Anne Frank ‘zeer waarschijnlijk’ verraden door notaris… maar hard bewijs ontbreekt

//
5 minuten leestijd
De laatst bekende foto van Anne Frank, mei 1942
De laatst bekende foto van Anne Frank, mei 1942

Groot nieuws vandaag in de media: een internationaal coldcaseteam beweert na vijf jaar onderzoek de “zeer waarschijnlijke verrader” van Anne Frank te hebben gevonden. Notaris Arnold van den Bergh, lid van de Joodse Raad, zou het adres van de onderduikers hebben doorgespeeld, in ruil voor bescherming van zijn gezin. Hoewel de onderzoekers toegeven dat sluitend bewijs ontbreekt, wordt toch flink op de trom geslagen. Een gepensioneerde FBI-agent die het onderzoek intensief begeleidt stelt bijvoorbeeld dat de theorie een “waarschijnlijkheidspercentage van zeker 85 procent” heeft.

Op 4 augustus 1944 viel de Oostenrijkse SS’er Karl Silberbauer het Achterhuis aan de Amsterdamse Prinsengracht binnen. Maar liefst vijfentwintig maanden hadden op die plek, verborgen achter een boekenkast, een groot aantal Joden ondergedoken gezeten, waaronder de familie Frank. Alleen Otto Frank, de vader van Anne, keerde terug.

Na de oorlog werd twee keer politieonderzoek gedaan naar het verraad, maar onduidelijk bleef wie de onderduikers precies had verraden. Wel zijn er legio theorieën en zo nu en dan duiken er nog nieuwe op. Enkele jaren geleden werd bijvoorbeeld nog met een beschuldigende vinger gewezen naar een zus van Bep Voskuijl, een van de helpers van Anne Frank. Die zus zou jarenlang hebben gecollaboreerd met de nazi’s en op de hoogte zijn geweest van het feit dat Bep de onderduikers in het Achterhuis ondersteunde. Ook in dit geval bleef hard bewijs echter uit. Eerder werden ook magazijnman Willem van Maaren en de collaborateurs Tonny Ahlers en Ans van Dijk aangewezen als mogelijke verraders.

Reconstructie van de boekenkast, die de ingang van het Achterhuis verborgen hield
Reconstructie van de boekenkast, die de ingang van het Achterhuis verborgen hield (CC BY 4.0 – Ymnes – wiki)

Nieuw onderzoek

Dit keer wordt met stelligheid in de richting van notaris Arnold van den Bergh gewezen. Het 23-koppige onderzoeksteam baseert zich daarbij hoofdzakelijk op een kopie van een anoniem briefje dat kort na de oorlog bij Otto Frank werd bezorgd. Hierin werd de notaris als de verrader genoemd. Het origineel is niet gevonden, maar de onderzoekers vonden wel een kopie ervan in het familiearchief van een politieman. Op dit briefje staat:

Abschrift

Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Jüdische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. van den Bergh, destijds woonachtig nabij het Vondelpark, O. Nassaulaan. Bij de J.A. lag een hele lijst van door hem opgegeven adressen.

Deze korte notitie zette de onderzoekers op het spoor van de notaris. Volgens FBI-pensionado Vince Pankoke gaat het om ‘het meest waarschijnlijke scenario’. Het bestaan van het briefje was overigens al wel bekend. Otto Frank onthulde het bestaan ervan in 1964 toen voor de tweede keer onderzoek werd gedaan naar het verraad. Destijds werd echter geen belang gehecht aan de beschuldiging omdat hard bewijs ontbrak.

Binnen het coldcaseteam meenden men aanvankelijk ook dat Arnold van den Bergh niet schuldig kon zijn, maar na verloop van tijd viel de verdenking toch op de notaris. Belangrijk voor de onderzoekers was onder meer de vondst van een getuigenverklaring waarin staat dat de Joodse Raad – in 1941 in opdracht van de bezetter opgericht om de Joodse gemeenschap in Nederland te besturen – beschikte over honderden adressen van onderduikers. Als lid van de raad zou Van den Bergh mogelijk de beschikking hebben gehad over deze lijsten. De onderzoekers achten het waarschijnlijk dat hij het onderduikadres doorspeelde. In de loop van 1944 kwam hij namelijk in het nauw doordat zijn voorlopige bescherming wegviel, waardoor deportatie dreigde. Onderzoeksleider Pieter van Twisk (journalist) stelt dat de notaris in paniek raakte en het onderduikadres doorspeelde. Hoewel dit niet meer lijkt dan een aanname stelt het onderzoeksteam dat die theorie een waarschijnlijkheidspercentage heeft van maar liefst 85 procent. Hoe men tot dat exacte percentage komt is niet duidelijk.

Boek over het onderzoek: 'Het verraad van Anne Frank'
Boek over het onderzoek: ‘Het verraad van Anne Frank’
Maandag verschijnt een boek over het onderzoek, getiteld Het verraad van Anne Frank, geschreven door de Canadese schrijfster Rosemary Sullivan. Het onderzoek is betaald door verschillende uitgevers, de gemeente Amsterdam en particuliere geldschieters.

Kritiek

Er is inmiddels ook kritiek te horen op de beweringen van het coldcaseteam. Ronald Leopold, algemeen directeur van de Anne Frank Stichting, is bijvoorbeeld nog niet overtuigd. In gesprek met RTL Nieuws stelt hij dat nader onderzoek nodig is en dat belangrijke puzzelstukken ontbreken. Bovendien vindt hij dat voorzichtigheid geboden is:

“Je moet heel erg oppassen met iemand de geschiedenis insturen als verrader van Anne Frank als je daar geen 100 of 200 procent zekerheid over hebt.”

Bart van der Boom, universitair docent aan de Universiteit Leiden, windt er in een interview met Historisch Nieuwsblad geen doekjes om. Volgens de historicus, die momenteel werkt aan een boek over de Joodse Raad, is sprake van ‘flinterdun’ bewijs. Van der Boom:

“Na de oorlog deden de wildste geruchten de ronde over wie wie zou hebben verraden. Van den Bergh had veel vijanden.”

De historicus wijst er verder op dat er geen bewijs is dat de Joodse Raad lijsten met onderduikadressen samenstelde.

Was er wel sprake van verraad?

Otto Frank (vader van Anne Frank) in het Achterhuis, 9 mei 1958 (CC BY-SA 2.0 - IISG - Ben van Meerendonk / AHF - wiki)
Otto Frank (vader van Anne Frank) in het Achterhuis, 9 mei 1958 (CC BY-SA 2.0 – IISG – Ben van Meerendonk / AHF – wiki)
De Anne Frank Stichting heeft in het verleden vaak aangegeven dat mogelijk nooit duidelijk wordt wie Anne Frank heeft verraden. Enkele jaren geleden presenteerde de stichting na eigen onderzoek zelf een nieuwe invalshoek. Hierbij werd niet zozeer gekeken naar wie Anne Frank verraadde, maar waarom. Niet uitgesloten wordt dat helemaal geen sprake was van verraad. In het bedrijfspand aan de Prinsengracht was namelijk meer aan de hand dan het verbergen van onderduikers. Er was ook sprake van illegale arbeid en bonnenhandel. Niet uitgesloten wordt dat deze handel een rol speelde bij de inval in het pand en dat dit mede leidde tot de ontdekking en arrestatie van Anne Frank en de andere onderduikers.

NIOD-onderzoeker David Barnouw wees er in zijn boek Het fenomeen Anne Frank (Bert Bakker, 2012) ook op dat vaak uitgegaan is van doelbewust verraad, maar dat toeval mogelijk een grotere rol speelde dan lang werd aangenomen. Barnouw:

“Het kan ook als volgt zijn gegaan: een van de achterburen heeft één of meerdere ondergedoken Joden gezien, dat doorverteld aan een ‘goede Nederlander, die het ook weer doorverteld heeft aan iemand, tot op een gegeven moment de Duitsers werden ingelicht, met naam en toenaam of anoniem.” (p.31)

Boek over het nieuwe onderzoek: Het verraad van Anne Frank
Lees ook: De Holocaust, uitroeiing van de Europese Joden door de nazi’s
Video: NOS op 3 over het onderzoek van het coldcaseteam