Voor wie op doortocht is door de droge en hete Peruaanse woestijn en behoefte heeft aan een verkoelende zeebries zijn de Chincha-eilanden een aanrader. Dit Idyllische natuurparadijs in de Stille Oceaan is slechts drie uur verwijderd van Lima en biedt daarom eveneens gelegenheid om vanuit deze overbevolkte hoofdstad op excursie te gaan naar de bijzondere diersoorten die er hun toevlucht hebben gezocht.
Op het schiereiland van Paracas kan gewandeld worden over de brede stranden tussen de Stille Oceaan en zandduinen en daarna worden overgestoken naar de Chincha-eilanden om er de zeevogels en zeeleeuwen te observeren die het natuurgebied bevolken. Deze toeristische trekpleister kent bovendien een bijzondere geschiedenis van een schat die door verschillende landen geclaimd werd. Want bekend is dat de conquistadores in de zestiende eeuw dit land al beroofden van haar goud, maar dat de Europeanen drie eeuwen later nog eens terugkwamen om er vogelpoep te halen is vrijwel vergeten.
Vogelpoep als meststof
Al in de pre-Colombiaanse tijd deden trekvogels deze eilanden aan en lieten er hun excrementen achter die men guano ging noemen. Dit woord komt uit de Quechua-taal van de Inca’s en betekent ‘meststof’ in algemene zin. Op de eilanden heerst een droog klimaat en de koude zeestroom zorgt er voor een rijk en gevarieerd visbestand, dat een overvloedig menu vormt voor de zeevogels, met een metersdikke laag guano tot gevolg. Witte guano is vers, terwijl rode guano zich door de eeuwen heen heeft opgebouwd.
Begin negentiende eeuw kwam de Duitse natuurwetenschapper Alexander von Humboldt (1769-1859) naar de Chincha-eilanden om er de zeestroom te onderzoeken die later naar hem vernoemd is. Bovendien wilde hij meer te weten komen over de vogels en hun excrementen. Toen hij weer was teruggekeerd in Europa liet hij er monsters van analyseren en stelde vast dat de samenstelling zich uitzonderlijk goed leende voor de landbouw. Want ondanks zijn zwavelgeur en ongezonde dampen is guano als meststof goud waard. Ze bevat namelijk de drie elementen die essentieel zijn voor de plantengroei: fosfor, stikstof en kalium.

Lucratieve handel
Door de sterke bevolkingsgroei begon destijds in Europa dringend behoefte te ontstaan aan hogere oogstopbrengsten om al deze mensen te kunnen voeden. En omdat zich op de Chincha-eilanden plaatselijk tot wel zeventig meter dikke lagen guano gevormd hadden, begon men deze naar de Oude Wereld te exporteren. Het veroorzaakte een tijdelijke opleving van de Peruaanse economie. Dit kwam voor het jonge land juist op tijd, want sinds haar onafhankelijkheid in 1821 had het een hoge schuldenberg opgebouwd. Daarom ging haar regering er toe over om de winning van guano te belasten.
De exploitatie, waarbij contractarbeiders de meststof met pikhouwelen moesten loshakken, werd door de Peruaanse overheid uitbesteed aan vooral Britse handelshuizen en ondernemingen. De Chinezen die naar de eilanden gebracht werden, moesten een overeenkomst ondertekenen waarin ze zich verplichtten om er acht tot tien jaar te werken voor een belachelijk lage beloning en met een minimum aan voeding en ziekenzorg. Wél werd hen het Peruaanse staatsburgerschap in het vooruitzicht gesteld, maar in de praktijk waren de meeste van hen al ziek geworden of gestorven voor ze hiervan konden gaan ‘profiteren’.

Oorlog om vogelpoep
In de tweede helft van de negentiende eeuw bereikte de ‘guano-gekte’ haar hoogtepunt. Spanje probeerde toen de economisch zeer waardevolle eilanden in handen te krijgen. Het land wilde zijn invloed in de voormalige koloniën herstellen en gebruikte een conflict over Spaanse onderdanen als aanleiding om de Chincha-eilanden in 1864 te bezetten. Dit conflict mondde uit in de zogenaamde Guano-oorlog (1864-1866) waarin Peru gesteund werd door Chili, Bolivia en Ecuador.
Om Peru onder druk te zetten stelde Spanje tal van eisen. Zo zou een vertegenwoordiger van Peru een knieval moeten maken voor de Spaanse koningin Isabella II (1830-1904) en een hommage moeten brengen aan de Spaanse vlag. Tot het zover was hielden Spaanse militairen de Chincha-eilanden bezet. Die eisen mogen vandaag de dag op de lachspieren werken, destijds waren ze bittere ernst. Het kwam tot verschillende zeegevechten en kustbombardementen.
Hoewel het voor Spanje daarna niet meer mogelijk was om haar oorlogsvloot zo ver van huis te handhaven, duurde het nog tot 1879 voor er vrede met Peru werd gesloten. In dat jaar brak er echter een tweede oorlog uit, dit keer tussen Peru en Bolivia enerzijds, en Chili anderzijds, waarbij de guano- en salpeterafzettingen in het grensgebied tussen deze landen de inzet vormden. Chili kwam als overwinnaar uit de strijd van wat bekend kwam te staan als de Salpeteroorlog (1879-1884). Peru en Bolivia verloren een omvangrijk grondgebied aan Chili dat niet alleen rijk was aan salpeter, maar ook aan kopererts.

Van goudmijn naar natuurreservaat
Uiteindelijk hebben de Britten het meest geprofiteerd van deze gewapende conflicten. Alle bedrijven die op de eilanden en langs de grens guano en salpeter afgroeven werden na het sluiten van de vrede door hen opgekocht.
Door de uitvinding van kunstmest op basis van industrieel gesynthetiseerde ammoniak kwam er een einde aan de belangstelling voor de Peruaanse guano. Sinds eind vorige eeuw staan de eilanden onder natuurbescherming en mag er jaarlijks maximaal nog maar duizend ton guano gedolven worden. Daardoor hebben ze zich kunnen ontwikkelen tot één van de meest waardevolle natuurgebieden van Zuid-Amerika en men spreekt daarom ook wel van de ‘Peruaanse Galapagos-eilanden’, naar analogie met die van Ecuador, die eveneens bekend staan om hun rijke en gevarieerde flora en fauna.
Geschiedenis van kunstmest: van vogelpoep tot ammoniaksynthese
Het leek geweldig: Liernurs vacuümriolering als wonderoplossing tegen stank
De Nazca-cultuur en de mysterieuze Nazca-lijnen
Inca’s en het Inca-rijk: opkomst, bloei en ondergang (1400-1532)
De Volkenbond en de conflicten in Zuid-Amerika