De Slag bij de Little Bighorn – het verhaal achter de legendarische Amerikaanse nederlaag

Biermerk Budweiser maakte de mythe van Custers Last Stand onsterfelijk
21 minuten leestijd
Last Stand Hill Little Bighorn
Last Stand Hill aan de Little Bighorn-rivier. Hier vond op 25 juni 1876 een van de bekendste veldslagen uit de Amerikaanse geschiedenis plaats. (CC BY-SA 3.0 - 1025wil - wiki)

De Slag bij de Little Bighorn is misschien wel een van de bekendste en meest beschreven gevechten uit de Amerikaanse geschiedenis. In het jubileumjaar van 100 jaar onafhankelijkheid behaalt een grote inheemse strijdmacht onder leiding van Sitting Bull en Crazy Horse op 25 juni 1876 een verpletterende overwinning op het Amerikaanse leger. Tragisch genoeg zou de vernederende nederlaag van de roemruchte 7de Cavalerie niets veranderen aan de onvermijdelijke ondergang van de laatste nog vrije inheemse volken op de Great Plains.

In 1867 mijmert een jonge officier over zijn plaats in de geschiedenis: “In de jaren die al lang tot het verleden behoren, toen ik op de drempel van volwassenheid stond, waren al mijn gedachten vol van ambitie – niet om rijk te worden, niet om geleerd te zijn, maar om groots te zijn.” Nog geen tien jaar later ligt hij dood op het slagveld. In plaats van ‘groots’ is hij vandaag de dag even beroemd als berucht, en misschien wel de bekendste Amerikaan zonder eigen postzegel. Zijn naam is George Armstrong Custer.

Ver verwijderd van een telegraafverbinding duurt het ruim een week voor het dramatische nieuws van Custers ondergang vanaf het afgelegen slagveld in Montana de oostkust bereikt. Op 6 juli kopt The New York Times: ‘Massacre Of Our Troops. Five Companies Killed by Indians’, waarbij men dan nog uitgaat van een te hoge inschatting van 315 gedode soldaten. De volgende dag schrijft de krant:

[…] toen generaal Custer met zijn vijf compagnieën op de hoofdmacht van de Sioux stuitte, ging hij onbesuisd tot de aanval over, zonder te wachten op versterking van de rest van de colonne. Het gevolg was dat alle manschappen in een dodelijke val liepen; ze werden overweldigd door een overmacht en tot de laatste man afgeslacht.

De toon is meteen gezet door te spreken van een ‘slachting’ en bovendien is de krant stellig over de schuldvraag: “De Sioux-stam van Sitting Bull had het reservaat met vijandige intenties verlaten. Ze weigerden vredesonderhandelingen en trotseerden de macht en het gezag van de Verenigde Staten. Ze stuurden aan op oorlog.”

Ook in Nederlandse kranten is het nieuws te lezen, maar soms met een heel andere analyse. Het nieuws van den dag: kleine courant concludeert op 12 juli 1876: “Treurig is deze afloop zeker, maar de Amerikanen oogsten in deze wat ze gezaaid hebben. Terwijl de Sioux-indianen steeds trouw het verdrag van 1868 hebben nageleefd en zich gehouden hebben binnen de hun aangewezen grenzen, hebben de blanken ’t gegeven woord niet gehouden.” De krant legt daarmee de vinger op een gevoelige plek, maar wie heeft gelijk?

De laatste vrije jachtgebieden

Red Cloud
Red Cloud
In 1868 wordt de Lakota-Sioux overwinning in de Oorlog van Red Cloud afgesloten met het Verdrag van Fort Laramie. Daarin wordt onder meer bepaald dat het gebied van de Powder River de status krijgt van exclusief jachtgebied voor de Lakota, Cheyenne en Arapaho, waar geen blanke kolonist zich mag vestigen. Naast dit grensgebied van Wyoming en Montana komt er een Groot Sioux Reservaat.

Hoewel het op papier een gunstig vredesverdrag is zal het binnen de Lakota tot een tweedeling leiden. Terwijl Red Cloud zich in 1871 met driekwart van zijn Oglala-Lakota terugtrekt in het reservaat heeft Sitting Bull (Tȟatȟáŋka Íyotake) het verdrag afgewezen en niet ondertekend. De leider van de ‘ongebonden’ Lakota-Sioux is ervan overtuigd dat het verdrag de indianen uiteindelijk zal dwingen om hun traditionele leefwijze op te geven. Net als Crazy Horse blijft hij met zijn volgelingen rondtrekken door de nog ongerepte jachtgebieden in het grensgebied van Wyoming en Montana.

Het IJzeren Paard

Al na vier jaar wordt de relatieve rust van de ongebonden Lakota verstoord door de plannen voor een nieuwe, noordelijke oost-west spoorwegverbinding, de Northern Pacific Railway. In 1872 is de aanleg van het spoor vanuit het westen gevorderd tot aan de grens van het ongerepte Lakota-gebied. Washington zit nu in een lastige spagaat omdat het Congres al in 1864 groen licht had gegeven voor de aanleg van deze intercontinentale spoorlijn. Door het verdrag van 1868 dreigt de aanleg letterlijk op een dood spoor te belanden.

Verkenningsexpeditie yellowstone 1871 (1)
Verkenningsexpeditie in het gebied rond de Yellowstone-rivier, 1871. Dergelijke expedities moesten de aanleg van de Northern Pacific Railway voorbereiden en werden door de Lakota gezien als een bedreiging van hun jachtgebieden.

Zowel de spoorwegmaatschappij als Washington is ervan overtuigd dat de vooruitgang en Amerikaanse beschaving uiteindelijk niet te stoppen zijn. Daarom worden er in 1872 en 1873 alvast expedities uitgerust om de geplande route langs de Yellowstone River in Montana te verkennen. Terecht zien de Lakota en hun bondgenoten de Cheyenne in de komst van het ‘IJzeren Paard’ een verdragsschending en grote bedreiging van hun jachtgebieden.

Sitting Bull en Crazy Horse nemen de wapens op en vallen de expedities aan met onverwachte gevolgen. Investeerders vrezen een langdurige oorlog en haken massaal af, ook omdat de spoorwegsector vanwege corruptieschandalen al geen beste reputatie heeft. Als de Northern Pacific Railway hierdoor in september 1873 bankroet gaat, ontstaat er een domino-effect, bekend als de Panic of 1873, die het land in een langdurige economische crisis zal storten. Een ander gevolg is dat de aanleg van dit grote spoorproject voor de rest van de jaren zeventig van de baan is. Tegelijk kan deze schijnbaar grote strategische overwinning van de Lakota niet los gezien worden van de volgende, beslissende, gebiedsschending.

Goud in de Black Hills

In 1874 krijgt een militaire expeditie opdracht om in de Black Hills (Paha Sapa) op zoek te gaan naar waardevolle grondstoffen. Als er daadwerkelijk goud wordt gevonden biedt het Washington een mogelijke uitweg voor de economische crisis en een excuus om een oorlog te kunnen beginnen tegen de ongebonden Sioux en hun bondgenoten.

Nadat er een goldrush op gang komt en het leger halfhartig reageert op de illegale instroom van duizenden goudzoekers, beginnen de Lakota in 1875 een guerillaoorlog om de kolonisten af te schrikken. Washington probeert vervolgens de Lakota te dwingen het gebied te verkopen. Als in september niet alleen de ongebonden volgers van Sitting Bull en Crazy Horse, maar ook de reservaat-Sioux onder leiding van Red Cloud de belachelijk lage vergoeding afwijzen, klappen de onderhandelingen.

black hills gold rush
Houten gebouwen in Deadwood Gulch in de Black Hills, 1876. Na de ontdekking van goud stroomden duizenden goudzoekers het gebied binnen, ondanks eerdere verdragen die de streek aan de Lakota hadden toegewezen.

Voor president Grant is dan de maat vol en kiest hij voor een ramkoers. Begin december krijgen alle ‘opstandige’ Lakota, geleid door Sitting Bull het bevel om zich binnen twee maanden, midden in de ijskoude winter, te melden in het Grote Sioux-reservaat. Zo niet, dan worden zij als ‘vijandig’ beschouwd en zal het leger in actie komen. Ingesneeuwd en diep weggedoken in hun winterkampen honderden kilometers verderop is het onbegonnen werk om aan dit ultimatum te voldoen.

Crazy Horse op een Amerikaanse postzegel uit 1982
Crazy Horse op een Amerikaanse postzegel uit 1982 – United States Postal Service
Onder leiding van generaal George Crook, die van mening is dat de regering de Sioux “op hun falie” moet geven, komt na het verstrijken van de termijn een legermacht van 800 man in actie. Het plan is om in een wintercampagne de indianendorpen van Sitting Bull en Crazy Horse in hun slaap te overmeesteren. De omstandigheden waarin de troepen de winterkampen moeten vinden zijn in 1876 nog extremer dan in andere winters: ook in maart is het nog extreem koud, met temperaturen tot -35 °C, en tientallen soldaten krijgen bevriezingsverschijnselen in de vele sneeuwstormen. Half maart ontdekken en overvallen de verkleumde troepen uiteindelijk één kamp in de vallei van de Powder River. Een niet vijandig Cheyenne-kamp en hun wintervoorraden gaan in rook op, maar de meesten ontsnappen en sluiten zich aan bij Crazy Horse die zo’n vijftig kilometer verderop zit.

Het gevolg van deze eerste weinig succesvolle campagne van de Grote Sioux Oorlog is dat de vrije Lakota gewaarschuwd zijn en de Cheyenne nu ook bereid zijn om te vechten. Vanwege het agressieve VS-beleid trekken steeds meer Lakota weg uit hun reservaten en scharen zich rond Sitting Bull en Crazy Horse in het zuiden van Montana.

Eind mei 1876 trekt Crook opnieuw op vanuit het zuiden met ruim 1.000 man, inclusief de als man verklede Calamity Jane. De nieuwe strategie is erop gericht om de Lakota en Cheyenne met meerdere legers in te sluiten. Onder leiding van John Gibbon rukt een tweede strijdmacht van 450 man op langs de Yellowstone River. En langs dezelfde rivier, maar dan vanuit het oosten nadert generaal Alfred Terry met zijn troepenmacht van 900 man. Terry’s speerpunt is de complete 7de Cavalerie onder leiding van de even ambitieuze als flamboyante luitenant-kolonel George Armstrong Custer.

Boy General

George Armstrong Custer in 1865
George Armstrong Custer in veldtenue, gefotografeerd kort na de Amerikaanse Burgeroorlog in 1865.
Custers carrière kent een vliegende start tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, als hij zich op 23-jarige leeftijd al generaal mag noemen. Na de oorlog moet de ‘Boy General’ deze oorlogsrang na afloop van de oorlog en inkrimping van het leger weer inleveren. Maar zijn manschappen van het in 1866 opgerichte 7de Cavalerie-regiment blijven hem gewoon met ‘generaal’ aanspreken. Sinds de burgeroorlog cultiveert hij zijn heldhaftige reputatie, gebaseerd op gewaagde charges waarbij zijn paard liefst elf keer onder hem wordt weggeschoten. Ook in zijn roekeloze jacht naar nieuwe roem, in de strijd tegen vijandige stammen, dwingt ‘Custer’s Luck’ in de strijd nog lang verbazing en bewondering af.

Spreekwoordelijk loopt hij wel een paar keer een bloedneus op. In oktober 1867 wordt Custer tien maanden geschorst omdat hij zonder toestemming met een escorte zijn post verlaat om zijn vrouw Elisabeth (‘Libbie’) te bezoeken. Vlak voor de Little Bighorn-campagne stuurt president Grant hem zelfs tijdelijk de laan uit, nadat hij voor een Congres-commissie getuigt over corruptie binnen het Ministerie van Oorlog. Na een smeekbede van generaal Terry krijgt Custer zijn commando over de 7de Cavalerie terug.

Voor zijn komende inheemse tegenstanders is Custer een oude bekende die zowel gevoelens van respect als haat oproept. Onder de Sioux is ‘Langhaar’(Pehin Hanska), vanwege zijn schouderlange blonde krullen, bekend en berucht vanwege de Yellowstone-expeditie van 1873 en de Black Hill-expeditie, die het pad naar de oorlog vrijmaakten. Voor de Lakota staat hij symbool voor de verraderlijke weg die de Amerikaanse overheid was ingeslagen: ‘Het Pad van de Dief’. Voor de Cheyenne is hij niet Langhaar of Geelhaar, maar Moordenaar, vanwege een overval op een kamp aan de Washita-rivier in 1868 waarbij mogelijk 40-50 vrouwen en kinderen omkomen.

Net als in 1868 ziet de nog steeds pas 36-jarige Custer de komende zomercampagne als een kans op eerherstel, nieuwe glorie en mogelijk meer. Kort voor zijn vertrek in mei 1876 schrijft hij aan oude schoolvrienden:

Als de expedities die nu naar het gebied van de Big Horn of de Yellowstone trekken erin slagen de indianen te onderwerpen of te verdrijven, geloof ik dat er kansen zullen ontstaan om snel een fortuin te vergaren.

Als sprinkhanen uit de lucht

Half juni komen de troepen van Gibbon en Terry samen aan de monding van de Rosebud in de Yellowstone Rivier. Als scouts een mogelijk Lakota spoor ontdekken gaat Custer op 22 juni met zijn 7de Cavalerie meteen in het zadel. Om snel, stil en wendbaar te kunnen opereren slaat hij het aanbod af om enkele zware Gatling guns (een voorloper van de mitrailleur) mee te nemen. Ook de rammelende sabels worden thuisgelaten.

Wat hij niet weet is dat de Lakota-Cheyenne coalitie (inclusief een kleine groep Arapaho) inmiddels is uitgegroeid tot een reusachtig, kilometers lang uitgerekt tentenkamp van 900 tenten met ongeveer 2.000 krijgers, hun 5.000 familieleden en 15.000 paarden. Hij weet ook niet dat zij een week eerder de colonne van Crook hebben teruggeslagen in de Slag bij de Rosebud. Met zijn uiterst behendige en wendbare ruiters heeft Crazy Horse hem zoveel schrik aangejaagd, dat Crook de campagne afblaast en zich met zijn troepen naar het zuiden terugtrekt.

Sitting Bull
Sitting Bull (ca. 1831-1890), opperhoofd van de Hunkpapa-Lakota, 1881.
Deze strategische overwinning sterkt het zelfvertrouwen van de op het slagveld ongeslagen Crazy Horse en de grote spirituele leider van het inheemse verzet: Sitting Bull. De veertiger is sinds 1857 leider van de Hunkpapa-Lakota en vanaf 1867 van alle vrije Sioux buiten de reservaten. Maar bovenal is hij een invloedrijke Wichasha Wakan (heilige man) die de levenswijze van de blanken afwijst. Zijn persoonlijke moed en spirituele kracht komen samen in de overlevering dat hij in 1872 midden in de vijandelijke vuurlinie rustig een pijp gaat roken om zijn aarzelende krijgers te motiveren. Begin juni 1876 krijgt hij tijdens de Zonnedans een visioen waarin hij Amerikaanse soldaten “als sprinkhanen” uit de lucht ziet vallen. Ondanks deze voorspelling slaagt Custer er nog bijna in zijn grote opponent te verrassen, maar zal vervolgens zelf met een nog pijnlijker en fatale verrassing geconfronteerd worden.

Bloody Knife’s bloed

Bij zonsopkomst van 25 juni 1876 ontdekken Custers verkenners het enorme inheemse dorp aan de Little Bighorn-rivier op twintig kilometer afstand. Zijn favoriete inheemse verkenner Bloody Knife waarschuwt hem nog dat er te veel indianen zijn om tegen te vechten. Voor de zelfverzekerde Custer is dat geen probleem. Sterker nog, zijn grootste zorg is dat de Lakota onraad ruiken, hun kamp opbreken en zich terugtrekken. Ondanks de vermoeiende nachtelijke rit besluit hij meteen in actie te komen en hoopt in de chaos groepen vrouwen en kinderen te gijzelen, om zo de krijgers tot overgave te dwingen. Om de klus snel te klaren speelt Custer blufpoker waarbij hij zijn hele 7de Cavalerie op het spel zet. Ondanks een numerieke minderheid splitst hij zijn 650 man in drie bataljons om van meerdere kanten tegelijk aan te kunnen vallen.

Bloody Knife
Bloody Knife tijdens de Yellowstone-expeditie van 1873. De ervaren Arikara-verkenner gold als een van Custers favoriete scouts en kwam om tijdens de Slag bij de Little Bighorn.

Majoor Marcus Reno opent rond 15:00 de aanval op de zuidkant van het dorp met 140 man waarbij Sitting Bulls adoptiebroer Gall (Phizí) twee vrouwen en enkele kinderen verliest. Of Bloody Knife dit gezien heeft is onbekend maar uit op wraak is hij wel. Als halfbloed Lakota en Akira (met de Crow de aartsvijanden van de Sioux) groeit hij op met Sitting Bull en Gall. Met name door Gall wordt hij vanwege zijn afkomst zo vernederd dat hij overloopt naar het leger. Net als veel andere Crow- en Akira-stamleden, die tussen 1860 en 1870 hun jachtgebieden aan de Lakota verliezen.

Maar in plaats van wraak zal de tragische Bloody Knife “de zon niet zien ondergaan”, zoals hij vooraf al vreest. Al snel krijgt Reno te maken met een furieuze tegenaanval waarbij het bloed van Bloody Knife op zijn gezicht spat. Reno’s linie wordt gebroken en na een chaotische, en bloedige terugtocht door de rivier probeert hij stand te houden op een heuvel. Intussen heeft kapitein Frederick Benteen een laatste bericht van Custer ontvangen met de boodschap: “Benteen. Come On. Big Village. Be quick. Bring Packs [munitie]”. Onderweg naar Custer komt Benteen met zijn bataljon van 125 man net op tijd bij Reno om een ramp te voorkomen. De verliezen zijn dan al opgelopen tot veertig doden en vele gewonden.

Custer's Last Stand
Custer’s Last Stand (1899), geschilderd door Edgar Samuel Paxson. Een van de bekendste artistieke verbeeldingen van de Slag bij de Little Bighorn.

Custers hopeloze strijd

Terwijl Reno en Benteen zich ingraven op wat nu Reno Hill heet, probeert Custer met vijf compagnieën (210 man) het kamp via een omtrekkende beweging de noordflank aan te vallen. Op het moment dat Custer naar de rivier afbuigt voor zijn beslissende charge roept hij: “Hold your horses, er zijn er daarginds genoeg voor ons allemaal!”

Waarschijnlijk denkt hij het einde van het kamp bereikt te hebben. Nog voor het besef doordringt dat hij pas halverwege is, is het te laat. Met enkele geweersalvo’s wordt de aanval afgestopt. Als een magneet aangetrokken door deze bedreiging van hun kamp en in een overwinningsroes door het succes tegen Reno storten de krijgers zich massaal op Custers troepen.

Na een verwoestende flankaanval onder aanvoering van Crazy Horse desintegreren de vermoeide cavalerie-eenheden in hoog tempo. Ze worden overlopen in een wilde vlucht, of proberen wanhopig nog iets van een linie te vormen door af te stijgen en achter hun paarden dekking te zoeken. De soldaten voeren een inmiddels hopeloze strijd tegen een vijfvoudige overmacht. Velen sneuvelen in de pijlenregen, nog voor ze hun 124 patronen – honderd voor hun éénschots springfield-karabijnen en 24 voor hun Colt-revolvers – verbruikt hebben. Bovendien zijn de muilezels met de reservemunitie van 24.000 patronen bij Reno en Benteen. Zwaar aangeslagen door hun eigen verliezen, durven ze pas uit te rukken lang nadat hun eigen positie niet meer wordt bedreigd. Op zoek naar Custer horen ze onderweg schoten en zien in de verte grote stofwolken. Als er plotseling weer grote groepen krijgers hun kant op galopperen maken Reno en Benteen rechtsomkeert naar hun oude positie.

Negentiende-eeuwse lithografie van de Slag bij Little Bighorn, weergegeven vanuit indiaans perspectief.
Negentiende-eeuwse lithografie van de Slag bij Little Bighorn, weergegeven vanuit indiaans perspectief. – Charles Marion Russell

De enige overlevende is het paard Comanche

Reddeloos verloren trekt Custer zich met de restanten van twee van zijn vijf compagnieën vluchtend en vechtend terug naar een kale heuveltop, nu Last Stand Hill genoemd. In werkelijkheid is daar nauwelijks sprake van. Krijgers die achteraf getuigen vergelijken het wel met een bizonjacht en beschrijven hoe sommige soldaten hun verstand verliezen of zichzelf doodschieten, maar ook dat andere soldaten dapper blijven doorvechten. Volgens Sitting Bull “waren er geen lafaards aan weerszijden”.

Al met al duurt het volgens Cheyenne-chief Two Moons niet langer “dan het eten van een maaltijd” om Custers manschappen tot de laatste man te doden. Custer zelf wordt getroffen in zijn hoofd en hartstreek en sterft samen met zijn jongere broers, Thomas en Boston. Ook een neef en Custers zwager komen om. Volgens een mondelinge overlevering zou een vrouwelijke Cheyenne, Buffalo Calf Road Woman, mogelijk Custer van zijn paard gestoten hebben.

Witte gedenksteen op het slagveld van de Little Bighorn. De markeringen geven de plaatsen aan waar militairen van de 7de Cavalerie tijdens het gevecht van 25 juni 1876 sneuvelden.
Witte gedenksteen op het slagveld van de Little Bighorn. De markeringen geven de plaatsen aan waar militairen van de 7de Cavalerie tijdens het gevecht van 25 juni 1876 sneuvelden. (CC BY-SA 4.0 – A. Poincot – wiki)

Een ander verhaal is dat vrouwen na afloop zijn oren doorboord zouden hebben, zodat hij in het hiernamaals beter zou leren luisteren. Hoewel de verhalen over vrouwelijke krijgers waarschijnlijk op waarheid berusten, is het bijna onwaarschijnlijk dat de krijgers ‘Langhaar’ hebben herkend. Niet alleen heeft Custer al jaren eerder zijn manen gekortwiekt, maar lijkt hij tijdens de slag ook meer op een legerscout in zijn hertenleren-outfit met rode das, dan een hoge officier.1

Onzeker over Custers lot zien Reno en Benteen kans om de volgende dag in de hitte stand te houden op hun heuvel en onder bij de rivier. Als de hoofdmacht van Terry en Gibbon het slagveld nadert, laat Sitting Bull het kamp opbreken en de prairie in brand steken om de aftocht te dekken. Pas tijdens de eerste inspectie van het slagveld op de 27e wordt de omvang van ramp zichtbaar. Tussen alle lijken en kadavers is de enige overlevende die wordt gevonden het zwaargewonde paard ‘Comanche’ van kapitein Keogh. Terwijl de verliescijfers van de 7de Cavalerie uiteindelijk oplopen tot 50 procent met 268 doden en ruim vijftig gewonden, telt de inheemse coalitie ergens tussen de dertig en honderd doden.

Vaandel bighorn
Vaandel van Troop I van de 7de Cavalerie. Het werd na de Slag bij de Little Bighorn teruggevonden in het kamp van de Oglala-Lakota-leider American Horse de Oudere.

Het laatste inheemse verzet

De zwaarste nederlaag van alle indianenoorlogen tijdens de negentiende eeuw schokt de jonge natie tijdens hun Centennial-viering van de Amerikaanse onafhankelijkheid. De publieke opinie eist vergelding, desnoods uitroeiing van het inheemse verzet. De regering geeft het leger direct alle middelen om de ongebonden stammen alsnog in de reservaten te dwingen. Het beleid is een bevestiging van de ideologie van het Manifest Destiny waarbij de VS voorbestemd zou zijn om het hele continent te beheersen. Na de slag valt de inheemse coalitie snel uiteen, op zoek naar de laatste bizonkuddes en ander wild. Achtervolgd door het leger en honger geeft Crazy Horse zich over in 1877. Sitting Bull vlucht naar Canada maar ook hij moet zich uiteindelijk gewonnen geven in 1881.

Zowel Crazy Horse als Sitting Bull blijven zich verzetten tegen de blanke cultuur en overheersing en beiden sterven tijdens hun arrestatie. Crazy Horse krijgt een fatale bajonetsteek in de rug en Sitting Bull wordt in 1890 doodgeschoten. De Amerikaanse overheid ziet hem als de spirituele leider van de Ghost Dance-beweging en vreest een opstand. Twee weken na de dood van Sitting Bull eindigt het laatste inheemse verzet op 29 december 1890 met het bloedbad van Wounded Knee. Tragisch genoeg heeft de legendarische overwinning bij de Little BigHorn de definitieve ondergang van de vrije inheemse cultuur eerder versneld dan vertraagd.

Meer boeken dan kogels

De Slag bij de Little Bighorn en de rol van Custer hebben een enorme indruk in het Amerikaanse collectieve geheugen achtergelaten. Als ultieme symbool van de tragische botsing tussen twee totaal verschillende culturen vormt het een onuitputtelijke bron van verhalen, mythes, theorieën, speculaties en morele discussies. Omdat Custer en zijn mannen hun kant van het verhaal niet kunnen vertellen, ontstaat er meteen veel ruimte voor speculatie en mythevorming.

Voormalige Crow-verkenners van het Amerikaanse leger bezoeken rond 1913 het slagveld van de Little Bighorn.
Voormalige Crow-verkenners van het Amerikaanse leger bezoeken rond 1913 het slagveld van de Little Bighorn.
In talloze publicaties draait het vooral om de schuldvraag, de vraag of Custer een held of schurk was, dader of slachtoffer. Veelbesproken zijn ook ‘wat als?’- vragen over tactische beslissingen als het splitsen van zijn troepen of het al dan niet meebrengen van de Gatling guns. De enorme fascinatie kan worden samengevat in de gevleugelde uitspraak dat “er meer boeken over de slag zijn geschreven dan kogels afgevuurd”, of in de variant dat “er meer inkt is gevloeid dan bloed”.2

Enkele maanden na de ramp verdedigt de Republikeinse president Grant zijn beleid door in de krant de schuld volledig op Custer af te schuiven: “Ik beschouw de Custer-slachting als een opoffering van troepen, veroorzaakt door Custer zelf, die volstrekt onnodig was – volstrekt onnodig.” Deze en andere kritische geluiden verstommen al snel om plaats te maken voor het heroïsche verhaal van Custers ‘Last Stand’.

Het is vooral Custers weduwe, Elizabeth ‘Libbie’ Bacon Custer, die de nalatenschap van haar geliefde ‘Autie’ succesvol beschermt en romantiseert. Mede door haar boeken en lezingen ontstaat de mythe van Custer als heldhaftige martelaar die zijn leven gaf voor de Amerikaanse beschaving, in de steek gelaten door Reno en Benteen. Met steun van machtige vrienden als generaal Philip Sheridan is er tot haar dood in 1933 niemand binnen het leger die de innemende weduwe durft tegen te spreken. Hoewel er daarna al snel ook een kritische biografie over Custer verschijnt en ook de laatste inheemse getuigenissen worden vastgelegd, zal het nog tot 1970 duren voor er een kentering komt.

Reproductie van Custer's Last Fight van Cassilly Adams
Reproductie van Custer’s Last Fight van Cassilly Adams. De afbeelding werd vanaf de jaren 1890 door brouwerij Anheuser-Busch massaal verspreid en hielp de mythe van Custers ‘Last Stand’ in stand te houden. – Harry T. Peters “America on Stone” Lithography Collection

Onsterfelijk met dank aan Budweiser

Tot dan heerst het iconische beeld van een onverzettelijke Custer en zijn laatste plukje dappere soldaten, omringd door hordes wilde indianen. Zo wordt het nagespeeld in Buffalo Bills Wild West Shows – met deelname van Sitting Bull zelf in 1885 – en uitgebeeld op schilderijen. Een door Otto Becker aangepaste lithodruk van een van deze doeken (Custer’s Last Fight van Cassilly Adams) wordt door brouwerij Anheuser-Busch vanaf eind jaren 1890 massaal verspreid in bars, saloons en andere zaken om hun Budweiser-bier te promoten. In de jaren 1950-60 wordt de reproductie van de Last Fight met meer dan een miljoen gedrukte exemplaren een van de meest bekende en meest bekeken afbeeldingen in de VS.

Gekscherend zou je kunnen stellen dat een biertje Custer onsterfelijk heeft gemaakt, terwijl dat Budweiser-biertje dankzij Custer uitgroeit tot het grootste biermerk ter wereld. Zo bezien had Custer de slag postuum alsnog gewonnen, lijkt het. Temeer omdat ook Hollywood lange tijd meegaat in de romantisering van Little Bighorn en Custer met films als They Died with Their Boots On (1941). Custer wordt hier door Errol Flynn neergezet als een vredestichter die door de regering tot een veldtocht tegen de Sioux wordt gedwongen.

Fles Budweiser
Fles Budweiser
Onder invloed van de culturele omwenteling en emancipatie- en protestbewegingen in de jaren zestig transformeert Custer van hero tot zero. De satirische western Little Big Man (1970) zet de toon en laat Custer zien als een hoogmoedige ijdeltuit en indianenhater die zich op het slagveld gedraagt als een waanzinnige maniak. Sindsdien is er veel meer aandacht gekomen voor het inheemse perspectief en de hardvochtige behandeling van de oorspronkelijke bewoners van Amerika. De miniserie Son of the Morning Star (1991) – de titel slaat op Custers reputatie onder indianen om hun dorpen bij dageraad aan te vallen – is genuanceerder maar ook een bevestiging van een held die definitief van zijn voetstuk is gevallen.

Niet toevallig wordt ook in 1991 het Custer Battlefield National Monument op de slagveldlocatie in Montana omgedoopt tot Little Bighorn Battlefield National Monument. In de periode 1999-2006 komt er ook een apart ‘Indian Monument’ en herdenkingsstenen voor inheemse gevallenen tijdens de ‘Battle of the Greasy Grass’, zoals de Lakota het slagveld noemen vanwege het vettige prairiegras dat daar groeit. Ondanks de afgelegen ligging trekt het Monument jaarlijks een half miljoen bezoekers.

Little Bighorn monument
De herdenkingsobelisk op het slagveld van de Little Bighorn in Montana. Het monument werd kort na de slag opgericht ter nagedachtenis aan de gesneuvelde militairen van de 7de Cavalerie.

Strijd om de beeldvorming

Hoewel de kruitdampen van Little Bighorn al lang zijn opgetrokken, doet de discussie over Custer en de indianenoorlogen nog altijd stof opwaaien. Zo ook begin 2026 na een omstreden overheidsbesluit om sommige historische contextborden bij het Little BigHorn-slagveld te herzien. Met name die over verbroken verdragen en gedwongen heropvoeding van inheemse kinderen. In dezelfde periode zijn in Nederland op het ereveld bij Margraten al enkele panelen over Afro-Amerikaanse soldaten aangepast. De Trump-regering keert zich tegen een in hun ogen “revisionistische beweging” die “probeert de opmerkelijke prestaties van de Verenigde Staten te ondermijnen door de grondbeginselen en historische mijlpalen in een negatief daglicht te stellen.”

Gedenksteen voor een gesneuvelde Cheyenne-strijder op het slagveld van de Little Bighorn
Gedenksteen voor een gesneuvelde Cheyenne-strijder op het slagveld van de Little Bighorn. Pas vanaf het einde van de twintigste eeuw kwam er ook officiële erkenning voor de inheemse deelnemers aan de strijd.
Tegenstanders spreken over censuur en het ‘witwassen’ van de geschiedenis. Terwijl de strijd om de beeldvorming en inheemse rechten zich tot in de rechtbank voortsleept, was de kern van het conflict voor Sitting Bull altijd helder. In een interview met de New York Herald in 1877 sprak hij openhartig:

Ik heb mijn volk nooit geleerd om Amerikanen te vertrouwen. Ik heb hen de waarheid verteld – dat de Amerikanen grote leugenaars zijn. Ik heb nooit zaken gedaan met de Amerikanen. Waarom zou ik? Het land behoorde toe aan mijn volk.3

Opvallend genoeg was Custer het in zijn destijds populaire boek My Life on the Plains (1874) ergens wel met hem eens

Ik denk vaak dat als ik een indiaan was, ik er verre de voorkeur aan zou geven om mijn lot te verbinden aan diegenen van mijn volk die vasthielden aan de vrije, open vlakten, in plaats van me te onderwerpen aan de beperkte grenzen van een reservaat […]

De Sioux en hun bondgenoten

De Sioux-natie (die zichzelf de Oceti Sakowin – Zeven Raadsvuren – noemt) is onderverdeeld in drie taalgroepen: de Westelijke Dakota of Nakota (Yankton/Yanktonai), de Oostelijke Dakota (Santee) en de Lakota (Teton): zij bestaan uit zeven stammen:

  • Oglala (Crazy Horse)
  • Hunkpapa (Sitting Bull)
  • Miniconjou,
  • Brulé,
  • Sans Arc (Itazipco),
  • Two Kettle (Oohenunpa)
  • Blackfoot (Sihásapa)

De bij de Little BigHorn verzamelde stammen waren grotendeels Lakota (5.000), merendeels Oglala en Hunkpapa, aangevuld met een paar honderd Dakota. Buiten de Sioux waren er ca. 1.500 Cheyenne en enkele tientallen Arapaho bondgenoten.

Noten en bronnen

Noten
1. Op schilderijen en afbeeldingen staat Custer vaak onjuist afgebeeld met lang haar, in blauwe uniformjas en zwaaiend met een sabel. De meningen zijn verdeeld, maar volgens de meeste deskundigen droeg Custer, zoals vaker, geen uniform maar een ‘buckskin’-jas en broek met laarzen. Onder die hertenleren jas – die hij volgens sommige getuigen had uitgetrokken vanwege de hitte – droeg hij waarschijnlijk een blauw ‘Fireman’s Shirt’ met borstflap, witte bies en knopen en mogelijk een rode das. De meeste soldaten droegen onder hun blauwe uniformjas een grijs flanellen hemd, sommigen ook wel wit of blauw.
2. In een bibliografie van 2012, Custer, the Seventh Cavalry, and the Little Big Horn: A Bibliography van Michael F. O’Keefe zijn ruim 3.000 boektitels en 7.000 artikelen opgenomen. Het lijkt erop dat dit enorme aantal alleen wordt overtroffen door Gettysburg (1863), de beslissende slag uit de Amerikaanse burgeroorlog (met ca. 50.000 doden en gewonden).
3. In 1980 erkende het Hooggerechtshof van de VS dat de Black Hills onwettig in Amerikaanse handen waren gekomen. De aangeboden schadevergoeding van 106 miljoen dollar (inmiddels opgelopen tot 1 miljard) hebben de Lakota tot op heden afgewezen. Ze blijven strijden voor volledige teruggave van Paha Sapa.

Bronnen

– Peter Cozzens, De aarde huilt. De strijd van de indianen om West-Amerika, 1866-1891 (Amsterdam, 2017)
– Robert M. Utley, Cavalier in Buckskin: George Armstrong Custer and the Western Military Frontier, Norman: University of Oklahoma Press, 1988, https://www.scribd.com/document/614942368/Cavalier-in-Buckskin-George-Armstrong-Custer-and-the-Western-Military-Frontier-Utley-Robert-Marshall-1929-Z-lib-org
– Getuigenissen: https://www.astonisher.com/archives/museum/sitting_bull_little_big_horn.html
– https://americanhistory.si.edu/pt/collections/object/nmah_326129
– https://www.lineofdeparture.army.mil/Journals/Army-Lawyer/Issue-3-2024/Lore-of-the-Corps-The-Court-Martial-of-George-Armstrong-Custer/
– https://littlebighorn.info/Articles/TwoMoons.htm
– Krantencitaten: de Nederlandse zijn afkomstig van Delpher, https://www.delpher.nl/ en de vertaalde Amerikaanse van: https://www.gilderlehrman.org/sites/default/files/inline-pdfs/Resource%20Sheet%202.pdf
– Origineel citaat Custer over ‘groots’ willen zijn: https://tjaglcs.army.mil/Periodicals/The-Army-Lawyer/tal-2024-issue-3/Post/7603/Lore-of-the-Corps-The-Court-Martial-of-George-Armstrong-Custer
– Custer boek, My Life on the Plains: https://www.gutenberg.org/cache/epub/73498/pg73498-images.html
– Over de Custer-mythe en beeldvorming: https://history.nebraska.gov/wp-content/uploads/2020/01/doc_publications_NH2014GACuster.pdf
– https://historycollection.com/avenging-custer-activities-that-turned-george-armstrong-custer-into-a-myth/
– https://www.notesfromthefrontier.com/post/elizabeth-custer-the-great-woman-behind-the-man
– https://press.uchicago.edu/Misc/Chicago/201467.html
– https://westernartandarchitecture.com/features/custers-last-fight
– https://americanhistory.si.edu/pt/collections/object/nmah_326129
– Over het National Little Bighorn Monument: https://www.nps.gov/libi/index.htm
– https://www.theguardian.com/us-news/2026/feb/10/national-monuments-trump-rewrite-history-racism-indigenous-people
– https://www.ktvq.com/news/local-news/trump-orders-removal-or-changing-of-native-american-signage-at-national-park
– https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_the_Little_Bighorn
– https://www.truewestmagazine.com/article/beyond-custer-hill/
– https://repository.lsu.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=4211&context=gradschool_theses
Over archeologische bevindingen: https://scholarsarchive.byu.edu/cgi/viewcontent.cgi?params=/context/facpub/article/2948/&path_info=physical_evidence_and_the_battle_of_the_little_bighorn.pdf
– Over de munitietrein: https://history.nebraska.gov/wp-content/uploads/2017/12/doc_publications_NH1976PackTrain.pdf

(bronnen geraadpleegd, juni 2026)

×