De oertekst van de Pacificatie van Gent

5 minuten leestijd
De pacificatiezaal
De Pacificatiezaal in het stadhuis van Gent, waar de Pacificatie van Gent in 1576 werd afgekondigd. (CC BY-SA 3.0 - Paul Hermans - wiki)

Toen ik in 1984 op het Algemeen Rijksarchief een paar archieven aan het inventariseren was, ontdekte ik bij toeval een afschrift van een afschrift van het eerste concept van de Pacificatie van Gent. Wat een vondst! Ik gaf het een prominente plaats in de inventaris van de desbetreffende collectie en wachtte gespannen af. Er gebeurde niets. Deze maand publiceerde Historiek een artikel over de Pacificatie. Dat bracht mij ertoe het document na eenenveertig jaar nog eens onder de aandacht te brengen.

A. van der Poest Clement, oud-archivaris van Schiedam en oud-Rijksarchivaris aan het Algemeen Rijksarchief in Den Haag, had als particulier door overerving en aankoop op veilingen een grote collectie handschriften bij elkaar gebracht. Na zijn overlijden werd die collectie overgedragen aan het gemeentearchief van Schiedam. Het gemeentearchief droeg de stukken die met Schiedam geen verband hadden vervolgens over aan archiefdiensten die er meer mee konden. Zo kwamen de stukken die een relatie hadden met de centrale overheid onder het ancien regime op de Eerste Afdeling van het Algemeen Rijksarchief terecht.

Op die afdeling hield ik me bezig met de reconstructie en inventarisatie van archieven uit het ancien régime. Bij mijn zoektocht naar stukken die waren afgedwaald uit de oude archieven van de Staten-Generaal kwam ik in 1984 bij de Collectie Van der Poest Clement terecht.

Het ‘principale concept’

Handschriftenverzamelingen bevatten vaak documenten die uit hun oorspronkelijke verband zijn gehaald en daardoor niet meer dan curiositeitswaarde hebben, maar je kunt er ook wel eens wat bijzonders in aantreffen. Hier werd mijn bijzondere aandacht getroffen door een katern dat in de overdrachtslijst werd omschreven als ‘poincten en articulen van de pacificatie gesloten door de gedeputeerden de heer Van der Linden, de heer van Gislain en anderen’. Bij nadere bestudering kwam ik erachter dat het woord pacificatie in de aanhef op de Pacificatie van Gent moest slaan. Het was een afschrift van een afschrift van het ‘principale concept’ van de Pacificatie, bleek uit het slot van de tekst.

Dat principale concept was volgens Gachard opgesteld door Pieter de Bevere, Raadslid uit de Raad van Vlaanderen en een van de drie gecommitteerden van Vlaanderen, in tegenwoordigheid en bij gemeen advies van de commissarissen van de staten van herwaarts over (de staten die met Holland en Zeeland vrede wilden sluiten) en de gedeputeerden van mijnheer de prins, staten van Holland, Zeeland en geassocieerden.1 Maar het is niet bewaard gebleven.

Pacificatie van Gent
De officiële ratificatie van de pacificatie van Gent

Het afschrift werd gecollationeerd en voor akkoord ondertekend door Jan de Pennantz. Deze hoge ambtenaar – raad van Zijne Majesteit en rekenmeester van zijn Rekenkamer in Brabant – was aangesteld als secretaris van de commissarissen van de staten van herwaarts over. Maar ook dat afschrift is nergens meer te vinden.

Dat maakt het afschrift van het afschrift extra interessant. Het is ondertekend door Vogelzang, die we niet hebben kunnen identificeren, maar die aan het eind van zijn afschrift schrijft over ‘de gedeputeerden van mijn heere de Prince Staten van Hollant ende Zeelant’ en dus tot de ambtelijke ondersteuning van de delegatie van de opstandige gewesten moet hebben behoord.

