De Little Rock Nine (1957) – Negen zwarte kinderen onder politiebewaking naar school

De Negen van Little Rock
5 minuten leestijd
De Little Rock Nine op weg naar school, onder begeleiding van militairen van de 101st Airborne Division (Publiek Domein - US Army)
De Little Rock Nine op weg naar school, onder begeleiding van militairen van de 101st Airborne Division (Publiek Domein - US Army)

De Amerikaanse stad Little Rock was in 1957 het toneel van een groot conflict over de desegregatie van het onderwijs. Het schoolbestuur van de hoofdstad van Arkansas besloot scholen open te stellen voor zowel blanke als zwarte kinderen. Dit werd echter niet geaccepteerd door de gouverneur van de staat. Toen op 3 september 1957* negen zwarte kinderen probeerden een school in Little Rock te bezoeken, werden ze zelfs tegengehouden door een detachement van de Nationale Garde.

Cover van het magazine TIME (7 oktober 1957)
Cover van het magazine TIME (7 oktober 1957)
De democratische gouverneur Orval Faubus, een groot voorstander van de rassenscheiding, vond het helemaal niets dat zwarte kinderen voortaan blanke scholen mochten bezoeken. Dat zwarte kinderen officieel toestemming hadden gekregen de scholen te bezoeken, had alles te maken met de beruchte rechtszaak Brown vs. Board of Education. Het Federale Hooggerechtshof van de Verenigde Staten bepaalde in 1954 in deze zaak dat de wettelijk vastgelegde rassenscheiding op openbare scholen ongrondwettig was. Dit omdat niet gegarandeerd kon worden dat zwarte kinderen op hun eigen scholen hetzelfde niveau onderwijs kregen. De rassenscheiding in het onderwijs schond daarmee de burgerrechten van zwarten en was in strijd met het veertiende amendement.

Hoewel in 1954 dus al was bepaald dat rassenscheiding in het onderwijs niet toegestaan was, zou het nog jaren duren voordat het segregatiesysteem in het onderwijs daadwerkelijk werd afgeschaft. Met name in de zuidelijke staten verliep het integratieproces tergend langzaam. Ter illustratie: tien jaar na de uitspraak ging in de zuidelijke staten slechts één procent van de zwarte kinderen naar een blanke school.

Demonstranten bij de school in Little Rock (Publiek Domein - Library of Congress)
Demonstranten bij de school in Little Rock (Publiek Domein – Library of Congress)

Moed

Dat er moed nodig was om een blanke school te bezoeken, bleek in 1957 in Little Rock. Met de uitspraak van het Federale Hooggerechtshof in het achterhoofd, besloten de schoolbesturen de rassenscheiding op hun scholen af te schaffen. Dit besluit werd tevens goedgekeurd door de burgemeester van Little Rock, maar de gouverneur van de staat, Orval Faubus, zette zijn hakken in het zand.

Aanvankelijk werd besloten tot een geleidelijke integratie, die werd vastgelegd in het zogenoemde Blossom Plan. Op de zwarte scholen Dunbar Junior High en Horace Mann High School werd gezocht naar vrijwilligers die de overstap naar de Central High School wilden maken. De druk bleek enorm. Ouders die hun kinderen aanmeldden voor de schoolverhuizing kregen te maken met discriminatie en riskeerden in sommige gevallen zelfs baanverlies. Uiteindelijk bleven er negen scholieren over, die bekend zouden worden als de Little Rock Nine.

Op de dag dat deze negen kinderen hun nieuwe school voor het eerst wilden bezoeken, kregen ze niet alleen te maken met woedende blanke stadsgenoten, ze stuitten ook op leden van de Nationale Garde die door de gouverneur was ingeschakeld om de kinderen de toegang tot de school te beletten. Faubus verdedigde dit besluit door te stellen dat de openbare orde door de integratie werd bedreigd. De rechter tikte de gouverneur tot tweemaal toe op de vingers maar die was daar niet erg van onder de indruk en bleef zich tegen de integratie verzetten.

Elizabeth Eckford probeert de school te bezoeken
Elizabeth Eckford probeert de school te bezoeken

Een van de kinderen, Elizabeth Eckford, arriveerde per abuis aan de andere kant van de school en werd daar, helemaal alleen, geconfronteerd met een vijandige menigte die haar uitschold en bedreigde. Dit moment werd vastgelegd op een van de beroemdste foto’s uit de tijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Eckford herinnerde zich later het volgende over demonstranten die probeerden haar te intimideren tijdens haar schoolbezoek:

They moved closer and closer. … Somebody started yelling. … I tried to see a friendly face somewhere in the crowd—someone who maybe could help. I looked into the face of an old woman and it seemed a kind face, but when I looked at her again, she spat on me. (Nederlands: Ze kwamen steeds dichterbij… Iemand begon te schreeuwen… Ik probeerde in de menigte een vriendelijk gezicht te vinden – iemand die me misschien kon helpen. Ik keek in het gezicht van een oude vrouw en het leek een vriendelijk gezicht, maar toen ik nog eens keek, spuugde ze me in het gezicht.)

Melba Patillo Beals, in 1957 ook een van de ‘negen’, liet later weten dat het haar helemaal niet zozeer ging om integratie. Ze wilde vooral haar kansen op een betere toekomst vergroten:

Het ging niet om integratie. Dat woord kende ik niet eens, maar om toegang tot betere banen, betere huizen, een dagelijks kip in de pan.

Soldaten begeleiden de zwarte scholieren naar school (Publiek Domein - US Army)
Soldaten begeleiden de zwarte scholieren naar school (Publiek Domein – US Army)

President Eisenhower, die zich eigenlijk niet met de kwestie had willen bemoeien, zag zich door het starre optreden van de gouverneur genoodzaakt in te grijpen. Toen de Negen van Little Rock de school ruim twee weken later, op 23 september 1957, opnieuw probeerden de school in te komen, stuurde hij honderden soldaten naar de stad om hen te beschermen. De Nationale Garde liet hij daarnaast onder federaal gezag plaatsen. Onder luid gejoel van racistische leuzen slaagden de kinderen er deze dag wel in de school in te komen. Bij rellen die hierbij uitbraken raakten verschillende politieagenten en journalisten gewond.

Gouden Medaille

Voor de negen scholieren waren de problemen hierna nog niet voorbij. Maar liefst een jaar lang moesten ze onder militaire begeleiding naar school. En op school zelf kreeg elk van hen een lijfwacht toegewezen die hen van lokaal naar lokaal begeleidde. In de klaslokalen en pauzeruimtes stonden de Little Rock Nine er echter alleen voor. De kinderen werden veelvuldig uitgescholden en bedreigd en soms zelfs fysiek aangevallen. De vijandigheid was zo groot dat een van de kinderen, Minnijean Brown, in december 1957 tijdelijk werd geschorst en later definitief van school werd gestuurd na een conflict in de kantine. Andere scholieren verspreidden hierna kaartjes met daarop de tekst “One Down, Eight to Go”.

Gouverneur Faubus gaf zich ook niet gewonnen. In 1958 liet hij zelfs alle middelbare scholen in Little Rock sluiten, om de integratie zo te boycotten. Deze periode kwam bekend te staan als the Lost Year. Pas een jaar later gingen ze op gerechtelijk bevel weer open.

De Little Rock Nine werden in 2000 beloond voor hun moed zich te verzetten tegen de rassenscheiding in Arkansas. Ze ontvingen ieder de Gouden Medaille van het Amerikaans Congres.

De Negen van Little Rock: Ernest Green, Elizabeth Eckford, Jefferson Thomas, Terrence Roberts, Carlotta Walls Lanier, Minnijean Brown-Trickey, Gloria Ray Karlmark, Thelma Mothershed-Wair, Melba Pattillo Beals

Video over de Little Rock Nine uit 1964

* – Sommige bronnen noemen 4 september 1957 als de eerste schooldag van de Negen van Little Rock. Hier houden we 3 september aan op basis van informatie op een Amerikaanse overheidswebsite.

Bronnen

-https://www.nps.gov/people/the-little-rock-nine.htm
-De Verenigde Staten in de 20ste eeuw – Maarten van Rossem (p.266-267)
-De Amerikaanse geschiedenis in een notendop – Jan van Oudheusden (p.261)
-https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/little-rock-werd-symbool-burgerrechten~b49914bf/
-https://historiek.net/arkansas/721/
-https://en.wikipedia.org/wiki/Little_Rock_Nine
×