Hoe wordt een diepgelovige Achterhoekse huisvrouw en moeder van vijf kinderen de leider van de grootste verzetsgroep van Nederland? Dit is het verhaal van de vrouw die het grootste onderduiknetwerk van ons land mogelijk maakte. Vanuit haar huiskamer in Winterswijk groeide Helena Kuipers-Rietberg — Tante Riek — uit tot de stuwende kracht achter de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers.
- Winterswijk: geloof en plicht
- De eerste stappen in het verzet
- De ontmoeting met Frits Slomp
- Van keukentafel tot landelijk netwerk
- Tussen gezin en gevaar
- De jacht wordt scherper
- Het verraad
- Ravensbrück: zorg tot het einde
- Na haar dood
- Erkenning
- Nalatenschap van Tante Riek
- Vrouwen in verzet: Jacoba en Tante Riek
- Interview met dochter Heleen Stevenson-Kuipers
Ze was geen vrouw van grote woorden. Maar achter haar rustige voorkomen school een enorme vastberadenheid. Haar dochter Eddie verwoordde het later eenvoudig: “Moeder is in feite in het verzet gerold. Ze vond het vreselijk dat jongens verplicht in de arbeidsdienst moesten.” Het geloof droeg haar, de liefde gaf haar kracht, de hoop deed haar niet versagen.
Winterswijk: geloof en plicht
Helena Theodora Rietberg werd op 26 mei 1893 geboren in Winterswijk als vierde kind van de molenaar en graanhandelaar Hendrik Rietberg en zijn echtgenote Clara Christina Theodora Dulfer. Na de lagere school mocht zij naar de driejarige HBS, uitzonderlijk voor meisjes in die tijd. Daarna werkte ze in de administratie van het familiebedrijf. Ze groeide op in een protestants-christelijk milieu waarin plichtsbesef en zorg voor de naaste vanzelfsprekend waren.
In 1919 trouwde ze met textielhandelaar Piet Kuipers. Het echtpaar bleef in Winterswijk, waar hij medefirmant werd in het familiebedrijf. Vanaf 1922 wijdde Helena zich aan de opvoeding van hun vijf kinderen. Tegelijkertijd bleef ze actief in kerkelijke en christelijke vrouwenorganisaties. In 1932 richtte ze de Winterswijkse afdeling van de Gereformeerde Vrouwenvereniging op en vanaf 1937 was ze hoofdbestuurslid van de Bond van Gereformeerde Vrouwenvereniging in Nederland. Daardoor beschikte ze over een uitgebreid netwerk en organisatorische ervaring.
De eerste stappen in het verzet
In een grensplaats als Winterswijk waren de ontwikkelingen in Duitsland al vroeg zichtbaar. Helena zag hoe het nationaalsocialisme zich uitbreidde en hoe Joden steeds verder werden uitgesloten. Haar dochter Eddie zei daarover:
Ze was een vrouw van principes. Het geloof was ontzettend belangrijk voor haar. De dingen die Hitler deed gingen daar volledig tegenin. In Winterswijk hoorde je al vroeg veel over de Jodenvervolgingen.

Na de Duitse inval in mei 1940 waarschuwde Helena voor de geleidelijke nazificatie die christelijke waarden en vrijheden kon aantasten. Het echtpaar Kuipers‑Rietberg besloot in actie te komen. Aanvankelijk hielpen ze met het afleveren van bonkaarten en het verspreiden van illegale kranten, maar al in 1941 hielpen haar man Piet en de zonen Piet en Helmer gevluchte Britse en Franse krijgsgevangenen, die uit Duitse kampen waren ontsnapt, terug naar veiliger gebied. Helena zelf richtte zich vooral op het vinden van schuiladressen voor Joden. Ter ere van haar in 1930 overleden zus Hendrika nam ze de schuilnaam Tante Riek aan. In hun eigen gezin namen ze twee Joodse onderduikers op. Eddie herinnerde zich later:
Bij vergaderingen stond er altijd een hele rij fietsen in de steeg. In het begin spraken mijn ouders nooit over ‘verzet’. Moeder ging naar een ‘vergadering’ toe.
