25 februari 1941
Ben Sijes, Gerard Maas, Theun de Vries, Lou de Jong en Wim Pelt1 beginnen hun overzicht van de gebeurtenissen op 25 februari met de poging een spoorwegstaking te ontketenen. Vanuit het perspectief van machinist Yp de Jong (Murk Aengwerda in Februari) beschrijft De Vries dat tussen vier en vijf uur ’s ochtends het werk op het rangeerterrein Rietlanden na heftige debatten wordt neergelegd en hoe dat vervolgens op het Centraal Station mislukte. Succesvoller zijn de werkverschaffingsarbeiders Wouter Kalf, Toon van Kampen en Jos Slagter, die op het Centraal Station en station Muiderpoort hun collega’s beletten naar de werkobjecten af te reizen en hen vervolgens aanmoedigen om in de stad mee te helpen bedrijven leeg te halen.
Het is allemaal zorgvuldig in kaart gebracht door Sijes en tot persoonlijke belevenissen omgewerkt door Theun de Vries, die ook zijn eigen bronnen had. Als eigen bronnen ontbraken, plakte hij die van Sijes op zijn romanpersonages. Het mooiste voorbeeld daarvan is zijn adaptatie van de getuigenis van een destijds zeventienjarige leerling van de Derde vijfjarige HBS:
Toen begon onze tocht door de stad. Plotseling zette iemand ergens de roep in: ‘A, B, C, D, E, F, G, … weg met de moffen en de N.S.B.’ Dit was een succes en bleef de hele verdere weg onze strijdkreet. […] Vanaf het Roelof Hartplein schoot een klein zwart autootje met het kenteken ‘pol’ de Bronckhorststraat in. In volle vaart reed hij op de stoet in. De jongens en meisjes, die in de eerste rijen reden, konden nog net links en rechts passeren, de rest zag hiertoe geen kans. De fietsen werden neergegooid, een wilde run begon, het autootje kwam na een aantal fietsen gekraakt te hebben tot stilstand en meteen knalden de pistolen. […] Op weg naar huis kwam ik een vriend tegen op de Berlagebrug. Deze vertelde mij dat het geschiet geen slachtoffers had geëist.

De fietsende scholieren krijgen veel bijval, maar in de buurt van het Concertgebouw – ongeveer op de plek waar de stakende leerlingen van de Derde HBS werden beschoten – stuiten ze op gewapende rechercheurs.
De zwaargewonde jongen wordt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht, het Joodse CIZ. Hij sterft de volgende dag in aanwezigheid van Loekie, die hem een afscheidskus geeft; een roerende scène, die niet helemaal uit de lucht gegrepen is. De eerste stakingsdag raakten immers zes mensen gewond, van wie er vier in een ziekenhuis werden opgenomen. Op 26 februari – de dag waarop de fictieve Jaapje Grutto sterft – reden Duitse politiemannen in overvalwagens door de stad. Ze schoten in het wilde weg en gooiden handgranaten. In de Jan Pieter Heijestraat werd een jongen van vijftien gedood door een granaatscherf in zijn rug.