Voor wie dit afschrift van het afschrift bestemd is geweest, kunnen we niet meer met zekerheid vaststellen, maar het zal wel ter tafel zijn gekomen tijdens het overleg van de Hollands-Zeeuwse delegatie en hun lastgevers over de verdragsbepalingen. We moeten het dan dateren vóór 28 oktober 1576, toen over deze bepalingen overeenstemming werd bereikt.2

Verschillen

Hoe verhoudt de tekst van dit stuk zich nu tot de definitieve tekst van de Pacificatie? Die tekst van 8 november 1576 treffen we aan in het archief van de Staten van Holland. Hij is daar opgenomen in de akte van goedkeuring van Oranje, de Staten van Holland en die van Zeeland.3 Hij is uitgegeven door onder meer De Blécourt en Japikse en door Baelde en Van Peteghem.4

Bij vergelijking zien we geen fundamentele, maar wel interessante verschillen. De inleiding die in de definitieve versie aan de artikelen vooraf gaat ontbreekt nog in het concept. Die inleiding werd dan ook pas op 8 november (dus 3 dagen na de ratificatie) in Gent opgesteld.5 Het concept bevat niet veel meer dan een opsomming van de artikelen. De aanhef luidt: “Poincten en articulen van de Pacificatie gedaen tusschen de gedeputeerde van de generale staten van de Nederlanden als te weten:” en dan volgen de namen van de gedeputeerden, grotendeels zonder hun titels, die in de verdragstekst wel zijn toegevoegd. De dagtekening ontbreekt.

Wat het meest opvalt is het verschil in spelling, die op talloze plaatsen afwijkt. Dat wijst erop dat het originele concept niet is afgeschreven, maar aan de schrijver gedicteerd. Kopieën maken onder dictamen deed men vaker in die tijd, vooral als van één document in korte tijd meer afschriften moesten worden gemaakt.

Belang

Wat is nu het belang van dit stuk? We kunnen op basis van het originele concept een onduidelijkheid in de tekst ophelderen. In de definitieve tekst staat de zinsnede: ‘Jan de Pennantz, Raedt van Zijne Majesteit ende mr van zijne Recencamere in Brabant, gecommittteert voer henlieden eer secretaris van wegen der voirn. Staeten van Brabant, Vlaendren, Henegauw etc.’ Wat betekent hier het woordje ‘eer’? De Blecourt en Japikse plaatsen er een vraagteken achter. Baelde en Van Peteghem komen er ook niet uit. ‘Gaat het om een afkorting voor “Eersamen” grammaticaal te plaatsen bij “hunlieden”, namelijk de afgevaardigden vanwege de Staten-Generaal?’ vragen ze zich af.6 Het concept geeft uitsluitsel. Daar staat: ‘Jan de Pennijns, Raedt van Zijne Ma[jestei]t ende meester van zijne Recencamer in Brabant, gecommitteert voir heure Ed. secretaris ter eenre’. Ed. lijkt hier Edelmogende te betekenen en inderdaad terug te slaan op de gecommitteerden van de landen van herwaarts over.

De opheldering van het woordje ‘eer’ is geen spectaculaire interpretatiewinst. Dat we door deze oudste versie van de tekst meer zicht krijgen op het wordingsproces van de Pacificatie is misschien belangrijker. En verder ontleent het concept natuurlijk zijn waarde aan de heldenstatus van de Pacificatie als een van de Fundamentele Wetten van de latere Republiek. De spellingsverschillen zijn iets voor nader onderzoek. Daar kan een dialectoloog misschien nog eens wat aardigs mee doen.7

Noten

1 – L.P. Gachard, Correspondence de Philippe II, dl. V p.813 bij M. Baelde en P. van Peteghem, Opstand en Pacificatie in de Lage Landen, (Gent, 1976), p. 57 noot 163.
2 – Baelde en Van Peteghem p. 23.
3 – NA toegang 3.01.04.03 Arch. Staten van Holand Bruine kastje, inv. nrs. 25 en 26.
4 – A.S. de Blécourt en N. Japikse (red.), Klein plakkaatboek van Nederland, (Groningen / Den Haag, 1919) p. 113- 117 en Baelde en Van Peteghem p. 351-365
5 – Baelde en Van Peteghem p. 102
6 – Baelde en Van Peteghem p. 364 noot 4, met een verwijzing naar De Blécourt – Japikse p. 113.
7 – De huidige vindplaats van het document is NA 1.13.13 Coll. Van der Poest Clement inv.nr. 1.
×