In Winterswijk had de NSB relatief veel aanhang, waardoor het vinden van onderduikplaatsen extra moeilijk was. Dat werd nijpender in 1943, toen de Arbeitseinsatz jonge mannen dwong naar Duitsland te vertrekken en velen wilden onderduiken. Tegelijkertijd zorgden het geallieerde luchtoffensief en de vele neergeschoten vliegtuigen voor een toestroom van geallieerde bemanningsleden die eveneens een veilig adres nodig hadden.
De ontmoeting met Frits Slomp
In 1942 kwam Helena in contact met de gereformeerde predikant Frits Slomp uit Heemse, die onder de schuilnaam Frits de Zwerver door het land trok om onderduikadressen te vinden voor Joden, verzetsmensen en later ook voor mannen die de Arbeitseinsatz wilden ontlopen. Hij sprak onder het pseudoniem ‘ouderling Van Zanten’ in de gereformeerde kerk van Winterswijk. Slomp had overtuigingskracht, maar miste de structuur die zijn werk duurzaam kon maken.

Het was een combinatie van flinkheid, doortastendheid, scherp inzicht en tederheid. (…) Je kon haar gewoon niet tegenspreken.
Een van de meest veelzeggende scènes speelde zich af in Winterswijk. Slomp vertelde dat hij doodsbang was om met de trein te reizen, omdat hij ervan overtuigd was dat de Sicherheitsdienst hem zou oppakken. Helena praatte hem om: “Zeg Frits, wij moeten een organisatie stichten, zodat wij die onderduikers een plaats kunnen geven. En nu dacht ik dat jij dat moest doen, dat je het land door moet. Om de mensen daar warm voor te maken.”
Slomp sputterde tegen: “Maar dat durf ik niet. Waar ik kom, daar tref ik de mensen, daar ga ik heen met de fiets. Maar ik durf niet met de trein te reizen.”
Helena keek hem aan en zei: “Zeg kerel, zou het nou zo erg zijn als jij om het leven kwam, als er duizenden jongens gered werden?” Slomp sloot af: “Ik heb daar niks meer op kunnen zeggen.”
Vanaf dat moment trokken ze samen op. Helena vond adressen en organiseerde opvang; Slomp reisde het land door om nieuwe groepen te inspireren, wat hem al snel de bijnaam Frits de Zwerver opleverde. Uit hun samenwerking groeide wat later bekend zou worden als de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO): geen formele oprichting, maar een netwerk dat stap voor stap werd opgebouwd, gevoed door vertrouwen, bestaande contacten en een gedeeld moreel kompas. Een organisatie dat veel groter zou worden dan beiden konden vermoeden.
Van keukentafel tot landelijk netwerk
De LO ontstond niet in vergaderzalen maar aan keukentafels. Namen gingen van hand tot hand, altijd via mensen die Helena vertrouwde. Overal ontstonden lokale afdelingen die onderduikers koppelden aan gastgezinnen, voedselbonnen regelden en valse papieren verspreidden.
Het netwerk breidde zich snel uit. Wat begon in de Achterhoek, vond navolging in Overijssel, Gelderland, Friesland en Limburg. Overal ontstonden lokale LO‑afdelingen die onderduikers koppelden aan gastgezinnen, voedselbonnen regelden, medische zorg organiseerden en valse papieren verspreidden. De structuur was los, maar juist daardoor veerkrachtig. Die decentrale opzet maakte de LO uniek binnen het Nederlandse verzet: geen hiërarchie, maar een netwerk dat bleef functioneren wanneer delen werden opgerold.
Binnen de LO werd Helena al snel bekend als Tante Riek. Die bijnaam stond niet alleen voor genegenheid, maar ook voor gezag. Ze was een moederfiguur voor velen, maar ook iemand die beslissingen durfde te nemen wanneer de situatie daarom vroeg. Ze reisde regelmatig door het land, ogenschijnlijk voor kerkelijke bezoeken of vrouwenbijeenkomsten. In werkelijkheid bracht ze berichten over, beoordeelde ze nieuwe adressen, besprak ze veiligheidsmaatregelen en hield ze de morele koers van de organisatie scherp.
Haar geloof speelde daarbij een centrale rol. Niet als dogma, maar als innerlijke overtuiging dat ieder mens recht had op bescherming en waardigheid. Die overtuiging gaf haar een rust en vastberadenheid die anderen inspireerde. In een wereld van angst en onzekerheid was zij een baken van stabiliteit — de stille kracht achter een netwerk dat duizenden levens zou redden.
Tussen gezin en gevaar
Het verzetswerk speelde zich af midden in een druk huishouden. Haar man steunde haar volledig en nam taken over wanneer zij op pad was. Hun dochter Heleen Stevenson-Kuipers herinnerde zich later hoe vanzelfsprekend het onderduikwerk in het gezin was: “Het hoorde bij ons gezin. ’s Avonds klopten onderduikers bij ons aan, ze bleven eten en daarna gingen ze naar een onderduikadres. Dat er boven Joden woonden, was de normaalste zaak van de wereld.” Over haar moeder zei ze: “Moeder kon alles, niet alleen in de huishouding, ze was ook een hele lieve moeder. We gingen naar de speeltuin, en uit wandelen en fietsen. Ze las ons altijd voor en zong veel versjes met ons. Ze was heel muzikaal en kon goed zingen, en ook in organisaties kon ze goed haar woordje doen. Maar misschien heeft ze wel eens te veel hooi op haar vork genomen.”
Toch bracht het werk grote risico’s met zich mee. Het huis van de familie Kuipers-Rietberg was een ontmoetingspunt geworden, een plek waar berichten binnenkwamen en waar mensen tijdelijk verbleven. De kinderen wisten dat er dingen gebeurden die niet uitgesproken mochten worden. Ze leerden zwijgen, opletten en vertrouwen op hun ouders. Ze was geen verzetsvrouw die haar gezin achterliet; ze was een moeder die haar gezin meenam in een morele strijd die ze niet kon negeren, maar ook een strijd die gevaar met zich meebracht.

De jacht wordt scherper
Naarmate de LO zich vanaf 1942 uitbreidde, kreeg Helena Kuipers-Rietberg de handen steeds voller aan de leiding. Ze was bijna dagelijks op pad, vaak als enige vrouw in vergaderingen die door mannen werden gedomineerd. In de notulen van de Gereformeerde Vrouwenvereniging van 1 maart 1944 staat dat ze haar functie als presidente wilde neerleggen wegens de toenemende drukte. De leden wilden dat niet (‘Hiertegen gaan vele stemmen op’), waarna een compromis volgde: ze hoefde nog maar één keer per maand aanwezig te zijn.
De groei van de LO bracht niet alleen meer werk, maar ook meer verantwoordelijkheid. Vanaf de zomer van 1943 werkte de organisatie samen met het Nationaal Steunfonds (NSF), een initiatief van I.J. van den Bosch en de bankiers G. en W. van Hall. Via een ingenieuze constructie — en met hulp van binnenuit — wisten zij geld uit de Nederlandsche Bank te halen om onderduikers en hun achtergebleven gezinnen te ondersteunen. Helena zag toe op de juiste verdeling van deze middelen in de Achterhoek, wat haar takenpakket verder verzwaarde.
In die periode groeide het werk haar boven het hoofd. De voortdurende spanning, de verantwoordelijkheid voor duizenden onderduikers en de druk van het leiderschap eisten hun tol. In de winter van 1944 vertoonde ze tekenen van overspanning. Haar gezin drong erop aan dat ze zou stoppen, maar dat kon ze niet. Haar dochter Eddie zei later: “Moeder wilde wel uit het verzet, ze had tenslotte een man en vijf kinderen, maar niemand kon of wilde het van haar overnemen. En ze wilde het zelf ook niet opgeven. Moeder had het in zich om leiding te geven.”
Haar plichtsgevoel overwon en ze ging door. Riek woonde alle regionale en lokale vergaderingen bij, die meestal bij het echtpaar Kuipers thuis waren. Op zulke avonden waren twaalf tot vijftien man aanwezig. Haar dochter Heleen herinnerde zich later hoe zichtbaar dat was in de straat: “De steeg naast het huis stond dan helemaal vol met fietsen van verzetsmensen. Lokale politiemensen wisten wel wat er aan de hand was, maar ze lieten ons gelukkig met rust. Belangrijke papieren werden veilig verstopt achter een deurtje in de pomp van de buren, niemand die ze ooit gevonden heeft.”

Ondertussen werd het werk van de LO steeds gevaarlijker. Vanaf 1943 intensiveerde de Duitse bezetter de jacht op onderduikers en hun helpers. Razzia’s werden frequenter, de Sicherheitsdienst infiltreerde verzetsgroepen en het aantal verklikkers nam toe. De risico’s die Helena en haar medestanders namen, werden met de maand groter.
Toch bleef het netwerk groeien. Juist omdat het decentraal georganiseerd was, kon het tegen een stootje: als een lokale afdeling werd opgerold, bleef de rest functioneren. Maar die veerkracht had een keerzijde. De leiders van het netwerk — de verbindende schakels — werden extra kwetsbaar. Helena wist dat. Ze voelde de druk toenemen, merkte dat er meer werd gevraagd en dat de marges smaller werden. Maar stoppen was geen optie. Daarvoor waren te veel mensen afhankelijk van het netwerk dat zij had helpen opbouwen.
Het verraad
De marges werden smaller, de druk groter en toen kwam het moment dat iedereen vreesde. Op 24 mei 1944 werd Piet Kuipers door een bevriende politieagent gewaarschuwd dat een arrestatie ophanden was. Daarom brachten Helena en Piet hun kinderen halsoverkop onder bij familie en kennissen. Hun dochter Heleen kwam die middag thuis in een leeg huis. “Ik kwam om vier uur weer thuis uit school, en ik riep: ‘Moeder!’, maar er was helemaal niemand thuis… Zo snel kan het gaan.” Het was het moment waarop zij besefte dat haar ouders niet alleen anderen hielpen onderduiken, maar nu zelf moesten vluchten. Zelf stappen ze, zonder duidelijke bestemming, op de trein naar Arnhem. Wanneer de SD in de Willinkstraat verschijnt, is het huis leeg.
Op de stations waar hun trein stopt, horen Piet en Helena dat ze worden omgeroepen. Ze moeten zich melden bij de stationschef. Maar ze vertrouwen dat niet en vragen een kennis die ze in Arnhem tegenkomen om navraag te doen. Diegene krijgt te horen dat een van hun zoons bij een ongeluk zou zijn omgekomen en dat het echtpaar dringend moet terugkeren. Helena schrikt hevig en wil meteen naar Winterswijk, maar Piet belt eerst hun overbuurman. Die vertelt dat er geen sprake is van een ongeluk, maar van een valstrik van de Sicherheitsdienst, die inmiddels vergeefs aan de deur is geweest.
Het echtpaar duikt nu zelf onder bij sigarenfabrikant Van Schuppen in Barneveld, op voorwaarde dat ze zich van verzetswerk onthouden. Hij had als industrieel ondernemer veel contact met de Duitsers en wilde daarom niet het risico lopen dat de Duitsers hem gingen verdenken van ‘’vijandelijke’’ activiteiten. Vooral Helena viel dat zwaar. Na een korte rustperiode wil ze weer aan de slag en zet ze de voorbereidingen in gang. Ze bestelt via het verzet nieuwe persoonsbewijzen. Maar dan gaat het mis. De koerier die de documenten moet brengen, wordt op 17 augustus 1944 gearresteerd. Onder zware druk onthult hij waarheen hij op weg was. Op 18 augustus valt de SD het huis in Bennekom binnen en verliezen Helena en Piet hun vrijheid.

Ze werden overgebracht naar de Koepelgevangenis in Arnhem, waar ze in twee naast elkaar gelegen cellen werden opgesloten. Soms zong Helena luid een psalm om haar man moed in te spreken. Ze hadden afgesproken dat zij alle schuld op zich zou nemen, in de veronderstelling dat een vrouw minder gevaar liep dan een man. Piet zou niets geweten hebben van haar activiteiten, omdat hij zogenaamd voortdurend voor de graanhandel onderweg was. De Duitsers lieten hem inderdaad snel vrij, in de hoop dat hij hen naar andere verzetscontacten zou leiden. Toen hij thuiskwam, bleek zijn huis gevorderd. Bij een poging het terug te eisen werd hij opnieuw kort vastgezet, waarna hij besloot opnieuw onder te duiken.
Helena werd overgebracht naar het huis van bewaring in Arnhem, waar ze herhaaldelijk werd verhoord. Ze hield stand. In een brief naar huis vroeg ze om warme kleding, een bijbeltje en breinaalden. Ze sloot af met de woorden:
Ik Heb veel mogen bidden en zingen van Gods eeuwige liefde. En laat mijn kinderen dat altijd onthouden: het eeuwige leven is van meer belang dan het aardse en wie Hem liefheeft is van zijn zaligheid zeker.
Dochter Eddie bracht de gevraagde spullen, maar hoorde bij aankomst dat haar moeder al op 25 augustus 1944 was overgebracht naar concentratiekamp Vught. Ook daar werd Helena ondervraagd, geïsoleerd en onder zware druk gezet. Toch bleef ze zwijgen. Ze wist dat één ondoordachte uitspraak tientallen, misschien wel honderden mensen in gevaar kon brengen.
Ravensbrück: zorg tot het einde
Als gevolg van het oprukken van de geallieerde troepen en door de paniek die zich op ‘Dolle Dinsdag’ van de bezetter meester maakte, werd Kamp Vught begin september ontruimd. Samen met de andere overgebleven vrouwen werd Kuipers-Rietberg op 7 september 1944 met een van de laatste transporten naar vrouwenkamp Ravensbrück gedeporteerd. Terwijl de trein vertrok was in de verte de artillerie van de geallieerden al te horen. Onderweg wist Heleen nog een briefje uit de trein te gooien, dat later zou worden bezorgd aan haar man.
Lieve Piet en kinderen. Zitten in wagons te wachten op transport. Waarheen? We weten het niet. Wees Gode bevolen. Bidt voor elkaar. Je liefhebbende moeder.

Eind 1944 werd Kuipers-Rietberg echter zelf ziek, vermoedelijk een dubbele longontsteking of tyfus, en overleed ze op 27 of 28 december 1944 op 51-jarige leeftijd. Haar lichaam werd gecremeerd; haar as verdween in de anonimiteit van het kamp.
Na haar dood
Het nieuws van Helena Kuipers Rietbergs dood bereikte Nederland pas na de bevrijding, en sloeg in als een mokerslag. Binnen de LO gold ze als organisator én moreel kompas. Haar overlijden maakte pijnlijk duidelijk hoeveel het verzet had moeten opofferen, en hoe groot het deel was dat onzichtbaar was gebleven. In Winterswijk kwam de Gereformeerde Vrouwenbond op 13 juni 1945 in droefenis bijeen. In de notulen staat: “Een grotere slag voor onze vereniging is moeilijk denkbaar. Wat zullen we haar bezielende leiding missen en ook haar warme persoonlijkheid.”
Veel LO leden hadden bewust in de schaduw gewerkt, en ook Helena zelf was nooit een publieke figuur geweest. Pas na de oorlog kwamen de verhalen los: over haar rust, haar vermogen om mensen te verbinden, haar zorg voor anderen, zelfs in de meest onmenselijke omstandigheden. Barakgenoten uit Ravensbrück schreven aan Piet Kuipers hoe zij hen had opgevangen, getroost en geholpen.
Zo verklaarde mevrouw Nieuwenhuis-Schilpzand het volgende tegen Piet Kuipers over zijn vrouw: “Samen hebben we gebeden, gepraat, op appél gestaan, geslapen, van thuis gesproken en naar huis verlang. ’t Was een heel lieve vrouw, zo echt een moederlijke vriendin.”
Een andere barakgenoot, mevrouw Boissevain-Van Lennep, kwam meer dood dan levend uit de ziekenbarak toen ze terug moest naar de smerige woonbarak 28. Na de oorlog schreef zij tegen Piet: “Gelukkig was juist uw vrouw daar. Ze ving me op en nam me mee. Ik kreeg een paar uur een bed van iemand die werkte en een paar uur later een ander bed dito, Uw vrouw maakte dat telkens in orde. In haar eigen bed was geen plaats. Ze moest daar breien.”

Erkenning
Op 9 mei 1946 neemt Piet Kuipers in het Paleis op de Dam het Verzetskruis in ontvangst, dat postuum aan zijn vrouw is toegekend. Hij haalt het op het nippertje: het telegram was pas de dag ervoor verstuurd en Piet bevond zich elders in het land. Vijftig mensen zijn uitgenodigd om een onderscheiding te ontvangen. Ze staan in alfabetische volgorde opgesteld wanneer koningin Wilhelmina in hoog tempo de rij afgaat.
Piet schrijft later aan zijn kinderen hoe het eraan toeging: na de uitreiking gaf de koningin iedereen een stevige handdruk, “zodat je het kruis maar snel in je linkerhand frommelde om Haar je rechterhand te kunnen geven.” De aanwezigen keken verbaasd naar haar opvallende verschijning — een groene japon, gele kousen en sandalen — maar de ceremonie duurde nauwelijks enkele minuten.
Negen jaar later, op 4 mei 1955, is de sfeer heel anders. De inmiddels geabdiceerde Wilhelmina komt naar Winterswijk om, in naam van koningin Juliana, het standbeeld van Tante Riek te onthullen. De financiering is bijeengebracht door een comité van dankbare burgers. Het beeld toont een vrouw die een jong hert beschermt. De vrouw is Helena zelf; het hert staat voor de onderduikers die “als opgejaagd wild” bescherming bij haar vonden.
Tijdens de plechtigheid spreekt Wilhelmina met warmte over Helena Kuipers-Rietberg: “Het geloof, de geestkracht, de taaie volharding en het beleid van Tante Riek, met zoveel verbeeldingskracht gevoerd, zullen in onvergetelijke herinnering bij ons voortleven.” Voor de aanwezigen was het een plechtig moment, maar voor haar dochter voelde het anders. Dochter Heleen was ook bij de onthulling aanwezig.
Het deed me niks, dat hele standbeeld. Ik miste alleen maar mijn moeder heel erg.

Tijdens de lunch op het gemeentehuis kwam Wilhelmina bij de familie aan tafel zitten. Ze zei tegen Heleen: “Je bent zeker wel trots op je moeder.” Heleen antwoordde: “Ik wou dat ze er gewoon was.”
Op het monument zelf wordt haar rol kernachtig samengevat. Op de bronzen plaquette bij het monument staat te lezen: “H.Th. Kuipers Rietberg alias Tante Riek neemt het initiatief tot oprichting van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (de L.O.), die in de oorlogsjaren 1940–1945 ongeveer 300.000 onderduikers verzorgt en daardoor zeer veel heeft bijgedragen aan de bevrijding van ons land. Heleen Rietberg is geboren op 26 mei 1893 te Winterswijk en overleden op 27 december 1944 in het concentratiekamp te Ravensbrück.”
Naast het beeld staat een gedicht dat haar levenshouding samenvat: “’t Geloof heeft haar gedragen, de liefde gaf haar kracht, de hoop deed niet versagen, tot redding was gebracht.” Het vat in vier regels samen wat haar leven kenmerkte.
Nalatenschap van Tante Riek
Helena’s naam verscheen na de oorlog op straten, pleinen en monumenten, maar buiten Winterswijk bleef ze lange tijd relatief onbekend. Dat paste bij haar karakter, ze zocht nooit de voorgrond, maar weerspiegelde ook hoe het werk van vrouwen in het verzet decennialang onderbelicht bleef. In de afgelopen jaren is dat beeld veranderd. Winterswijk, lokale historici en het Nationaal Onderduikmuseum brachten haar verhaal opnieuw onder de aandacht met publicaties, tentoonstellingen en educatieve projecten. Kunstwerken, plaquettes en straatnamen herinneren er vandaag aan wie Tante Riek was: een symbool van zorg, moed en verantwoordelijkheid.

Maar haar nalatenschap had ook een schaduwzijde voor de mensen die na de oorlog met haar herinnering moesten leven. Toen Piet in 1946 opnieuw trouwde met Annie Wiersma-Van Leeuwen, bracht zij haar eigen oorlogservaringen mee: het verlies van haar man, het verlies van haar kind, en de littekens van jaren van onzekerheid. Toch was er in het gezin weinig ruimte voor haar verhaal. De naam van Helena klonk dagelijks, haar foto’s stonden in huis, haar daden werden herdacht. Annie leefde naast een vrouw die zij nooit had gekend, maar die in alles aanwezig bleef. Juist dat contrast toont hoe uitzonderlijk Helena was, en hoe moeilijk het kon zijn om naast haar herinnering te bestaan.
En dan is er de stem van haar dochter Heleen, die als kind de leegte van haar plotselinge verdwijning voelde en pas veel later de omvang van haar daden kon bevatten. Pas na vele jaren kon zij naast het gemis ook trots voelen. “Ik weet nu dat het geweldig is wat ze gedaan heeft. Ik ben blij dat er meer mensen waren zoals zij, die voor hun mening durfden uit te komen en — nog veel belangrijker — de daad bij het woord voegden.”
Haar verhaal eindigt niet in grote woorden, maar in de manier waarop zij leefde: nuchter, plichtsgetrouw en gericht op anderen. Ze deed wat zij noodzakelijk vond en stelde zichzelf nooit centraal, maar juist daardoor werd zij een onmisbare schakel in het grootste onderduiknetwerk van Nederland. Haar nalatenschap leeft voort in Winterswijk, in de LO die zij hielp opbouwen, en in de duizenden mensen die dankzij haar inzet zijn gered.
Vrouwen in verzet: Jacoba en Tante Riek
Interview met dochter Heleen Stevenson-Kuipers
– 100% Winterswijk, Tante Riek, https://www.100procentwinterswijk.nl/zien-doen/kunst-cultuur/street-art/tante-riek (Geraadpleegd 19 april 2026).
– Ad van Liempt., Verzetshelden en moffenvrienden. Amsterdam: Balans, 2009.
– Gelderland 75 jaar vrijheid, Tante Riek, moeder van alle onderduikers, https://gelderland.75jaarvrijheid.nl/1942/2149801/tante-riek-moeder-van-alle-onderduikers (Geraadpleegd 19 april 2026).
– Historisch Nieuwsblad (Mirjam Janssen), Voor eeuwig in de schade van verzetsvrouw Tante Riek. (15 mei 2025) https://www.historischnieuwsblad.nl/voor-eeuwig-in-de-schaduw-van-verzetsvrouw-tante-riek/ (Geraadpleegd 19 april 2026).
– Huygsens Instituut, Rietberg, Helena Theodora (1893-1944). https://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/rietberg (Geraadpleegd 19 april 2026).
– Nationaal Onderduikmuseum
– Nationaal Onderduikmuseum, Tante Riek en Gradus Kobus, https://nationaalonderduikmuseum.nl/verhalen/tante-riek-en-gradus-kobus/ (Geraadpleegd 19 april 2026).
– Nationaal Onderduikmuseum, Winterswijk, https://nationaalonderduikmuseum.nl/programma-vrijheid/kwartet/winterswijk/ (Geraadpleegd 19 april 2026).
– Het Nationaal Steunfonds 1943–1945. [s.n.], 1948. Via Delpher: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=NIOD05:000021742:00003 (Geraadpleegd 19 april 2026).
– NOS, Eindelijk duidelijkheid over lot verzetsvrouw ’tante Riek’, https://nos.nl/bevrijdingsjaar/bericht/2339364 (Geraadpleegd 19 april 2026).
– Oorlogsbronnen, Helena Kuipers-Rietberg, https://www.oorlogsbronnen.nl/tijdlijn/cefa37bf-6530-4be1-a223-64c99bd59317 (Geraadpleegd 19 april 2026).
Meer informatie
– Historiek, Grootste onderduiknetwerk van Nederland was niet alleen een logistiek systeem, maar ook een morele gemeenschap. De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO), https://historiek.net/landelijke-organisatie-hulp-onderduikers/182402/
-Nationaal Onderduikmuseum
– Diederik van Vleuten – Het was Oorlog, afl. 1 – Ans van Dijk & Heleen Kuipers-Rietberg (MAX 2017) https://www.youtube.com/watch?v=xIr-04TVTzs

Grootste onderduiknetwerk van Nederland was niet alleen een logistiek systeem, maar ook een morele gemeenschap
Het ‘Onderduikspel’ – Tijdverdrijf in de oorlog
Onderduiken in Amsterdam
Kindermeisje hield hoofd koel en voorkwam ontdekking van drukpers en onderduikers