Op 8 november 1576 ondertekenden de zeventien opstandige gewesten de Pacificatie van Gent. Eensgezind bepaalde men dat de Spaanse troepen de Nederlanden moesten verlaten. De ondertekening vond enkele dagen na de Spaanse Furie plaats, waarbij Spaanse troepen een bloedbad hadden aangericht in de stad Antwerpen.
Na de dood van landvoogd Requesens in 1576 brak onder Spaanse troepen in de Zuidelijke Nederlanden muiterij uit, ook omdat er geen geld meer was om de manschappen te betalen. De daaropvolgende Spaanse Furie in Antwerpen zorgde vervolgens voor een groeiend anti-Spaans sentiment in de gewesten. In Gent grepen aanhangers van Willem van Oranje zelfs de macht. De Staten van Brabant riepen daarop eigenmachtig de Staten-Generaal bijeen, wat normaal alleen door de vorst mocht gebeuren. Vertegenwoordigers van Brabant, Vlaanderen, Henegouwen, Artesië, Holland en Zeeland sloten vervolgens een overeenkomst die bekendstaat als de Pacificatie van Gent.
De Pacificatie van Gent geldt als een belangrijk moment in de Tachtigjarige Oorlog. Duidelijke afspraken over de godsdienstkwesties werden er nog niet gemaakt. Maar men was het er wel over eens dat de Spaanse troepen niet langer welkom waren. Een andere bepaling regelde dat de Staten Generaal voortaan op eigen initiatief bijeen mochten komen, en dus niet meer alleen op initiatief van de vorst. Verder werd Willem van Oranje bevestigd in zijn leidende rol en in zijn positie als stadhouder van Holland en Zeeland. Ook kwam er een amnestieregeling voor opstandelingen. De gewesten van de Nederlanden verenigden zich in een zogenaamde Generale Unie, bedoeld als een gezamenlijk front tegen de Spaanse troepen. Holland en Zeeland behielden daarbij wel hun eerder gevormde onderlinge Unie en daarmee een zelfstandige bestuurspositie.

Zelfbestuur?
De ondertekening vond plaats in de pacificatiezaal van het Stadhuis van Gent. Deze stad was naar aanleiding van de Spaanse Furie overgenomen door aanhangers van Willem van Oranje. Normaal gesproken mochten de Staten Generaal alleen bijeengeroepen worden door de vorst, maar vanwege het bloedbad dat muitende Spanjaarden in Antwerpen hadden aangericht, besloten de Staten van Brabant zelf een vergadering te beleggen. Samen met Vlaanderen, Artesië en Henegouwen werd vervolgens een overeenkomst gesloten met de Staten van Holland en Zeeland.
De Pacificatie van Gent bepaalde verder dat de Nederlandse edelen voortaan verantwoordelijk waren voor het gezag over de gewesten en de oude privileges van de wereldlijke en kerkelijke instanties moesten worden hersteld.
De oorkonde werd bezegeld door Willem van Oranje, vertegenwoordigers van de ridderschap en de Staten van Brabant, Vlaanderen, Henegouwen en Artesië. Daarnaast tekenden in Holland en Zeeland afgevaardigden van een groot aantal steden: Dordrecht, Delft, Leiden, Gouda, Rotterdam, Gorinchem, Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen, Scheidam, Brielle, Woerden, Geertruidenberg, Medemblik, Edam, Monnickendam, Middelburg, Veere, Vlissingen en Zierikzee.

Eenheid?
Voor Willem van Oranje was de overeenkomst belangrijk, omdat hij de zeventien gewesten graag wilde verenigen. Al snel bleek echter dat van een echte duurzame eenheid geen sprake kon zijn.

Na de ondertekening van de Pacificatie van Gent was het dan ook niet gelijk rustig in de verenigde gewesten. In en rond Gent vermoordden calvinisten in 1578 zelfs katholieken en laaiden nieuwe beeldenstormen op.
De zuidelijke en noordelijke Nederlanden vielen uiteindelijk uiteen in de Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht.
Fragmenten uit de Pacificatie van Gent:
“De voornoemde Staten van Brabant, Vlaanderen, Henegouwen etc mitsgaders mijnheer de Prins, de Staten van Holland en Zeeland en met met hen verbondenen beloven ongeveinsd en in goede trouw van nu af aan een vaste en onverbrekelijke vriendschap en vrede te onderhouden. Voort beloven zij elkaar te allen tijde en bij alle gebeurtenissen bij te staan met raad en daad, goed en bloed. In het bijzonder beloven zij de Spaanse en andere uitheemse soldaten uit het gewesten te verdrijven en weg te houden.
Voortaan mogen alle inwoners overal komen en gaan, wonen en handeldrijven, als koopman of anderszins, in alle vrijheid en veiligheid. Maar het zal niet toegestaan zijn iets te ondernemen, behalve in de gewesten Holland en Zeeland, tegen de algemene rust en vrede, in het bijzonder tegen de rooms-katholieke religie en de uitoefening van die godsdienst.
En opdat niemand gevaar loopt, zullen alle plakkaten, eerder gemaakt en gepubliceerd ter zake van heresie (ketterij, red.), en ook de strafwetten van Alva, worden opgeschort, totdat de Staten-Generaal erover beschikt hebben.
Mijnheer de Prins zal stadhouder van Zijne Majesteit blijven in Holland en Zeeland, totdat de Staten-Generaal na het vertrek van de Spanjaarden anders zal beschikken.
Tachtigjarige Oorlog – Opstand in de Nederlanden
De Spaanse Furie in Antwerpen (1576)
Willem van Oranje – Leven, opstand en nalatenschap
Spaans benauwd – Herkomst van het gezegde
Hoe lang duurde de 80-jarige oorlog?
Cristóbal de Mondragón – Spaanse veldheer