Op basis van slechts één getuigenis heeft De Vries getracht een geloofwaardig verhaal over stakende scholieren te maken. Dat kan niet worden gezegd van Gerard Maas, die het – zonder bronvermelding – heeft over ‘duizenden scholieren’ die ‘de volksactie’ kwamen versterken.
Ondanks alles is 25 februari 1941 de boeken ingegaan als een feestelijke dag, waarvoor Sijes de toon zette in zijn beschrijving van de eerste stakingsdag:
Vooral tussen 9 en 10 uur, toen de arbeiders van de overkant van het IJ in de stad kwamen, nam het aantal manifestaties hand over hand toe. In de arbeiderswijken en daar waar fabrieken en kantoren gevestigd waren, openbaarde zich die ochtend het ware hart van Amsterdam. In de Jordaan kwamen twintig fabrieksmeisjes bij een ander bedrijf, gooiden er de deuren open en riepen: ‘Meide, eruit! Er wordt gestaakt vandaag.’ […] In de Marnixstraat vormden arbeiders van de Stadsreiniging en anderen een grote demonstratie. In de Plantage Kerklaan liepen, zingend en demonstrerend, jongere en oudere mannen naar huis terug. […]
Men wist niet wie achter de staking stonden. Niemand vroeg ernaar en het kon ook trouwens niemand wat schelen. […] Het niet-rijden van de trams en het terugkeren van de stakende arbeiders uit de bedrijven veranderden het stadsbeeld. […] Stakers en niet-stakers werden in dit stadsbeeld tot demonstranten. […] Gezamenlijk trok men op – allen die reeds zo lang hun afkeer tegen de bezetter hadden willen uiten.
Het aanstekelijke enthousiasme over de omvang van de staking leidde ertoe dat een enorme massa mensen gehoor gaf aan de door de CPN verspreide oproep om ’s middags te demonstreren op de Noordermarkt. Sijes schrijft dat het daar om halftwee al zwart zag van de mensen.
Door de nauwe straten van de Jordaan, door de Westerstraat en de oude grachten trokken in de vroege middag vele duizenden naar de Noordermarkt […] Als een lopend vuurtje was het door Amsterdam en haar stakende bevolking gegaan, dat daar gezamenlijk tegen de Jodenvervolging zou worden geprotesteerd.
De communistische aanvoerder van de werkverschaffingsarbeiders, Wouter Kalf, vertelde Sijes dat er tienduizenden mannen en vrouwen op afkwamen en volgens Maas verdrongen zich zelfs ‘vele tienduizenden op de Noordermarkt, in de Westerstraat en andere straten en straatjes van de Jordaan’.

Theun de Vries is de enige die niet met (oncontroleerbare) aantallen demonstranten smijt. Zoals in hoofdstuk 2 van dit boek te lezen valt, beschrijft hij in Februari het dramatische verloop van de demonstratie vanuit het perspectief van Warner Bodde (Wouter Kalf), die wegens het hardhandige Duitse politieoptreden de demonstranten niet kan toespreken, op het nippertje ontsnapt aan de door verrader Meerlandt geïnstrueerde SD en ’s avonds op aanwijzing van een NSB’er alsnog wordt gearresteerd.
De Duitse reactie
Het had geruime tijd geduurd voordat de aanvankelijk totaal overrompelde Duitse bezettingsmacht de Grüne Polizei tegen de stakers inzette en met andere tegenmaatregelen kwam. SS‑ und Polizeiführer Rauter wilde koste wat kost voorkomen dat de staking – die al naar andere steden was overgeslagen – de volgende dag doorging. Het SS-Totenkopf-Bataillon uit Zandvoort werd naar Amsterdam gestuurd, evenals een extra bataljon Grüne en 250 marechaussees. Rond halfzeven ’s avonds verschenen er aanplakbiljetten op muren en zuilen met de mededeling:
Iedere demonstratie van welke aard ook, en dergelijke verschijnselen worden als tegen de Duitse bezettingsoverheid gericht opgevat en door Duitse veiligheidsorganen direct onderdrukt en neergeslagen.

In Februari wil vuilnisman Jeen Distelrooy (Dirk van Nimwegen) de door zijn vrouw Trudi gestencilde oproepen om de staking te prolongeren, vóór spertijd op de fiets bij een collega langsbrengen. Hij redt het niet om voor halfacht terug te zijn en wordt op weg naar huis doelwit van een colonne tanks en overvalwagens.
Drie kwartier na het ingaan van de avondklok meldt hij zich bij zijn dodelijk ongeruste vrouw, die woedend en zonder een woord te zeggen begint met het herstellen van de bij de schietpartij opgelopen winkelhaak in zijn broek, die hij de tweede stakingsdag weer aan moet.
Gerard Maas, Kronieken van de Februari-staking 1941 (1961)
Theun de Vries, Februari. Roman uit het bezettingsjaar 1941 (1962)
Lou de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (1969 – 1944)
Wim Pelt, Vrede door revolutie (1990)
Februaristaking (1941) – Protest tegen de Jodenvervolging
Wie maakten de Februaristaking mogelijk? Ze zijn verzwegen en vergeten.
De Dokwerker – Monument in Amsterdam
Razzia op het Jonas Daniël Meijerplein