‘Historici onvoldoende toegerust voor maatschappelijk debat’

Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen – Foto: CC/Fruggo
Veel historici zijn onvoldoende toegerust om deel te nemen aan een maatschappelijk debat over de actuele omgang met het verleden. Dat stelt historica Barbara Henkes van de Rijksuniversiteit Groningen in de aanloop naar het symposium Historici en de confrontatie met een gewelddadig verleden dat donderdag in Groningen wordt gehouden.

Verschillende samenlevingen die in het reine willen komen met gewelddaden in het verleden, richten waarheids- en verzoeningscommissies op. Het straffen van de daders is blijkbaar niet voldoende. Dit gebeurde bijvoorbeeld na de Apartheid in Zuid-Afrika, in Argentinië na het bewind-Videla en onlangs nog in Brazilië, ruim vijfentwintig jaar na de militaire dictatuur in dat land.

Volgens historica Barbara Henkes is het echter opvallend dat historici maar zelden onderdeel uit maken van de onderzoekscommissies die de naties moeten helpen met

- advertentie -



gewelddaden uit het verleden in het reine te komen.

Oordelen over gewelddaden uit het verleden werd lange tijd overgelaten aan strafhoven en oorlogstribunalen. Een vrij juridische benadering dus. Henkes:

Juridische systemen lopen al snel vast, omdat er te veel daders zijn om te kunnen berechten en omdat veel van de daders nodig zijn om het land weer op te bouwen. Bovendien wordt al snel duidelijk dat een juridische veroordeling van kopstukken onvoldoende handvatten biedt voor het samenleven van overlevenden en voormalige daders.

Volgens Henkes kunnen historici helpen het verleden nabij te brengen en tegelijkertijd op afstand te houden. Maar, zo stelt de historica, veel historici raken “verlamd” als het erom gaat heden en verleden op een zinvolle manier met elkaar te verbinden. Henkes:

Het ís ook razend moeilijk om de soms wisselende posities van alle betrokkenen – daders, slachtoffers en toeschouwers – recht te doen en tegelijkertijd tot een oordeel te komen over wie waarvoor verantwoordelijkheid draagt. Toch is het wel degelijk mogelijk als historicus een oordeel uit te spreken over de machtsverhoudingen die geweld mogelijk hebben gemaakt.

Als voorbeeld noemt Henkes het rapport van de Amsterdamse hoogleraar Baud naar de rol van Jorge Zorreguieta in de Argentijnse junta van dictator Jorge Videla. Volgens Henkes leverde dit historisch onderzoek een moreel ijkpunt op waarmee het maatschappelijk debat verder geholpen kon worden. Dit onder meer doordat Baud de opstelling van Zorreguieta binnen verschillende contexten bestudeerde en ook vanuit meerdere perspectieven beoordeelde.

Donderdag (26 januari) wordt bij de Rijksuniversiteit Groningen verder gesproken over dit onderwerp tijdens het symposium Historici en de confrontatie met een gewelddadig verleden. Dan zal onder meer ook ingegaan worden op de postkoloniale kwestie-Rawagede en de werkwijze van de commissie-Davids over de inval in Irak. Meer informatie op de website van de Rijksuniversiteit Groningen.

Foto: Mullock'sBij veilinghuis Mullock's in het Britse Shropshire wordt…
Rechter Wesley Brown (104) overledenDe Amerikaanse federale rechter Wesley…

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier