Wat neutraliteit ook was, het had gewerkt

Nederland in 1914-’18

De Eerste Wereldoorlog duurde 1561 lange dagen. Al die dagen was Nederland neutraal. Maar die neutraliteit was op dag 1561 niet meer dezelfde als op dag 1, net als de oorlog zelf in de loop van die vierenhalf jaar onherkenbaar was veranderd.’

Zo begint het hoofdstuk Epiloog in Nederland neutraal – De Eerste Wereldoorlog 1914-1918, waarin het Nederlandse laveren tussen de oorlogvoerende wereldmachten tijdens de eerste wereldbrand wordt uitgelegd aan de hand van de rol die de ‘beleidsbepalende elite’ daarin speelde.


Dat gebeurt door middel van een uitvoerige beschrijving van het aandeel in de oorlog van koningin Wilhelmina, minister J. Loudon van Buitenlandse Zaken, zijn collega F.E. Posthuma van Landbouw, Nijverheid en Handel, opperbevelhebber van land- en zeestrijdkrachten generaal C.J. Snijders, C.J.K. van Aalst, leidend figuur in handels- en financiële wereld en president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, ritmeester H.A.C. Fabius, die de militaire inlichtingendienst organiseerde en ook de portefeuille spionage voor zijn rekening nam, want het neutrale Nederland was een broeinest van spionage geworden, L.A. van Royen die een vaderlandse wapenindustrie opzette, reder E. Heldring, die geconfronteerd werd met de gevaren van de Nederlandse handel in oorlogstijd, maar er ook kansen in zag voor als straks de vredestijd weer was aangebroken, en als luis in de pels hoofdredacteur J.C. Schröder van De Telegraaf, die niet neutraal was, maar Engeland van harte steunde en die het regeringsbeleid in zijn krant bij voortduring op de korrel nam.

Het boek is samengesteld door drie gerenommeerde historici: Wim Klinkert, als hoogleraar militaire geschiedenis verbonden aan de Universiteit van Amsterdam; Samuël Kruizinga, universitair docent nieuwste geschiedenis aan de UvA, en Paul Moeyes die al eerder een boek over het onderwerp schreef: Buiten schot: Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918.

Het is een kloek, gedegen naslagwerk geworden. Het boek gaat vaak de diepte in en maakt overtuigend en goed leesbaar duidelijk hoe spannend en gevaarlijk het was om in een wereld, waar iedereen zijn eigen geheime agenda volgde, neutraal te zijn en vooral ook te blijven, en hoe vaak daarbij op eieren moest worden gelopen. Voordeel is dat verschillende aspecten van de Eerste Wereldoorlog, aan de hand van de rol van de specialist, uitvoerig worden uitgediept. Nadeel is dat de oorlog negen keer ‘over’ wordt gedaan.

- advertentie -
De Nederlandse maagd moet machteloos toezien hoe John Bull (Engeland) de telegraafkabels naar debuitenwereld doorkapt. Michel (Duitsland) kijkt tevreden toe: 'Dat is de beste manier om Nederland tegen je te krijgen!' (Tekening Johan Braakensiek in De Amsterdammer, 20 oktober 1917)

De Nederlandse maagd moet machteloos toezien hoe John Bull (Engeland) de telegraafkabels naar debuitenwereld doorkapt. Michel (Duitsland) kijkt tevreden toe: ‘Dat is de beste manier om Nederland tegen je te krijgen!’ (Tekening Johan Braakensiek in De Amsterdammer, 20 oktober 1917)

Neutraliteit

Vóór 1850 was het ontstaan van oorlog een natuurwet: het gebeurde. Na 1850 was een nieuwe opvatting ontstaan: dat oorlog zoveel mogelijk moest worden uitgebannen en, als er dan toch oorlog uitbarstte, de omvang te beperken. Neutraliteit werd in de negentiende eeuw juridisch vastgelegd in het internationaal recht. Tijdens vredesconferenties in Den Haag in 1899 en 1907 waren afspraken gemaakt over welke typen wapens mochten worden gebruikt en wie daarmee beschoten mochten worden. Het bombarderen van de burgerbevolking vanuit de lucht en het gebruik van gas op het slagveld werden verboden. De deelnemers bleken daarmee te getuigen van een vooruitziende blik, maar het bleef bij de constatering. Eén van de oorlogsmisdaden in de Eerste Wereldoorlog werd in 1915 het gebruik van gifgas, al werd, leert het boek, de fabricage daarna ook onderdeel van de Nederlandse defensie-industrie. De Tweede Wereldoorlog, een kwart eeuw later, werd onder andere gekenmerkt door het bombarderen van de burgerbevolking.

