Zelfmoord in de middeleeuwen: een grote schande

Zelfmoord is iets van alle tijden. Ook in de middeleeuwen waren er mensen die eigenhandig een einde aan hun leven maakten. In dit artikel wordt nader ingegaan op hoe een middeleeuwse maatschappij met zelfmoord omging. Het was een proces van postume marginalisatie en bestraffing. Maar hoe werd een lijk precies gestraft? Hoe gingen de nabestaanden hiermee om? En hoe komt een historicus nu nog iets te weten over zelfmoordenaars in de middeleeuwen? De behandeling van zelfmoordenaars verschilde nauwelijks in heel Europa, maar in dit artikel richt ik me specifiek op zelfmoord in het graafschap Vlaanderen tijdens de Bourgondische periode (1384-1500).

Enkele cijfers

Hoe vaak kwam zelfmoord nu voor? Dit kan achterhaald worden door een systematische analyse van de rekeningen van de gerechtsofficier die verantwoordelijk was voor de opsporing en bestraffing van zelfmoordenaars. In Vlaanderen was dit een baljuw, schout of ruwaard. Hierbij moet er rekening mee worden gehouden dat lang niet iedere zelfmoord werd geregistreerd en de baljuw steeds handelde uit geldgewin. Er moet dus zeer voorzichtig worden omgesprongen met de rekeningen. Ik nam de rekeningen door voor de periode 1384-1500 voor de steden Brugge, Kortrijk, Veurne en het omliggende platteland. Op die manier vond ik 222 geregistreerde zelfmoorden terug. De meeste hiervan vonden plaats in Brugge (81 gevallen), de stad met het hoogst aantal inwoners (ongeveer 40.000 in de vijftiende eeuw).

In totaal sloegen 137 mannen en 85 vrouwen de hand aan zichzelf. De meest gebruikt methode was ophanging, naast verdrinking en messteek. Bij 52 gevallen werd niets vermeld over de methode. De wanhoopsdaad via messteek kwam enkel voor bij mannen.

Tabel 1: Zelfmoord volgens methode (1384-1500)

Vaak vermeldde de baljuw ook waar de zelfmoord gebeurde. Dit was veelal thuis in de kamer. In zeven gevallen gebeurde de zelfmoord in een waterput of sloot nabij de woning. Driemaal pleegde een gevangene zelfmoord.

- advertentie -

De strenge moraal en bestraffing

De Kerk had in de middeleeuwen nog een sterk moreel gezag. Al sinds het begin van haar bestaan beschouwde de Kerk zelfmoord en euthanasie als een zware zonde. Er rustte een zwaar taboe op de wanhoopsdaad. Augustinus sprak zich al streng uit tegenover zelfmoordenaars en in de concilies van Brage (561 n. Chr.) en Auxerre (578 n. Chr.) werden de eerste straffen opgelegd. De basis van deze strenge moraal was het idee dat een zelfmoordenaar zich beschuldigde aan: ‘desperatio’. Dit was een zware zonde waarbij men blijk gaf van twijfel aan de goddelijke barmhartigheid. In de bronnen werd over zelfmoord steeds vermeld dat het gebeurde ‘par desperacion’, of ‘par temptacion de l’anemy’ (= de duivel). De type-zondaar was Judas Desperatus die zelfmoord pleegde nadat hij Jezus verraden had.

Deze strenge moraal sijpelde ook door in het strafrecht. De straffen werden steeds verder veralgemeend en uitgebreid. Er waren eerstraffen (het lijk werd door de straten gesleept en aan een vork opgehangen), maar ook vermogensstraffen (confiscatie van de goederen) en religieuze straffen (weigering van begrafenis in gewijde grond).

Kapiteel met weergave van Judas Desperatus in de kathedraal van Autun, 1120

De bestraffing in praktijk

De plaatselijke baljuw was verantwoordelijk voor de uitvoering van de bestraffing. Hij moest ervoor zorgen dat het lijk conform het gewoonterecht behandeld werd. Zo moest het lijk vaak via een gat in de muur uit het huis gesleept worden, zodanig dat de drempel van een huis niet besmet werd. Onderzoek van de rekeningen van deze gerechtsofficieren verklaart niet enkel iets over het aantal, maar ook over de precieze behandeling van zelfmoordenaars. Het slepen gebeurde meestal op een houten slede die de baljuw speciaal hiervoor liet vervaardigen. Door het slepen werd letterlijk de reputatie van de overledene door het slijk gesleurd. Het was een uiterst onterende behandeling die bovendien iedereen in de gemeenschap op de hoogte bracht van de aard van het overlijden. Het lijk werd voor enkele dagen opgehangen op een spriet en mocht nadien niet in gewijde grond begraven worden, dus ook hier werd het lichaam na de dood gemarginaliseerd.

‘Opera omnia’ – heruitgave van de gebundelde werken van Joos de Damhouder door Petrus Bellerus (Antwerpen, 1646)

Bij een verdrinkingsdood kwam het vaak tot een discussie tussen de baljuw, die het overlijden beschouwde als een zelfmoord, en de nabestaanden, die ijverden dat het een ongeluk betrof. De meest gehanteerde oplossing was dan de ‘compositie’, een vorm van minnelijke schikking, waardoor straffen konden worden afgekocht. Zo verdiende de baljuw een aardige cent bij en bespaarden de nabestaanden zich de publieke schande. De strenge straffen werden dus niet steeds strikt uitgevoerd. Er waren zelfs van rechtswege enkele gevallen waarbij er geen straffen werden opgelegd. Deze verzachtende omstandigheden werden erkend in de belangrijke juridische traktaten van onder andere Filips Wielant en Joos de Damhouder. Zo was men inschikkelijker wanneer de zelfmoordenaar een waanzinnige was, of wanneer hij getroffen was door een zware ziekte. Nabestaanden van een zelfmoordenaar trachtten de baljuw er dan ook van te overtuigen dat de overledene een waanzinnige of doodzieke was, om ervoor te zorgen dat er geen straffen werden opgelegd. De baljuw hield hier soms rekening mee. Wanneer hij een compositie afsloot met de nabestaanden, verantwoordde hij dit steeds met een bepaalde reden. Naast financieel-gerechtelijke motieven, werden er vaak ook morele motieven opgevoerd. In dalende volgorde duiken op: ziekte (15 gevallen), armoede (14), waanzin (10), eervol leven (10), ouderdom (7), zwanger zijn of kinderen hebben (5), christelijke levenswandel (3) en zelfs medeleven van de baljuw (3).

Een typisch voorbeeld is het overlijden van Jehan Stevins in 1421 te Brugge. Hij lag verschillende dagen met koorts te bed. Op een welbepaalde dag sprong hij door het raam van zijn kamer in de reien. De weduwe van Jehan, een jonge zwangere vrouw, kwam bij de baljuw uithuilen met de vraag of hij wou afzien van de bestraffing wegens de zware ziekte van haar man. De baljuw sloot een compositie af en gaf als motief de armoede van het gezin, de zwangerschap van de weduwe en de ziekte van Jehan. In Brugge sloot de schout veel vaker een compositie af omdat een Bruggeling door een aloud privilege vrijgesteld was van confiscatie. Een baljuw kon dus na zelfmoord de goederen van een Bruggeling niet confisqueren. Een compositie afsluiten en de nabestaanden laten betalen voor een vermindering van de straf was voor de baljuw de enige manier om er toch een flinke cent aan te kunnen verdienen.

Paus Beneditus XVI

Kortom, zelfmoord werd in de middeleeuwen beschouwd als een zware zonde. Voor de nabestaanden kwam er naast het drama van het overlijden ook nog de grote schande binnen de gemeenschap bij. Onder invloed van het medicaliseringproces en de rationalisering zag men zelfmoord sinds de achttiende eeuw steeds meer als een ziekte. In de negentiende eeuw werd dit idee verder uitgewerkt. Men raakte er van overtuigd dat zelfmoord enkel psychologische oorzaken had. Hier kwam verandering in toen de Franse socioloog Emile Durkheim aantoonde dat zelfmoord ook sociologische oorzaken kon hebben (familiesituatie, crisissen, enzovoort).

En de (Katholieke) Kerk? Die blijft zich hardnekkig verzetten tegen zelfmoord en alle vormen van euthanasie. Enkele jaren geleden was er het voorbeeld van Piergiorgio Welby, die eind 2006 na een ongeneeslijke spierziekte euthanasie pleegde. Hij werd op 24 december 2006 begraven te Rome maar van de Katholieke kerk kreeg Welby geen religieuze ceremonie omdat hij zelf om zijn dood had gevraagd. Dezelfde dag op kerstavond verwees paus Benedictus XVI naar de zaak in zijn zondagse zegen: “Kerstmis helpt ons bewust worden hoeveel het menselijk leven waard is. Ieder menselijk leven, van zijn eerste moment tot zijn natuurlijke dood”.

~ Hannes Lowagie

Björn Soenens, Amerikawatcher en chef buitenland bij VRT nieuws, schreef een boek…
De wurging van Sint Godelieve - Keramieken afbeelding in…

- advertentie-


Historiek heeft een gratis mobiele app



Geschiedenis zoeken


Gerelateerde uitgaven:



Historiek

About Historiek

view all posts

Historiek verbindt actualiteit met geschiedenis en richt zich op een breed publiek. Van geïnteresseerde leek tot professional. Ons motto: "Omdat we ook van gisteren zijn". Meeschrijven? Tips? Mail ons: info@historiek.net



Download onze gratis app voor smartphone en tablet!

Historiek heeft een mobiele app, zowel beschikbaar voor Android als voor iPhone en iPad. Via de geschiedenis-app blijft u altijd op de hoogte van onze laatste berichten. Ook boekbesprekingen, blogs en onze historische achtergrondverhalen zijn via de app te lezen. Alle berichten die online staan, staan ook in de app. De geschiedenis-app wordt voortdurend uitgebreid en is natuurlijk helemaal gratis. Geschiedenis in de broekzak!

Download de app via de volgende links: