Wie een sabbatical neemt, gaat langdurig met verlof, soms zelfs een jaar lang. In die periode gaat de persoon in kwestie bijvoorbeeld studeren of reizen. Het woord sabbatical in de betekenis van loopbaanonderbreking, vindt zijn herkomst in het Oude Testament.
In de Thora, de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel, wordt het zogeheten sabbat(s)jaar vermeldt. In Leviticus 25:3-4 staat bijvoorbeeld:
“Zes jaren achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten. Het is een sabbatsjaar dat aan de HEER gewijd is. Je mag dan je land niet inzaaien, je wijngaarden niet snoeien.”
Tijdens het sabbatsjaar kreeg de grond dus rust, net zoals mensen die een sabbatical nemen ook even rust nemen of wat anders gaan doen. Het begrip is tevens verbonden met de sjabbat (of sabbat), de wekelijkse rustdag in het jodendom (van vrijdagavond tot zaterdagavond).
Jodendom
Het Hebreeuwse woord sabbat (שַׁבָּת) betekent letterlijk “rust” of “ophouden”. In de praktijk gaat het er hierbij om dat men tijdelijk ophoudt met werken. Sabbat is ook de naam van de wekelijkse rustdag in het jodendom, die begint op vrijdagavond bij zonsondergang en eindigt op zaterdagavond bij zonsondergang. Deze rustdag is gebaseerd op het bijbelse scheppingsverhaal zoals beschreven in Genesis. Daarin wordt verteld hoe God de wereld in zes dagen schiep en vervolgens op de zevende dag rustte. Die zevende dag wordt in het jodendom daarom als rustdag geheiligd.
Top 100 Bijbelse uitdrukkingen, gezegden en woorden
In de contramine zijn
In zijn lobbe zijn
Ammehoela! – Je bekijkt het maar!