Koningin Wilhelmina, gastvrouwe van de twee vredesconferenties, achtte het streven naar wereldvrede overigens ‘niet meer dan een volstrekt onrealistische illusie’.

Ik mocht niet spreken. Ik moest mijn rol spelen en doen alsof ik met de ontwapeningsplannen instemde.

Onmiddellijk na opening van de eerste conferentie vertrok ze op vakantie naar het Zwarte Woud.

Er was geen sprake van harde afspraken, maar de grootste optimisten hoopten dat de juridische manieren van conflictbeheersing uiteindelijk zouden leiden tot conflictvermijding. De hoop kreeg fysieke vorm met de bouw van het Vredespaleis in Den Haag, die werd afgerond in 1913. Wilhelmina bedankte resoluut voor de eer de eerste steen te leggen. Toen het gebouw er stond kon ze de naam niet over de lippen krijgen; in kleine kring sprak ze over ‘het huis aan het eind van den Scheveningschen weg’.

Het splinternieuwe Vredepaleis in 1913.

Het splinternieuwe Vredepaleis in 1913.

Droom aan diggelen

Een jaar later lag de droom inderdaad aan diggelen. Internationaal recht had niet kunnen voorkomen dat een locaal conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië uitgroeide tot de meest verwoestende oorlog die Europa ooit gekend had. Op 28 juli 1914 vond de Oostenrijks-Hongaarse aanval op Servië plaats. Op 1 augustus was Nederland het eerste land dat mobiliseerde. Op 4 augustus waren 200.000 man bewapend en gepositioneerd in de ‘afwachingsopstelling’ langs strategische linies als de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam, langs de kust, achter de IJssel en met reserves in Utrecht en Gelderland. Bedoeling was, aldus opperbevelhebber Cornelis Snijders (1852-1939), dat de mobilisatie afschrikwekkend zou werken. Maar er werd ook van uitgegaan dat Nederland door zijn beheersing van de Rijn-, Schelde- en Maasmond en van een deel van de Noordzeekust zo aantrekkelijk was voor de omringende mogendheden, dat ze elkaar het bezit van deze delta zouden misgunnen.

Om de geallieerden te tonen dat de goederen aan boord niet voor Duitsland bestemd  was moesten rederijen die een overeenkomst met de NOT aangingen een zogenaamde 'NOT-kegel' hijsen.

Om de geallieerden te tonen dat de goederen aan boord niet voor Duitsland bestemd was moesten rederijen die een overeenkomst met de NOT aangingen een zogenaamde ‘NOT-kegel’ hijsen.

Intussen rolde een militaire wals over Europa. Nederland én België waren neutraal, maar Duitsland had zijn Schlieffen-plan in werking gesteld. Het land had daarbij, op weg naar Parijs, weliswaar de Nederlandse grenzen gerespecteerd maar was wel het net zo neutrale België binnengevallen. Dat Duitsland de Belgische neutraliteit had geschonden bezorgde het land, aldus het boek, een enorm verlies aan internationale goodwill. De op internationaal recht steunende neutraliteit stond tijdens de oorlog weliswaar zwaar onder druk, maar werd nooit geheel verworpen.

Ieders voordeel

Een voortdurende Nederlandse neutraliteit was in ieders voordeel. De Britse vloot beheerste de Noordzee. Nederland fungeerde daarbij als rechterflankverdediging voor de Duitse opmars via België naar Frankrijk. Rotterdam was een belangrijke invoerhaven voor Duitsland, en daar zou door een Duitse bezetting een eind aan komen. Ook was Nederland ervan overtuigd dat, als ons land bij de oorlog betrokken zou raken, Engeland van de gelegenheid gebruik zou maken om zich meester te maken van onze koloniën.

Maar dat was theorie. Garanties ontbraken. Vijandelijke aanvallen op Nederlands grondgebied waren voortdurend onderwerp van oefeningen en besprekingen bij de Nederlands Generale Staf. Een Britse landing op de Nederlandse kust was een mogelijkheid, terwijl een Duitse aanval op Limburg nog waarschijnlijker was, omdat verovering van Limburg de Duitse routes aanzienlijk zou inkorten. Nu werd de Belgische stad Luik, omgeven door imposante forten, de eerste serieuze hindernis voor de Duitse opmars. De strijd daar duurde twaalf dagen.

