‘Nepmonumenten’ zijn in heel Nederland te vinden

Wat is het verschil tussen een vinexwijk en de Amsterdamse binnenstad? Niets, als je Het Parool moet geloven. Volgens de hoofdstedelijke krant staat Mokum vol met ‘nepmonumenten’. “Hoe echt is de Amsterdamse binnenstad nog”, vraagt de journalist zich vertwijfeld af.


Ja, dat is even schrikken als je daarachter komt. Ik begrijp alleen de nieuwswaarde van dit verhaal niet. Dit soort nepmonumenten staan overal in Nederland. Op veel plaatsen is onzorgvuldig gerestaureerd, herbouwd, teruggerestaureerd… Kortom, er is nogal eens met de authenticiteit van ons erfgoed gesjoemeld.

Olifant en porseleinkast

Dat begon al in de negentiende eeuw met Pierre Cuypers. Volgens onze huidige normen ging deze beroemde architect bij het restaureren als een olifant door de porseleinkast. Maar hij restaureerde en dat was revolutionair in zijn dagen.

De geschiedenis van de Nederlandse methode van restaureren is kort door de bocht als volgt: van ongeveer 1860 tot 1930 herbouwden we panden volgens de smaak van die tijd. Stoere gotiek werd blije neogotiek en renaissance werd neorenaissance. Schoolvoorbeeld: Kasteel de Haar. Tijdens de crisis en de Tweede Wereldoorlog restaureerden we nauwelijks.

- advertentie -
Kasteel de Haar
Kasteel de Haar

Oorspronkelijke staat

Na die oorlog herbouwden we eerst eens wat stuk was geschoten. Veel ander erfgoed ging alsnog tegen de vlakte; bestuurders vonden dat vaak overbodige luxe tijdens de Wederopbouw. In de jaren vijftig, zestig en deels nog zeventig was het mode om monumenten ‘terug te restaureren’ in wat ze toen dachten ‘de oorspronkelijke staat’.

Ik heb wel eens geblogd over mooie panden in Zutphen en De Moriaan in ‘s-Hertogenbosch. Aan die panden zit nog wel nog wat authentieks, maar die zijn maar een klein stapje verwijderd van de ‘nepmonumenten’ in Het Parool. Een voorbeeld van echte namaak zijn veel panden aan de Maastrichtse Stokstraat.

Batavia-Stad

Bij een ‘historisch’ pand aan de Maastrichtse Stokstraat is het betonnen ‘vakwerk’ goed te zien. - cc
Bij een ‘historisch’ pand aan de Maastrichtse Stokstraat is het betonnen ‘vakwerk’ goed te zien. – cc
Dat is de Zuid-Limburgse versie van Batavia-Stad, maar dan duurder. Oudere Maastrichtenaren weten vaak nog te vertellen dat de buurt rond 1960 voor een deel tegen de vlakte ging. De relatieve moderniteit van de panden is nog niet eens overal weggewerkt; een huis op een hoek heeft aan de buitenkant een zichtbaar betonskelet. Een soort twintigste-eeuws vakwerk.

Is dat zo erg? Welnee. Het alternatief was een hele straat van beton, staal en glas geweest. Dan had u ook minder genoten van uw dagje uit naar de Limburgse hoofdstad.

Oorspronkelijk

Sinds ongeveer 1980 is het streven om panden zo oorspronkelijk mogelijk te houden, al is niet iedereen het daarmee eens. Dat zorgt ervoor dat de panden die volgens de oude ideeën zijn opgeknapt een dubbel tijdsbeeld geven. Ten eerste van de tijd waaruit ze oorspronkelijk stammen, ten tweede van de tijd waarin ze zijn gerestaureerd.

Daarom is het een goed idee om ze op de monumentenlijst te laten staan. Ook al is zo veel mogelijk echt en authentiek beter.

~ Ben Schattenberg

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Gelijk naar geschiedenisboeken over: