Tijdens een bijeenkomst in Museum Het Pakhuis in Ermelo is maandag de Jonge Archeologen Club (JAC) officieel van start gegaan. Minister Eppo Bruins gaf het symbolische startsein en werkte samen met kinderen aan het herkennen en beschrijven van archeologische vondsten.
De JAC is opgezet door het Hunebedcentrum in Borger en Museum Het Pakhuis in Ermelo, in samenwerking met de Stichting Nationale Archeologiedagen. De nieuwe club richt zich op kinderen tussen de acht en twaalf jaar en wil hen op een actieve en speelse manier laten kennismaken met archeologie. Tijdens bijeenkomsten analyseren de jonge deelnemers vondsten, maken ze replica’s historische objecten en leren ze meer over het leven in de prehistorie en andere perioden.

De eerste twee locaties hebben elk hun een eigen regionale specialisatie. In de komende tijd wordt de club op meer plekken in het land uitgerold. De initiatiefnemers hopen zo het erfgoedbewustzijn bij jonge generaties te vergroten en hen op een laagdrempelige manier in contact te brengen met de archeologie.
Minister Bruins tijdens de opening:
Toen ik jullie leeftijd had, las ik veel geschiedenisboeken. Ik vond dat prachtig, maar kon er niets mee doen. Wat ik nu zo mooi vind aan de JAC, is dat kinderen met hun handen kunnen meewerken en écht leren hoe archeologen te werk gaan. Ik ben blij dat deze club er nu is – en dat er nog meer locaties volgen. Want er ligt nog zoveel verborgen in de bodem, onder water en op het land. Hoe meer we leren over ons verleden, hoe beter we begrijpen wie we zijn en waar we vandaan komen. En als je het verleden begrijpt, snap je de toekomst ook beter.
De Jonge Archeologen Club is mede mogelijk gemaakt door het Fonds voor Cultuurparticipatie.