Albert Thys (1849 -1915) – Koloniaal pionier

Wie in Brussel vanuit het Schumanplein het Jubelpark inwandelt, bemerkt ongetwijfeld het herdenkingsmonument ter ere van Albert Thys, militair, ondernemer en koloniaal pionier van koning Leopold II. De allegorische sculptuur met onderaan op het voetstuk het bronzen portretmedaillon van Thys werd ontworpen door Thomas Vinçotte en uitgevoerd door de Antwerpse beeldhouwer Frans Huygelen (1878-1940).

Een biografie van een bijzondere man die een onuitwisbare stempel drukte op de ontsluiting en ontginning van Congo-Vrijstaat, de latere Belgische kolonie:

In dienst van koning Leopold II

De jonge Albert Jean-Baptiste Joseph Thys, zoals hij voluit heette, werd binnen een welstellend gezin geboren op 28 november 1849 in het Waalse dorpje Dalhem-lez-Visé. Al op jeugdige leeftijd vervoegde hij de Koninklijke Militaire School. Na een eerste affectatie bij het zevende Linieregiment werd hij in 1876 tot luitenant bevorderd. Nog in datzelfde jaar kreeg Thys op voorspraak van generaal Jolly zijn aanstelling bij het Militair Huis van koning Leopold II waar hij de functie opnam van secretaris bij de dienst Koloniale Zaken.

Leopold’s II koloniale droom

Henry Morton Stanley (1841-1904)
Henry Morton Stanley (1841-1904)
De koloniale aspiraties van de Belgische vorst geraakten in een stroomversnelling toen in 1877 het nieuws bekend werd dat de Britse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley (1841-1904) succesvol was teruggekomen van een expeditie in Centraal Afrika. Thys werd door Leopold naar Engeland gestuurd om in overleg met Stanley een nieuwe onderzoekingstocht in Midden-Afrika te organiseren. Stanley stemde in en eind 1879 claimde hij in opdracht van de door Leopold II opgerichte “Association Internationale Africaine” het gebied rond de zuidelijke oever van de Congo rivier. Kort daarna stichtte hij een kleine handelspost die hij Leopoldstad noemde, het latere Kinshasa, en legde daarmee de grondslag van wat na de Conferentie van Berlijn in 1885 Congo-Vrijstaat zou worden.

- advertentie -

De ontsluiting van Leopold’s privé-eigendom

Leopold II
Leopold II
Albert Thys, die intussen door Leopold II tot zijn vleugeladjudant was benoemd, reisde in het voorjaar van 1887 af naar de recent verworven privékolonie van de Belgische koning om er diens belangen waar te nemen. Vrij snel kwam hij tot de vaststelling dat een economische ontplooiing van de kolonie onmogelijk was zonder een spoorwegverbinding tussen Leopoldstad en de op meer dan driehonderdvijftig kilometer verderop gelegen havenstad Matadi. De benedenloop van de Congo rivier die beide steden verbond was immers door de vele stroomversnellingen en watervallen grotendeels ongeschikt voor de scheepvaart waardoor alle goederen per drager dienden vervoerd te worden.

Met toestemming van Leopold II stichtte Thys de ‘Compagnie du Congo pour le Commerce et l’Industrie’. Doel van de kersverse holding was de bouw van een spoorweglijn die de twee plaatsen moest verbinden. De eerste houweelslag van de spoorlijn werd in maart 1890 gegeven. Mede door het bergachtig reliëf en de talrijke natuurlijke hindernissen vorderde de aanleg ervan echter uiterst moeizaam. Daarnaast was het dodentol aanzienlijk. Volgens een schatting verloren tijdens de werkzaamheden bijna tweeduizend arbeiders het leven. Uiteindelijk zou het tot juli 1898 duren voordat de spoorweg officieel werd ingehuldigd.

Halverwege het spoorwegtracé werd later een bevoorradingspost opgericht die snel zou uitgroeien tot een stadje, vernoemd naar Thys. Thysville, het huidige Mbanza-Ngungu, behaalde eind 1960 de koppen in de wereldpers toen Patrice Lumumba, de eerste democratisch verkozen premier van de Republiek Congo, er kortstondig gevangen zat alvorens enkele weken daarna in Katanga geëxecuteerd te worden.

Monument voor generaal Thys in Brussel - cc
Monument voor generaal Thys in Brussel – cc

Thys, de ondernemer

Tijdens zijn verblijf in Congo-Vrijstaat ontpopte Thys zich als een van alle markten thuis zijnde zakenman. Zo stichtte hij in 1891 de ‘Compagnie du Katanga’, een investeringsmaatschappij die via concessies aan ondernemingen de exploitatie van de minerale rijkdommen voor een bepaalde periode verleende. In 1899 was hij de stuwende kracht achter de oprichting van de “Banque d’Outremer” die tot doel had zowat overal ter wereld handel te drijven. Ook in eigen land liet Thys zich niet onbetuigd. Zo wist hij de hand te leggen op een steenkoolbedrijf en werd aldus de eerste voorzitter van de door hem opgerichte “Société des charbonnages réunis Laura et Vereeniging S.A.”

Thys, intussen gepromoveerd tot kolonel, besloot in 1904 om terug te keren naar België. Hij vestigde zich in Brussel waar hij dankzij de jaarlijkse uitkeringen van de dividenten uit zijn vennootschappen een welstellend leven leidde. Op de vooravond van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hem nog de graad van generaal in het reservekader verleent, maar Thys was op dat moment al ziek en overleed op zesenzestigjarige leeftijd. Zijn stoffelijk overschot werd na het beëindigen van de oorlog in 1918 overgebracht naar zijn geboortedorp Dalhem waar hij bijgezet werd in het familiegraf op de gemeentelijke begraafplaats.

~ Rudi Schrever
Brusselse stadsgids | Rondleidingen op aanvraag | rudi.schrever@skynet.be

Ook interessant: Leopold II’s koloniale erfenis
…en: Kongo: Belgische avonturen in een Afrikaans land
Handig: Bezienswaardigheden in Brussel

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier