De diefstal van het paneel ‘De Rechtvaardige Rechters’ van het beroemde triptiek Het Lam Gods in de nacht van 10 op 11 april 1934 uit de Sint-Baafskathedraal in Gent, blijft onopgehelderd. Tal van speurtochten, publicaties en andere tussenkomsten hebben nooit iets concreets opgeleverd. Kurt Impens wijdt er een zoveelste boek aan.
Ingewikkelde zaak
De auteur, vastgoedmanager bij de NMBS, vertelt het klassieke verhaal van de diefstal. Wellicht waren er twee daders, gezien de ingewikkelde klus. Falende onderzoeken door gerecht en Kerk deden aan heel de zaak geen goed. Toch kwam er na een half jaar schot in de zaak.

Er werd overigens nog een tweede paneel gestolen. Het paneel ‘Johannes de Doper’ werd later teruggevonden in een bagagekluis op het Noordstation in Brussel. Van ‘De Rechtvaardige Rechters’ werd een kopie geschilderd die tegenwoordig in de kathedraal te bewonderen is. Tegenwoordig is Het Lam Gods aanzienlijk beter beveiligd dan in 1934.

In de periode na het overlijden van Goedertier kwam het onderzoek nauwelijks nog verder. Wel zouden er later betere onderzoeken worden uitgevoerd. Dit gebeurde door het Duitse bezettingsbestuur, commissaris Karel Mortier en recenter door journaliste Siel Van der Donckt. Hun documentatie blijft erg waardevol.
Restititutiepoging
Na het jaar 2000 kwam de diefstal opnieuw onder de aandacht, met name dankzij historicus Paul De Ridder, die er meerdere boeken aan wijdde. Hij wist te vertellen dat wijlen hoogleraar Robert Senelle betrokken was geweest bij een recente restitutiepoging van het paneel via een vooraanstaande Gentse familie. “De familie was op de hoogte van het gesjoemel en de diefstal door de Kerk zelf.” (p. 180) Het paneel zou niet langer in hun bezit zijn geweest en mogelijk zijn overgedragen aan derden. Maar ook dit alles leidde niet tot een doorbraak.
Concrete piste
De auteur komt wel degelijk met een concreet spoor: na bijna negentig jaar voert hij een nieuwe getuige op die de geheime bergplaats zou hebben gekend. Het paneel werd volgens de auteur sinds 1942 bewaard door de Sint-Antoniuskring, een franciscaanse lekenorde. “We kunnen dus vermoedelijk stellen dat de organisatie de Sint-Antoniuskring de bewaarder was van het paneel en op zoek was naar een oplossing.” (p. 203) Volgens de auteur werd het paneel ondergebracht in een van de bezittingen van weduwe De Hoys, die deze kring steunde.
Impens vat zijn eigen bevindingen samen. Enkele geestelijken waren betrokken bij de ‘diefstal’…
…of misschien beter gezegd een strategische verplaatsing van de Rechtvaardige Rechters. Wat zich vervolgens afspeelde, leek als een zorgvuldig georkestreerd drama: de hele katholieke zuil werkte samen om de zaak in de doofpot te stoppen. (p. 214)

Kortom, de auteur komt met zware beschuldigingen aan het adres van de Kerk, hooggeplaatste politici en andere personen. Erg overtuigend komt het allemaal toch niet over. Niet onlogisch met zo’n moeilijk en geheimzinnig dossier. De ‘verbluffende waarheid’ wordt niet onthuld. Hoe zou het ook anders kunnen?
Toch is dit zeker een verdienstelijk boek. De auteur deed duidelijk grondig archiefonderzoek. Het boek biedt dan ook waardevolle informatie over zowel de diefstal als de daaropvolgende onderzoeken. Zo wordt een nieuw perspectief geboden en blijft de belangstelling levendig.
Het kan een aanzet vormen tot een nieuwe, grootschalige studie naar de diefstal en de daaropvolgende speurtochten. De honderdste verjaardag van de diefstal in 2034 zal ongetwijfeld niet onopgemerkt voorbijgaan.
Onherroepelijk verloren?
De publicatie van dit boek had als concreet gevolg dat het gerecht opnieuw op zoek ging. Het parket van Gent verrichtte eind 2024 huiszoekingen in Oosterzele, op terreinen die aan de Sint-Antoniuskring werden geschonken door Marie Hye-Hoys, een rijke katholieke weduwe. Deze huiszoekingen bleven voorspelbaar zonder resultaat.

Kortom, zonder de juiste zorgen zou ‘De Rechtvaardige Rechters’ negentig jaar na de verdwijning vermoedelijk door schimmels en andere problemen ernstig zijn beschadigd of zelfs verdwenen. En er is geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat het paneel ooit de nodige zorg heeft ontvangen.
Het paneel kan door de aantasting door de tand des tijds inmiddels dan ook als verloren worden beschouwd. Als het al niet eerder is vernietigd. Het mysterie zal vermoedelijk altijd onopgelost blijven en de verbeelding blijven prikkelen.
Het Lam Gods in honderd miljard pixels
Restaurateurs leggen originele lam op ‘Lam Gods’ bloot
De plunderaars. De nazi-obsessie met kunst
Wie was de schilder Hubert van Eyck?