G11 – Het revolutionaire NAVO-geweer dat er nooit kwam

5 minuten leestijd
Prototypes 13 (boven) en 14 (onder) van de G11
Prototypes 13 (boven) en 14 (onder) van de G11, uit de collectie van de Wehrtechnische Studiensammlung in Koblenz. (CC BY 2.0 - Clemens Vasters - wiki)

Het had hét standaardgeweer van de NAVO moeten worden. Er werden tientallen miljoenen in geïnvesteerd en militaire deskundigen noemden het de grootste doorbraak in de vuurwapentechniek in meer dan een eeuw. Toch verdween de G11 uiteindelijk geruisloos naar een museumdepot.

De ontwikkeling begon in 1968, toen de Duitse overheid besloot de G3 te vervangen door een moderner geweer. Het nieuwe wapen moest lichter, compacter en nauwkeuriger zijn. Daarnaast moest het eenvoudig te bedienen zijn, meerdere vuurstanden hebben en vooral betrouwbaarder functioneren dan bestaande geweren. Een belangrijk probleem van die tijd was dat de terugslag de nauwkeurigheid beperkte.

Hulsloze munitie

De opdracht kwam terecht bij Heckler & Koch (H&K), dat samenwerkte met Optischen Werke Hensoldt, verantwoordelijk voor het vizier, en Dynamit Nobel, dat revolutionaire nieuwe munitie ontwikkelde. Anders dan gewone patronen had deze geen messing huls. Dat bespaarde gewicht, grondstoffen en productiekosten. Het bijzondere van de G11 zat vooral in die zogenoemde hulsloze munitie. Bij een conventionele patroon wordt na ieder schot een lege huls uitgeworpen. Bij de G11 bleef er niets achter. Daardoor hoefde het geweer geen uitwerpopening te hebben. Het mechanisme was volledig gesloten, waardoor er minder vuil binnendrong en de kans op storingen kleiner werd.

sluitmechanisme van de G11
Schema van het sluitmechanisme van de G11. (CC BY-SA 2.0 – Evers – wiki)
In 2010 liet conservator Mathieu Willemsen van het toenmalige Legermuseum een G11 zien. Het geweer voelde zwaarder aan dan verwacht, maar volgens hem was het vooral de munitie die het wapen revolutionair maakte. “Bij een gewone patroon zitten de kogel, het kruit en het slaghoedje in een messing huls,” legde hij uit.

Bij de G11 bestaat de patroon vrijwel volledig uit een stevige kruitlading waarin de kogel is verwerkt. Na het afvuren blijft er niets over.

Bijzonder magazijn en drie-schotssalvo

Ook het magazijn was opvallend. In plaats van onder het geweer zat het boven op de loop en bood het plaats aan vijftig patronen. Via een klein venster kon de schutter zien hoeveel munitie nog beschikbaar was. Omdat de patronen rechtop lagen, draaide het mechanisme iedere patroon vlak voor het afvuren automatisch een kwartslag richting de loop. Alleen de eerste patroon moest handmatig worden ingevoerd.

Het geweer beschikte over verschillende vuurstanden: enkelvuur, automatisch vuur en een salvo van drie schoten. Vooral dat laatste maakte indruk. De drie kogels verlieten de loop voordat de schutter de terugslag voelde. Daardoor kwamen ze vrijwel op hetzelfde punt terecht, wat de trefkans aanzienlijk vergrootte.

De gebruikte materialen waren eveneens vooruitstrevend. Na de eerste stalen prototypes kreeg de G11 een behuizing van met glasvezel versterkte kunststof, destijds een moderne keuze die het gewicht verder verminderde. Toch bleek de ontwikkeling van de hulsloze munitie veel ingewikkelder dan verwacht. Bij gewone patronen neemt de metalen huls een groot deel van de warmte op. Omdat de G11 geen hulzen gebruikte, bleef die warmte in het wapen achter. Daardoor ontstond het risico dat een volgende patroon vanzelf zou ontbranden, zonder dat de trekker werd overgehaald.

Opengewerkt model van de Heckler & Koch G11 ACR, waarop het interne mechanisme zichtbaar is.
Opengewerkt model van de Heckler & Koch G11 ACR, waarop het interne mechanisme zichtbaar is. – U.S. Marine Corps School of Advanced Warfighting

Belangstelling van de NAVO

Jarenlang probeerden de ontwikkelaars dit probleem op te lossen door nieuwe soorten kruit te ontwikkelen en de patronen aan te passen. Hoewel de resultaten steeds beter werden, bleef oververhitting een lastig punt. Daardoor liep de ontwikkeling flinke vertraging op. Waar de G11 oorspronkelijk halverwege de jaren zeventig in gebruik had moeten worden genomen, schoof die planning uiteindelijk bijna vijftien jaar op. Ondanks die problemen groeide de belangstelling. In 1976 werd een eerste prototype aan NAVO-officieren gepresenteerd.

Vooral de Britse delegatie was enthousiast. Vier jaar later meldde H&K dat een prototype duizenden schoten had afgevuurd zonder noemenswaardige storingen. Ook de Verenigde Staten kregen belangstelling. Hoewel het Amerikaanse leger zelf al jarenlang onderzoek had gedaan naar hulsloze munitie, investeerde het opnieuw in de verdere ontwikkeling van de G11. Het gezaghebbende vakblad Jane’s voorspelde zelfs dat het geweer binnen enkele jaren alle andere NAVO-geweren zou verdringen. Hoofdredacteur John Weeks sprak van de belangrijkste ontwikkeling sinds de invoering van het achterlaadgeweer in de negentiende eeuw.

Ook tijdens vergelijkingstests presteerde de G11 uitstekend. Het geweer bleek nauwkeurig, betrouwbaar, gemakkelijk hanteerbaar en de trefkans lag ongeveer vijftig procent hoger dan bij de oudere G3. Daarnaast bood de nieuwe munitie een groot logistiek voordeel. Doordat de patronen veel lichter waren, kon een soldaat aanzienlijk meer munitie meenemen zonder extra gewicht te dragen. Een Amerikaanse M16 met 270 patronen woog ongeveer evenveel als een G11 met maar liefst zeshonderd patronen.

Einde van de Koude Oorlog

G11 K2
De G11 K2, de definitieve versie van het experimentele Duitse geweer, met bajonet
In 1989 leek de doorbraak eindelijk dichtbij. Duitse militairen testten het geweer uitgebreid en op basis van hun ervaringen werden nog enkele kleine verbeteringen aangebracht. Het aangepaste model kreeg de naam G11 K2. Een jaar later volgde het grote moment. De Bundeswehr keurde het geweer officieel goed en wilde ruim 224.000 exemplaren aanschaffen. De eerste leveringen stonden gepland voor datzelfde jaar. Bij Heckler & Koch leek niets een grootschalige productie nog in de weg te staan.

Maar nog voordat het contract definitief werd ondertekend, veranderde de wereld. De Berlijnse Muur was gevallen, Duitsland werd herenigd en het Warschaupact stortte in. Daarmee verdween directe militaire dreiging. Tegelijkertijd moest de Bundeswehr fors bezuinigen en kwamen grote voorraden Oost-Duitse Kalasjnikovs beschikbaar.

In september 1990 besloot het Duitse parlement daarom af te zien van de invoering van de G11, simpelweg omdat het te duur was geworden in een totaal veranderde politieke situatie. Later werd als officiële reden ook genoemd dat invoering binnen de NAVO moeilijk zou zijn, omdat de G11 afwijkende munitie gebruikte. Toch wijzen veel betrokkenen vooral op het einde van de Koude Oorlog als doorslaggevende oorzaak. Een revolutionair nieuw standaardgeweer was opeens veel minder noodzakelijk.

Einde van een ambitieus project

Mathieu Willemsen vermoedde dat ook de technische problemen met de hulsloze munitie meespeelden. Volgens hem waren die waarschijnlijk nooit helemaal opgelost, al zullen fabrikanten dat niet snel hebben toegegeven. Met de huidige technieken zou dat vermoedelijk gemakkelijker zijn geweest. Ook wapendeskundige Wolfgang Seel, auteur van Die G11 Story, zag in 2010 de politieke ontwikkelingen als de belangrijkste oorzaak van het mislukken van het project. Volgens hem was de G11 volledig uitontwikkeld en uitvoerig getest. Er bestond zelfs belangstelling vanuit andere landen, waaronder Zwitserland.

Heckler & Koch had bovendien alles op dit project ingezet en ontwikkelde geen conventioneel alternatief. Toen de politieke steun wegviel, kwam het bedrijf direct in financiële problemen. Een nieuwe fabriek en een ondergrondse testschietbaan waren al ontworpen en ook Dynamit Nobel had de productie vrijwel voorbereid. Uiteindelijk kreeg de fabriek een andere bestemming en verdween het project definitief van tafel.

Doorsnedemodel van de G11, met zicht op het interne mechanisme.
Doorsnedemodel van de G11, met zicht op het interne mechanisme. (CC BY 3.0 – Bojoe – wiki)

Seel was ervan overtuigd dat de technische problemen uiteindelijk wel degelijk waren opgelost. Hij had zelf met de G11 geschoten en was nog steeds onder de indruk van het wapen. “Hij is licht, heeft nauwelijks terugslag en is mechanisch ongelooflijk verfijnd,” zei hij. “Toen ik het binnenwerk zag, moest ik denken aan de ingewikkelde techniek van de naaimachine van mijn grootmoeder.”

Toch plaatste ook hij een kanttekening. Hij twijfelde of het bijzondere magazijn uiteindelijk de beste oplossing was geweest. Bovendien dacht hij dat de G11 niet in elk conflict ideaal zou hebben gefunctioneerd. Bijvoorbeeld tijdens de Duitse inzet in Afghanistan, waar gevechten vaak op grote afstand plaatsvonden, was een traditioneel precisiegeweer waarschijnlijk geschikter geweest.

Bijna zestig jaar nadat de ontwikkeling begon, blijft de G11 een fascinerend voorbeeld van een wapen dat zijn tijd ver vooruit was. Technisch was het een bijzonder product: lichter, nauwkeuriger en innovatiever dan vrijwel alles wat destijds bestond. Maar juist toen het wapen eindelijk klaar was voor massaproductie, veranderde de wereld ingrijpend. De G11 verdween niet alleen vanwege technische en financiële bezwaren, maar vooral doordat de politieke en militaire situatie ingrijpend veranderde. Het geweer kwam gereed op een moment waarop de behoefte eraan sterk was afgenomen. Daarmee liep het ambitieuze project uiteindelijk op niets uit.

×