Wie schreef in de vroege middeleeuwen eigenlijk wat? Opvallend veel teksten uit deze periode zijn anoniem overgeleverd. Een nieuw onderzoeksproject, gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), richt zich op deze naamloze auteurs én hun lezers.
Het onderzoek staat onder leiding van Irene van Renswoude van het Huygens Instituut. Samen met Carine van Rhijn (Universiteit Utrecht) en Sebastiaan van Daalen (Digitale Infrastructuur, KNAW) bestudeert zij hoe anonieme teksten in de vroegmiddeleeuwse kenniswereld functioneerden. Daarbij combineren de onderzoekers klassiek bronnenonderzoek met digitale analysetechnieken.
De onderzoekers richten zich op anonieme teksten uit de periode ca. 300 tot 1200 n.Chr., een tijdvak dat loopt van de late oudheid tot de hoge middeleeuwen.
Het project sluit aan bij het bredere onderzoeksprogramma Anonymous Knowledge, dat zich richt op anonieme kennisoverdracht in vroegmiddeleeuwse manuscripten. Het nieuwe project spitst zich toe op de vraag hoe anonieme teksten werden gelezen en gewaardeerd. Werden deze teksten vertrouwd, juist vanwege of ondanks het gebrek aan een bekende auteur? En vreesden middeleeuwse lezers destijds al voor ‘nepkennis’?
Kanttekeningen
Tot nu toe lag de nadruk in het onderzoek vaak op auteurs van wie de naam bekend is. Het nieuwe project wil die blik verbreden. Door ook naamloze teksten in vroegmiddeleeuwse bibliotheekcollecties te analyseren, hopen de onderzoekers tot een inclusiever beeld van de kennispraktijk te komen.
Ze kijken bijvoorbeeld of lezers namen toevoegden aan teksten, of kanttekeningen maakten in de marge. Zulke opmerkingen kunnen iets zeggen over de receptie en het gebruik van anonieme teksten, of over de manier waarop middeleeuwse lezers zich tot deze kennis verhielden. Bevatten de kanttekeningen bijvoorbeeld correcties, waarschuwingen of disclaimers?
De komende jaren zullen verschillende vroegmiddeleeuwse collecties worden onderzocht met behulp van speciaal ontwikkelde software. Daarmee willen de onderzoekers niet alleen teksten beter in kaart brengen, maar ook de manieren waarop middeleeuwse mensen met anonieme kennis omgingen.