‘En nu motoren in de baan!’ – de gloriedagen van het stayeren in het Olympisch Stadion

Het spektakel dat zichzelf kapotmaakte
4 minuten leestijd
stayeren olympisch stadion
Stayer Best (rechts) tijdens de wielerkampioenschappen in het Amsterdamse Olympisch Stadion, 14 juni 1953. Best veroverde die dag de titel. (CC0 - Joop van Bilsen / Anefo)
Het Olympisch Stadion in Amsterdam was decennialang een belangrijk centrum van de Nederlandse wielersport. Tienduizenden liefhebbers bezochten er wedstrijden, wereldkampioenschappen en populaire baanavonden. Ook het spectaculaire stayeren, waarbij renners in de slipstream van zware motoren over de baan raasden, trok grote menigten. In zijn boek Mijn Olympisch Stadion bundelt oud-sportjournalist Bab Barens persoonlijke herinneringen, anekdotes en historische verhalen over het stadion, dat hij als zijn tweede thuis beschouwt. Op Historiek publiceren we enkele fragmenten. In onderstaand verhaal haalt Barens herinneringen op aan de gloriedagen van het stayeren in het Olympisch Stadion.

Stayeren

Wielrennen was jarenlang een van de hoogtepunten wat sport betreft in het Olympisch Stadion. Uniek waren de donderdagavonden bijvoorbeeld, waar je voor één gulden naar de zogenaamde “populaires” kon kijken, talentenwedstrijden waar ‘grote’ renners uit zijn voortgekomen, onder wie Joop Zoetemelk.

stayeren amsterdam
Collectie Bab Barens
Vijf keer werd het wereldkampioenschap in het stadion verreden. Twee onderdelen sprongen eruit: het stayeren, altijd als sluitstuk van de avond, en de sprintwedstrijden met onder andere Arie van Vliet en Jan Derksen, beiden vele malen wereldkampioen. Tienduizenden wielerfans trokken naar het Olympisch Stadion als daar een belangrijke wedstrijd stayeren op het programma stond. Stayeren stond garant voor spektakel en was decennialang een van de populairste onderdelen van de baansport.

De motoren die men gebruikte bij het stayeren (met daarachter de renners) hadden een cilinderinhoud tot wel 2400 cc (met brandstof waar men altijd heel geheimzinnig over deed) en moesten door twee man worden aangeduwd. Mij leek dat ook topsport want het duurde soms wel 150 meter voor die zware krengen puffend aansloegen en de “aanduwers” zich languit in het gras konden laten vallen van vermoeidheid. Dit soort motoren bestaat allang niet meer. Ze stonden altijd geparkeerd in de catacomben onder de marathontribune.

‘En nu motoren in de baan!’

Het moment dat veel Nederlanders die ooit een wedstrijd hebben gezien is bijgebleven, is het terugkerende moment dat stadionspeaker Fred Harting altijd riep: ‘En nu motoren in de baan!’ waarna de als buitenaardse wezens verklede gangmakers op hun brullende monsters in een door loting bepaalde volgorde rondjes gingen rijden in afwachting van de bij de startlijn opgestelde renners. Die moesten vervolgens elk achter hun eigen motor aansluiten in de slipstream van zijn gangmaker.

De renners, het waren er meestal een stuk of acht, droegen merkwaardige pothelmen en zaten op vreemd ogende fietsen. Deze fietsen hadden een klein voorwiel, een voorvork die achterstevoren stond, een gigantisch, vast verzet en remmen kon niet. In de eerste honderden meters kregen de renners die enorme plaat maar nauwelijks rond, maar eenmaal achter de motor en uit de wind werden grote snelheden bereikt.

