Tentoonstelling: ‘El Greco 1900’

Kunstliefhebbers en andere geïnteresseerden kunnen nog tot zondag 9 mei 2010 in het Paleis van Schone Kunsten in Brussel, beter bekend als BOZAR, een tentoonstelling over de schilder El Greco bezoeken.

Hoewel El Greco (1541-1644) tijdens zijn leven hoge toppen scheerde en bekend stond als één van de grondleggers van de Spaanse schilderschool, taande na zijn dood zijn bekendheid en raakten zijn werken langzaam maar zeker in de vergetelheid. Pas rond 1900 van onze jaartelling, onder meer onder de impuls van Markies de la Vega-Inclán, kregen de kunsthistorici weer belangstelling voor deze grootmeester, hetgeen gelijk de verklaring vormt voor het jaartal 1900 in de titel van deze tentoonstelling.

De tranen van de heilige Petrus, ca.1587-1620 (Afb: BOZAR)

Beginperiode

- advertentie -

Algemeen wordt aangenomen dat Kyriakos Theotokoupoulos, die zichzelf later Domenikos Theotokoupoulos zou noemen, geboren werd in Fodele, een klein bergdorpje op Kreta. Het eiland Kreta, bakermat van de Minoïsche beschaving, maakte in die tijd deel uit van de overzeese gebieden behorend tot de Venetiaanse dogerepubliek. Domenikos volgde in Heraklion een schildersopleiding die hem onder meer in contact bracht met de traditionele Byzantijnse icoonkunst, iets wat in zijn latere werken steeds in meer of mindere mate sporen zou nalaten.

Omstreeks halverwege de zestiende eeuw vertrok Domenikos naar Venetië, waar hij al heel vlug in contact kwam met de expressieve en naturalistische renaissancestijl van Titiaan (1487-1576), maar ook met de meer dynamische perspectiefstijl eigen aan de maniëristische schilderstijl van Tintoretto (1518-1594). Vervolgens trok hij naar Rome waar hij onder de indruk raakte van de meesterwerken van Michelangelo (1475-1564) en andere Italiaanse schilders zoals Girolamo Francesco Maria Mazolla, beter bekend onder zijn artiestennaam Parmigianino (1503-1540) en de Florentijnse kunstschilder Jacopo da Pontormo (1494-1557).

Hoewel de werkwijze van deze schilders en kunstenaars een diepe indruk op hem maakten, bleef Domenikos in zijn werken uit deze periode nog steeds een quasi middeleeuws Byzantijnse kijk uitoefenen, waardoor een correct anatomisch perspectief hem vreemd was. De meeste kunsthistorici zijn het er trouwens over eens dat hij de spirituele expressie in zijn werken belangrijker vond dan een juiste correcte weergave van zijn figuren.

Spaanse periode
Tijdens zijn verblijf in Rome, waar toen de allesoverheersende ideeën van de contrareformatie volgens de richtlijnen van het concilie van Trente hun hoogtepunt bereikten, maakte Domenikos kennis met enkele Spanjaarden die hem in 1577 overtuigden om naar Toledo in Spanje te verhuizen. Het was daar waar hij zijn bijnaam ‘El Greco’ kreeg en waar hij ook al heel snel verscheidene opdrachten binnensleepte.

Klik op de afbeelding voor een grotere versie


El entierro del Conde de Orgaz (De begrafenis van graaf Orgaz) uit 1586

De eerstvolgende 37 jaar, of anders uitgedrukt tot aan zijn door in 1614, zou El Greco de stad Toledo niet meer verlaten. Hoewel hij het nooit schopte tot erkende hofschilder van Filips II, schilderde hij in een zeer mystieke sfeer en vormgeving, waardoor de gestalten van zijn langgerekte personages als het ware hemelwaarts reikten. Op materieel vlak hoefde hij zich echter hierover geen zorgen te maken want zijn religieuze schilderijen alsook zijn werken met mythologische inslag kenden bij de gegoede burgerij en Spaanse adel immers een gretige afname.

Het schilderij El entierro del Conde de Orgaz (De begrafenis van graaf Orgaz) uit 1586 wordt als El Greco’s meesterwerk beschouwd. Het schilderij is te bezoeken in een zijkapel van de Santo Tomé kerk in Toledo en, hoewel de compositie één geheel vormt, kan het eigenlijk opgesplitst worden in twee geledingen: het bovenste verwijst naar het Laatste Oordeel, terwijl het onderste de weergave is van de eigenlijke begrafenis waar El Greco de legende weergeeft van de heiligen Augustinus en Stefanus die naar de aarde zijn teruggekeerd om het stoffelijk overschot van graaf Orgaz naar zijn laatste rustplaats te begeleiden.

De aandachtige toeschouwer ziet dat alle figuren in het onderste deel, rond de twee heiligen, ofwel de ogen opwaarts richten ofwel bedeesd neerwaarts kijken, echter op één uitzondering na! Heel wat kunsthistorici zijn dan ook de mening toegedaan dat het recht voor zich uitkijkende personage een zelfportret is van de meester.

De tentoonstelling in BOZAR

Na zijn dood raakten de werken van El Greco in de vergetelheid tot omstreeks 1900 er weer interesse vanuit de kunstwereld ontstond en uiteindelijk de kunstverzamelaar Markies de la Vega-Inclán een museum opende in Toledo. De tentoonstelling in Brussel, waar heel wat werken van El Greco te bewonderen zijn, is het gevolg van een samenwerking tussen het museum in Toledo en het Paleis van Schone Kunsten in Brussel en kadert in het huidige Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie.

De tentoonstelling biedt op een pragmatische en tegelijkertijd educatieve wijze een boeiend overzicht van het leven en werk van deze lang miskende schilder. Enkele verbluffende realisaties van El Greco zoals De Tranen van Petrus en Christus wordt ontkleed zijn er te bewonderen.

Het parcours van de tentoonstelling eindigt met de ‘Apostelen-reeks’, een reeks van schilderijen die elk één van de apostelen uitbeelden op de eigen spirituele en maniëristische stijl van El Greco. Alle twaalf hebben ze hun blik gericht op een schilderij met een Christusfiguur dat centraal in het midden van de zaal hangt. El Greco heeft de reeks nooit volledig kunnen afwerken waardoor deze reeks als zijn artistiek testament wordt beschouwd. De tentoonstelling sluit zijn deuren per 9 mei aanstaande en de werken zullen dan nog enkel te bezichtigen zijn in het El Greco museum in Toledo.

Bezoek voor meer informatie over de tentoonstelling de website www.bozar.be

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

Gelijk naar geschiedenisboeken over:
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier