WOI machinegeweren (II)

Browning, Lewis, Madsen en anderen

In deel I kwamen de belangrijkste watergekoelde machinegeweren van WOI voorbij, wat inhield dat bijvoorbeeld Skoda’s M-serie onbenoemd bleef. Daar het aanbod van luchtgekoelde machinegeweren nog breder was, moeten we in deze En Garde de term machinegeweer inkorten tot MG om er voldoende te laten passeren.

Chauchat in Amerikaans gebruik in 1918 (foto: wiki)

Chauchat in Amerikaans gebruik in 1918 (foto: wiki)

Zagen we vorige keer dat Hiram Maxim aan de basis stond van terugslagenergie (recoil) gebruikende mechanismen voor MGs, deze keer komen er ook wapens aan bod die afgetapte gasdruk uit de loop, meestal in een buis eronder of erboven, het mechaniek laten aandrijven waarmee de herlaadcyclus wordt uitgevoerd. John Mozes Browning vroeg in 1889 patent aan op een gasdrukontwerp voor een hefboommechanisme (lever action). Een nogal uniek ontwerp daar latere op gasdruk werkende MGs vaak een zuiger-zuigerstang overbrenging gebruiken (zoals in automotoren). Brownings patent leidde tot de luchtgekoelde Colt-Browning M1895 ‘patato digger’, en dit kaal 16 kilo wegende wapen trapte met 400-450 schoten per minuut (spm) het gasdruktijdperk voor de MG af. Waar dat laatstgenoemde Franse kreng van vorige keer nog geen gebruik van maakte.

Fusil Mitrailleur Modele 1915 aka Chauchat (foto: www.cowansauctions.com – daar alle objecten in hi-res)

Fusil Mitrailleur Modele 1915 aka Chauchat (foto: www.cowansauctions.com – daar alle objecten in hi-res)

Chauchat

Ontworpen onder leiding van kolonel Louis Chauchat kreeg deze vanaf 1903 ontwikkelde luchtgekoelde MG uiteindelijk de naam Fusil Mitrailleur Modele 1915 CSRG, wat de Amerikanen verbasterden tot Sho-Sho. De werking is gebaseerd op een terugslag (recoil) mechanisme van, zo blijkt weer, de veelzijdige John Browning. Hoewel in beperkte aantallen vanaf 1912 geïntroduceerd, werd de Chauchat pas in 1916 massaal ingevoerd bij de Franse landmacht. De meeste van de 262 duizend vervaardigde Chauchats schoten met Franse 8 x 50R (gerimde) Lebel patronen (kaliber 8 x 50 = nominale kogeldiameter x hulslengte in mm). Als ze schoten.

De in het open magazijn makkelijk vuil wordende en daardoor vastlopende patronen (20 stuks) hadden aanvullend last van het opstaande randje (R) aan de hulsvoet. Als de rand van de patroon eronder niet achter, maar vóór de rand van de bovenliggende patroon terechtkwam, hield dit de bovenliggende patroon vast, en stopte de aanvoer. Liep de aanvoer gesmeerd, oververhitte het wapen al snel, en liep alsnog vast. Sowieso schoot een werkwillige Chauchat cyclisch niet sneller dan 250 spm om eveneens vrij traag de loop verlatende munitie (Vo 630 m/sec) in vijandige richting te sturen.

- advertentie -
Colt M1895 van het Belgische leger in WOI (foto: ‘Falconpilot’ bij twcenter.net-forum, waar meer Belgische WOI uitrusting)

Colt M1895 van het Belgische leger in WOI (foto: ‘Falconpilot’ bij twcenter.net-forum, waar meer Belgische WOI uitrusting)

De Belgen schoten soms met Chauchats in rimloos 7.65 x 53 kaliber, en ondervonden daar minder problemen mee. Het minst tevreden waren de Amerikanen die de Chauchats vanaf 1917 in zowel 8 mm Lebel als in hun eigen .30-06 (7.62 x 63) kaliber aanschaften. Weliswaar rimloos was de .30-06 munitie te krachtig voor de US Sho-Sho’s, die bovendien slecht aangepast waren op .30-06 gebruik. Van de 18 duizend in .30-06 gemaakte Sho-Sho’s werden tallozen afgekeurd, en de geaccepteerde wapens werden aan het front soms weggegooid.

Benét–Mercié&Hotchkiss

Twee andere breed gebruikte luchtgekoelde Franse MGs deden het beter (mits niet in .30-06). De draagbare 12 tot 15 kilo wegende versies van op gasdruk (zuiger-stang) werkende M1909 Benét–Mercié MGs werden op hun open patroonstripvoeding (30 stuks) na redelijk gewaardeerd. Ook door de Britten, die ze als Hotchkiss Mk I in .303 (7.7 x 56R) gebruikten, voornamelijk bij de cavalerie. Afhankelijk van de versie bedroeg de vuursnelheid 400-550 spm (Vo tot 850 m/sec). Wat met een latere patroonbandoptie langduriger gehaald kon worden.

US Benét–Mercié in .30-06 met ‘luxe’ opties (foto: cowansauctions)

US Benét–Mercié in .30-06 met ‘luxe’ opties (foto: cowansauctions)

De loodzware van de Hotchkiss Mitrailleuse Modele 1897 tot M1914 geëvolueerde MG had zelfs een behoorlijk robuuste reputatie. Dit oorspronkelijk voor 8 mm Lebel munitie ontworpen, op terugslag werkende wapen met een kaal gewicht van 23.5 kilo had wel een driepootaffuit nodig (24 kilo). Eveneens gevoed met patroonstrips, later aangevuld met een wat onhandige semi-rigide metalen bandvoeding, kon het met 400-550 spm haast even lang doorgaan als watergekoelde MGs. Hield de bemanning het met vuurstoten op een praktische 120 spm, liep de massieve loop uiteindelijk wel rood aan, maar bleef kogels spugen (met 720 m/sec). Een beter wapen dan de ermee afgeloste St. Étienne Mle 1907, dat vergelijkbaar zwaar was. Toch schoten ook deze Mle 1907s in meerdere landen de hele oorlog door. Net als hun nog beroerdere voorloper, de Puteaux Mle 1905.

Hotchkiss M1914 (foto: wiki.fr)

Hotchkiss M1914 (foto: wiki.fr)

Lewis

De Britten schoten aanvankelijk vooral met de zware Vickers, maar schaften vanaf eind 1915 zoveel mogelijk het draagbare, leeg circa 12 kilo wegende Lewis MG aan om de infanterie mee te versterken. De Lewis was een in 1911 door de Amerikaanse kolonel Isaac Newton Lewis ontworpen luchtgekoelde, op gasdruk (zuiger-stang) werkende MG met een vuursnelheid van 500-600 spm (Vo 740 m/sec voor .303 munitie), gevoed door een drum met 47 of 97 patronen. De dikke loopmantel omhult aluminium koelvinnen. Een vernuftig systeem pompt er met elk schot lucht doorheen. Daar versies zonder mantel (vliegtuigbewapening) geen koelproblemen ondervonden, werd het nut ervan soms betwijfeld.

Begon Groot-Brittannië de oorlog met twee Vickers MGs per infanteriebataljon, aan het eind ervan was 36 Lewis MGs per bataljon de norm, aangevuld met Vickers MGs die net als bij de meeste andere landen in aparte MG-compagnies (6-16 MGs) werden ingedeeld.

Lewis voor Rusland in 7.62 x 54R (foto: cowansauctions)

Lewis voor Rusland in 7.62 x 54R (foto: cowansauctions)

De Britse magere MG distributie aan het begin van de oorlog was typisch voor alle strijdende partijen, hoewel men in Duitsland al bezig was MGs op compagnie-niveau in te voeren. Lichte infanterieformaties (Jäger en Schützen bataljons) hadden in augustus 1914 vaak al zes MGs per bataljon. Een rijkere distributie dan het dappere België kende, dat WOI begon met slechts 102 MGs (Nederland beschikte over 300 watergekoelde Schwarzlose MGs en oude handbediende ‘slinger’ Gardners).

Alle landen voerden gaandeweg de oorlog het aantal MGs in hun infanterieformaties flink op, met Duitsland aan kop. Hoewel het graag andere MGs had aangeschaft, bleef dit land voornamelijk een lichtere versie (MG08/15) van de watergekoelde MG08 gebruiken. De luchtgekoelde MG08/18 versie kwam te laat om van betekenis te zijn. De Russen schaften wel lichtere MGs aan, en zelfs wat Fedorov avtomats, een soort ‘oer’ AK47, maar de logge Maxim M1910 bleef in WOI hun belangrijkste MG. Frankrijk hield het veelal bij Frans, en Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse rijk bleven voornamelijk schieten met Maxim varianten. En de rest deed het, zoals iedereen min-of-meer, met wat er te krijgen was.

Madsen M1902 (M1896 – foto: worldguns.ru)

Madsen M1902 (M1896 – foto: worldguns.ru)

Madsen

Gezien de vraag naar wapens zagen ook nu minder bekende MGs dienst. Zoals de breed aangekochte lichte (9-10 kilo) Deense Madsen M1902 series, een op terugslag werkend wapen gevoed door magazijnen met 25-40 patronen (400-450 spm). Een andere was de Duitse Bergmann MG15 familie. Soms ging het om kleine aantallen omdat ze niet voldeden, zoals de eerste MG15 versies. Waren ze wel bruikbaar, wat de Deense Madsen zeker was, waren er aanschafproblemen of ze verdwenen in vliegtuigen. Vliegtuigen die het aan Duitse kant regelmatig met Parabellums (MG14/17) deden. Een andere MG, de Italiaanse Villar-Perosa, schoot in pistoolkaliber, en was eigenlijk te klein om een MG te zijn. Wat ook gold voor de MP18 machinepistolen waar de Duitse Stosstruppen vanaf hun grote offensief in maart 1918 over gingen beschikken.

Browning Automatic Rifle (foto: www.forgottenweapons.com, waar meer WOI vergetelheid)

Browning Automatic Rifle (foto: www.forgottenweapons.com, waar meer WOI vergetelheid)

BAR

Het laatste vermeldenswaardige wapen, de met een vrij karig twintigschots magazijn schietende (500-650 spm) M1918 Browning Automatic Rifle, beter bekend als BAR, was weliswaar een lang leven beschoren, maar kwam te laat om serieus mee te doen in WOI. Iets waar BAR-schutters die meevochten in het Meuse-Argonne offensief van september 1918 het vermoedelijk niet mee eens zijn.

Dat de BAR niet op tijd kwam had geen ramp hoeven zijn voor de Amerikaanse infanterie. Er waren alternatieven zoals de handzame semi-automatische M1907 Winchester karabijnen (gebruikt door Frankrijk). Ontevreden met hun verstrekte Sho-Sho’s, werd de Lewis hen echter onthouden. Generaal William Crozier, de chef van het US Ordnance Department, keurde dit verder door iedereen gewaardeerde wapen af voor de Amerikaanse landmacht. Mogelijk alleen vanwege een persoonlijke vete met de ontwerper Isaac Lewis. Hetgeen de generaal dan een van de ezels uit het ‘Lions led by donkeys‘ verhaal maakt, waar de Eerste Wereldoorlog in grossierde.

~ Michiel Mans

Eerder gepubliceerd op ThePostOnline

Lees hier het eerste deel

Lewis

Benét–Mercié/Hotchkiss in Mauser 7 x 57 kaliber (o.a. voor Spanje)

Niet te verwarren met het standaard Duitse Mauser 7.92 x 57 kaliber

Een werkende Chauchat (hier niet, maar wel breed beschreven)

Madsen M1902

De eerste draagbare MG, mogelijk het beste lichte MG van WOI. Met een lay-out waar latere ontwerpen op voortborduurden, zoals de Britse Bren (werkend op gasdruk). Over laat gesproken

Koningin Wilhelmina en Juliana, ca. 1914
Koningin Wilhelmina en de Eerste Wereldoorlog Nederland bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog…
Slag om de IJzer - A. Tolmer, ca. 1918
Fietsen door een verwoest gewest In de periode 18-31 oktober 1914 werd…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Yuri Visser

About Yuri Visser

view all posts

Yuri Visser (1979) is de oprichter van Historiek. Vanuit Ermelo - waar hij samen met zijn partner en dochter van 4 woont - voert hij redactie over het platform (en de aanverwante projecten). Email: yurivisser@gmail.com | Twitter: yvisser



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: