk zijn geweest voor de schending van internationale wetten en gebruiken van de oorlog (International Law and Customs of the war).

De verdediging stelde vast dat het Duitsland zelf was dat erkend heeft dat de inval in het neutrale België een schending was van het internationale recht maar het beriep zich hierbij op “noodweer”. De vraag kan worden gesteld of dit beroep terecht is geweest en de verdediging heeft zich dan ook ingespannen om de rechters te overtuigen dat in dit geval inderdaad sprake was van noodweer.

Duitse onderzeeër tijdens de Eerste Wereldoorlog

Duitse onderzeeër tijdens de Eerste Wereldoorlog

Aanklacht 5: Wilhelm heeft als Duits keizer tegen de geallieerden en geassocieerde Machten een onbeperkte duikbootoorlog afgekondigd waarbij duizenden onschuldige zeelieden het leven verloren.

De verdediging beriep zich hierbij eveneens op het internationale recht. De onderzeeboot was een nieuw wapen waarover in het internationale recht niet veel te vinden was.

De verdediger stelde vast dat Duitsland pas tot de onbeperkte duikbootoorlog was overgegaan, dus het zonder waarschuwing torpederen van schepen, toen de Britten hun koopvaarders hadden bewapend waardoor een onderzeeër die boven water kwam een “sitting duck” bleek te zijn voor het geschut van het vrachtschip. Men kon van een U-boot commandant niet verwachten dat hij zijn schip en bemanning zou blootstellen aan een gewapende aanval van een koopvaarder met vaak veel zwaarder geschut en deswege werd besloten koopvaarders te torpederen zonder boven water te komen met alle gevolgen van dien voor de bemanningen en passagiers van die koopvaardijschepen.

De vonnissen:

Nadat de rechters van zowel het requisitoir als pleidooi kennis hadden genomen kwam het dan eind april 2014 tot een uitspraak. Gesteld moet worden dat die vonnissen, geheel volgens het toen geldende internationale recht werden uitgesproken en dat deze uitspraken verrassend tot zeer verrassend moeten worden geacht.

Buste van Wilhelm II met daarachter Huis Doorn (Historiek)

Buste van Wilhelm II met daarachter Huis Doorn (Historiek)

“Het proces” levert voor zowel historici als voor juristen uitermate interessante punten op en verwacht mag worden dat een en ander dan ook tot veel discussie zal leiden. Ook levert het plaatsen van historische feiten in een juridische context, zoals in dit proces is gedaan, weer geheel nieuwe inzichten op over de oorzaken en de schuldvraag van de Eerste Wereldoorlog.

De bedoeling is te trachten het gehele proces begin 2015 in boekvorm te publiceren. Uiteraard zult u daarom uw nieuwsgierigheid nog even in toom moeten houden maar uiteindelijk ervaren dat het de moeite waard is geweest. Toch wil ik wel een klein tipje van de sluier oplichten. Op de eerste aanklacht dat:

“Wilhelm II verantwoordelijk werd gesteld voor het beginnen van een Aanvalsoorlog”

…luidt het vonnis na een zeer uitgebreide motivatie, ik citeer:

Vastgesteld wordt dat het bewezen verklaarde niet strafbaar is en dat de beklaagde deswege moet worden ontslagen van rechtsvervolging.

~ Hans Andriessen

Eerste Wereldoorlogkenner en auteur van verschillende boeken over de Grote Oorlog

Mengoldschrijn van Godfried van Hoei - cc
In het stroomgebied van de Maas, meer bepaald in het voormalig Prinsbisdom…
De Gouden Eeuw staat in de beeldvorming bekend als een welvarende periode…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Yuri Visser

About Yuri Visser

view all posts

Yuri Visser (1979) is de oprichter van Historiek. Vanuit Ermelo - waar hij samen met zijn partner en dochter van 4 woont - voert hij redactie over het platform (en de aanverwante projecten). Email: yurivisser@gmail.com | Twitter: yvisser



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: