Minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) trekt extra geld uit voor het behoud van rijksmonumenten. In een brief aan de Tweede Kamer kondigt hij een eenmalige investering aan van 155 miljoen euro, aangevuld met een jaarlijkse ophoging van 15,8 miljoen euro voor onderhoud en restauratie. Vooral grotere monumenten zoals kerken, kastelen en stadhuizen kunnen rekenen op extra steun.
“In een wereld die snel verandert, zorgen monumenten voor verbinding en een gedeeld verleden,” aldus Bruins. “Monumenten zijn als tastbare geschiedenis onderdeel van onze nationale identiteit. Als overheid ondersteunen we eigenaren bij de zorg voor deze monumenten, maar vooral bij de grote rijksmonumenten is de uitdaging voor het onderhoud en de kosten groot.”
Met een pakket aan leningen en subsidies wil de minister de monumenteneigenaren daarom tegemoet komen. De aanvullende middelen moeten voorkomen dat grote monumenten verder in verval raken. Eerder bleek dat ongeveer vijftien procent van de rijksmonumenten in slechte staat verkeert.
Met het extra geld komt het totaalbudget voor onderhoud uit op 103 miljoen euro per jaar. De afgelopen jaren was er structureel meer vraag naar subsidies dan er budget beschikbaar was, waardoor veel aanvragen niet gehonoreerd konden worden en eigenaren hun onderhoud moesten uitstellen. Bruins verwacht dat deze achterstand in de periode tot 2027 of 2028 geleidelijk wordt ingelopen.

Restauratie
Bij grootschalig achterstallig onderhoud is restauratie soms onvermijdelijk. De minister noemt onder meer de Rivièrahal in Diergaarde Blijdorp, kasteel Nijenrode, het stadhuis van Middelburg en het aquariumgebouw van Artis als voorbeelden van complexe restauratieprojecten. Omdat dit soort projecten vaak buiten bestaande regelingen valt, komt er 100 miljoen euro beschikbaar voor grotere monumenten: 45 miljoen euro voor een nieuwe subsidieregeling, 45 miljoen voor extra leenruimte via het Nationaal Restauratiefonds (NRF), en 10 miljoen voor uitbreiding van de huidige leenoptie.
Specifiek voor kerkgebouwen is jaarlijks 5 miljoen euro gereserveerd, mede dankzij een amendement van CDA-Kamerlid Henri Bontenbal. Ook windmolens krijgen extra aandacht. Door de slijtage van bewegende onderdelen is regelmatig onderhoud aan deze monumenten nodig. Het maximale bedrag dat moleneigenaren kunnen aanvragen, stijgt daarom van 72.500 euro naar 95.000 euro.
Ook enkele andere regelingen worden verruimd. Zo gaat de Duurzame Monumentenlening (DML+) met 50 miljoen euro omhoog en wordt het programma Toekomst Religieus Erfgoed met vier jaar verlengd. Het Molenfonds en het Boerderijenfonds ontvangen ieder een incidentele bijdrage van 2,5 miljoen euro.
Postduiven in de Eerste Wereldoorlog
‘Nepmonumenten’ zijn in heel Nederland te vinden
De strijd om het Olympisch Stadion
Czaar Peterhuisje herinnert aan verblijf van Peter de Grote in Zaandam