De vlammen sloegen uit de uitlaatpijpen van de motoren en juist dat was ook een van de aantrekkelijke kenmerken van het stayeren. Het publiek vond het schitterend en met staande ovatie werden de heren toegejuicht, als waren het gladiatoren in een Romeinse arena. Wat een sfeer! Een grote man bij het stayeren was de Spanjaard Guillermo Timoner (zes keer wereldkampioen).

stayeren Martin Venix
De Nederlandse wielrenner Martin Venix viert samen met gangmaker Noppie Koch zijn wereldtitel stayeren tijdens de wereldkampioenschappen baanwielrennen in het Amsterdamse Olympisch Stadion, 2 september 1979. (CC0 – Koen Suyk / Anefo / Nationaal Archief)

Gangmakers, ruzies en combines

Die gangmakers vormden een merkwaardig gezelschap. Ze waren altijd bij elkaar, maar gingen vanwege de concurrentiestrijd niet bepaald vriendschappelijk met elkaar om. Protesten na afloop waren er veel: de heren stonden dan rondom de hoge jurytafel en gingen soms met elkaar op de vuist, omdat de een of de ander zich (financieel) “geflikt” voelde tijdens de race, zoals dat werd genoemd.

Mijn vroegere buurman en oud-driemaal Nederlands kampioen stayeren Martin Wiersma, die op dezelfde steiger woonde als ik, vertelde mij altijd prachtige verhalen, bijvoorbeeld: wanneer een renner een ander niet snel genoeg kon passeren, ging de gangmaker vlak boven de te passeren renner rijden, waardoor de hitte van de vlammen van de uitlaat vrijwel het vel van de betreffende renner zijn benen afbrandde, waarop deze dan maar tegen zijn eigen gangmaker: ‘Hó!’ schreeuwde, zodat die gedwongen werd langzamer te rijden. Bij kleinere wedstrijden zoals bij de Grote Prijs van Amsterdam, bij kandidaten voor de wereldtitel en bij revanche wereldkampioenschappen en dergelijke, werden regelmatig combines gemaakt, oftewel: de wedstrijden werden verkocht.

Ik ging weleens mee met Martin Wiersma en zo ook een keer naar het NK stayeren op de Goffertbaan in Nijmegen (nu gesloopt). Joop Zoetemelk zou ook meedoen, ook al was stayeren helemaal geen onderdeel dat Joop beheerste, maar omdat hij in die jaren bij het publiek zeer populair was, scheelde dat een behoorlijk aantal toeschouwers en dus opbrengsten.

De ondergang van het stayeren

Mijn Olympisch Stadion
 
Tot vijf minuten voor de wedstrijd waren de heren er niet uit wie die avond moest winnen. Uiteindelijk werd voor Zoetemelk gekozen, maar omdat Joop het niet volhield, won hij toch niet… Hoe de financiële verdeling is geweest, daarover tast ik nog altijd in het duister. Ik heb Joop ooit eens in het begin van zijn loopbaan op de baan van het Olympisch Stadion zien rijden in een koppelwedstrijd met René Pijnen. Dat was zo rond 1966 en ze reden voor de Amstelploeg van de bekende ploegleider Herman Krott. Later bleek dat het het begin was geweest van een zeer indrukwekkende carrière.

Tegenwoordig bestaat het stayeren met de grote motoren op de baan niet meer, er wordt alleen nog in overdekte hallen gereden met kleine motoren (een soort brommer waarop de gangmaker langzaam mee moet trappen) als onderdeel van bijvoorbeeld een Zesdaagse. De stayersport heeft het aan zichzelf te danken dat het niet meer bestaat: er kwamen steeds meer verhalen naar buiten over omkoping, zelfs wereldtitels werden verkocht. Er was een clubje gangmakers – namen noem ik maar niet – dat zich daar schuldig aan maakte: voor de start werd er afgesproken wie er mocht winnen. Het grote publiek kreeg dat uiteindelijk ook door, pikte het niet meer en bleef steeds vaker weg. Einde verhaal van het op zich prachtige wieleronderdeel stayeren.

stayeren Felicien van Ingelghem
De Nederlandse stayer Martin Wiersma tijdens een ereronde op het WK baanwielrennen in Leipzig in 1961, achter gangmaker Felicien van Ingelghem. Wiersma eindigde als tweede in het wereldkampioenschap. Van Ingelghem kwam op 18 juli 1963 om het leven na een val in een stayerskoers in het Olympisch Stadion te Amsterdam. Foto: Henk Blansjaar / Spaarnestad Photo
×