Op 4 september, na de Eerste Slag aan de Marne, kwam de Duitse opmars tot stilstand. Op 10 oktober viel Antwerpen, wat een aanzienlijke vluchtelingenstroom op gang bracht van tussen een half miljoen en een miljoen Belgen, waaronder een aanzienlijk aantal gedeserteerde Belgische soldaten. In november stolde het front. Het Duitse offensief strandde in de modder. Vier jaar lang zouden de strijdkrachten wederzijds alleen nog maar kleine verschuivingen realiseren, ten koste van een ongekend aantal slachtoffers.

Afzijdigheid onmogelijk

Nederland had gehoopt dat zijn neutraliteit het land geheel afzijdig zou houden van het oorlogsgewoel in de omringende landen. Die hoop bleek al snel een illusie. Nederland kon niet in een schulp kruipen en wachten tot het rustig werd om daarna te kijken wat er precies was gebeurd. Nederland had een open economie, internationale handelsbetrekkingen, overzeese koloniën en lag centraal temidden van de oorlogsvoerende partijen. Het land was afhankelijk van buitenlandse contacten en daardoor alleen al was een strikte afzijdigheid volstekt onmogelijk.

Nederland kreeg met de oorlog te maken, of het wilde of niet. Een miljoen Belgische vluchtelingen zochten hier een veilig heenkomen. De Britten maakten ons land een onderdeel van hun blokkadepolitiek. Voor Duitsland bleef Nederland de economische luchtpijp waardoor het zo veel mogelijk grondstoffen en goederen probeerde te importeren. Als gevolg daarvan rukten en trokken Groot-Brittannië en Duitsland vier jaar lang aan de Nederlandse neutraliteit om die naar hun oorlogsstrategieën af te buigen, terwijl de Nederlandse regering zich tegen die pressie moest verzetten zonder één van de oorlogvoerende landen voor het hoofd te stoten en daarmee de schijn van partijdigheid op zich te laden, en er tegelijk voor moest waken dat de Nederlandse economie en samenleving geheel ontwricht zouden raken.

De Nederlandse maagd, roeiend in het noodweer: 'Als ik maar met mijn duifje tusschen het onweer door kan bijven roeien'. (Tekening Chr. Verschuuren in De Roskam, 24 december 1914)

De Nederlandse maagd, roeiend in het noodweer: ‘Als ik maar met mijn duifje tusschen het onweer door kan bijven roeien’. (Tekening Chr. Verschuuren in De Roskam, 24 december 1914)

Niemand in ons land had zich ooit afgevraagd wat er bij kwam kijken om een kleine neutrale staat, omringd door elkaar bestrijdende grootmachten, vier jaar lang buiten een wereldoorlog te houden. De periode 1914-1918 was er dan ook een van laveren en improviseren, van handig inspelen en machteloos toezien, en van botsende inzichten en toenemende frustraties. Eén van de eerste ‘slachtoffers’ was prins Hendrik. De prins, die uitdrukkelijk pro-Duits was, stak zijn sympathieën niet onder stoelen of banken toen hij na het uitbreken van de oorlog, in zijn erefunctie als voorzitter van het Nederlandsche Roode Kruis, een bezoek bracht aan gewonde Duitse soldaten die in Maastricht werden verpleegd. Zijn bewegingsvrijheid werd meteen aan banden gelegd. Hij mocht Duitsland niet langer bezoeken en toen hij in 1916 en 1917 met vakantie naar Zwitserland ging mocht hij onderweg de trein niet verlaten.

Meer reageren dan regeren

In december 1914 verdedigde minister John Loudon (1866-1955) van Buitenlandse Zaken de Nederlandse neutraliteit in de Tweede Kamer met:

Onze onzijdigheid is de bevestiging van onzen nationalen drang, van onzen nationalen wil, om zelfstandig te blijven in ons doen en laten en – ik wensch het hier met nadruk te zeggen – de Nederlandsche Regeering zal, zoowel nu als in de toekomst, die zelfstandigheid met vastberadenheid, met beslistheid steeds tot uiting weten te brengen.

Loudon gaf leiding aan een departement dat weinig aanzien had. Als Nederland vier jaar lang ‘een eiland van vrede was gebleven in een oceaan van strijd’, dan zou aan die status waarschijnlijk niet veel zijn veranderd, maar van ‘splendid isolation’ (afzondering, los van de omgeving) kon geen sprake zijn. Hoe Nederland zijn neutraliteit uit moest dragen was onduidelijk. Er waren geen draaiboeken met gedragslijnen hoe om te gaan met de diplomatieke, economische en soms zelfs militaire druk die de oorlogsvoerende partijen op Nederland uit gingen oefenen. Voor het kabinet-Cort van der Linden was het ‘meer reageren dan regeren’.

De Britse blokkadepolitiek en de Duitse duikbootoorlog strookten niet met de bepalingen van het internationaal recht waar minister Loudon zicht voortdurend op beriep, maar ze waren wel realiteit en het kabinet moest er zijn beleid op afstemmen. Het leidde tot kunstgrepen en concessies, waarin stille diplomatie een belangrijke rol ging spelen.

In maart 1918 legde de Amerikaanse president Wilson, die intussen Duitsland de oorlog had verklaard, ook nog de neutrale Nederlandse schepen in Amerikaanse havens aan de ketting, waardoor onder meer de graanaanvoer in gevaar kwam. Daarna gebruikte hij ze voor troepentransporten naar Europa.

Gestrande duikboten

Tijdens een 'hongeroproer' in 1918 voeren twee agenten met gummiknuppels een charge uit op het Damrak in Amsterdam.

Tijdens een ‘hongeroproer’ in 1918 voeren twee agenten met gummiknuppels een charge uit op het Damrak in Amsterdam.

Toen in maart 1917, kort na elkaar, twee Duitse onderzeeboten, de UB-6 en de UB-30, voor de Nederlandse kust aan de grond liepen werden beide schepen geïnterneerd volgens het bestaande oorlogsrecht. Duitsland eiste echter de moderne UB-30 op. Na veel stille diplomatie hield de rol van Loudon op en werd een internationaal scheidsgerecht ingesteld met onder meer een Duitser, en toen moest de UB-30 worden overgedragen. De Britten, slachtoffer van de Duitse ‘onbeperkte duikbootoorlog’, voelden zich gepasseerd: de UB-30 kon immers weer in de strijd worden geworpen.

En zo laveerde Loudon voortdurend tussen neutraliteitsklippen door. Engeland wenste een Nederlands verbod op de doorvoer van zand en grind naar Duitsland, omdat dat land bezig was met een Siegfriedlinie in Noord-Frankrijk om een geallieerde opmars te stuiten; de Duitsers beweerden dat het materiaal bedoeld was om de beschadigde infrastructuur in Vlaanderen te repareren. Zo toonden oorlogsvoerenden zich voortdurend benadeeld door het neutrale Nederland.

De Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij, opgericht door Cornelis van Aalst (1866-1936) – ‘Het brutaalst van allemaalst’- moest de garantie scheppen dat door Nederland vervoerde goederen voor Nederland bestemd waren, en dus niet voor oorlogvoerende landen. De NOT fungeerde in wezen als een verlengde van de Britse blokkadepolitiek, maar werd door de Duitsers gedoogd en hield de regering buiten schot.

Het leidde tot schaarste en rantsoenering, omdat de oorlogvoerende partijen de Nederlandse vrije handel de nek omdraaiden. Daardoor zag minister ‘zonder spek en bonen’ Folkert Posthuma (1874-1943) van Landbouw, Handel en Nijverheid zich gedwongen al improviserend een distributienetwerk op te zetten; we danken er het tot lang na de Tweede Wereldoorlog bekende regeringsbrood en de eenheidsworst aan. Hij maakte zich daarmee tot ‘de meest gehate man van Nederland’ – het hoofdstuk heet: ‘Heere God! Straf Posthema!’. Hij was bovendien pro-Duits, wat binnen het kabinet tot fricties en bij de geallieerden tot wantrouwen leidde. Het zou hem in de Tweede Wereldoorlog fataal worden. Hoewel geen lid van de NSB vroeg NSB-leider Mussert hem Gemachtigde voor Landbouw te worden. Hij werd in 1943 geliquideerd door de Ondergrondse.

Klanten staan voor een slagerij in de Kleine Houtstraat in Haarlem in mei 1918 in de rij voor eenheidworst.

Klanten staan voor een slagerij in de Kleine Houtstraat in Haarlem in mei 1918 in de rij voor eenheidworst.

Kritiek op neutraliteit

Generaal Snijders zette de regering voor het blok door aan te geven dat de eisen van een optimale landsverdediging onverenigbaar waren met de neutraliteitspolitiek. Hij wilde dat de Nederlandse krijgsmacht zich ging concentreren op de ‘meest waarschijnlijke aanvaller’, maar de regering hield vast aan de neutrale opstelling die verlangde dat het leger naar alle zijden front zou maken.

Het leidde ook tot wrevel en frustratie bij koningin Wilhelmina, die een ‘fiere neutraliteit’ voorstond en de regering veel te slap en inschikkelijk vond.

Een trotse natie moest tonen van zich af te durven bijten, maar in plaats daarvan zag ze zich opgescheept met een regering die schijnbaar geen vernedering te laag vond om de lieve vrede en neutraliteit maar te bewaren.

De vorstin schoof daarmee op naar de positie die Johan Schröder, hoofdredacteur van het dagblad De Telegraaf, al sinds het begin van de oorlog had ingenomen: Nederland had de kant van Engeland moeten kiezen. De neutraliteit was verwerpelijk, omdat zij ten koste ging van een soevereine staat. Hij was vier jaar lang de ‘luis in de pels’ van de neutrale regering. In 1916 kwam hij zelfs in de gevangenis terecht, omdat hij toen onomwonden bekende dat hij als ‘Barbarossa’, het pseudoniem dat hij gebruikte voor vlammende politieke artikelen, in 1915 met een ‘groep gewetenloze schurken’ het Pruisische militarisme had bedoeld. Hij was er tegen dat Nederland geen oordeel over Duitse wandaden mocht hebben omdat het neutraal was. Er werd zes jaar gevangenisstraf geëist. Hij was vrij in afwachting van het vonnis, maar werd op 4 december tijdens Sinterklaasinkopen toch opgepakt. De krant betrok zijn abonnees in zijn verontwaardiging en publiceerde talloze adhesiebetuigingen, waarbij ook ‘Bekende Nederlanders’ zich niet onbetuigd lieten. Op 14 december werd hij door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken van de aanklacht, waarna een aanhankelijkheidsbetoging volgde van vrienden, getrouwen en sympahisanten voor zijn woning. Daarna wordt het verhaal te gecompliceerd om met enkele zinnen te kunnen worden weergegeven. In elk geval is ‘De Telegraaf in 1914-1918’ een interessante episode in de Nederlandse persgeschiedenis. De geschiedenis daarna leert dat het vijandsbeeld van De Telegraaf in de loop van de geschiedenis kan veranderen en dat het bestrijden ervan door de krant steeds met onorthodoxe middelen gepaard is gegaan.

Ook op andere fronten probeerde het kabinet de neutraliteit nadrukkelijk te beschermen. Censuur was overal; in kranten en tijdschriften, maar ook in het bioscoopjournaal, theatervoorstellingen en revue’s.

Kansen en mogelijkheden

Legerbrochure uit 1919, waarin wordt gesteld  dat het Duitse leger de Nederlandse neutraliteit in 1914 nauwgezet had gerespecteerd. (Uit brochure 'De manoevre van Limburg in 1914')

Legerbrochure uit 1919, waarin wordt gesteld dat het Duitse leger de Nederlandse neutraliteit in 1914 nauwgezet had gerespecteerd. (Uit brochure ‘De manoevre van Limburg in 1914’)

Maar de Nederlandse politiek leidde ook tot kansen en gevaren die niemand had voorzien. Voor de strijdende partijen vormde het neutrale Nederland een onmisbare schakel in de verschillende spionagenetwerken. De piepjonge inlichtingendienst van ritmeester Hendrik Fabius (1878-1957) speelde hier handig op in, door de buitenlandse agenten niet voor de voeten te lopen en, mede dankzij hun medewerking, een schat aan informatie te verzamelen.

De Nederlandse gewapende neutraliteitspolitiek dreigde daarentegen aan geloofwaardigheid te verliezen toen de oorlogsomstandigheden vrijwel een eind maakten aan alle buitenlandse wapenleveranties. De oplossing werd gevonden in een eigen wapenproductie en -ontwikkeling, waarmee het Munitiebureau van Louis van Royen (1865-1946) werd belast.

Reder Ernst Heldring (1871-1954) zag de Nederlandse neutraliteit als een uitgelezen mogelijkheid om de vaderlandse scheepvaart een solide uitgangspositie te bezorgen in de wereldwijde concurrentiestrijd die naar zijn rotsvaste overtuiging na de oorlog zou losbarsten.

Veel bedrijven hebben aanzienlijke bedragen aan de Eerste Wereldoorlog verdiend. Het land kon met iedereen zaken doen. Nederland dankt er de komst van de Hoogovens aan, de ontwikkeling van de Limburgse mijnen en het ontstaan van Schiphol – in de plaats van Soesterberg, waar vliegtuigen aanvankelijk landden. Maar dat lag aan de ‘verkeerde kant’ van de Waterlinie, terwijl Schiphol kon worden uitgebouwd op voordelige poldergrond. Voor de Staat was de oorlog veel minder rendabel, vanwege de defensie-inspanningen die vier jaar achtereen ook noodzakelijk waren.

Neutraliteit had gewerkt

Nederland neutraal - De Eerste Wereldoorlog 1914-1918

Neutraal – Nederland en de Eerste Wereldoorlog

Toen op 11 november 1918 ook in Nederland de feestvreugde over het einde van de oorlog losbarstte, gebeurde dat wat aarzelend. Maar dat had te maken met een nieuwe spanningshaard die op dezelfde datum was losgebarsten: de revolutiepoging van socialistenleider Pieter Jelles Troelstra. Die mislukte, en toen daarna de balans kon worden opgemaakt van de gebeurtenissen in 1914-1918 kon worden geconcludeerd, stelt het boek, dat Nederland in zekere zin de oorlog perfect was doorgekomen:

De neutraliteit was gehandhaafd, de schade (zowel economisch als in mensenlevens) was [wat Nederland betreft] binnen de perken gebleven. Toen na enig soebatten ook de Belgische annexatiekwestie (België streefde aan het eind van de oorlog naar annexatie van Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen) tot een goed einde was gebracht, was één ding duidelijk: wat neutraliteit ook was, het had gewerkt.

~ André Horlings

Nederland neutraal – De Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Wim Klinkert, Samuël Kruizinga & Paul Moeyes
ISBN: 9789461053510
Uitgever: Boom
Hardcover, 352 pagina’s
Prijs: € 29,90

Bestel dit boek bij:

Openingsafbeelding: Grenswachten achter de ‘draden des doods’; een elektrische grensversperring van 2000 volt van 450 km lang tussen Nederland en België, door Duitse troepen aangelegd, om smokkel en illegale grensoverschrijding tegen te gaan. Daardoor waren er minder Duitse grenssoldaten nodig.

Model van een fluitschip - cc
Op 12 september 2013 promoveerde neerlandica Judith Brouwer aan de Rijksuniversiteit Groningen…
Studiezaal van het NIOD in Amsterdam - Foto: NIOD
Rob Fransman, die enkele jaren geleden als nebenkläger aanwezig was bij het…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



André Horlings

About André Horlings

view all posts

André Horlings is journalist en van 'vlak na de oorlog' (1945), wat mogelijk zijn interesse verklaart in o.m. geschiedenis en de Tweede Wereldoorlog. Schreef o.m. boek Arnhem Spookstad, over de evacuatie van Arnhem in september 1944 en verzorgde de (eind)redactie voor De verzwegen deportatie over het Duitse dwangarbeiderskamp Rees (1944-1945), dat 'erger was dan andere erge kampen'. Verzorgde in 2011 twee uitvoerig gedocumenteerde verhalen: Bruidegom achter prikkeldraad, over de krijgsgevangenkampen voor officieren in Stanislau en Neubrandenburg (1942-1945) en Het drama van de SS Pavon, over ruim 1400 Nederlandse soldaten die kort na het begin van de oorlog op een schip bij Duinkerken door de Duitsers werden gebombardeerd: 50 doden. Sinds begin 2012 medewerker van Historiek.net; leverancier van gevarieerde artikelen over heden en verleden; actueel, informatief of historisch (zie hierna). Bladert graag in Google Books. Zie ook archief sinds 1995.



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: