Het toezicht op culturele instellingen in Nederland moet volgens de Raad voor Cultuur flink worden versterkt. In een nieuw adviesrapport stelt de raad dat de maatschappelijke en politieke eisen de afgelopen jaren zijn toegenomen, terwijl met name kleinere instellingen moeite hebben om passende en deskundige toezichthouders te vinden.
Het advies, getiteld Toezicht in de culturele sector: een kunst apart, is opgesteld op verzoek van de vorige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en inmiddels overhandigd aan diens opvolger, demissionair minister Gouke Moes. De raad doet aanbevelingen aan onder meer het ministerie van OCW, de rijkscultuurfondsen, culturele organisaties en brancheverenigingen.
Sinds de invoering van de zogeheten Governance Code Cultuur in 2006 is er meer aandacht gekomen voor goed bestuur en toezicht binnen culturele instellingen. Die code geldt tegenwoordig als richtlijn, maar is volgens de raad nu aan vernieuwing toe, mede vanwege “zwaardere eisen uit samenleving en politiek”. Kristel Baele, voorzitter van de Raad voor Cultuur:
Het is goed dat er inmiddels meer aandacht is gekomen voor zaken als sociale veiligheid, fair pay en inhuur van zelfstandigen. Maar het is wel aan toezichthouder en directie om hier samen scherp op te blijven, ieder vanuit bewustzijn over de eigen rol.
De Raad pleit onder meer voor het instellen van een onafhankelijke commissie die verantwoordelijk wordt voor de actualisering van de gedragscode voor goed bestuur in de sector. Deze zou gevoed moeten worden vanuit het veld. Ook stelt de raad dat er duidelijkere regels moeten komen rond vertrouwenspersonen en klokkenluiders zodat eventuele misstanden tijdig gesignaleerd worden.
Centraal informatiepunt
De Raad signaleert verder dat er soms onduidelijkheid bestaat over de vraag wanneer een subsidieverstrekker eventueel mag of moet ingrijpen bij problemen binnen een instelling. Geadviseerd wordt daarom hier een heldere richtlijn voor op te stellen. Het ministerie van OCW en de rijkscultuurfondsen zouden hierin het voortouw moeten nemen.
In het rapport wordt verder gepleit voor een centraal informatiepunt waar toezichthouders en directies van culturele instellingen terecht kunnen met vragen over toezicht, bestuur en mogelijke integriteitskwesties. De Raad denkt dat dit effectiever is dan het oprichten van een nieuwe inspectie of geschillencommissie.