Wat neutraliteit ook was, het had gewerkt

Nederland in 1914-’18

De Eerste Wereldoorlog duurde 1561 lange dagen. Al die dagen was Nederland neutraal. Maar die neutraliteit was op dag 1561 niet meer dezelfde als op dag 1, net als de oorlog zelf in de loop van die vierenhalf jaar onherkenbaar was veranderd.’

Zo begint het hoofdstuk Epiloog in Nederland neutraal – De Eerste Wereldoorlog 1914-1918, waarin het Nederlandse laveren tussen de oorlogvoerende wereldmachten tijdens de eerste wereldbrand wordt uitgelegd aan de hand van de rol die de ‘beleidsbepalende elite’ daarin speelde.

Koningin Wilhelmina
Koningin Wilhelmina


Dat gebeurt door middel van een uitvoerige beschrijving van het aandeel in de oorlog van koningin Wilhelmina, minister J. Loudon van Buitenlandse Zaken, zijn collega F.E. Posthuma van Landbouw, Nijverheid en Handel, opperbevelhebber van land- en zeestrijdkrachten generaal C.J. Snijders, C.J.K. van Aalst, leidend figuur in handels- en financiële wereld en president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, ritmeester H.A.C. Fabius, die de militaire inlichtingendienst organiseerde en ook de portefeuille spionage voor zijn rekening nam, want het neutrale Nederland was een broeinest van spionage geworden, L.A. van Royen die een vaderlandse wapenindustrie opzette, reder E. Heldring, die geconfronteerd werd met de gevaren van de Nederlandse handel in oorlogstijd, maar er ook kansen in zag voor als straks de vredestijd weer was aangebroken, en als luis in de pels hoofdredacteur J.C. Schröder van De Telegraaf, die niet neutraal was, maar Engeland van harte steunde en die het regeringsbeleid in zijn krant bij voortduring op de korrel nam.

Het boek is samengesteld door drie gerenommeerde historici: Wim Klinkert, als hoogleraar militaire geschiedenis verbonden aan de Universiteit van Amsterdam; Samuël Kruizinga, universitair docent nieuwste geschiedenis aan de UvA, en Paul Moeyes die al eerder een boek over het onderwerp schreef: Buiten schot: Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918.

Het is een kloek, gedegen naslagwerk geworden. Het boek gaat vaak de diepte in en maakt overtuigend en goed leesbaar duidelijk hoe spannend en gevaarlijk het was om in een wereld, waar iedereen zijn eigen geheime agenda volgde, neutraal te zijn en vooral ook te blijven, en hoe vaak daarbij op eieren moest worden gelopen. Voordeel is dat verschillende aspecten van de Eerste Wereldoorlog, aan de hand van de rol van de specialist, uitvoerig worden uitgediept. Nadeel is dat de oorlog negen keer ‘over’ wordt gedaan.

- advertentie -
De Nederlandse maagd moet machteloos toezien hoe John Bull (Engeland) de telegraafkabels naar debuitenwereld doorkapt. Michel (Duitsland) kijkt tevreden toe: 'Dat is de beste manier om Nederland tegen je te krijgen!' (Tekening Johan Braakensiek in De Amsterdammer, 20 oktober 1917)
De Nederlandse maagd moet machteloos toezien hoe John Bull (Engeland) de telegraafkabels naar debuitenwereld doorkapt. Michel (Duitsland) kijkt tevreden toe: ‘Dat is de beste manier om Nederland tegen je te krijgen!’ (Tekening Johan Braakensiek in De Amsterdammer, 20 oktober 1917)

Neutraliteit

Vóór 1850 was het ontstaan van oorlog een natuurwet: het gebeurde. Na 1850 was een nieuwe opvatting ontstaan: dat oorlog zoveel mogelijk moest worden uitgebannen en, als er dan toch oorlog uitbarstte, de omvang te beperken. Neutraliteit werd in de negentiende eeuw juridisch vastgelegd in het internationaal recht. Tijdens vredesconferenties in Den Haag in 1899 en 1907 waren afspraken gemaakt over welke typen wapens mochten worden gebruikt en wie daarmee beschoten mochten worden. Het bombarderen van de burgerbevolking vanuit de lucht en het gebruik van gas op het slagveld werden verboden. De deelnemers bleken daarmee te getuigen van een vooruitziende blik, maar het bleef bij de constatering. Eén van de oorlogsmisdaden in de Eerste Wereldoorlog werd in 1915 het gebruik van gifgas, al werd, leert het boek, de fabricage daarna ook onderdeel van de Nederlandse defensie-industrie. De Tweede Wereldoorlog, een kwart eeuw later, werd onder andere gekenmerkt door het bombarderen van de burgerbevolking.

Koningin Wilhelmina, gastvrouwe van de twee vredesconferenties, achtte het streven naar wereldvrede overigens ‘niet meer dan een volstrekt onrealistische illusie’.

Ik mocht niet spreken. Ik moest mijn rol spelen en doen alsof ik met de ontwapeningsplannen instemde.

Onmiddellijk na opening van de eerste conferentie vertrok ze op vakantie naar het Zwarte Woud.

Er was geen sprake van harde afspraken, maar de grootste optimisten hoopten dat de juridische manieren van conflictbeheersing uiteindelijk zouden leiden tot conflictvermijding. De hoop kreeg fysieke vorm met de bouw van het Vredespaleis in Den Haag, die werd afgerond in 1913. Wilhelmina bedankte resoluut voor de eer de eerste steen te leggen. Toen het gebouw er stond kon ze de naam niet over de lippen krijgen; in kleine kring sprak ze over ‘het huis aan het eind van den Scheveningschen weg’.

Het splinternieuwe Vredepaleis in 1913.
Het splinternieuwe Vredepaleis in 1913.

Droom aan diggelen

Een jaar later lag de droom inderdaad aan diggelen. Internationaal recht had niet kunnen voorkomen dat een locaal conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië uitgroeide tot de meest verwoestende oorlog die Europa ooit gekend had. Op 28 juli 1914 vond de Oostenrijks-Hongaarse aanval op Servië plaats. Op 1 augustus was Nederland het eerste land dat mobiliseerde. Op 4 augustus waren 200.000 man bewapend en gepositioneerd in de ‘afwachingsopstelling’ langs strategische linies als de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Cornelis Snijders (1852-1939), dat de mobilisatie afschrikwekkend zou werken. Maar er werd ook van uitgegaan dat Nederland door zijn beheersing van de Rijn-, Schelde- en Maasmond en van een deel van de Noordzeekust zo aantrekkelijk was voor de omringende mogendheden, dat ze elkaar het bezit van deze delta zouden misgunnen.

Om de geallieerden te tonen dat de goederen aan boord niet voor Duitsland bestemd  was moesten rederijen die een overeenkomst met de NOT aangingen een zogenaamde 'NOT-kegel' hijsen.
Om de geallieerden te tonen dat de goederen aan boord niet voor Duitsland bestemd was moesten rederijen die een overeenkomst met de NOT aangingen een zogenaamde ‘NOT-kegel’ hijsen.
Intussen rolde een militaire wals over Europa. Nederland én België waren neutraal, maar Duitsland had zijn Schlieffen-plan in werking gesteld. Het land had daarbij, op weg naar Parijs, weliswaar de Nederlandse grenzen gerespecteerd maar was wel het net zo neutrale België binnengevallen. Dat Duitsland de Belgische neutraliteit had geschonden bezorgde het land, aldus het boek, een enorm verlies aan internationale goodwill. De op internationaal recht steunende neutraliteit stond tijdens de oorlog weliswaar zwaar onder druk, maar werd nooit geheel verworpen.

Ieders voordeel

Een voortdurende Nederlandse neutraliteit was in ieders voordeel. De Britse vloot beheerste de Noordzee. Nederland fungeerde daarbij als rechterflankverdediging voor de Duitse opmars via België naar Frankrijk. Rotterdam was een belangrijke invoerhaven voor Duitsland, en daar zou door een Duitse bezetting een eind aan komen. Ook was Nederland ervan overtuigd dat, als ons land bij de oorlog betrokken zou raken, Engeland van de gelegenheid gebruik zou maken om zich meester te maken van onze koloniën.

Maar dat was theorie. Garanties ontbraken. Vijandelijke aanvallen op Nederlands grondgebied waren voortdurend onderwerp van oefeningen en besprekingen bij de Nederlands Generale Staf. Een Britse landing op de Nederlandse kust was een mogelijkheid, terwijl een Duitse aanval op Limburg nog waarschijnlijker was, omdat verovering van Limburg de Duitse routes aanzienlijk zou inkorten. Nu werd de Belgische stad Luik, omgeven door imposante forten, de eerste serieuze hindernis voor de Duitse opmars. De strijd daar duurde twaalf dagen.

Op 4 september, na de Eerste Slag aan de Marne, kwam de Duitse opmars tot stilstand. Op 10 oktober viel Antwerpen, wat een aanzienlijke revolutiepoging van socialistenleider Pieter Jelles Troelstra. Die mislukte, en toen daarna de balans kon worden opgemaakt van de gebeurtenissen in 1914-1918 kon worden geconcludeerd, stelt het boek, dat Nederland in zekere zin de oorlog perfect was doorgekomen:

De neutraliteit was gehandhaafd, de schade (zowel economisch als in mensenlevens) was [wat Nederland betreft] binnen de perken gebleven. Toen na enig soebatten ook de Belgische annexatiekwestie (België streefde aan het eind van de oorlog naar annexatie van Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen) tot een goed einde was gebracht, was één ding duidelijk: wat neutraliteit ook was, het had gewerkt.

~ André Horlings

Nederland neutraal – De Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Wim Klinkert, Samuël Kruizinga & Paul Moeyes
ISBN: 9789461053510
Uitgever: Boom
Hardcover, 352 pagina’s
Prijs: € 29,90

Bestel dit boek bij:

Openingsafbeelding: Grenswachten achter de ‘draden des doods’; een elektrische grensversperring van 2000 volt van 450 km lang tussen Nederland en België, door Duitse troepen aangelegd, om smokkel en illegale grensoverschrijding tegen te gaan. Daardoor waren er minder Duitse grenssoldaten nodig.

Op 12 september 2013 promoveerde neerlandica Judith Brouwer aan de Rijksuniversiteit Groningen…
Studiezaal van het NIOD in Amsterdam - Foto: NIOD
Rob Fransman, die enkele jaren geleden als nebenkläger aanwezig was bij het…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier