Roos Derks (10) bleef tijdens de oorlog alleen achter met haar zusjes

Zo, ben jij er ook nog? – Bert van Slooten & Elly van der Klauw
Eerst wordt haar vader in het holst van de nacht weggevoerd. Nauwelijks een jaar later pakken de Duitsers haar moeder en een mysterieuze onderduiker op. De tienjarige Roos blijft in 1942 alleen achter met haar twee zusjes in hun ouderlijk huis in Rotterdam. Ze probeert zo goed en zo kwaad als het kan het dagelijks leven voort te zetten in de platgebombardeerde stad. In de hongerwinter van 1944 zoekt ze met haar zusjes een uitweg om te overleven. Het verhaal van Roos (Derks) Bazuijnen staat centraal in het deze week te verschijnen boek Zo, ben jij er ook nog? Auteurs Bert van Slooten en Elly van der Klauw zochten uit wat er met de ouders van Roos gebeurde en geven een beeld van een intellectueel communistisch gezin dat geschonden uit de oorlog kwam. Op Historiek een fragment uit het boek, over de arrestatie van moeder en haar vriend.

Ook moeder

‘“Aufmachen! Aufmachen!” Ik herinner me de hevige roffels op de deur. De dreunen gingen door het hele huis heen. Mijn moeder bleef kalm, ze riep: “Rustig, rustig aan, ik kom er aan.” Op zo’n mompelende toon waarmee ze tijd probeerde te winnen voor de man die al een tijdje bij ons woonde. Ik hoorde de balkondeuren open- en dichtgaan, maar ik was niet de enige die het hoorde. Enkele van de mannen die op de deur hadden staan bonken, stormden de tuin in en kwamen even later met hem terug. Hij was geboeid en moest in de hoek gaan staan.’

Het is 26 oktober 1942, de dag dat het beeld bij Roos stilstond, zoals ze later zegt. Fragmenten van de arrestatie komen boven, maar niet alles zit meer in haar geheugen. De dag dat ook haar andere ouder wordt opgepakt en weggevoerd, alleen is ze er nu wel bij. De zusjes kijken toe hoe hun moeder samen met haar vriend wordt weggevoerd, waardoor ze van de ene op de andere dag drie oorlogsweesjes worden. Het motto ‘we gaan door met de strijd’ heeft uiteindelijk niet lang standgehouden.

Luchtopname van Rotterdam, drie jaar na het bombardement (Publiek Domein - RAF)
Luchtopname van Rotterdam, drie jaar na het bombardement (Publiek Domein – RAF)
Na de eerste arrestatiegolf bleef de politie met een verbeten fanatisme doorzoeken naar de mensen die wel op de lijsten stonden, maar die ze nog niet te pakken hadden kunnen krijgen. Bij alle uitvalswegen van Rotterdam werden speciale wachtposten geplaatst. Op straat werd meer dan anders om persoonsbewijzen gevraagd en er werden heel veel mensen gearresteerd.

De gevangenen werden verzameld, afgeranseld en afgevoerd, veelal richting Scheveningen. Ook de militieleden die in de eerste dagen na 17 oktober werden gearresteerd, verdwenen naar de barakken van Scheveningen, waarvandaan ze op transport werden gesteld naar concentratiekampen, of na een proces werden doodgeschoten. Uit de gewelddadige verhoren kreeg de politie een steeds beter beeld van de organisatie en ze besefte dat er nog heel wat leden vrij rondliepen. Op de voortvluchtigen werd vervolgens volop jacht gemaakt.

Een dag voordat de moeder van Roos en haar vriend Van der Kraats van hun bed werden gelicht, besloot de leiding van de Rotterdamse politie om de jacht verder te intensiveren. De stand van zaken van het onderzoek beschrijven ze in een brief die wordt opgesteld om het Duitse gezag bij te praten over de vorderingen. Betrifft illegale Sabotage Organisation Nederlandsche Volks Miliz (NVM)*. Vortgang: Heutige Besprechung bei der Sicherheitzpolizei in Rotterdam.

Het is een beschrijving van wat eerder is besproken tijdens een vergadering van de Rotterdamse politietop. Ze willen meer middelen, omdat het een gevaarlijke, door Joden geleide organisatie is. En er moet een zogenoemde Grossfahndung (een klopjacht) komen.

We moeten de voortvluchtigen, de activisten die grote sabotageacties op hun geweten hebben, oppakken. Misschien zijn ze nog in hun woning of keren ze terug naar hun woning om spullen op te halen, dan wel in veiligheid te brengen. Ze kunnen ook op zoek zijn naar kleding of voedselbonnen om vervolgens naar familie buiten de stad te vluchten.

Na de waarschuwing volgt nog een omschrijving van wat de leden van de Nederlandse Volksmilitie allemaal op hun geweten hebben. De organisatie is verantwoordelijk voor een aantal aanslagen en daarvoor hebben gegijzelden uit de Nederlandse bevolking moeten boeten. De politiecommandanten waren ervan overtuigd dat de NVM een Joodse organisatie was.

Op het feit, dat het een door Joden geleide en van Joodse elementen sterk doordrongen duidelijk communistische organisatie gaat, verzoek ik in het bijzonder aandacht te vestigen.

De wind waait die dag krachtig om het huis van Roos. De temperatuur komt nauwelijks boven de tien graden uit en de regen is net gestopt als de avond langzaam begint te vallen. Op straat gaat het gesprek over de geboorte van een kleine lama in de Rotterdamse dierentuin. Een bijzonderheid, waarbij het jonge dier nog wat onvast op de benen staat, zo lezen we in de kranten.

Het overige nieuws gaat over het Britse offensief in Afrika en de Duitse successen op zee. Maar liefst zestien schepen van de geallieerden waren door Duitse onderzeeërs tot zinken gebracht. Uit het bericht blijkt dat de Duitsers oppermachtig zijn want ze bevaren vrijwel alle wereldzeeën. In de Noordelijke IJszee, in het zuiden nabij Kaapstad, maar ook in de buurt van Canada worden voltreffers geplaatst. En om het positieve nieuws nog meer kracht bij te zetten, wordt gewag gemaakt van belangrijke successen bij Stalingrad. De gevechten worden ‘hardnekkig’ en ‘krachtig’ genoemd. De luchtmacht speelt in het verslag een belangrijke rol, want vijandelijke linies zijn zeer zwaar getroffen en heel erg verzwakt, zoals de krant schrijft. Daarna zijn onder meer fabrieken stormenderhand ingenomen en tegenaanvallen zijn met bloedige verliezen voor de vijand afgeslagen.

Duitse soldaten tijdens de Slag om Stalingrad (Publiek Domein - wiki)
Duitse soldaten tijdens de Slag om Stalingrad (Publiek Domein – wiki)
Een Duitse soldaat schrijft deze dag, 26 oktober, een brief uit Stalingrad naar zijn vrouw in Duitsland. “Het zijn vooral de vliegtuigen van de Russen die me angst bezorgen. Op de meest onverwachte momenten duiken ze op uit het niets om hun bommen af te gooien. We hebben Stalingrad nog lang niet veroverd, het gaat moeizaam. Ik verwacht niet dat we voor de winter de Wolga nog over komen. Gelukkig heb ik me vandaag na zeven dagen weer kunnen scheren, daar knap je enorm van op.” Hij had ook nog een opmerkelijk verzoek.

“Ik zit onder de luizen, net als iedereen hier. Gisteren toch weer een kleine honderd van die beestjes geknakt. Het eten is prima, de chocoladepudding smaakt me in ieder geval prima. Eten hoef je de volgende keer als je een pakket stuurt, niet mee te sturen. Ik heb liever muizenvallen, want het stikt hier werkelijk van die beestjes en die vallen helpen om het leed te verlichten. De muizen maken niet alleen lawaai, ze knabbelen ook nog aan ons voedsel.”

Diezelfde avond waren Roos en haar zusjes gewoon op tijd naar bed gegaan. Nog even een verhaal lezen uit haar mooie Boek voor de Jeugd. Nog even de prachtige tekeningen bekijken, nog even het papier voelen, ruiken en genieten. Dromen voordat het echte dromen begon. ‘Ik kan me geen specifiek geluid buiten herinneren of dat mijn moeder met Van der Kraats een discussie of woordenwisseling had. Nee, het was een rustige avond waarop wij redelijk voldaan en in ieder geval moe gingen slapen.’

Of er die avond naar de radio is geluisterd of dat ze de hele avond hebben zitten praten weet Roos niet meer. ‘Ik werd wakker van het enorme lawaai, er werd woest gebonsd op de deur. En in het Duits klonk maar één dringende dreun: “Aufmachen! Aufmachen!” Het waren een soort roffels op de deur, alsof ze hoopten dat automatisch alles open zou gaan.’

De moeder van Roos was ondertussen ook wakker geworden, net als Cor van der Kraats. ‘Of hij snel een broek heeft aangeschoten of in z’n gewone kleren sliep, weet ik niet meer, maar in mijn herinnering had hij wel kleren aan.’ De instructies bij de NVM waren helder. Vluchten als de Duitsers komen. Laat je niet zomaar oppakken. En neem maatregelen zodat je nooit kan doorslaan.
‘De deur naar het balkon piepte en niet zo’n klein beetje ook. De piep was zo luid dat je het bij wijze van spreken een paar straten verder kon horen.’
Het gebeuk op de deur bleef aanhouden.
‘M’n moeder probeerde de Duitsers te sussen door de hele tijd te roepen: “Ik kom eraan. Ja ja, ik kom er aan. Ich komme schon.” Ze mompelde erbij, zoiets van “ik kan niet heksen”. Maar in werkelijkheid probeerde ze tijd te winnen, zodat hij kon vluchten. De Duitsers hoorden de piepgeluiden ook en waren door de vele vluchtpogingen van de andere leden van de NVM voorbereid. Een groep Duitsers stormde meteen naar de achterkant van het huis en kwam even later terug met Van der Kraats. Roos was intussen uit haar bed gekomen en was in de woonkamer toen de Duitsers met Van der Kraats binnenkwamen.

Roos en Magda op een schoolfoto uit het begin van de oorlog (Foto boek - Uitgeverij Bornmeer)
Roos en Magda op een schoolfoto uit het begin van de oorlog (Foto boek – Uitgeverij Bornmeer)

‘Mijn moeder keek hem vragend aan met een blik van “Sukkel, wat heb jij nou gedaan? Je moest wegwezen, je kent de regels.” En toen zei hij dat hij zich had laten pakken om het leven van m’n moeder niet in gevaar te brengen. Dat herinner ik me nog heel goed. Ik snapte opeens dat niet alles in de haak was, hoewel ik dat al wel vermoedde. Cor Bazuijnen moest even slikken. Niet zozeer vanwege zijn woorden, die waren lief bedoeld, maar omdat hij meteen werd afgeblaft. ‘Maul halten,’ klonk het bars, waarbij de klank en betekenis niet van belang waren. Door het volume wist je dat je lijdzaam alles moest ondergaan.

De moeder van Roos wist op dat moment dat ook haar spel ten einde was, dat ze misschien wel haar leven en dat van haar kinderen in de waagschaal had gesteld. Ze hield zich rustig, kalm, waardig zelfs, terwijl Roos verwonderd toekeek.
‘Ik had geen idee wat er gebeurde. Het was niet goed, dat snapte ik ook wel, en ze moesten vooral de man hebben die bij ons logeerde, maar tegen m’n moeder werd ook geschreeuwd. Van der Kraats hadden ze na z’n vluchtpoging een paar forse klappen gegeven. Of hij bloedde kon ik niet goed zien, want hij moest met z’n handen in z’n nek in de hoek staan, gezicht tegen de donkere muur en niet bewegen. Het kan ook zijn dat ze hem meteen hebben geboeid, maar hij moest in ieder geval roerloos blijven staan.’ Moeder Bazuijnen moest van de Duitsers iedereen in huis wakker maken.
‘Het leek wel of ze naar iets op zoek waren.’
Terwijl Van der Kraats onder schot werd gehouden en de kinderen, redelijk slaapdronken in de kamer zaten, werd het huis overhoop gehaald.
‘Alle kastjes werden leeggeveegd en er werd op de muren geklopt om te kijken of er ergens geheime opbergplaatsen waren. Er
werd onder de tafel gekeken en onder de kasten, en zelfs de matrassen van onze bedden werden omgedraaid.’

Alleen op de wereld, alleen in de oorlog

“Gewoon ogen dicht en wegdromen, alsof er niks gebeurd was.”

Met een soort tevreden gegrom en een triomfantelijke lach op het gezicht vonden ze uiteindelijk waar ze naar op zoek waren. Niet alleen stekkers, draden en ander materiaal dat kon worden gebruikt bij de productie van bommen, maar ook verschillende chemische stoffen die een forse explosie en brand zouden kunnen veroorzaken, namen ze mee. Van der Kraats, we zouden hem tegenwoordig de bommenmaker van de groep noemen, had de spullen in de keukenkastjes en onder de bedden bewaard.

Dit was het moment waarop ze hadden gewacht, er viel niets meer te halen. Een van de agenten rukte hardhandig aan de arm van Van der Kraats en smeet hem bijna de trap af. Maar ook de moeder van de kinderen werd meegenomen. Medeplichtig en schuldig aan het verlenen van onderdak aan een voortvluchtige.
‘Ik kan me niet herinneren dat m’n moeder wat zei. Je zou verwachten dat ze iets opbeurends of stichtelijks zou zeggen, of een advies: “ga naar die of die,” of “vraag de buren om hulp”, maar volgens mij zweeg ze. Misschien was ze bang dat een van de Duitsers opeens de ingeving zou krijgen om ook de kinderen mee te nemen. Dat zou kunnen, maar niemand had aandacht voor ons. We stonden er als drie oorlogsweesjes bij. De drie zonder ouders, alleen op de wereld, alleen in de oorlog.

Zo, ben jij er ook nog? Kind in de Tweede Wereldoorlog
Zo, ben jij er ook nog? Kind in de Tweede Wereldoorlog
‘Wat doe je dan? Je beseft niet wat er is gebeurd. Natuurlijk, er zijn Duitsers, je hebt de hele arrestatie gezien, maar opeens is het over, er is geen geschreeuw meer, er is niemand die het huis op z’n kop zet. Het is stil, de Duitsers zijn weg en je moeder is er niet meer. Wat moet je dan? Huilen deed je niet, dat had je geleerd. Praten, zelfs met elkaar, was gevaarlijk. Ik geloof dat ik heb gezegd: “Nou, laten we maar weer gaan slapen.” Dus hebben we de bedden netjes op hun plek gelegd, de rest van het huis hebben we maar gelaten voor wat het was. De rotzooi van de kleren die overal uit de kasten waren gehaald en als een soort vuilnisbelt door het huis lagen, hebben we laten liggen. In de troep heb ik wel dekens gezocht en die weer netjes op hun plek gelegd. Ik heb m’n zusjes ingestopt en ben daarna ook zelf onder de wol gekropen. Gewoon ogen dicht en wegdromen, alsof er niks gebeurd was.’

~ Bert van Slooten & Elly van der Klauw

Boek: Zo, ben jij er ook nog? Kind in de Tweede Wereldoorlog

Zo, ben jij er ook nog? wordt op zaterdag 13 april gepresenteerd bij boekhandel Donner in Rotterdam. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan Aboutaleb en Roos zal die middag geïnterviewd worden.

Bestel dit boek bij:

* – De Nederlandse Volksmilitie (NVM) was een communistische verzetsorganisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog met name actief was in Rotterdam en die zich toelegde op sabotage. De verzetsorganisatie was actief vanaf augustus 1942 en werd in oktober 1942 door de Duitsers opgerold.

Roos (Derks) Bazuijnen deed enkele jaren geleden haar verhaal bij DWDD:


Archiefstukken:

Meer tips ➱

Verder speuren:

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister