De Leeuwenmens is een ca. 40.000 jaar oud prehistorisch beeldje uit de Weichsel-IJstijd. Het is gesneden uit de tand van een mammoet en lijkt op een mens met een leeuwenkop. Toen het vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd gevonden, drong het niet meteen door hoe bijzonder het was. Pas veel later zou het belang van de vondst duidelijk worden.
Op 25 augustus 1939 stuitte de geoloog en archeoloog Otto Völzing op een harde klont aarde achterin een 40 meter diepe grot. De grot bevond zich in de rots Hohlenstein in het Lonedal, zo’n 30 kilometer ten noordoosten van Ulm. De klont bestond uit fragmenten van mammoet-ivoor. Maar helaas was het de allerlaatste dag van de opgraving. Meer dan vaststellen dat de fragmenten uit het Aurignacien (41.000 tot 24.000 v.Chr.) stamden en onderdelen van een beeldje waren kon men niet meer doen.
De eerste opgravingen rond en in de Hohlenstein waren in 1861. Maar in 1937 begon het serieuze werk in de Stadelgrot. Het project stond onder leiding van de Tübingse anatoom en paleontoloog prof. dr. Robert Friedrich Wetzel. Deze actieve nazi werkte in opdracht van Heinrich Himmlers ‘Ahnenerbe’. Hij hield de Reichsführer-SS regelmatig op de hoogte van zijn vorderingen. Maar Himmler zou spoedig meer aan het hoofd hebben dan archeologisch voorouderonderzoek. En de botfragmenten verdwenen in opslag.
SS-Ahnenerbe

Na het ontslag als hoofd van de als pseudowetenschapper bekendstaande Utrechter Wirth in 1937, werd het onder leiding van de indoloog prof. dr. Walter Wüst wetenschappelijker van aard. Het instituut legde zich vooral toe op (archeologisch) onderzoek naar de prehistorie en het ontstaan van het Germaanse ras. Naast eigen onderzoek financierde de organisatie projecten die in haar straatje pasten, waaronder de opgravingen in de Stadelgrot.
Reconstructie van de Leeuwenmens
Toen Wetzel in 1962 stierf liet hij alle in de Stadelgrot gevonden objecten na aan de stad Ulm. In 1969 begon de prehistorisch archeoloog Joachim Hahn de fragmenten in het Ulmer Museum te inventariseren en in elkaar te puzzelen. Het resultaat was een theriantroop, een symbolisch of mythisch wezen dat kenmerken van een dier en een mens combineert. In dit geval was het een mens met de kop en voorpoten van een Euraziatische grotten- of holenleeuw, een reeds lang uitgestorven ondersoort van de Afrikaanse leeuw. De holenleeuw was in het Aurignacien het grootste en gevaarlijkste roofdier in Europa.
Hahn stelde vast dat er belangrijke fragmenten ontbraken aan het beeldje, waarop de zoektocht naar de andere delen begon. De nieuw gevonden stukjes werden in 1982 provisorisch aan het geheel toegevoegd. De eerste professionele restauratie vond plaats van 1987 tot 1988 in het Landesmuseum Württemberg. Daar haalde restaurateur Ute Wolf het beeldje weer helemaal uit elkaar om het vervolgens weer opnieuw in elkaar te zetten. Maar ze hield 57 stukjes over…
Het Aurignacien
Het Aurignacien is een belangrijke prehistorische periode die ongeveer 43.000 tot 26.000 jaar geleden plaatsvond in Europa en het Midden-Oosten. Het is vernoemd naar de grot van Aurignac in Frankrijk, waar de eerste vondsten werden gedaan. Tijdens het Aurignacien verspreidden de eerste anatomisch moderne mensen (Homo sapiens) zich over Europa. Zij leefden hier in het begin samen met de Neanderthalers, totdat die uitstierven. Het is de periode waarin mensen voor het eerst figuratieve kunst begonnen te maken.
Nieuwe opgravingen

In 2012 en 2013 werd de Leeuwenmens opnieuw gerestaureerd. De oorspronkelijke 200 grotere fragmenten werden weer uit elkaar gehaald, de eerder overgebleven 57 stukjes werden erbij gepakt en samengevoegd met 575 nieuw gevonden stukjes. Daarbij werd goed gekeken naar de structuur van het tandbeen om de juiste fragmenten bij elkaar te leggen.
Alhoewel het bepaald niet compleet was, werd nu wel duidelijker wat het voorstelde. De discussie of het een man of een vrouw voorstelde, kon definitief worden beslecht. De Leeuwenmens of Löwenmensch was een naakte mannelijke theriantroop met een penis, die rechtop stond met zijn armen langs de zij en op zijn tenen alsof hij ieder moment in actie kon komen. Het snijwerk was realistisch en natuurlijk. De maker sneed het uit een mammoettand met een scherp gereedschap gemaakt van vuursteen. Experimenteel archeoloog Wulf Hein maakte een replica uit ivoor met vuursteengereedschap en had er 400 uur voor nodig.

Godheid, sjamaan of mythisch wezen
De totale lengte van het beeldje is 31,1 centimeter. Daarmee is het het grootste figuratieve kunstwerk uit het Laat Pleistoceen en een van de oudste bekende kunstwerken in de wereld. Mogelijk stelde het een godheid of een sjamaan voor en had het een religieuze betekenis. De Leeuwenman zou in dit geval met zijn leeftijd van 40.000 jaar het oudste tot nu toe bekende bewijs vormen voor een bovennatuurlijk geloofssysteem onder de eerste moderne mensen in Europa.
De Leeuwenmens is te bezichtigen in het historisch museum van Ulm. Door een verbouwing van dat museum is het ten tijde van dit schrijven in juni 2026 tentoongesteld in de naburige Kunsthalle Weishaupt.
Ulm: historische handelsstad aan de Donau
Venus van Willendorf – Een beroemd prehistorisch vrouwenbeeld
Venus van Brassempouy – Ivoren beeldje uit het laat-paleolithicum
Het Mannetje van Willemstad
Archeologen vinden na tachtig jaar ook kop 40.000 jaar oud dierenbeeld
Menhirs
Hattusa, hoofdstad van de Hettieten
Nomaden – Betekenis van het begrip