Week van de koloniale geschiedenis
Dark
Light

Van Stalinallee naar Karl-Marx-Allee

Een verrassing in de vroege ochtend.
9 minuten leestijd
Zicht op de huidige Karl-Marx-Allee in Berlijn
Zicht op de huidige Karl-Marx-Allee in Berlijn (CC BY-SA 4.0 - Marek Śliwecki - wiki)

Oost-Berlijn, 3 februari 1952. De Oost-Duitse premier Otto Grotewohl legt met drie hamerslagen de eerste steen voor het eerste flatgebouw aan de Stalinallee. Het moet een prachtige boulevard worden – ruim twee kilometer lang, 90 meter breed. Er is een zesbaansweg gepland, die niet alleen zal worden gebruikt voor parades en optochten, maar ook als promenade met brede trottoirs en bomen.

Stalinallee in BerlijnStalinallee in Berlijn
Stalinallee in Berlijn op een DDR-postzegel
De Stalinallee moest worden geflankeerd door machtige pompeuze woongebouwen van zes tot negen verdiepingen in neoklassieke Sovjetstijl. De DDR-leiding noemde de gebouwen, waarvan de gevels waren bekleed met keramische tegels, ‘paleizen voor het volk’. Ze waren gemaakt van het puin van de Tweede Wereldoorlog. “Elke Berlijner werd opgeroepen om een jaar tien halve diensten te draaien”, kondigde destijds de propaganda aan. “Iedereen moest kunnen zeggen: ‘Ik heb meegeholpen aan de aanleg van de eerste socialistische straat in Berlijn.'” De bouwwerkzaamheden strekten zich uit over verschillende fasen en duurden tot eind jaren vijftig.

Op 21 december 1949 kreeg ze haar naam, Stalinallee. Twaalf jaar later werd ze in een geheime nachtelijke operatie omgedoopt tot Karl-Marx-Allee. Een blik op de geschiedenis en het plotselinge einde van de Stalin-cultus.

Stalinallee

Op de laatste dag voordat in 1990 in de Duitse Democratische Republiek (DDR) het licht uitging, wist het stadsbestuur van Berlijn de Karl-Marx-Allee onder Europese monumentenzorg te plaatsen. Daar ligt de kaarsrechte “Eerste straat van het Socialisme” in haar monumentale gezwollenheid en sombere uitgestrektheid. Pronkstuk van politieke hoop en idealen uit het verleden. Het is de fysieke aanwezigheid van een andere, verdwenen architectonische ideologie en een van de vreemdste en meest indrukwekkende getuigenissen van de Duitse naoorlogse bouwgeschiedenis. Ze is de enige Europese boulevard die na de oorlog werd aangelegd.

Eind 1949, kort na de oprichting van de DDR, was het vanuit het standpunt van de nieuwe, socialistische regering de meest logische en natuurlijke zaak dat talrijke straten en pleinen in het pas gestichte land werden vernoemd naar de “helden” van het communisme en het socialisme. Beetje bij beetje schoten de straten en pleinen van Lenin, Karl Marx en Ernst Thälmann als paddenstoelen uit de grond. En dat gold natuurlijk ook voor Joseph Stalin. Hoewel het niet gebruikelijk was om een ​​levend persoon te eren met een straatnaam, werd voor Stalin een uitzondering gemaakt. Als opvolger van Lenin was hij sinds 1929 de zelfverklaarde leider van de Sovjet-Unie en liet hij zich vieren als het stralende licht van het socialisme in een persoonlijkheidscultus die tegenwoordig abnormaal lijkt. Natuurlijk moest er in Oost-Berlijn, de nieuwe hoofdstad van de DDR, een straat naar Stalin vernoemd worden. Maar welke?

Het oog viel op de Frankfurter Allee, een oude middeleeuwse handelsweg van Berlijn richting Polen en Rusland. Van hieruit marcheerde Napoleon richting Moskou. Als overwinnaar en bevrijder marcheerde het Rode Leger in 1945, tussen de ruïnes door, over de in puin geschoten straat westwaarts richting het regeringscentrum van Berlijn. In december 1949 werd de Frankfurter Allee omgedoopt tot Stalinallee. Hiermee werd ook de ideologische verbinding tussen de broederstaten, tussen Berlijn en Moskou, tot uitdrukking gebracht.

Korte video over de Karl-Marx-Allee:

Opgestaan uit de ruïnes

Met een geweldige krachtsinspanning van de bevolking ging men de socialistische toekomst tegemoet, maar wel volgens de regels van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED), de allesbeheersende socialistische partij in de DDR. De partij verzette zich tegen ‘internationalisme en modernisme’, tegen ‘kosmopolitische luchtfietserij’. We willen in Berlijn geen Amerikaanse dozen zien. De ‘internationale stijl’ mocht het niet worden, dat was te veel Anglo-Amerikaans en te veel te zien in West-Duitsland en West-Berlijn.

De SED eiste een wederopbouw die een anti-cultuur tot het kapitalisme vertegenwoordigde. Partijleider Walter Ulbricht eiste een architectuur naar het Sovjet-voorbeeld. Een architectuur die zich qua inhoud op het socialisme en qua vorm op het nationale richtte. Het werd een terugvallen op het classicisme van Schinkel en op de Zuckerbäckerstil (suikertaartenstijl) van het Stalinisme.

Het socialistisch realisme was de enige kunststijl die in de Sovjet-Unie was toegestaan, en dat al sinds 1934. Representatieve, vorstelijke gebouwen met veel ornamenten, zuilen en torens zijn de kenmerken van de architectuur. Deze stijl zou ook zijn weg moeten vinden in de architectuur van de DDR. Er waren ook nationale stilistische elementen nodig. In het geval van de DDR was het vooral het classicisme dat de oudheid als model nam, daarom sprak men in de DDR van socialistisch classicisme. Het socialistisch classicisme wordt ook wel de ‘suikertaartenstijl’ genoemd: net zoals een taart waren de gebouwen vaak versierd, torenhoog of voorzien van zuilen. Dit werd vaak op een overdreven manier gedaan. De gebouwen aan de Stalinallee/Karl-Marx-Allee of de Altmarkt in Dresden zijn sprekende voorbeelden.

In 1952 werd door het Centraal Comité van de SED het Nationale Opbouwprogramma voor de hoofdstad Berlijn in het leven geroepen met een omvangrijke puinruim-actie en de herbouw van de Stalinallee.

Ruines aan de Stalinallee, 1950
Ruines aan de Stalinallee, 1950 (Bundesarchiv, Bild 183-S94985 / CC-BY-SA 3.0)

In het licht van schijnwerpers en bij muziek uit luidsprekers zwoegden de opbouwers – ambachtslieden, leraren, verpleegsters, secretaresses etc. Ze deden mee aan het bouwsparen en aan de opbouw-loterij. Dag-in-dag-uit kwamen duizenden na hun normale werkdag nog enkele uren werken. Onderscheidingen werden uitgereikt. Na driehonderd uur werken kwam men in aanmerking voor een op naam gesteld lot. Veertig procent van de gebouwde woningen in de Stalinallee en aangrenzende gebieden werden verloot. Vele zogenaamde anti-fascisten kregen de begeerde woning voor hun verdiensten. Later hielp vooral het partijlidmaatschap. Op 30 januari 1952 werd de eerste loting verricht. De winnaars waren naaisters, arbeiders, productiemedewerkers, ambachtslieden, een leraar, een arts en een politieman.

Duizenden belangstellenden waren geïnteresseerd in de woningen. Een jaar lang moesten de bewoners hun huis openstellen voor kijkers. Huisbewoners herinnerden zich wat er zoal op 2 juli 1952 bij hen op bezoek kwam: 20 Polen, 14 Engelsen, 64 Hongaren, 68 Tsjechen, 46 Grieken,, 112 Fransen, 80 West-Duitsers, 465 Oost-Duitsers, 263 West-Berlijners, 24 Finnen en 31 Nederlanders.

