Leuchtenburg (cc - Stephan Preißler)

Porselein komt weer tot bloei in voormalige DDR

Tussen 1921 en 1997 bood de Leuchtenburg, een middeleeuwse burcht op een 400 meter hoge kegelvormige berg in de Duitse deelstaat Thüringen, niet ver van Jena, huisvesting aan een jeugdherberg. Het is één van de mooiste kastelen in de streek, met een grandioos uitzicht over het Saaletal.

Toen het gebied deel uitmaakte van de DDR had het Ministerie van Staatsveiligheid, de Stasi, in de toren een geheim zendstation en waren er plannen om er een gevangenis voor 600 opposanten te huisvesten. En als het tot een oorlog zou komen, dan zouden in het kasteel ‘vijandelijke buitenlanders’ worden opgesloten. Net zoals vroeger gevaarlijke elementen. Tussen 1724 en 1871 diende het kasteel als tucht- en armenhuis en krankzinnigeninrichting. In totaal bood het toen huisvesting aan 5.200 gedetineerden.

De verbouwing tot gevangenis ging niet door. Wel brak na Die Wende, de val van de Muur in 1989, een hoogst onzekere tijd aan. In 1997 werd de jeugdherberg gesloten. Het middeleeuwse bouwwerk dreigde een bouwval te worden. Tien jaar later werd de Stiftung Leuchtenburg opgericht die erin slaagde in korte tijd miljoenen euro’s bijeen te brengen, zodat het kasteel gered kon worden van verdere verpaupering. In 2010 was een ingrijpende verbouwing klaar. Het kasteel werd een ’avontuurlijk’ slot met een middeleeuwse sfeer en een magistraal uitzicht op het landschap. Nu is de Leuchtenburg één van de toeristische hoogtepunten in de streek.

De Leuchtenburg, In Duitsland ook wel de “koningin van het Saaletal” genoemd, gezien in de ochtendnevel (cc – Alex schlotter)

Urinoir met Panoramablick

De Leuchtenburg werd gesticht in het begin van de dertiende eeuw; de eerste oorkonde met de naam dateert van 1221. Die naam is te danken aan de ‘oplichtende’ mosselkalkwitte Burgberg, te danken aan de mosselen die 230 tot 240 miljoen jaar geleden leefden toen hier de zee nog spoelde. Het is een ‘spannend’ kasteel dat nog steeds een middeleeuwse sfeer ademt.

Langs de wanden van de Porzellankirche hangen van plafond tot vloer ‘lamellen’ van porselein.

De toren heeft een wenteltrap waar geen eind aan lijkt te komen. Er is een taverne met een bediening door ‘middeleeuwse’ Magde und Knechte. In een Ridderzaal met haardvuur en portretten van vroegere kasteelheren en -vrouwen (?) kunnen feesten worden georganiseerd. Er is zelfs een ouderwetse kerker. Aan het einde van de vijftiende eeuw werd hier nog 29 weken lang de wederdoper Hans Schleier opgesloten, in diepe duisternis. En er is – onder meer door een vijftien vierkante meter groot panoramavenster – een schitterend uitzicht op het dal; sinds 2000 ook op wijngaarden beneden. Toen werd de Saaleweinbau nieuw leven ingeblazen.

Uitzicht over het Saaletal vanaf de urinoirs.
De Leuchtenburg beschikt over de eerste Porzellankirche ter wereld. De wanden bestaan van plafond tot vloer uit mat-witte porseleinen lamellen, wat een bijzonder ruimtelijk effect geeft. De akoestiek is uitstekend, zo blijkt bij een orgelconcert. Het Steinmeyer-orgel is tachtig jaar oud en deed eerder dienst in Beieren. De banken zijn vervangen door moderne zitblokken en bieden plaats aan 250 mensen. De zaal kan worden gebruikt voor kerkdiensten en andere bijeenkomsten.

In 1552/53 werd een bron van tachtig meter diep gegraven; de diepste bron in Thüringen. Zo kon het kasteel van water worden voorzien. Daar zorgden tuchthuisboeven voor, die een tredmolen moesten bedienen. De Leuchtenburg heeft een vaak verrassende inventaris. De toiletten zijn niet genderneutraal — er is een urinoir mit Panoramablick!

Porselein

De grootste porseleinen vaas ter wereld, 8 meter hoog.
De belangrijkste bezienswaardigheid van de Leuchtenburg is de tentoonstelling Porzellanwelten. Die ‘wereld van het porselein’ wordt met on-Duitse humor in al zijn variaties toegelicht. Hier staat Arura, ‘tussen Ar (de aarde) en Ra (de zon)’; de grootste porseleinen vaas ter wereld: acht meter hoog, samengesteld uit 360 zeshoekige schotels die als honingraten met elkaar verbonden zijn. Ze zijn met de hand beschilderd met goud en kobalt, en hebben afbeeldingen van alle mogelijke levensvormen. Die moeten de verbinding voorstellen tussen micro- en macrokosmos; de samenhang van ‘al het bestaande’. En ook kan – door een loep – de allerkleinste porseleinen theepot worden bewonderd — millimeters groot. Tussen de bedrijven door worden geschiedenis en uitingsvormen van het ‘witte goud’ in al zijn variaties tentoongesteld.

Porselein werd rond de tweede eeuw na Christus ontwikkeld in het Chinese keizerrijk, onder de Han-dynastie. Voor de verwerking zijn kaolien, zilverzand en veldspaat nodig. Kaolien is klei die maanden in donkere kelders of putten wordt opgeslagen om te rotten en dan wit wordt. Zilverzand, kwarts, wordt verwerkt om de massa minder vet en bij verhitting glasachtig te maken. Bovendien wordt veldspaat toegevoegd; verpulverde steen, om de baktemperatuur te verlagen. Uiteindelijk wordt het water uit de massa geperst en is het ‘deeg’ klaar voor verdere bereiding.

De verhouding tussen de bestanddelen luistert heel nauw. Op de expositie maakt een opstelling met zeer gevoelige weegschalen duidelijk hoe moeilijk het is de juiste verhouding tussen de drie belangrijkste bestanddelen te vinden. Als daarbij een foutje wordt gemaakt, dan spat de vaas of het andere gewenste stuk keramiek in de oven uit elkaar en resteert een ‘misbaksel’.

De drie ingrediënten zijn in oostelijk Duitsland in ruime mate voorhanden. Vandaar dat de Duitse porseleinindustrie er een grote vlucht nam nadat begin achttiende eeuw de productiegeheimen doordrongen tot Europa. Tot die tijd waren de Europeanen aangewezen op de import, die pas op gang kwam nadat de Portugezen in 1517 de zeeroute naar China ontdekten. In 1520 noteerde Albrecht Dürer dat hij in Antwerpen drie stuks “porcolona” had gekregen van een Portugees. Filips II bezat 3.000 stuks Ming porselein en in Lissabon waren in 1585 al tien porseleinwinkels.

Door een loep kunnen de details van het allerkleinste theepotje worden bekeken.
Feestelijk gedekte dinertafel met porseleinen servies.

Porseleinwereld

De toeschouwer wordt actief betrokken bij de wereld van het porselein. Hij maakt een reis door de geschiedenis. Er wordt verband gelegd met kunst, natuur, taal, flora en fauna.

Porselein is een gebruiksvoorwerp voor rijk en arm. Eeuwenoud, kostbaar porselein uit Thüringen siert een rijk en feestelijk gedekte tafel in een gedeelte dat duidelijk maakt hoe het product kon dienen als statussymbool. De welstand kon worden uitgedrukt met weelderig gebeeldhouwde figuren en rijk gedecoreerde borden, vazen en potten die soms in een speciaal Porzellankabinet tentoon werden gesteld.

Leda met de zwaan (mythologie: Zeus probeert Leda te verleiden), Volkstedt-porselein ca. 1785
De expositie begint in China, waar het ‘witte goud’ ontstond. De Europese vorstenhuizen hadden dat als eersten in de gaten. Zij waren dol op deze curiositeit in hun rariteitenverzamelingen, die via oude handelswegen en in scheepsladingen vanuit het Verre Oosten in de paleizen terecht was gekomen. Vooral ook, omdat niemand nog wist hoe dit keramiek moest worden vervaardigd. Koningen en vorsten stelden alles in het werk om achter de juiste formule te komen.

Ook maken de voorwerpen duidelijk hoe de eetgewoonten veranderden in de loop van de tijd. In de negentiende eeuw werd porselein ook voor de gewone bevolking betaalbaar. Eenvoudige gebruiksvoorwerpen als borden, serviezen, asbakken en decoratieve voorwerpen werden betaalbaar voor iedereen. Poppen kregen porseleinen hoofden. En toen de kaarsen en lantaarns werden vervangen door elektrisch licht moesten overal stroom- en later telefoonkabels worden aangelegd die werden geleid langs porseleinen isolatoren.

Alchemist Böttger

De alchemist Johann Friedrich Böttger (1682-1719) zorgde voor de doorbraak. Hij pretendeerde goud te kunnen maken maar dreigde daardoor in de gevangenis terecht te komen, want koning Frederik I van Pruissen zag daarin een mogelijkheid om zijn lege schatkist aan te vullen. Hij stelde zich onder bescherming van de keurvorst van Saksen, August de Sterke. In 1708 slaagde hij erin, samen met de geoloog Ehrenfried von Tschirmhaus, Chinees porselein te imiteren. Dat leidde tot de stichting van de eerste Europese porseleinfabriek, in Meissen bij Dresden, die nog altijd wereldfaam heeft.

Bezoekers kunnen op de weegschalen in het ‘laboratorium’ proberen het juiste evenwicht tussen de drie bestanddelen voor porselein te vinden.

Scherven brengen geluk

De Skywalk, gezien vanuit de kasteeltoren.
Aan het eind van de rondwandeling kan iedereen een poging doen om een geheime wens in vervulling te laten gaan. Er staat een bak vol porselein; waarschijnlijk ongeschikt voor de verkoop – later, in de porseleinfabriek van Kahla, blijkt dat het eindproduct een strenge controle ondergaat en dat uiterlijk gaaf keramiek toch minuscule barstjes, scheurtjes of andere oneffenheden kan blijken te vertonen en dat leidt onherroepelijk tot afkeuring.

We mogen allemaal zo’n bord pakken en krijgen een viltstift. Daarmee kunnen we onze persoonlijke wens aan het porselein toevertrouwen. Het bord moeten we meenemen naar buiten. Daar is een skywalk; een wandelpad boven de afgrond met een deels doorzichtige glazen vloer.

Ons keramiek – met wens – mogen we aan het eind in de afgrond gooien. Twintig meter lager spat het uiteen tussen de onvervulde wensenvan voorgangers. Scherven brengen geluk

Wende leek rampzalig

Tot Die Wende bezat de DDR een bloeiende porseleinindustrie. Het Oostduitse porselein had een mondiale reputatie als kwaliteitsprodukt. Wel veroorzaakten een door de staat gedwongen nationalisering tot ‘Volkseigene Betriebe’ en fusies van fabrieken, automatisering en een groeiende concurrentie uit het buitenland door massafabricage voor steeds grotere problemen. Na de Wiedervereinigung stortte de vraag vrijwel volledig in. China begon de markten te veroveren met spotgoedkoop keramiek. Veel porseleinfabrieken moesten hun deuren sluiten en deelden zo in de algemene malaise van de verouderde DDR-industrie die, ten koste van massale werkloosheid, gedwongen werd te reorganiseren.

Fabricage

Een kwart eeuw later lijkt de resterende porseleinindustrie de scherven opgeruimd te hebben. Tijdens een rondleiding in de Kahla-porseleinfabriek in het stadje Kahla, onderaan de Leuchtenburg, maakt de gids zich verstaanbaar via een hoofdtelefoon, vanwege de luidruchtige fabricage van het keramiek. Die gebeurt grotendeels volautomatisch. Machines bewerken de klei in mallen tot in de gewenste vormen. Die worden in ovens gebakken tot het eindproduct. We kijken medewerksters op de vingers die nieuwe borden voorzien van kleurrijk decor.


Moderne productie in de Kahla-porseleinfabrieken

De fabriek werd in 1844 opgericht en behoorde in 1914 tot de grootste in Duitsland. Tijdens de DDR werd het bedrijf genationaliseerd en in 1979 omvatte het zeventien fabrieken met 18.000 werknemers dat zijn producten exporteerde naar dertig landen in Oost en West. Na de Wende volgde in 1993 het faillissement. Het volgend jaar maakte Kahla/Thüringen een herstart en werd het productieproces gemoderniseerd. Nu wordt het bedrijf gerekend tot de modernste en vernieuwendste porseleinfabrikanten van Europa. Trots toont een ontwerpster het nieuwste snufje: porseleinen servies met geribbelde ondergrond, dat niet onverhoeds van de tafel glijdt.

De trouwkoets van Napoleon, Volkstedt-porselein ca. 1930.

Glazen keramiek

Twintig kilometer verder ligt Rudolstadt, een oude residentiestad, waar de historische en regionale grootheden Goethe en Schiller (wier gezamenlijke beeld in Weimar staat) elkaar voor het eerst hebben ontmoet. De stad was de residentie van de vorsten van Schwarzburg-Rudolstadt. Hun barokke kasteel Heidecksburg omvat onder meer een porseleinmuseum. De omvangrijke kunstcollectie trekt jaarlijks 100.000 bezoekers.

De stad huisvest sinds 1762 ook de Ältester Volkstedter Porzellanmanufaktur; inderdaad de oudste porseleinfabriek van Thüringen. Die trok voor het eerst echt de aandacht in 1921, toen hier voor de Leipziger Messe een porseleinen paleis werd vervaardigd, met zestien grote diersculpturen.

Met 250 jaar ervaring wordt het bedrijf op het ogenblik gerekend tot de meest prestigieuze porseleinfabrieken ter wereld. In 2006 werd de Volkstedter omgebouwd tot een Gläserne Porzellanmanifaktur; voor glasachtig porselein dat in alle gewenste vormen en maten kan worden afgeleverd. Het bedrijf is gespecialiseerd in de vervaardiging van kunstzinnig porselein, tot of ver over de grens van kitsch. De figuren zijn bijzonder gedetailleerd; vaak ontleend aan het platteland: tuinlieden, jagers, herders, dieren, uitbeeldingen van de seizoenen. De fabricage is handarbeid, van het ontwerp van de mal via angstig afwachten of de schepping wel de oven overleeft tot en met het bijwerken van de kleuren met een penseeltje. Ze worden apart vervaardigd, al worden de mallen bewaard om herhaling mogelijk te maken. De figuren zijn uniek en daardoor zeldzaam, en kunnen daardoor bijzonder kostbaar zijn. Belangrijk probleem voor de fabriek: vaak vragen de kunstenaars zich af of ze dit werk wel hun hele leven willen blijven doen.

~ André Horlings

In de Ältester Volkstedter Porzellanmanufaktur:

Boek: Burchten en Kastelen