Permanente presentatie over fotografiegeschiedenis

Foto: Fotomuseum
Het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam heeft een permanente presentatie over de Nederlandse fotografiegeschiedenis samengesteld. Volgens het museum is het voor het eerst dat er in Nederland zo’n overzicht is te zien.

In de tentoonstelling, getiteld De Donkere Kamer, wordt aan de hand van stukken uit de collectie het verhaal van ruim 185 jaar fotografie in Nederland verteld. Maar liefst 250m² van het museum is hiervoor omgebouwd tot een soort donkere kamer.

Door een papier in een ontwikkelbak te leggen,

- advertentie -



Daguerreotypie – Foto: Fotomuseum

net als vroeger in de donkere kamer, activeren bezoekers bezoeker verhalen. In deze verhalen wordt de nog jonge geschiedenis van de fotografie verteld
met foto’s, films en muziek. De verhalen zijn onder meer ingesproken door fotografen, kenners
en bekende Nederlanders als Hans Dorrestijn en Thom Hoffman. Het Fotomuseum over de vaste tentoonstelling:

Alle vormen van fotografie passeren in ‘De Donkere Kamer’ de revue: van albums tot stereofoto’s, van autochromen tot glasnegatieven, van daguerreotypieën tot digitale fotobestanden. De verhalen worden aangevuld met objecten als camera’s, originele en nieuwe afdrukken en bijzondere attributen van fotografen. De bezoekers ontdekken hoe de eerste foto’s gemaakt werden, volgen het liefdesverhaal van Ed van der Elsken in Parijs en gaan mee op jacht met de camera.

De Donkere Kamer bevat 22 verhalen. Het is de bedoeling dat er, gedurende de jaren dat de tentoonstelling te zien is, regelmatig nieuwe topstukken uit de collectie van het museum aan de tentoonstelling worden toegevoegd.

Van daguerreotypieën tot naaktfoto’s

De geschiedenis van de fotografie begon zijn opmars rond 1839 nadat de Fransman Louis Daguerre (1787-1851) erin geslaagd was de eerste permanente foto’s te maken. Op een koperen plaats met een dun laagje gepolijst zilver maakte hij een volstrekt gelijkende kopie naar de natuur, eenvoudig door de inwerking van het licht. Deze eerste foto’s werden daguerreotypieën genoemd. Het Fotomuseum toont in De Donkere Kamer enkele originele daguerreotypieën en laat zien hoe deze gemaakt werden.

In de tentoonsteling vertelt Anna Martens het verhaal van haar vader, fotograaf Peter Martens (1937-1992). Deze Rotterdamse fotograaf trok met zijn camera de wereld over. Het Fotomuseum:

Foto van Peter Martens – Foto: Fotomuseum

Zijn foto’s tonen ons de kwetsbare mensen, die vaak aan de onderkant van de samenleving stonden. Het was zijn manier om iets aan het onrecht te doen. Martens koos secuur zijn beeld, hij maakte niet honderden foto’s van één plek of moment, maar legde in één of twee shots het perfecte beeld vast.

In de tentoonstelling vertelt zijn dochter onder meer dat de fotograaf soms dagen in zijn DoKa doorbracht voor een afdruk. Dit omdat de foto ‘van het papier moest knallen’.

Verder wordt er in de tentoonstelling onder meer aandacht besteed aan de kinderfoto’s van Esther Kroon (1966-1992), een fotografe die in 1988 in Barcelona begon met het portretteren van zigeunerkinderen en en later een zelfde serie portretten maakte van Amsterdamse kinderen. Ook is er aandacht voor Katharina Eleonora Behrend (1888-1973), een van de eerste vrouwelijke amateurfotografen van Nederland. Deze van oorsprong Duitse fotografe maakte veelal foto’s van haar dagelijkse leven, thuis en op vakantie. In de periode 1910-11 maakte ze, als aanhangster van de Duitse Freikörperkultur, veel naaktfoto’s van haar vrienden, maar ook van zichzelf.

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier