Een smokkelaar uit de grensstreek tussen België en Nederland die zich tijdens de Eerste Wereldoorlog als vrouw voordeed, groeide na zijn dood uit tot een legende. Was hij een charmante lefgozer of een gewetenloze crimineel?
In een bos aan de rand van Essen, op een steenworp van de Nederlandse grens, staat een onopvallende grenspaal met de letters ‘K.V.’ erin gekerfd. Voor voorbijgangers lijkt het gewoon een stuk steen. Maar wie even stilstaat, ontdekt een spannend grensverhaal uit de Kempen. Hier, precies op die plek, verloor in 1916 een beruchte smokkelaar het leven.
Het was geen toeval dat hij daar om het leven kwam. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormde de Belgisch-Nederlandse grens een levensgevaarlijke overgangszone. België lag onder Duitse bezetting, Nederland bleef neutraal. En tussen beide landen strekte zich een niemandsland uit, door de Duitsers afgesloten met de beruchte dodendraad – een elektrische versperring van honderden kilometers lang. Wie de draad aanraakte, was op slag dood.
Toch waagden velen het erop. Smokkelaars, vluchtelingen en postbezorgers: allemaal probeerden ze de grens over te steken. Voor sommigen was het een kwestie van winstbejag, voor anderen van overleven. Aan de Belgische kant heerste schaarste; aan de Nederlandse kant was voedsel en koopwaar te vinden. Zo ontstond een levendige, maar levensgevaarlijke, illegale handel.

Het Klaveren Vrouwke
In die wereld vol illegale handel verscheen Geert Schrauwen, een man uit het Nederlandse grensdorp Sint-Willebrord. Al snel kreeg hij de bijnaam Klaveren Vrouwke – een knipoog naar de speelkaart met de klaveren vrouw en naar zijn opmerkelijke smokkeltruc. Schrauwen verkleedde zich namelijk geregeld als vrouw om ongemerkt voorbij de grenswachten te passeren. En het werkte, want vrouwen werden zelden gecontroleerd. Onder zijn wijde rokken verstopte hij dan petroleum, zeep of koffie, die hij aan de andere kant van de grens verkocht.

Maar zoals bij elke befaamd figuur, duurde het niet lang voor iedereen in de streek hem en zijn bijnaam kende. Het feit dat hij de grenswachters ook graag belachelijk maakte, naar verluidt zelfs door zich als officier te verkleden en ze voor hem te laten salueren, zorgde dat de grond onder zijn voeten steeds heter werd. Voor sommigen werd het Klaveren Vrouwke een legende. Ze bewonderden zijn lef en inventiviteit. Anderen zagen een gewetenloze man die alleen op winst uit was. In één verhaal wordt hij beschreven als een charmante slimmerik, in een ander dan weer als een schurk. De waarheid lag ongetwijfeld in het midden.
Het fatale moment
Op 5 mei 1916 liep het mis. Bij grenspaal 238A, in de volksmond ook wel de Strontpaal genoemd omdat Duitse soldaten er hun behoefte deden, kwam het Klaveren Vrouwke oog in oog met twee Nederlandse grenswachters te staan.
Onder de Nederlandse kommiezen circuleerde inmiddels het gerucht dat er een beloning op Schrauwens’ hoofd stond. Dood of levend. Er vielen schoten en de smokkelaar viel dodelijk getroffen neer. Volgens de legende deels op Belgische, deels op Nederlandse bodem, waarop de kommiezen zijn lijk snel naar de Nederlandse kant van de grens sleepten. De strontpaal kreeg later zijn initialen, ‘K.V.’, in steen gebeiteld. Een sobere herinnering aan een man die letterlijk leefde en stierf op de grens.
Van boter en zout tot brieven
Het verhaal van Klaveren Vrouwke staat niet op zichzelf. Smokkelen was eeuwenlang dagelijkse realiteit in de grensstreek tussen het Belgische Essen en het Nederlandse Roosendaal. Al in de negentiende eeuw brachten boeren zout naar Nederland, waar het zwaar belast werd en keerden ze terug met boter, tabak of textiel, dat er dan weer goedkoper was dan in België.

Voor veel gezinnen in de arme grensstreek was het bovendien gewoon noodzaak. Het verschil tussen een lege tafel of een zondags brood hing soms af van wat je kon smokkelen. Maar niet alle smokkelaars waren gedreven door winst. Zo is er het verhaal van Henri ‘het Kieken’ Duerloo, een smokkelaar die tijdens de Eerste Wereldoorlog geen koopwaar, maar brieven vervoerde. Op die manier konden families in het bezette België contact blijven met hun zonen aan het front. Ook oorlogsvluchtelingen en militaire inlichtingen bracht Duerloo over de grens. Maar net als het Klaveren Vrouwke raakte ook zijn geluk op: in 1918 werd Duerloo gevat door de Duitse bezetter en zonder proces geëxecuteerd.
Levend verleden

– SMOUT, R., Den draad en het Kieken – de elektrische draadversperring en de moord op Henri Duerloo, in : De Spycker, jg. 69, 2012, blz. 86 – 115
– www.esseninbeeld.be
– www.overdemeet.be
Smokkelen in de Zeeuwse grensstreek
Pierre Sweerts (1918-1989) – De Tarzan van Limburg
De Dodendraad – Dodelijke draadversperring tijdens de Eerste Wereldoorlog
Nederland en de neutraliteitspolitiek
Dagboekfragmenten: Wilhelm II in Nederland
John Lynn (1888-1915)
Hendrik Geeraert, een Belgische volksheld