Voor de maatstaven van die tijd werd veel luxe en comfort geboden. Voor een huur van 96 Pfennig per m² beschikten de woonblokken over een gemeenschappelijk dakterras, vuilstortkoker, lift, centrale verwarming, telefoonaansluiting, een belsysteem en stromend warm water. De woningen waren van buiten bekleed met keramiek uit Meissen.

Mokka-Milch-und-Eis-Bar, 1964
Mokka-Milch-und-Eis-Bar, 1964 (Bundesarchiv, Bild 183-C0325-0007-003 / Kohls, Ulrich / CC-BY-SA 3.0)

Nadat in 1952 de DDR in het economisch systeem van het Oostblok was opgenomen en de vriendschap der volkeren op het programma stond, zorgden restaurants, dansgelegenheden, nachtbars en cultuurcentra van de socialistische broederstaten voor bedrijvigheid op de flaneerboulevard. Beroemd was Café Moskau met de Natascha-Bar, met Russische en Oekraïense kamers en een replica van de Spoetnik in de hal. Er waren café Warschau met de beroemde Warschauer taart, Huis Praag en Huis Boedapest met hun specifieke gerechten. De bioscopen ‘Kosmos’ en ‘Kino International’ werden druk bezocht. De ‘Mokka Milch Eisbar’ serveerde decadente milkshakes. Militaire parades van de Nationale Volksarmee, het leger van de DDR, vonden hier plaats.

Cafe Moskau, 1967
Cafe Moskau, 1967 (Bundesarchiv, Bild 183-F0426-0203-006 / Straube / CC-BY-SA 3.0)
Het monumentale ensemble van de ‘Frankfurter Tor’, waarvoor als voorbeeld de koepels op de Gendarmenmarkt werden genomen, markeerden het einde van de pronkboulevard in 1960 en daarmee ook het einde van de suikertaartenstijl, het socialistisch classicisme. Maar toen waren ook al de eerste ernstige mankementen aan de bouwwerken zichtbaar: de keramische tegels uit Meissen viel bij tonnen naar beneden en de platte daken vertoonden grote schade, ten gevolge waarvan sommige delen moesten worden gesloten.

De geschiedenis heeft veel ironie in zich. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 werd de ‘eerste straat van het socialisme’ door een banken-consortium uit het westen opgekocht, met alle huurders, 50.000 m² afbrokkelende gevels, maar met een schat aan herinneringen. De sanering was een miljardenproject, gefinancierd door een fonds van privé-beleggers.

Een bewogen leven

De Frankfurter Allee/Stalinallee/Karl-Marx-Allee heeft een bewogen leven achter de rug. Reeds eerder werden de troepen van Napoleon en het Rode Leger genoemd. Na de Tweede Wereldoorlog vonden nog twee opzienbarende gebeurtenissen plaats, te weten de arbeidersopstand van 17 juni 1953 en en het herbenoemen van de Stalinallee.

De arbeidersopstand van 17 juni 1953

In de jaren vijftig hing het voortbestaan van het communistische bewind in de DDR regelmatig aan een zijden draadje. In 1953 leidde de gedwongen hervorming van de economie tot een massale volksopstand. De hoge vluchtelingencijfers, de slechte economische situatie en de arrestatiegolven leidden begin 1953 tot grote onrust en ontevredenheid onder de bevolking. Dit weerhield de SED er niet van om de winkelprijzen en productienormen voor arbeiders flink te verhogen. Veel gezinnen konden nauwelijks nog rond komen.

De nieuwe leiders – Stalin overleed in maart 1953 – in het Kremlin bekritiseerden de hardvochtige politiek van de SED. De Oost-Duitse communisten zwakten daarom begin juni hun beleid iets af, maar bleven koppig vasthouden aan de hoge productienormen. Vanaf 12 juni 1953 werd het al onrustig rond de Stalinallee met vergaderingen van arbeiders en een aankondiging van een staking.

Op 16 juni brak een staking uit onder Berlijnse bouwvakkers, uitgerekend op de bouwplaats van de Stalinallee, hét symbool van de wederopbouw van Duitsland en de grote plannen van de communistische partij. Hier moest op de puinhopen van Berlijn een monumentale straat met prachtige woningen verrijzen. De ‘paleizen voor arbeiders’ moesten duidelijk maken dat de DDR superieur was aan de kapitalistische Bondsrepubliek. Dat nu juist hier een staking werd uitgeroepen maakte de DDR-leiders furieus. De staking breidde zich razendsnel uit naar alle andere grote steden in de DDR en kreeg onmiddellijk een politiek karakter. Op 17 juni 1953 werd in meer dan driehonderd steden gedemonstreerd. De actievoerders eisten vrije verkiezingen. De SED wist zich geen raad: moesten de leiders van de Arbeiders- en Boerenstaat geweld gebruiken tegen de eigen arbeiders en boeren?

De Russische commandant in Berlijn maakte een einde aan de aarzelingen. Hij stuurde zijn tanks op de demonstranten af. Volgens de officiële DDR-lezing vielen er negentien doden, maar waarschijnlijk waren het er enkele honderden. Duizenden mensen verdwenen in de gevangenis. Het was duidelijk dat Sovjet-Unie bereid was geweld te gebruiken om het SED-regime in het zadel te houden. De Stalinallee had naam gemaakt als kristallisatiepunt van de opstand.

Arbeidersopstand in Oost-Berlijn, juni 1953 (Publiek Domein - wiki - CIA)
Arbeidersopstand in Oost-Berlijn, juni 1953 (Publiek Domein – wiki – CIA)

De dood van Stalin en de rede van Chroesjtsjov

Stalin overleed op 5 maart 1953. Rouwbeklag overspoelde de communistische wereld om de dood van de ‘ geniale leider’. Drie jaar later zag de communistische wereld er heel anders uit. De massamoordenaar werd ontmaskerd. Sovjet-partijleider Nikita Chroesjtsjov sprak vijf uur lang aan het einde van het 20e partijcongres van de communistische partij op 25 februari 1956. Toen hij eindigde, was er geen applaus. Niet van vermoeidheid, maar van afgrijzen. De toespraak van Chroesjtsjov was getiteld ‘Over de persoonlijkheidscultus en de gevolgen daarvan’. Daarin rekende Chroesjtsjov af met zijn voorganger, dictator Jozef Stalin, en zijn daden. Een belangrijke gebeurtenis die de destalinisatie en de ‘dooi’ in het hele Oostblok zou initiëren. In deze toespraak sprak Nikita Chroesjtsjov ronduit over de dictatuur van Stalin, over zijn repressie, zijn misdaden en fysieke vernietiging, niet alleen tegen echte vijanden, maar ook tegen individuen die geen misdaden tegen de partij en de Sovjetregering hadden begaan.

Het jaar 1956 veroorzaakte schokken in de socialistische ‘broederlanden’ van Europa. Leiders van die landen moesten altijd in afstemming met Moskou optreden. Het stalinisme bepaalde ook in de ‘broederlanden’ het openbare leven. In Polen, waar de toespraak bijzonder wijd verspreid werd, groeide de publiekelijk uitgesproken vijandigheid jegens de Sovjet-Unie. In Hongarije was er een gewelddadige opstand van arbeiders en studenten, die de regering zo onder druk zette dat alleen militair optreden van het Sovjetleger de oude situatie kon stabiliseren.

Beeld van Stalin aan de Stalinallee in Berlijn, 1951
Beeld van Stalin aan de Stalinallee in Berlijn, 1951 (Bundesarchiv, Bild 183-11500-0497 / Quaschinsky, Hans-Günter / CC-BY-SA 3.0)
In de DDR leidde de ‘dooi’ vooral tot de vrijlating van 21.000 politieke gevangenen, maar in het land bleef het rustig. De arbeidersopstand van 1953 lag nog vers in het geheugen. Als gevolg van deze opstand werden sociale concessies gedaan. De materiële levensomstandigheden van de arbeiders werden verbeterd. Na de toespraak van Chroesjtsjov kwamen binnen de SED discussies op gang. Vraagtekens werden nu ook gezet bij de persoonlijkheidscultus rond het staatshoofd Walter Ulbricht. SED-functionarissen, intellectuelen en studenten voerden nu ook campagne voor ‘menselijk socialisme’. De focus lag vooral op het recht op vrijheid van meningsuiting. Tegen de achtergrond van 17 juni 1953 verstikte de SED-leiding deze discussies snel. De studenten werden geïntimideerd door de inzet van het leger.

In de herfst van 1956 begon in de DDR de anti-revisionistische campagne. SED-leden, intellectuelen en publicisten werden gearresteerd en veroordeeld tot lange gevangenisstraffen wegens ‘verraad tegen de staat’. Hiermee kwam een ​​einde aan de destalinisatie in de DDR.

Pas eind oktober 1961 besloot de communistische partij van de Sovjet Unie op haar 22e partijcongres de aanbidding van Stalin volledig los te laten. Zijn gebalsemde lichaam werd uit het mausoleum in Moskou gehaald en bij de muur van het Kremlin begraven.

Karl-Marx-Allee
Karl-Marx-Allee (CC BY-SA 3.0 – Rjh1962 – wiki)
Twee weken later reageerde de DDR-regering. Plotseling kwam er een einde aan de verering van Stalin. Buiten medeweten van de bevolking trokken soldaten van de Nationale Volksarmee in de nacht van 14 november 1961 met een bulldozer het Stalin-monument van zijn voetstuk. Het werd met een dieplader naar een bouwbedrijf vervoerd en daar onherkenbaar versnipperd. Toen de bewoners ’s ochtends naar het werk gingen, was niet alleen het monument verdwenen, maar waren ook alle straatnaamborden vervangen: een deel heette ineens ‘Karl-Marx-Allee’ en een ander deel was omgedoopt tot ‘Frankfurter Allee’.

Duitse documentaire over de Karl-Marx-Allee:

Bronnen

– Arens, D. e.a. 100x Deutschland, Die wichtigsten Kulturdenkmäler. In: Dumont Reiseverlag, Ostfildern, 2008, blz 71-73.
– Nowel, I. Berlin, Die neue Hauptstadt. Architektur und Kunst, Geschichte und Literatur. In: DuMont Reiseverlag, Hamburg, 2004, blz 159-164.
– De Karl-Marx-Allee ‘Europa’s laatste grote straat’ In: duitslandinstituut.nl, 12 november 2007.
– Sozialistischer Klassizismus. In: zeitklicks.de
– Lange, R. Von der “Stalinallee” zur “Karl-Marx-Allee” in Berlin. In: mdr.de 3 februari 2022.
– 3. Februar 1952 – Grundsteinlegung für Stalin-Allee in Ost-Berlin. In: www1.wdr.de, 3 februari 2017.
– Enders, E. Die geheime Rede Chruschtschows, die Geschichte schrieb. In: mdr.de, 25 februari 2021.
– Peters, G. “Nationale, klassizistische und fortschrittliche” Bautradition, Zur Baugeschichte der Berliner Stalinallee 1949-1955. In: Edition Luisenstadt, Berlinische Monatsschrift Heft 3/2001.
– Volksaufstand des 17. Juni 1953. In: stasi-unterlagen-archiv.de. Das Bundesarchiv.

Albert J. Vinke is luitenant-kolonel b.d. van de Koninklijke Luchtmacht. Hij heeft meerde functies in binnen- en buitenland bekleed, onder andere als militair waarnemer van de UNO in Libanon, Syrië en Israël en op de USAF Airbase Ramstein. Hij studeerde geschiedenis aan de Noordelijke Leergangen en aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Lezers maken Historiek mede mogelijk. Ons steunen kan op verschillende manieren. Lees hier meer.

Gratis nieuwsbrief

Meld u aan voor onze wekelijkse nieuwsbrief

48.314 actieve abonnees

"Geschiedenis kan helpen onszelf en de wereld rondom ons beter te begrijpen."

Meer informatie over ons project

Volg ons: